Subtiel pesten is vaak moeilijk te herkennen. Het gebeurt meestal niet openlijk voor de ogen van een leerkracht, docent, mentor of begeleider. Het zit in blikken, stiltes, grapjes, lichaamstaal, groepsapps, vaste zitplaatsen en kleine handelingen die afzonderlijk onschuldig kunnen lijken. Pas wanneer je kijkt naar de herhaling, de onderlinge machtsverhoudingen en het effect op een leerling of student, wordt zichtbaar dat er mogelijk sprake is van pesten.
Een leerling wordt bijvoorbeeld niet letterlijk weggestuurd, maar er wordt nooit een stoel vrijgehouden. Een student wordt niet uitgescholden, maar ontvangt belangrijke informatie steeds te laat. Een klasgenoot zegt niets openlijk kwetsends, maar trekt een gezicht zodra een bepaalde leerling begint te praten. Een groep zegt dat iedereen mee mag doen, terwijl één persoon telkens als laatste wordt gekozen, genegeerd of alleen wordt ingezet wanneer de groep die persoon nodig heeft.
Subtiel pestgedrag wordt gemakkelijk gemist of afgedaan als een grapje, misverstand, botsing tussen karakters of gewone groepsvorming. Daardoor kan het lang doorgaan voordat volwassenen begrijpen wat er werkelijk speelt. Voor degene die wordt gepest, is het patroon vaak wel voortdurend voelbaar.
Op deze pagina lees je:
- wat subtiel pesten is;
- hoe je subtiele vormen van pesten herkent;
- waarom losse incidenten niet het volledige verhaal vertellen;
- welke subtiele vormen van pesten voorkomen;
- hoe subtiel pesten eruitziet in het primair onderwijs;
- hoe subtiel pesten eruitziet in het voortgezet onderwijs;
- hoe subtiel pesten eruitziet in het middelbaar beroepsonderwijs;
- hoe subtiel pesten eruitziet in het hoger onderwijs;
- hoe online en offline pestgedrag met elkaar samenhangen;
- welke signalen kunnen wijzen op sociale onveiligheid;
- wat onderwijsprofessionals kunnen doen wanneer zij subtiel pestgedrag vermoeden.
Wat is subtiel pesten?
Subtiel pesten is herhaald negatief gedrag dat voor buitenstaanders niet altijd direct herkenbaar is als pesten. Het gedrag is vaak indirect, verhuld of sociaal moeilijk aantoonbaar. Degene die pest kan het gedrag gemakkelijk ontkennen of presenteren als grapje, toeval of misverstand.
Voorbeelden zijn:
- iemand structureel negeren;
- veelbetekenend naar elkaar kijken;
- lachen of zuchten wanneer iemand praat;
- steeds geen plaats vrijhouden;
- informatie bewust niet doorgeven;
- iemand alleen betrekken wanneer die persoon nodig is;
- iemand steeds als laatste kiezen;
- subtiele opmerkingen maken over uiterlijk, gedrag, afkomst of prestaties;
- een bijnaam gebruiken waarvan bekend is dat iemand die vervelend vindt;
- doen alsof iemand niet bestaat;
- gesprekken stoppen zodra iemand erbij komt;
- expres binnenpretjes creëren die één persoon buitensluiten;
- iemand online wel lezen, maar gezamenlijk niet antwoorden;
- steeds vergeten iemand toe te voegen aan een groepsapp;
- achteraf zeggen dat iets “maar een grapje” was.
Niet ieder onhandig moment, iedere afwijzing of iedere vervelende opmerking is automatisch pesten. Bij pesten gaat het om een terugkerend patroon waarin sprake is van een machtsverschil en waarin degene die wordt gepest het gedrag niet gemakkelijk zelf kan stoppen.
Pesten wordt in wetenschappelijk onderzoek onderscheiden van andere vormen van agressie door onder meer herhaling en machtsongelijkheid. Relationele vormen van pesten kunnen bestaan uit buitensluiten, roddelen en het verspreiden van geruchten. (gmwpublic.studenttheses.ub.rug.nl)
Waarom is subtiel pesten moeilijk te herkennen?
Openlijk pestgedrag, zoals slaan, uitschelden of bedreigen, is voor volwassenen vaak gemakkelijker waar te nemen. Subtiel pesten speelt zich juist af in kleine sociale signalen en terugkerende groepspatronen.
Een docent kan bijvoorbeeld zien dat een leerling alleen zit, maar niet weten dat klasgenoten vooraf via een groepsapp hebben afgesproken om niet naast die leerling te gaan zitten. Een leerkracht kan horen dat leerlingen lachen, maar niet begrijpen dat één blik of een bepaald woord verwijst naar een vernederende gebeurtenis die eerder plaatsvond. Een studieloopbaanbegeleider kan denken dat een student zelf weinig initiatief toont, terwijl de student herhaaldelijk uit groepsapps, afspraken en projectoverleggen wordt gehouden.
Subtiel pesten is vaak moeilijk te herkennen doordat:
- afzonderlijke gedragingen klein of onschuldig lijken;
- het gedrag buiten het zicht van volwassenen plaatsvindt;
- leerlingen of studenten hun gedrag aanpassen zodra een volwassene aanwezig is;
- degene die wordt gepest niet altijd durft te vertellen wat er gebeurt;
- groepsleden dezelfde ontkennende verklaring geven;
- het gedrag wordt verpakt als humor;
- online afspraken het zichtbare gedrag in de klas beïnvloeden;
- volwassenen vooral naar afzonderlijke incidenten kijken;
- degene die wordt gepest uiteindelijk boos, stil of teruggetrokken reageert;
- de reactie van de gepeste persoon zichtbaarder wordt dan het pestgedrag dat eraan voorafging.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te vragen wat er tijdens één incident is gebeurd. Kijk naar patronen, posities, relaties en reacties binnen de hele groep.
Subtiel pesten is een groepsproces
Pesten speelt zich zelden uitsluitend af tussen één persoon die pest en één persoon die wordt gepest. Andere groepsleden kunnen meedoen, aanmoedigen, lachen, wegkijken, zwijgen, informatie doorgeven, iemand buitensluiten of juist steun bieden.
Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen beschrijft pesten als een groepsproces waarin verschillende leerlingen invloed hebben op het ontstaan en voortduren van het pestgedrag. Naast degene die pest en degene die wordt gepest, zijn er onder meer assistenten, aanmoedigers, buitenstaanders en verdedigers. Ook minder opvallende vormen van verdedigen, zoals hulp halen of iemand achteraf steunen, kunnen belangrijk zijn. (University of Groningen)
Bij subtiel pesten is de rol van de groep extra belangrijk. De groep begrijpt vaak precies wat een blik, stilte, bijnaam of opmerking betekent, terwijl een docent alleen een ogenschijnlijk klein moment ziet.
Voorbeelden:
- Eén leerling trekt een gezicht en meerdere leerlingen beginnen te lachen.
- Een leerling kijkt naar een bepaalde klasgenoot voordat die antwoord geeft.
- Niemand zegt dat een leerling niet mee mag doen, maar niemand maakt ruimte.
- Een student wordt niet uit een projectgroep gezet, maar krijgt geen inhoudelijke taak.
- Een klasgenoot maakt een opmerking die voor volwassenen neutraal klinkt, maar in de groep een bekende dubbele betekenis heeft.
- Een groep reageert enthousiast op berichten van iedereen, behalve op berichten van één persoon.
- Verschillende leerlingen zeggen afzonderlijk dat het “toeval” is dat steeds dezelfde persoon wordt vergeten.
De sociale betekenis van het gedrag ontstaat dus niet alleen door wat één persoon doet, maar ook door hoe de rest van de groep reageert.
Wanneer is subtiel gedrag pesten?
Om te beoordelen of mogelijk sprake is van pesten, moet je verder kijken dan één losse gebeurtenis. Stel jezelf de volgende vragen:
- Komt het gedrag vaker voor?
- Is steeds dezelfde leerling of student het doelwit?
- Is sprake van een machtsverschil?
- Kan de leerling of student het gedrag zelf stoppen?
- Wordt het gedrag door meerdere groepsleden ondersteund?
- Verandert het gedrag zodra een volwassene aanwezig is?
- Heeft het gedrag invloed op de veiligheid, deelname of het welzijn van de leerling of student?
- Speelt het gedrag op meerdere plaatsen, zoals in de klas, tijdens pauzes, in groepsapps of tijdens projecten?
- Wordt het gedrag ontkend met uitspraken als “het was maar een grapje”, “dat bedoelden we niet” of “die persoon doet zelf nooit mee”?
- Is de reactie van de gepeste leerling inmiddels zichtbaarder geworden dan het oorspronkelijke gedrag?
Een duidelijk pestpatroon kan bestaan uit veel kleine gedragingen die samen een grote impact hebben.
Soorten subtiel pestgedrag
Structureel negeren
Bij structureel negeren wordt iemand behandeld alsof die persoon niet aanwezig is.
Voorbeelden:
- geen antwoord geven op vragen;
- niet reageren wanneer iemand groet;
- over iemand heen praten;
- een bijdrage niet erkennen;
- alleen via anderen met iemand communiceren;
- stilvallen wanneer iemand erbij komt;
- in een groepsapp op iedereen reageren behalve op één persoon.
Een enkele gemiste reactie hoeft niets te betekenen. Wanneer dezelfde persoon steeds wordt genegeerd en andere groepsleden dit patroon volgen, kan sprake zijn van subtiel pesten.
Sociaal buitensluiten
Buitensluiten hoeft niet te betekenen dat iemand openlijk hoort dat die niet welkom is. Het kan ook gebeuren door voortdurend sociale drempels op te werpen.
Voorbeelden:
- nooit een stoel vrijhouden;
- iemand niet uitnodigen voor informele activiteiten;
- zeggen dat een groep “al vol” is;
- pas afspreken nadat één persoon is vertrokken;
- gezamenlijke plannen geheimhouden;
- een aparte groepsapp maken;
- doen alsof vergeten is iemand uit te nodigen;
- een leerling alleen toelaten wanneer een volwassene het ziet.
Structureel buitensluiten is niet hetzelfde als dat kinderen of jongeren niet met iedereen bevriend hoeven te zijn. Het wordt problematisch wanneer één persoon herhaald wordt uitgesloten, de hele groep daarin meegaat en die persoon geen reële mogelijkheid meer heeft om deel te nemen.
Roddelen en geruchten verspreiden
Roddelen gebeurt meestal buiten het directe gehoor van degene over wie wordt gesproken. Daardoor is het moeilijk vast te stellen en kan de sociale positie van iemand worden beschadigd zonder dat die persoon weet wat er wordt verteld.
Voorbeelden:
- verhalen verspreiden over iemands gedrag;
- informatie verdraaien;
- anderen waarschuwen om niet met iemand om te gaan;
- privé-informatie delen;
- suggereren dat iemand onbetrouwbaar, raar of lastig is;
- een conflict eenzijdig doorvertellen;
- screenshots of oude berichten zonder context delen.
Verhulde opmerkingen
Sommige opmerkingen klinken voor een buitenstaander neutraal, maar hebben binnen de groep een kwetsende betekenis.
Voorbeelden:
- “Doe niet zo gevoelig.”
- “Jij begrijpt dat toch niet.”
- “Dat is weer typisch iets voor jou.”
- “Rustig maar, het was een grapje.”
- “Wij zeggen alleen wat iedereen denkt.”
- “Je hoeft niet overal bij te zijn.”
- “Niemand heeft gezegd dat je niet mee mocht.”
- “We waren je gewoon vergeten.”
- “Jij bent toch liever alleen?”
- “Daar komt die weer.”
Ook complimenten kunnen kleinerend worden gebruikt, bijvoorbeeld door overdreven te klappen wanneer iemand een eenvoudig antwoord geeft.
Blikken, mimiek en lichaamstaal
Non-verbaal pestgedrag is moeilijk te beschrijven, maar kan voor degene die wordt gepest zeer duidelijk zijn.
Voorbeelden:
- met de ogen rollen;
- zuchten zodra iemand begint te spreken;
- elkaar aankijken en lachen;
- wegschuiven wanneer iemand gaat zitten;
- een stoel of tas verplaatsen;
- iemand van top tot teen bekijken;
- met gebaren naar iemand verwijzen;
- demonstratief fluisteren;
- een afwijzende gezichtsuitdrukking tonen;
- steeds controleren hoe een invloedrijke leerling reageert.
Uitsluiten van informatie
Iemand kan formeel onderdeel zijn van een groep, maar toch niet kunnen deelnemen doordat informatie wordt achtergehouden.
