SO scholen Les 3/5 Kleine acties tellen | Week tegen Pesten

SO scholen Les 3/5 Kleine acties tellen | Week tegen Pesten

Herkenbaar uit de praktijk

Leerlingen zien regelmatig dat een klasgenoot wordt buitengesloten, maar twijfelen of ze iets moeten doen, of durven niets te doen uit angst zelf ook buitengesloten te raken. Dit geldt voor de jongste leerling in de groep net zo goed als voor de oudste. Deze les laat de hele groep, ieder op zijn eigen niveau, ervaren dat een klein gebaar al iets kan betekenen.

Wat leren leerlingen

  • Leerlingen leren dat zij zelf iets kunnen doen wanneer zij buitensluiten zien.
  • Leerlingen oefenen met vier concrete hulpacties, elk op hun eigen niveau.
  • Leerlingen ervaren dat een kleine actie al effect heeft.

Waarom deze les

De kernvisie van Stop Pesten Nu is dat iedereen invloed heeft op de groepscultuur, en dat kleine moedige acties samen de grootste verandering veroorzaken. Deze les maakt dat concreet en behapbaar voor de hele breedte van de groep.

Doelgroep en wanneer inzetten

Brede so-groep met leerlingen van circa 6 tot 20 jaar, met een zeer laag IQ en autismespectrumstoornissen. In te zetten op de derde dag van de Week tegen Pesten, na les 1 en les 2.

Praktische informatie

  • Duur: 30 minuten
  • Doelgroep: brede groep in het speciaal onderwijs met leerlingen van sterk uiteenlopende leeftijd, van ongeveer 6 tot 20 jaar, met een zeer laag IQ en autismespectrumstoornissen, samen in één lokaal.
  • Uitvoerder: leerkracht of onderwijsassistent die de groep goed kent.
  • Benodigde materialen: een kartonnen dobbelsteen van ongeveer vijftien bij vijftien centimeter met op de zijden vier symbolen (een handje voor plek maken, een oog voor aankijken, een mondje voor iets zeggen, een pijl naar een volwassene voor hulp vragen), waarbij twee symbolen herhaald worden voor de zesde zijde, stoelen in een kring.
  • Werkvormen: verhaal, dobbelsteenspel met kort rollenspel op twee niveaus, kringreflectie.

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

0-3 min

Opening

Vast kringritueel met de verbindingssteen

3-11 min

Verhaal

Noor twijfelt en besluit te helpen

11-25 min

Werkvorm

Helper-dobbelsteenspel, op twee niveaus

25-30 min

Afsluiting

Reflectie en afsluitritueel

Wetenschappelijke onderbouwing

Onderzoek van Craig en Pepler laat zien dat er veel manieren zijn om als omstander te helpen die niet direct confronterend zijn, zoals ruimte maken, oogcontact maken, of het inschakelen van een volwassene. Deze indirecte vormen van hulp zijn voor zowel jonge als oudere leerlingen met een laag IQ of autisme vaak haalbaarder dan het direct aanspreken van een klasgenoot.

Sprekerstekst - het verhaal

Noor ziet dat Charlie weer alleen staat, terwijl Sam verderop speelt. Noor twijfelt: zal ik iets zeggen, of doe ik gewoon niets zoals altijd? Noor besluit dit keer iets anders te doen. Noor loopt naar Sam toe en zegt zachtjes: kijk, Charlie staat weer alleen, zullen we hem roepen? Sam knikt meteen en roept: Charlie, kom erbij! Charlie loopt blij naar de groep toe. Noor voelt zich trots, want hij heeft geholpen zonder zelf iets ingewikkelds te hoeven doen.

Analysevragen met antwoordmodel (basisniveau)

  • Vraag 1: Wat deed Noor? Antwoordmodel: Noor zei tegen Sam dat Charlie alleen stond.
  • Vraag 2: Wat deed Sam daarna? Antwoordmodel: Sam riep Charlie erbij.

