Sociale processen van pesten en verdedigen veranderen op verschillende manieren gedurende de schooljaren | Stop Pesten NU

Sociale processen van pesten en verdedigen veranderen op verschillende manieren gedurende de schooljaren

Pesten is een complex groepsproces waarbij verschillende kinderen uiteenlopende rollen innemen, zoals pester, slachtoffer, assistent, aanmoediger, verdediger en buitenstaander. Deze rollen zijn niet statisch, maar kunnen dynamisch van situatie tot situatie wisselen. De sociale processen van pesten en verdedigen veranderen op verschillende manieren gedurende de schooljaren:

1. Veranderende prevalentie en profielen van pestrollen per leeftijdscategorie

  • Slachtofferschap:

    • In het midden van de adolescentie (leeftijdscategorie 14 tot 18 jaar, overeenkomstig met de 3e t/m 6e klas van het voortgezet onderwijs) is 10% tot 15% van de jongeren slachtoffer van pestgedrag.
    • Zelf-gerapporteerd slachtofferschap blijft matig stabiel gedurende de hele kindertijd en adolescentie, terwijl de stabiliteit van slachtofferschap dat gerapporteerd wordt door leeftijdsgenoten toeneemt van de kindertijd naar de adolescentie.
    • De meeste slachtoffers worden gedurende hun kindertijd en adolescentie als onpopulair en onaardiggezien door hun klasgenoten.
    • Slachtoffers vertonen in zowel de kindertijd als adolescentie externaliserende problemen (zoals agressie), maar alleen in de adolescentie ervaren zij internaliserende problemen (zoals sociale angst, depressieve symptomen en teruggetrokken gedrag).
    • Een lage peer status en hoge mate van externaliserend gedrag in de (vroege) kindertijd zijn gerelateerd aan later slachtofferschap in de adolescentie.
    • Over het algemeen neemt pesten af naarmate leerlingen ouder worden, hoewel de bevindingen niet volkomen eenduidig zijn. Sommige grootschalige studies vinden dat gepest worden over tijd afneemt tussen het 11e en 15e levensjaar.
  • Pesters, assistenten en aanmoedigers:

    • In het midden van de adolescentie is 9% van de jongeren een pester en 24% een assistent of aanmoediger (volger).
    • Het profiel van adolescenten met een rol als pester, assistent of aanmoediger lijkt veel op elkaar. Gemiddeld worden zij populair en onaardig gevonden gedurende de kindertijd en adolescentie.
    • Pesters en volgers zijn zelfs populairder in de adolescentie dan in de kindertijd. Pesters lijken in de adolescentie meer beloond te worden in de vorm van populariteit dan in de kindertijd.
    • Zij laten veel proactief agressief gedrag zien en weinig prosociaal gedrag.
    • De kans is groot dat zij een hoge mate van directe agressie (ruzie maken en vechten) vertoonden in de kindertijd, maar die directe agressie nam af naarmate zij ouder werden. Pesten daarentegen zou over deze periode toenemen, met een piek tussen 12 en 15 jaar, waarna het weer afneemt.
  • Verdedigers:

    • Verdedigers lijken in de adolescentie minder beloond te worden (in termen van populariteit) dan in de kindertijd.
    • Het verdedigen van het slachtoffer neemt af hoe ouder het kind wordt.

2. Seksverschillen en vormen van pesten over tijd

  • Jongens nemen vaker de rol van pester, meeloper en assistent in, terwijl meisjes vaker verdediger en buitenstaander zijn.
  • Jongens gebruiken meer fysieke agressie en pesten op een directe wijze, terwijl meisjes meer relationele agressie en een indirecte wijze van pesten gebruiken.
  • Recent en omvangrijk onderzoek toont echter aan dat de verschillen in relationele agressie tussen jongens en meisjes klein of zelfs afwezig zijn.
  • Fysiek pesten neemt af met de leeftijd en maakt meer plaats voor relationeel pesten, dat subtieler en moeilijker waar te nemen wordt in de adolescentie.
  • Fysiek pesten wordt in de adolescentie steeds minder geaccepteerd, terwijl relationeel pesten gebruikelijker wordt.
  • Jongens blijven consistenter dan meisjes in de rol van assistenten en meelopers; meisjes leggen deze rollen sneller naast zich neer.

3. Stabiliteit van pestrollen

  • Onderzoek over langere periodes suggereert een consistentie in de rol die een kind vervult in het groepsproces van pesten. Zo blijven jongens die pesten dit vaak na twee jaar nog doen, en de rol van meisjes die verdediger waren blijft ook stabiel. De rol van slachtoffer is eveneens consistent over een langere periode.
  • Hoewel er studies bestaan over de stabiliteit van pesten, beslaan deze zelden meer dan een periode van enkele maanden tot hooguit vier jaar. Uit onderzoek over 10 jaar bleek minder dan 10% van de daders stabiel te zijn in hun pestgedrag gedurende die periode. De stabiliteit over een periode van één jaar is ongeveer 50%, waarna deze afneemt naarmate de periode langer duurt.

4. Praktische implicaties voor aanpak en preventie

  • De zorgwekkende prevalentie van slachtofferschap en pestgedrag in de adolescentie, gecombineerd met de internaliserende en externaliserende problemen die slachtoffers ervaren, benadrukt de noodzaak van anti-pestprogramma's die specifiek gericht zijn op de adolescentie.
  • Deze programma's zouden zich moeten richten op de samenhang tussen populariteit en pestrollen en jongeren alternatieve, prosociale manieren moeten aanleren om populair te worden.
  • Het is cruciaal om al vroegtijdig in te zetten op de preventie van slachtofferschap, beginnend in de eerste jaren van de basisschool, om de kans te verkleinen dat kinderen op latere leeftijd gepest worden.
  • Jonge kinderen moeten leren zich minder agressief te gedragen om te voorkomen dat zij zelf pesters worden en om te voorkomen dat zij verstrikt raken in een cyclus van wederzijdse agressie (pesten en gepest worden) met leeftijdsgenoten.