Voorbeelden:
- een roosterwijziging niet doorgeven;
- afspraken alleen in een aparte app bespreken;
- een deadline verkeerd doorgeven;
- vergaderingen of overleggen verplaatsen zonder iemand te informeren;
- zeggen dat een taak al verdeeld is;
- lesmateriaal of projectinformatie niet delen;
- informatie bewust zo laat geven dat iemand geen goede bijdrage meer kan leveren.
Iemand gebruiken zonder erbij te laten horen
Een leerling of student kan worden buitengesloten, maar wel worden benaderd wanneer de groep iets nodig heeft.
Voorbeelden:
- alleen contact zoeken voor huiswerkantwoorden;
- iemand het grootste deel van een project laten uitvoeren;
- een leerling alleen kiezen omdat die goede cijfers haalt;
- materiaal, eten of geld vragen zonder sociale betrokkenheid;
- iemand laten helpen maar niet uitnodigen voor de afsluiting;
- een student al het voorbereidende werk laten doen en de presentatie door anderen laten uitvoeren.
Publiekelijk corrigeren of kleineren
Sommige leerlingen of studenten proberen hun positie te versterken door anderen steeds zichtbaar te corrigeren.
Voorbeelden:
- iedere verspreking verbeteren;
- zuchten bij een fout antwoord;
- overdreven uitleggen wat iemand verkeerd doet;
- iemands bijdrage samenvatten alsof die onduidelijk was;
- zeggen dat iemand “het weer niet begrijpt”;
- fouten in een groepsapp delen;
- iemand voor de groep aanspreken op kleine onvolkomenheden.
Correctie is niet automatisch pesten. Let op de toon, herhaling, machtsverhouding, het publiek en de vraag of steeds dezelfde persoon wordt gecorrigeerd.
Voorwaardelijke toelating
Iemand mag alleen deelnemen wanneer die persoon zich aanpast aan de eisen van de groep.
Voorbeelden:
- alleen mee mogen doen wanneer iemand iets meeneemt;
- kleding, uiterlijk of gedrag moeten aanpassen;
- persoonlijke informatie moeten delen;
- een vernederende opdracht uitvoeren;
- iemand anders moeten uitsluiten;
- instemmen met roddels om zelf geaccepteerd te blijven;
- toegang tot een groepsapp moeten “verdienen”.
Plausibele ontkenning
Subtiel pestgedrag wordt vaak zo uitgevoerd dat degene die pest achteraf kan ontkennen dat er een bedoeling achter zat.
Veelgebruikte reacties zijn:
- “Het was toeval.”
- “Dat heb ik nooit zo gezegd.”
- “We moesten gewoon lachen.”
- “Die persoon kwam zelf niet.”
- “Iedereen mag erbij.”
- “Wij hebben niets gedaan.”
- “Het was maar één keer.”
- “Die begrijpt onze humor niet.”
- “Wij mogen toch zelf kiezen met wie we omgaan?”
Kijk daarom niet alleen naar de verklaring van één gebeurtenis, maar naar het terugkerende patroon.
Subtiele vormen van pesten in het primair onderwijs
In het primair onderwijs is subtiel pesten vaak zichtbaar in spel, zitplaatsen, keuzes, uitnodigingen, materialen en non-verbale reacties. Jonge kinderen kunnen al goed begrijpen wie populair is, wie invloed heeft en wie gemakkelijk kan worden buitengesloten.
Voorbeelden in de klas
- Een leerling houdt steeds een stoel bezet met een tas wanneer een bepaald kind wil gaan zitten.
- Kinderen beginnen te giechelen zodra één leerling een antwoord geeft.
- Niemand zegt dat een kind niet mee mag doen, maar de spelregels worden steeds veranderd zodra het kind aansluit.
- Een leerling wordt bij groepsopdrachten steeds als laatste gekozen.
- Kinderen geven elkaar materialen door, maar slaan één leerling over.
- Een kind krijgt alleen de minst aantrekkelijke taak.
- Een leerling zegt steeds: “Wij hebben al genoeg kinderen in ons groepje.”
- Kinderen kijken eerst naar een populaire leerling voordat zij bepalen of een antwoord grappig of goed is.
- Een kind wordt alleen benaderd wanneer anderen iets willen lenen.
- Een leerling krijgt te horen dat iets geheim is en dat die persoon het niet mag weten.
Voorbeelden tijdens buitenspelen
- Een spel begint telkens opnieuw zodra een bepaald kind wil aansluiten.
- De regels worden zo aangepast dat één leerling steeds verliest.
- Een kind mag alleen meedoen in een ondergeschikte rol.
- De bal wordt nooit naar dezelfde leerling gespeeld.
- Kinderen lopen weg zonder letterlijk te zeggen dat iemand niet mee mag.
- Een leerling wordt steeds naar een andere groep doorgestuurd.
- Een kind wordt aangewezen als degene die altijd moet zoeken, tikken of opruimen.
- Andere kinderen stoppen met spelen zodra een volwassene vraagt of iedereen mee mag doen.
Voorbeelden rond traktaties en uitnodigingen
- Uitnodigingen worden zichtbaar uitgedeeld behalve aan één kind.
- Een kind hoort in de klas uitgebreid over een feestje waarvoor het als enige niet is uitgenodigd.
- Kinderen spreken af om niet naar het feestje van een bepaalde leerling te gaan.
- Een leerling krijgt alleen een uitnodiging nadat een volwassene heeft ingegrepen.
- Een verjaardagscadeau wordt gebruikt om te laten zien wie wel en niet bij de groep hoort.
Niet iedere leerling hoeft voor ieder privéfeest te worden uitgenodigd. Het wordt sociaal onveilig wanneer uitnodigingen bewust worden ingezet om iemand te vernederen, isoleren of een lagere positie in de groep te geven.
Signalen bij een leerling in het primair onderwijs
Mogelijke signalen zijn:
- niet meer naar school willen;
- vaak buikpijn of hoofdpijn hebben;
- bang zijn voor pauzes, gym of overblijven;
- zeggen dat niemand met die persoon wil spelen;
- vaak spullen kwijt zijn;
- plotseling boos of verdrietig thuiskomen;
- geen namen van klasgenoten meer noemen;
- niet willen trakteren of een verjaardag vieren;
- voortdurend controleren wie er aanwezig is;
- alleen bij volwassenen willen blijven;
- sociaal gedrag sterk aanpassen om geaccepteerd te worden.
Eén signaal bewijst niet dat sprake is van pesten. Een combinatie van signalen en een terugkerend patroon vraagt om nader onderzoek.
