Onder de aankomende Wet vrij en veilig onderwijs (beoogde inwerkingtreding 1 augustus 2026) worden de vereisten voor scholen voor het aanpakken, registreren en melden van pestincidenten aanzienlijk aangescherpt. De wet stelt een 'basisnorm' vast waar elke school aan moet voldoen om sociale veiligheid te waarborgen.
De belangrijkste vereisten zijn:
1. Specifieke monitoring van pesten
Scholen zijn al verplicht de veiligheidsbeleving te monitoren, maar de nieuwe wet stelt aanvullende eisen:
- Verplichte uitvraag: In de jaarlijkse monitor moet voortaan specifiek worden gevraagd naar ervaringen met pesten, naast geweld, discriminatie en seksuele intimidatie.
- Doelgroep: In het basisonderwijs is monitoring verplicht voor alle leerlingen vanaf groep 5 (voorheen vaak vanaf groep 6) die daartoe in staat zijn. In het voortgezet onderwijs geldt dit voor alle leerlingen.
2. De coördinator veiligheidsbeleid
De huidige rol van de pestcoördinator wordt uitgebreid naar een bredere functie: de coördinator veiligheidsbeleid. Deze persoon krijgt de regie over het totale veiligheidsbeleid van de school, waarbij het anti-pestbeleid een vast en essentieel onderdeel blijft.
3. Verplichte registratie van incidenten
Scholen krijgen een registratieplicht voor veiligheidsincidenten die onder hun verantwoordelijkheid plaatsvinden of ernstige gevolgen hebben voor de orde op school.
- Wat registreren: 'Grove pesterijen' en 'stelselmatige pesterijen' worden expliciet genoemd als incidenten die scholen in hun administratie moeten bijhouden.
- Bewaartermijn: De volledige registratie mag maximaal twee jaar bewaard worden voor evaluatiedoeleinden, maar de aanduiding van het type incident en het schooljaar mogen maximaal 10 jaar bewaard worden om trends te monitoren.
4. Meldplicht bij de Inspectie voor ernstige gevallen
Voor de meest ernstige vormen van pesten komt er een onverwijlde meldplicht bij de Inspectie van het Onderwijs. Scholen moeten incidenten melden wanneer er sprake is van:
- Stelselmatige pesterijen die resulteren in zwaar lichamelijk letsel of de dood. Het doel hiervan is dat de Inspectie direct op de hoogte is van situaties die het veilige schoolklimaat ernstig aantasten.
5. Ondersteuning via vertrouwenspersonen
Scholen worden verplicht om zowel een interne als een externe vertrouwenspersoon aan te stellen voor leerlingen, ouders en personeel. Hun taak is het opvangen, begeleiden en adviseren van slachtoffers die onveiligheid ervaren, zoals bij pesten. Zij hebben een wettelijke geheimhoudingsplicht om de veiligheid van de melder te borgen.
6. Bindend klachtenstelsel
Als de interne aanpak van een pestincident niet volstaat, wordt de positie van ouders en leerlingen versterkt:
- Landelijke klachtencommissie: Scholen moeten zich verplicht aansluiten bij een door de minister aangewezen landelijke klachtencommissie.
- Bindend oordeel: Het bevoegd gezag is in principe verplicht het oordeel en de aanbevelingen van deze commissie op te volgen, tenzij er dringende (zwaarwegende) redenen zijn om hiervan af te wijken.
7. Jaarlijkse evaluatie en verantwoording
Het schoolbestuur moet het veiligheidsbeleid (inclusief de aanpak van pesten) jaarlijks evalueren. Hierbij moeten verplicht de volgende bronnen worden gebruikt:
- De resultaten van de leerlingmonitor.
- De incidentenregistratie.
- Het jaarverslag en de adviezen van de vertrouwenspersonen. De resultaten van deze evaluatie moeten worden gedeeld met de medezeggenschapsraad.

