Structureel negeren
Bij structureel negeren wordt iemand behandeld alsof die persoon niet aanwezig is.
Voorbeelden:
- geen antwoord geven op vragen;
- niet reageren wanneer iemand groet;
- over iemand heen praten;
- een bijdrage niet erkennen;
- alleen via anderen met iemand communiceren;
- stilvallen wanneer iemand erbij komt;
- in een groepsapp op iedereen reageren behalve op één persoon.
Een enkele gemiste reactie hoeft niets te betekenen. Wanneer dezelfde persoon steeds wordt genegeerd en andere groepsleden dit patroon volgen, kan sprake zijn van subtiel pesten.
Sociaal buitensluiten
Buitensluiten hoeft niet te betekenen dat iemand openlijk hoort dat die niet welkom is. Het kan ook gebeuren door voortdurend sociale drempels op te werpen.
Voorbeelden:
- nooit een stoel vrijhouden;
- iemand niet uitnodigen voor informele activiteiten;
- zeggen dat een groep “al vol” is;
- pas afspreken nadat één persoon is vertrokken;
- gezamenlijke plannen geheimhouden;
- een aparte groepsapp maken;
- doen alsof vergeten is iemand uit te nodigen;
- een leerling alleen toelaten wanneer een volwassene het ziet.
Structureel buitensluiten is niet hetzelfde als dat kinderen of jongeren niet met iedereen bevriend hoeven te zijn. Het wordt problematisch wanneer één persoon herhaald wordt uitgesloten, de hele groep daarin meegaat en die persoon geen reële mogelijkheid meer heeft om deel te nemen.
Roddelen en geruchten verspreiden
Roddelen gebeurt meestal buiten het directe gehoor van degene over wie wordt gesproken. Daardoor is het moeilijk vast te stellen en kan de sociale positie van iemand worden beschadigd zonder dat die persoon weet wat er wordt verteld.
Voorbeelden:
- verhalen verspreiden over iemands gedrag;
- informatie verdraaien;
- anderen waarschuwen om niet met iemand om te gaan;
- privé-informatie delen;
- suggereren dat iemand onbetrouwbaar, raar of lastig is;
- een conflict eenzijdig doorvertellen;
- screenshots of oude berichten zonder context delen.
Verhulde opmerkingen
Sommige opmerkingen klinken voor een buitenstaander neutraal, maar hebben binnen de groep een kwetsende betekenis.
Voorbeelden:
- “Doe niet zo gevoelig.”
- “Jij begrijpt dat toch niet.”
- “Dat is weer typisch iets voor jou.”
- “Rustig maar, het was een grapje.”
- “Wij zeggen alleen wat iedereen denkt.”
- “Je hoeft niet overal bij te zijn.”
- “Niemand heeft gezegd dat je niet mee mocht.”
- “We waren je gewoon vergeten.”
- “Jij bent toch liever alleen?”
- “Daar komt die weer.”
Ook complimenten kunnen kleinerend worden gebruikt, bijvoorbeeld door overdreven te klappen wanneer iemand een eenvoudig antwoord geeft.
Blikken, mimiek en lichaamstaal
Non-verbaal pestgedrag is moeilijk te beschrijven, maar kan voor degene die wordt gepest zeer duidelijk zijn.
Voorbeelden:
- met de ogen rollen;
- zuchten zodra iemand begint te spreken;
- elkaar aankijken en lachen;
- wegschuiven wanneer iemand gaat zitten;
- een stoel of tas verplaatsen;
- iemand van top tot teen bekijken;
- met gebaren naar iemand verwijzen;
- demonstratief fluisteren;
- een afwijzende gezichtsuitdrukking tonen;
- steeds controleren hoe een invloedrijke leerling reageert.
Uitsluiten van informatie
Iemand kan formeel onderdeel zijn van een groep, maar toch niet kunnen deelnemen doordat informatie wordt achtergehouden.
Voorbeelden:
- een roosterwijziging niet doorgeven;
- afspraken alleen in een aparte app bespreken;
- een deadline verkeerd doorgeven;
- vergaderingen of overleggen verplaatsen zonder iemand te informeren;
- zeggen dat een taak al verdeeld is;
- lesmateriaal of projectinformatie niet delen;
- informatie bewust zo laat geven dat iemand geen goede bijdrage meer kan leveren.
Iemand gebruiken zonder erbij te laten horen
Een leerling of student kan worden buitengesloten, maar wel worden benaderd wanneer de groep iets nodig heeft.
Voorbeelden:
- alleen contact zoeken voor huiswerkantwoorden;
- iemand het grootste deel van een project laten uitvoeren;
- een leerling alleen kiezen omdat die goede cijfers haalt;
- materiaal, eten of geld vragen zonder sociale betrokkenheid;
- iemand laten helpen maar niet uitnodigen voor de afsluiting;
- een student al het voorbereidende werk laten doen en de presentatie door anderen laten uitvoeren.
Publiekelijk corrigeren of kleineren
Sommige leerlingen of studenten proberen hun positie te versterken door anderen steeds zichtbaar te corrigeren.
Voorbeelden:
- iedere verspreking verbeteren;
- zuchten bij een fout antwoord;
- overdreven uitleggen wat iemand verkeerd doet;
- iemands bijdrage samenvatten alsof die onduidelijk was;
- zeggen dat iemand “het weer niet begrijpt”;
- fouten in een groepsapp delen;
- iemand voor de groep aanspreken op kleine onvolkomenheden.
Correctie is niet automatisch pesten. Let op de toon, herhaling, machtsverhouding, het publiek en de vraag of steeds dezelfde persoon wordt gecorrigeerd.
Voorwaardelijke toelating
Iemand mag alleen deelnemen wanneer die persoon zich aanpast aan de eisen van de groep.
Voorbeelden:
- alleen mee mogen doen wanneer iemand iets meeneemt;
- kleding, uiterlijk of gedrag moeten aanpassen;
- persoonlijke informatie moeten delen;
- een vernederende opdracht uitvoeren;
- iemand anders moeten uitsluiten;
- instemmen met roddels om zelf geaccepteerd te blijven;
- toegang tot een groepsapp moeten “verdienen”.
Plausibele ontkenning
Subtiel pestgedrag wordt vaak zo uitgevoerd dat degene die pest achteraf kan ontkennen dat er een bedoeling achter zat.
Veelgebruikte reacties zijn:
- “Het was toeval.”
- “Dat heb ik nooit zo gezegd.”
- “We moesten gewoon lachen.”
- “Die persoon kwam zelf niet.”
- “Iedereen mag erbij.”
- “Wij hebben niets gedaan.”
- “Het was maar één keer.”
- “Die begrijpt onze humor niet.”
- “Wij mogen toch zelf kiezen met wie we omgaan?”
Kijk daarom niet alleen naar de verklaring van één gebeurtenis, maar naar het terugkerende patroon.