Subtiele vormen van pesten in het voortgezet onderwijs
In het voortgezet onderwijs wordt pestgedrag vaak minder zichtbaar voor volwassenen. Leerlingen bewegen door verschillende lokalen, hebben meerdere docenten en onderhouden voortdurend contact via sociale media en groepsapps. Daardoor ziet iedere docent slechts een klein deel van het groepsproces.
Voorbeelden in de klas
- Een leerling wordt nooit naast iemand gelaten.
- Klasgenoten zuchten wanneer een leerling een vraag stelt.
- Een antwoord wordt overdreven herhaald of nagebootst.
- Een leerling wordt steeds onderbroken.
- Klasgenoten kijken naar elkaar en lachen zonder uitleg.
- Een leerling krijgt bij groepswerk geen inhoudelijke rol.
- Een bijdrage wordt genegeerd en later door iemand anders herhaald.
- Een leerling wordt alleen gekozen om het werk te doen.
- Klasgenoten doen alsof zij de naam van de leerling niet weten.
- Een bijnaam wordt gebruikt die voor docenten onschuldig klinkt.
- Een leerling krijgt steeds opmerkingen over kleding, geur, stem, cijfers of gedrag.
- De stoel of tas van een leerling wordt verplaatst.
- Een docent hoort alleen de boze reactie, maar mist de blikken en opmerkingen die eraan voorafgingen.
Voorbeelden in pauzes en tussen lessen
- Een groep loopt weg zodra één leerling aansluit.
- Er wordt steeds net geen plaats vrijgehouden.
- Een leerling staat wel bij de groep, maar niemand spreekt die persoon aan.
- Klasgenoten organiseren zichtbaar activiteiten waar één leerling buiten blijft.
- Leerlingen wisselen van tafel zodra iemand gaat zitten.
- Eén leerling moet altijd tassen bewaken.
- Een klasgenoot wordt alleen aangesproken om eten, geld of spullen te delen.
- De route door de school wordt gebruikt om iemand te ontwijken of op te wachten.
Voorbeelden tijdens gym
- Een leerling wordt steeds als laatste gekozen.
- Teamgenoten spelen bewust niet over.
- Fouten van één leerling worden overdreven benadrukt.
- Klasgenoten lachen bij omkleden of lichamelijke oefeningen.
- Een leerling krijgt steeds de schuld van verlies.
- Teamindelingen worden gebruikt om sociale posities te bevestigen.
- Klasgenoten weigeren een leerling aan te raken bij samenwerkingsopdrachten.
- Opmerkingen over lichaam, conditie of motoriek worden als humor gepresenteerd.
Voorbeelden in groepsapps en sociale media
- Een leerling wordt steeds opnieuw uit de groepsapp verwijderd.
- Er bestaat een tweede groepsapp zonder één klasgenoot.
- Berichten van één leerling worden gezamenlijk genegeerd.
- Een leerling krijgt expres verkeerde informatie over huiswerk of roosters.
- Screenshots van berichten worden buiten de groep gedeeld.
- Foto’s worden geplaatst waarop iemand bewust ongunstig is afgebeeld.
- Een leerling wordt wel getagd in vernederende berichten, maar niet in positieve berichten.
- Klasgenoten reageren met dezelfde emoji of vaste reactie om iemand belachelijk te maken.
- Een bericht wordt verwijderd voordat volwassenen het kunnen zien.
- Online afspraken leiden de volgende dag tot zichtbaar buitensluiten in de klas.
Online en offline pestgedrag zijn vaak geen afzonderlijke werelden. Wat online wordt afgesproken, kan in de klas zichtbaar worden. Andersom kan een gebeurtenis op school ’s avonds online doorgaan. De overheid benadrukt dat kinderen zowel in de fysieke als digitale wereld recht hebben op bescherming en veiligheid. (Rijksoverheid)
Signalen bij een leerling in het voortgezet onderwijs
Mogelijke signalen zijn:
- vaak te laat komen om drukke momenten te vermijden;
- pauzes doorbrengen bij docenten of in toiletten;
- niet meer willen deelnemen aan excursies of schoolfeesten;
- plotseling van kledingstijl veranderen;
- voortdurend de telefoon controleren;
- spanning na meldingen of berichten;
- groepsapps verlaten of steeds opnieuw worden toegevoegd;
- schoolresultaten die achteruitgaan;
- veel afwezig zijn;
- boos reageren wanneer naar klasgenoten wordt gevraagd;
- alleen willen samenwerken;
- extreem hard werken voor groepsopdrachten;
- geen aandacht willen vestigen op succes of goede cijfers.
Subtiele vormen van pesten in het middelbaar beroepsonderwijs
In het middelbaar beroepsonderwijs wordt pesten soms minder snel herkend omdat studenten ouder zijn en van hen wordt verwacht dat zij conflicten zelfstandig oplossen. Pesten verdwijnt echter niet automatisch wanneer jongeren ouder worden. De vorm kan juist subtieler en strategischer worden.
Pestgedrag kan plaatsvinden in de klas, tijdens projecten, in groepsapps, bij praktijklessen en tijdens stage.
Voorbeelden in de klas
- Een student wordt niet betrokken bij gesprekken.
- Klasgenoten reageren alleen zakelijk wanneer zij iets nodig hebben.
- Een student krijgt geen plaats in projectgroepen.
- Een groep zegt dat de taakverdeling al rond is.
- Bijdragen van één student worden steeds als onbruikbaar bestempeld.
- Klasgenoten lachen om taalgebruik, accent, kleding, niveau of achtergrond.
- Een student wordt voortdurend als ongemakkelijk, lastig of raar neergezet.
- Andere studenten stoppen met praten wanneer de student binnenkomt.
- Er worden stiltes en blikken gebruikt om duidelijk te maken dat iemand niet gewenst is.
- Een student wordt alleen betrokken voor kennis, vervoer, geld of praktische hulp.
Voorbeelden bij projectgroepen
- Eén student doet achter de schermen vrijwel al het werk.
- Andere groepsleden leveren te laat of helemaal niets aan.
- De student durft niets te zeggen omdat die ook geen onvoldoende wil halen.
- Tijdens controlemomenten doet de groep alsof het werk eerlijk is verdeeld.
- Een student wordt niet uitgenodigd voor overleg, maar wel verantwoordelijk gehouden voor het eindresultaat.