Analysevragen met antwoordmodel (verdiepingsniveau)

  • Vraag 3: Moest Noor heel veel doen om te helpen? Antwoordmodel: Nee, één klein zinnetje tegen Sam was al genoeg.
  • Vraag 4: Waarom voelde Noor zich trots? Antwoordmodel: Omdat hij had geholpen, ook al was zijn actie heel klein.

Uitleg

Deze les benadrukt dat helpen niet groots of moeilijk hoeft te zijn. Voor de hele breedte van de groep is het belangrijk om te laten zien dat een hulpactie uit één klein, concreet stapje kan bestaan: ruimte maken, aankijken, iets zeggen, of hulp vragen aan een volwassene.

Veelgemaakte denkfouten

Leerlingen denken vaak dat helpen betekent dat ze de situatie zelf helemaal moeten oplossen, terwijl indirecte vormen van hulp, zoals het inschakelen van een volwassene, minstens zo waardevol zijn en voor deze doelgroep vaak haalbaarder.

Interventiezinnen (om letterlijk te oefenen)

  • Kom erbij, er is plek.

  • Kijk, [naam] staat alleen, zullen we hem of haar roepen?

  • Juf of meester, ik zie dat [naam] alleen staat.

Werkvorm: het helper-dobbelsteenspel, op twee niveaus

Laat leerlingen om de beurt de dobbelsteen (zie les 1) gooien.

  • Basisniveau: de leerling voert de fysieke actie uit die bij het symbool hoort (plek maken, aankijken), samen met de docent of een klasgenoot.
  • Verdiepingsniveau: de leerling speelt de actie na met woorden, zoals in het voorbeeld hierboven, en legt kort uit wanneer je deze actie het beste kunt gebruiken.
  • Docentinstructies: speel altijd eerst zelf één ronde voor. Houd het rollenspel per leerling kort, ongeveer een halve minuut. Bevestig na iedere beurt expliciet wat de leerling goed heeft gedaan.

Observatiepunten

Let op welke leerlingen de actie zelfstandig kunnen uitvoeren en welke leerlingen dit alleen kunnen nadoen wanneer de docent het voordoet. Noteer voor jezelf welke leerlingen moeite hebben met het idee van hulp vragen aan een volwassene.

Reflectieopdracht

Ga terug naar de kring met de dobbelsteen erbij.

  • Basisniveau: laat de leerling nog een keer gooien en wijzen naar het symbool.
  • Verdiepingsniveau: laat de leerling benoemen welke van de vier hulpacties hij of zij deze week zelf een keer durft te doen.
  • Rond af met de vaste groepszin: Iedereen hoort erbij, iedere dag opnieuw.

Evaluatie

  • Konden leerlingen de vier hulpacties uitvoeren of benoemen, elk op hun eigen niveau?
  • Welke hulpactie koos de meerderheid van de groep om deze week te gaan doen?
  • Zijn er leerlingen die specifieke individuele oefening nodig hebben met één van de vier acties?

Differentiatie

  • Zeer jonge of zeer laag functionerende leerlingen: beperk tot twee symbolen op de dobbelsteen, plek maken en aankijken.
  • Oudere of hoger functionerende leerlingen: laat hen alle vier de symbolen gebruiken en steeds kort toelichten wanneer je welke actie inzet.
  • Niet-verbale leerlingen: laten wijzen naar het symbool in plaats van de zin uitspreken.
  • Extra uitdaging: laat leerlingen zelf een nieuwe hulpactie bedenken en een vijfde symbool tekenen.

Checklist voorbereiding

☐  Kartonnen dobbelsteen met vier of twee symbolen gemaakt.

☐  Verbindingssteen van les 1 en 2 klaar.

☐  Kring van stoelen klaargezet.

☐  Vaste volgorde van leerlingen voor de beurt bepaald.

Bronnen