- Taken worden mondeling anders verdeeld dan in het verslag staat.
- Namen van niet-bijdragende groepsleden worden zonder overleg toegevoegd.
- Een student krijgt geen toegang tot bestanden of wijzigingen.
- De groep houdt informatie achter en verwijt de student daarna onvoldoende deelname.
- Een student moet fouten oplossen, terwijl anderen de presentatie verzorgen.
Docenten mogen niet automatisch verwachten dat taken in projectgroepen eerlijk zijn verdeeld. Individuele voortgang, individuele bijdragen en toegang tot gezamenlijke documenten moeten tussentijds zichtbaar worden gemaakt.
Voorbeelden tijdens praktijklessen
- Een student krijgt steeds de minst aantrekkelijke of vernederende taak.
- Materiaal wordt niet gedeeld.
- Een student wordt expres verkeerd geïnstrueerd.
- Klasgenoten weigeren samen te werken.
- Een student wordt bekritiseerd waar anderen fouten mogen maken.
- Er worden opmerkingen gemaakt over tempo, motoriek, taal of onzekerheid.
- Een student wordt publiekelijk gecorrigeerd door klasgenoten.
- De groep lacht wanneer een student iets niet direct begrijpt.
Voorbeelden tijdens stage
- Een stagiair ontvangt belangrijke informatie te laat.
- Collega’s spreken over de stagiair in plaats van met de stagiair.
- De stagiair wordt niet meegenomen in pauzes of overleg.
- Fouten worden breed gedeeld, terwijl goede prestaties worden genegeerd.
- De stagiair krijgt steeds onaantrekkelijke werkzaamheden.
- Een collega maakt kleinerende grappen over de opleiding of het niveau.
- De stagiair wordt als overgevoelig neergezet na het aangeven van een grens.
- School en stagebedrijf wijzen naar elkaar wanneer de student hulp zoekt.
- De student is afhankelijk van de beoordeling en durft daardoor weinig te zeggen.
Signalen bij een student in het middelbaar beroepsonderwijs
Mogelijke signalen zijn:
- vaak wisselen van projectgroep;
- lessen of stage vermijden;
- geen aansluiting ervaren bij de klas;
- extreem veel werk voor groepsopdrachten verrichten;
- geen namen willen noemen uit angst voor gevolgen;
- zeggen dat melden toch niets verandert;
- onzekerheid over eigen sociale vaardigheden;
- voortdurend excuses maken voor gedrag van anderen;
- opleiding of stage willen beëindigen zonder duidelijke inhoudelijke reden;
- een plotselinge daling in aanwezigheid of resultaten.
Subtiele vormen van pesten in het hoger onderwijs
In het hoger onderwijs kan pesten plaatsvinden binnen werkgroepen, projectteams, studentenverenigingen, introductieactiviteiten, groepsapps, stages en afstudeertrajecten. Afhankelijkheidsrelaties, groepsdruk en informele hiërarchie kunnen het moeilijk maken om pestgedrag te melden.
De overheid heeft benadrukt dat hogescholen en universiteiten een sociaal veilige leer- en werkomgeving moeten bieden en dat machtsmisbruik, discriminatie en intimidatie daarin geen plaats hebben. (Rijksoverheid)
Voorbeelden bij projecten en werkgroepen
- Een student wordt structureel onderbroken.
- Ideeën worden genegeerd en later door een andere student overgenomen.
- Een student krijgt alleen uitvoerende taken.
- Belangrijke keuzes worden gemaakt buiten het gezamenlijke overleg.
- Een student wordt niet toegevoegd aan relevante bestanden of communicatiekanalen.
- De groep gebruikt academische taal of voorkennis om iemand bewust buiten te sluiten.
- Een student wordt als minder intelligent neergezet.
- De student wordt wel verantwoordelijk gehouden, maar krijgt geen beslissingsruimte.
- Groepsleden leggen fouten bij één persoon neer.
- Een student wordt alleen betrokken om inhoudelijk werk te leveren.
Voorbeelden tijdens stages en afstuderen
- Een student krijgt structureel minder begeleiding.
- Vragen worden belachelijk gemaakt.
- Feedback wordt publiekelijk en kleinerend gegeven.
- De begeleider vergelijkt de student voortdurend negatief met anderen.
- Informatie over eisen of deadlines wordt onduidelijk gehouden.
- Een student durft geen melding te doen vanwege afhankelijkheid van beoordeling.
- Problemen worden afgedaan als onvoldoende zelfstandigheid.
- De student wordt niet betrokken bij informele of professionele activiteiten.
- Een stagiair wordt gebruikt voor taken zonder leermogelijkheid.
- Een student krijgt tegenstrijdige opdrachten en daarna kritiek op het resultaat.
Voorbeelden binnen studentenverenigingen en introductieactiviteiten
- Toelating is afhankelijk van vernederende opdrachten.
- Studenten moeten persoonlijke informatie delen.
- Bijnamen en rituelen worden gebruikt om hiërarchie te bevestigen.
- Een student wordt bedreigd met uitsluiting wanneer die niet meedoet.
- Groepsapps worden gebruikt voor sociale controle.
- Foto’s of filmpjes worden zonder toestemming gedeeld.
- Ouderejaars bepalen wie erbij hoort.
- Kwetsend gedrag wordt gerechtvaardigd als traditie.
- Studenten spreken zich niet uit uit angst hun sociale netwerk te verliezen.
Signalen bij een student in het hoger onderwijs
Mogelijke signalen zijn:
- werkgroepen of colleges vermijden;
- stoppen met een vereniging of project;
- ongewoon veel individueel werk verrichten;
- angst voor beoordelingen of groepsfeedback;
- voortdurend eigen gedrag aanpassen;
- niet meer deelnemen aan informele activiteiten;
- vertraging oplopen zonder inhoudelijke verklaring;
- overwegen met de opleiding of stage te stoppen;
- geen melding durven doen door afhankelijkheid van een begeleider of groep.
Hoe herken je online subtiel pesten?
Online subtiel pesten is niet altijd zichtbaar als een openlijk kwetsend bericht. Het kan juist bestaan uit gezamenlijk negeren, verborgen groepen, uitsluiten van informatie en het manipuleren van online zichtbaarheid.
Voorbeelden zijn:
- steeds geen reactie krijgen terwijl anderen wel antwoord krijgen;
- expres niet worden toegevoegd aan groepsapps;
- herhaald uit groepen worden verwijderd;
- aparte groepen maken om over iemand te praten;
- berichten liken die iemand indirect belachelijk maken;
- gezamenlijk dezelfde spottende reactie plaatsen;
- foto’s plaatsen waarop iemand bewust ongunstig staat;
- iemand niet taggen in gezamenlijke herinneringen;
- online activiteiten organiseren zonder één persoon;
- expres verkeerde informatie over opdrachten of afspraken doorgeven;
- screenshots verspreiden zonder context;
- berichten verwijderen nadat de gepeste persoon ze heeft gezien;
- een account imiteren;
- inside jokes gebruiken die één persoon vernederen;
- subtiele verwijzingen plaatsen die alleen betrokkenen begrijpen.
Let niet alleen op de inhoud van één bericht. Kijk ook naar timing, herhaling, bereik, reacties van anderen en de verbinding met wat er offline gebeurt.
Welke signalen wijzen op een onveilige groepsdynamiek?
Een onveilige groepsdynamiek is niet alleen zichtbaar aan degene die mogelijk wordt gepest. Ook het gedrag van de rest van de groep geeft belangrijke informatie.
Signalen in de groep kunnen zijn:
- leerlingen kijken voortdurend naar een informele leider;
- de klas valt stil wanneer bepaalde leerlingen binnenkomen;
- veel leerlingen lachen zonder dat duidelijk is waarom;
- dezelfde leerling is steeds het onderwerp van grapjes;
- leerlingen durven elkaar niet tegen te spreken;
- fouten van sommige leerlingen worden uitvergroot;
- een kleine groep bepaalt zitplaatsen, teams en afspraken;
- leerlingen geven opvallend vaak dezelfde verklaring;
- niemand weet zogenaamd wat er is gebeurd;
- gedrag verandert onmiddellijk wanneer een volwassene nadert;
- leerlingen zeggen individueel iets anders dan in de groep;
- één leerling krijgt steeds de schuld van spanningen;
- de reactie van de gepeste leerling wordt gebruikt als bewijs dat die persoon zelf het probleem is;
- er is veel onderling gefluister, kijken en digitaal contact tijdens lessen;
- leerlingen zijn vooral bezig met hun positie en minder met de opdracht.
Waarom vertelt een leerling of student niet altijd dat die wordt gepest?
Niet vertellen betekent niet dat er niets gebeurt. Een leerling of student kan zwijgen omdat die:
- bang is dat het pesten erger wordt;
- vreest zelf de schuld te krijgen;
- niet als klikspaan wil worden gezien;
- niet precies kan bewijzen wat er gebeurt;
- bang is vrienden of groepspositie te verliezen;
- eerder heeft gemeld zonder dat er iets veranderde;
- denkt dat het gedrag niet ernstig genoeg wordt gevonden;
- zich schaamt;
- bang is dat volwassenen de betrokkenen direct samenbrengen;
- niet wil dat ouders of klasgenoten worden geïnformeerd;
- afhankelijk is van de groep voor cijfers, stage of sociale contacten;
- is gaan geloven dat het aan de eigen persoonlijkheid ligt.
Vraag daarom niet alleen: “Word je gepest?” Deze directe vraag kan te groot, te beladen of te moeilijk zijn.
Stel concretere vragen, zoals:
- Met wie zit je meestal?
- Bij wie kun je aansluiten?
- Wie bepaalt meestal de groepjes?
- Wat gebeurt er wanneer jij iets zegt?
- Zijn er momenten waarop je liever niet naar school gaat?
- Wat gebeurt er in de groepsapp?
- Krijg jij dezelfde informatie als de anderen?
- Wie helpt jou wanneer iets vervelends gebeurt?
- Zijn er grapjes die anderen niet begrijpen, maar jij wel?
- Wat gebeurt er vlak voordat jij boos, verdrietig of stil wordt?
- Waar en wanneer voel jij je het minst veilig?
Wat kunnen leerkrachten en docenten doen om subtiel pesten te herkennen?
Observeer bij binnenkomst
Kijk niet alleen tijdens de les. Juist bij binnenkomst is veel zichtbaar.
Let op:
- wie naast wie gaat zitten;
- voor wie geen plaats wordt vrijgehouden;
- wie wordt begroet;
- wie wordt genegeerd;
- wie naar wie kijkt;
- wie spanning veroorzaakt;
- wie zich aanpast zodra iemand binnenkomt;
- wie steeds alleen binnenkomt;
- welke leerling eerst de groep scant voordat die gaat zitten.
Wanneer een melding is gedaan, is het extra belangrijk om gedurende meerdere dagen bewust te observeren hoe leerlingen binnenkomen en op elkaar reageren.
Observeer overgangen
Subtiel pesten vindt vaak plaats tijdens momenten waarop toezicht minder direct is:
- voor en na de les;
- bij lokaalwisselingen;
- tijdens het vormen van groepjes;
- bij het uitdelen van materialen;
- in pauzes;
- tijdens gym;
- bij excursies;
- bij aankomst en vertrek;
- tijdens online samenwerking;
- rondom presentaties en beoordelingen.
Kijk naar patronen
- Noteer concreet wat je ziet en hoort. Vermijd algemene omschrijvingen als “de sfeer is niet goed”.
Schrijf bijvoorbeeld:
- “Bij het vormen van groepjes liepen drie leerlingen direct naar elkaar toe. Toen leerling A aansloot, zeiden zij dat hun groep al vol was. Een minuut later werd leerling B wel toegelaten.”
Of:
- “Tijdens het antwoord van leerling A keken vier leerlingen naar leerling C. Leerling C trok de wenkbrauwen op, waarna de anderen lachten. Dit gebeurde tijdens dezelfde les drie keer.”
Concrete observaties helpen om patronen te herkennen en informatie tussen collega’s te delen.
Vergelijk verschillende situaties
Vraag collega’s wat zij zien tijdens andere lessen. Een leerling kan zich in het ene vak veilig voelen en in een ander vak niet. Vergelijk:
- verschillende lessen;
- pauzes;
- praktijkuren;
- gym;
- mentormomenten;
- projecten;
- online communicatie;
- stage;
- buitenschoolse activiteiten.
Kijk achter zichtbaar gedrag
Een leerling die boos reageert, wegloopt, weigert samen te werken of een andere leerling uitscheldt, hoeft niet degene te zijn bij wie het probleem begon. De zichtbare reactie kan het gevolg zijn van langdurige subtiele provocaties.
Vraag daarom:
- Wat gebeurde er vlak daarvoor?
- Is dit vaker gebeurd?
- Welke reacties gingen eraan vooraf?
- Wie waren erbij?
- Hoe reageerde de groep?
- Wat gebeurde online voordat de les begon?
Hoe reageer je direct op subtiel pestgedrag?
Je hoeft niet altijd eerst te bewijzen dat sprake is van pesten om een duidelijke grens te stellen aan onveilig gedrag. Je kunt bijvoorbeeld zeggen:
- “Ik zie dat er wordt gekeken en gelachen wanneer iemand iets zegt. Dat gedrag stoppen we.”
- “Ik merk dat er geen plaats wordt vrijgemaakt. In deze klas zorgen we dat iedereen kan deelnemen.”
- “Ik hoor dat deze bijnaam opnieuw wordt gebruikt. Als iemand aangeeft dat een bijnaam niet prettig is, gebruiken we die niet.”
- “Ik zie dat één leerling steeds wordt onderbroken. Die leerling maakt nu eerst de zin af.”
- “Ik merk dat belangrijke informatie niet bij iedereen terechtkomt. Vanaf nu delen we alle projectinformatie via één gezamenlijk kanaal.”
- “Ik zie dat steeds dezelfde persoon de minst aantrekkelijke taak krijgt. We gaan de taken opnieuw en controleerbaar verdelen.”
- “Ik hoor dat het een grapje wordt genoemd. Het effect is dat iemand wordt buitengesloten. Daarom stoppen we ermee.”
- Benoem wat je waarneemt zonder de leerling die mogelijk wordt gepest of de leerling die een melding heeft gedaan herkenbaar te maken.
Wat moet je niet doen bij subtiel pesten?
Veelgemaakte fouten zijn:
- zeggen dat de leerling het moet negeren;
- adviseren harder voor zichzelf op te komen;
- vragen waarom de leerling niet gewoon bij anderen gaat zitten;
- uitsluitend kijken naar één incident;
- de betrokkenen direct tegenover elkaar zetten;
- degene die wordt gepest in de klas laten vertellen wat er gebeurt;
- zonder voorbereiding een algemeen klassengesprek voeren;
- na één rustig moment aannemen dat het probleem is opgelost;
- alleen degene die pest aanspreken en de groepsreacties negeren;
- gedrag afdoen als meidenvenijn, jongensgedrag, pubergedrag of groepsvorming;
- zeggen dat niet iedereen bevriend hoeft te zijn;
- verwachten dat studenten het vanwege hun leeftijd zelf oplossen;
- alleen controleren of openlijk pestgedrag is gestopt;
- de reactie van de gepeste persoon als hoofdprobleem behandelen.
Pesten is geen gelijkwaardig conflict. Een bemiddelingsgesprek waarin beide partijen evenveel verantwoordelijkheid krijgen, kan het machtsverschil versterken.
Hoe pak je subtiel pesten aan?
1. Zorg voor directe veiligheid
Stop het concrete gedrag en onderzoek wat nodig is om de leerling of student veilig te laten deelnemen.
2. Verzamel concrete informatie
Noteer:
- wat er gebeurt;
- hoe vaak het gebeurt;
- waar het gebeurt;
- wie aanwezig zijn;
- wie initiatief neemt;
- wie ondersteunt;
- wie lacht;
- wie zwijgt;
- wie steun biedt;
- wat online gebeurt;
- welke gevolgen zichtbaar zijn.
3. Spreek betrokkenen afzonderlijk
Voorkom dat de leerling die wordt gepest het verhaal tegenover de hele groep moet verdedigen. Gesprekken met betrokkenen worden afzonderlijk en zorgvuldig gevoerd.
4. Onderzoek het groepsproces
Kijk niet alleen naar individuele gedragingen, maar ook naar:
- sociale posities;
- informele leiders;
- subgroepen;
- groepsnormen;
- onderlinge afhankelijkheid;
- status en populariteit;
- online invloed;
- momenten met weinig toezicht;
- leerlingen die veilig positieve invloed kunnen uitoefenen.
Bullying kan samenhangen met sociale beloningen zoals zichtbaarheid en populariteit binnen de groep. Daardoor is het belangrijk te onderzoeken welke reacties het gedrag status of steun geven. (RUG Research Portal)
5. Maak concrete afspraken
Een afspraak als “we moeten aardiger zijn” is te algemeen.
Maak afspraken over zichtbaar gedrag, bijvoorbeeld:
- iedereen ontvangt dezelfde informatie;
- niemand wordt publiekelijk kleinerend gecorrigeerd;
- bijnamen worden alleen gebruikt wanneer iemand die zelf prettig vindt;
- groepsindelingen worden niet steeds door dezelfde leerlingen bepaald;
- groepswerk wordt individueel gevolgd;
- meldingen worden niet in de groep bekendgemaakt;
- docenten delen observaties;
- toezicht wordt tijdelijk versterkt;
- online en offline signalen worden gezamenlijk onderzocht.
6. Verander de groepsnorm
Laat zien dat buitensluiten, meelachen, zwijgen en doorsturen invloed hebben. Maak kleine veilige acties concreet:
- niet meelachen;
- naast iemand gaan zitten;
- informatie doorgeven;
- iemand toevoegen aan het gesprek;
- hulp halen;
- na afloop steun geven;
- niet meedoen aan een aparte roddelgroep;
- een bericht niet doorsturen;
- een ander onderwerp beginnen;
- tegen een volwassene vertellen wat er gebeurt.
7. Blijf volgen
Vraag niet alleen of het pesten is gestopt. Controleer concreet:
- Kan de leerling veilig zitten?
- Wordt de leerling betrokken?
- Ontvangt de leerling alle informatie?
- Zijn de blikken, opmerkingen en bijnamen gestopt?
- Is het gedrag verplaatst naar online omgevingen?
- Zijn projecttaken eerlijker verdeeld?
- Durft de leerling weer deel te nemen?
- Zien verschillende docenten dezelfde verbetering?
- Is de groepsnorm werkelijk veranderd?
Een school heeft een wettelijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor sociale, psychische en fysieke veiligheid, de veiligheid van leerlingen te volgen en pestgedrag tegen te gaan. (Rijksoverheid)
De rol van omstanders bij subtiel pesten
Omstanders hebben vaak meer invloed dan zij zelf beseffen. Zij kunnen pestgedrag versterken door:
- te lachen;
- te kijken;
- berichten te liken;
- informatie door te geven;
- iemand niet toe te laten;
- de uitleg van de dominante groep over te nemen;
- te zwijgen;
- te doen alsof zij niets merken.
Omstanders kunnen ook bijdragen aan veiligheid door:
- iemand zichtbaar te betrekken;
- niet mee te lachen;
- naast iemand te gaan zitten;
- een gesprek te onderbreken;
- informatie wel door te geven;
- een leerling na afloop te steunen;
- hulp te halen;
- een melding te doen;
- niet mee te doen aan roddels;
- online berichten niet te verspreiden.
Niet iedere leerling durft openlijk tegen een populaire of dominante leerling in te gaan. Daarom is het belangrijk meerdere veilige handelingsmogelijkheden te bieden.
Veelgestelde vragen over subtiele vormen van pesten
Wat zijn subtiele vormen van pesten?
Subtiele vormen van pesten zijn terugkerende gedragingen die niet direct herkenbaar zijn als openlijk pestgedrag. Voorbeelden zijn structureel negeren, buitensluiten, roddelen, veelbetekenend kijken, informatie achterhouden, kwetsende bijnamen gebruiken en iemand alleen betrekken wanneer de groep die persoon nodig heeft.
Hoe herken je subtiel pestgedrag in de klas?
Let op herhaling, machtsverschillen en groepsreacties. Signalen zijn onder meer steeds dezelfde leerling negeren, lachen wanneer die persoon praat, geen plaats vrijhouden, informatie niet delen, voortdurend corrigeren en plotseling stilvallen wanneer een docent nadert.
Is buitensluiten altijd pesten?
Niet ieder kind, iedere jongere of iedere student hoeft met iedereen bevriend te zijn. Buitensluiten kan pesten worden wanneer dezelfde persoon herhaald wordt uitgesloten, de groep hierin meegaat, sprake is van een machtsverschil en de betrokken persoon het gedrag niet zelfstandig kan stoppen.
Is “het was maar een grapje” een geldige verklaring?
Humor maakt gedrag niet automatisch onschuldig. Kijk naar het effect, de herhaling, de machtsverhouding en de reactie van de groep. Wanneer steeds dezelfde persoon het mikpunt is en niet kan stoppen wat er gebeurt, kan sprake zijn van pesten.
Waarom zien docenten subtiel pesten vaak niet?
Subtiel pesten gebeurt vaak buiten hun directe zicht. Leerlingen gebruiken blikken, inside jokes, groepsapps en kleine sociale handelingen. Bovendien zien verschillende docenten slechts afzonderlijke delen van het groepsproces.
Kan negeren een vorm van pesten zijn?
Ja. Structureel negeren kan een vorm van relationeel pesten zijn wanneer het herhaald gebeurt, op dezelfde persoon is gericht en wordt gebruikt om iemand sociaal te isoleren of een lagere positie te geven.
Hoe herken je subtiel online pesten?
Let op gezamenlijk niet reageren, verborgen groepsapps, iemand steeds verwijderen, informatie achterhouden, indirecte verwijzingen, screenshots verspreiden en online afspraken die leiden tot buitensluiten in de klas.
Wat moet een docent doen bij een vermoeden van subtiel pesten?
Observeer meerdere situaties, leg concrete gedragingen vast, deel signalen met betrokken collega’s en spreek leerlingen afzonderlijk. Stel direct grenzen aan onveilig gedrag en onderzoek het volledige groepsproces.
Moet je de hele klas vertellen wie wordt gepest?
Nee. Maak de leerling die wordt gepest of een melding heeft gedaan niet herkenbaar. Bespreek gedrag, groepsnormen en verantwoordelijkheid zonder vertrouwelijke informatie bekend te maken.
Waarom is subtiel pesten schadelijk?
Subtiel pesten kan ervoor zorgen dat iemand voortdurend alert is, zich buitengesloten voelt en niet meer veilig durft deel te nemen. Doordat afzonderlijke incidenten klein lijken, kan het gedrag lang doorgaan zonder dat volwassenen ingrijpen.
Kan subtiel pesten ook voorkomen in het MBO en hoger onderwijs?
Ja. Pesten stopt niet automatisch wanneer studenten ouder worden. Het kan voorkomen in lessen, groepsprojecten, groepsapps, stages, studentenverenigingen en afstudeertrajecten. De vorm wordt vaak indirecter en moeilijker aantoonbaar.
Waarom moet subtiel pesten als groepsproces worden aangepakt?
Omdat andere groepsleden het gedrag kunnen ondersteunen, aanmoedigen, negeren of helpen stoppen. Pesten kan blijven bestaan wanneer het aandacht, invloed of status oplevert. Een duurzame verandering vraagt daarom ook om verandering van de groepsnorm.
Stop Pesten Nu: pesten herkennen en aanpakken als groepsproces
Stop Pesten Nu is een kennis-, informatie- en expertisecentrum over pesten en online pesten. Wij benaderen pesten niet uitsluitend als een probleem tussen degene die pest en degene die wordt gepest. Pesten is een groepsproces waarin ook meelopers, aanmoedigers, buitenstaanders, verdedigers en de geldende groepsnormen invloed hebben.
Stop Pesten Nu en Stop Pesten Nu Academy bieden kennis, materialen en opleidingen voor onder meer:
- leerkrachten;
- docenten;
- mentoren;
- Anti-Pestcoördinatoren;
- intern begeleiders;
- zorgcoördinatoren;
- schoolleiders;
- onderwijsassistenten;
- pedagogisch medewerkers;
- studieloopbaanbegeleiders;
- stagebegeleiders;
- ouders en verzorgers.
Wie subtiele vormen van pesten eerder leert herkennen, kan eerder ingrijpen. Kijk niet alleen naar grote incidenten. Juist de kleine, terugkerende signalen laten zien wat er werkelijk in een groep gebeurt.
Bronnen en wetenschappelijke onderbouwing
Deze pagina is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten over pesten als groepsproces, groepsrollen, relationeel pesten, sociale status en groepsdynamiek van onder anderen onderzoekers verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Onderzoek beschrijft dat bij pesten vaak meerdere groepsleden betrokken zijn en dat hun reacties het pestgedrag kunnen versterken of helpen stoppen. Scholen zijn daarnaast wettelijk verplicht zich in te spannen voor sociale, psychische en fysieke veiligheid en pestgedrag tegen te gaan. (University of Groningen)

