Lesidee VMBO en VSO De stage uitdaging | Stop Pesten Nu

VMBO en VSO De stage uitdaging

Doelgroep: leerlingen ± 12–14 jaar, gericht op school, stage, werkvloer, sport en online omgevingen, inclusief leerlingen met gedragsproblematiek, ASS, ADHD, verstandelijke beperking en leerlingen die niet of beperkt verbaal communiceren  

Duur: 55–60 minuten  

Groepsgrootte: hele klas, gewerkt in vaste teams van 3–4

1. Kerngegevens en lesdoelen

1.1 Kernboodschap 

Pesten stopt niet door één dader te straffen — het stopt doordat de hele groep, of dat nu een klas, een stagebedrijf, een sportteam of een groepsapp is, anders gaat reageren. Jij hebt daar altijd invloed op, ook straks op je stage of je werk.

1.2 Lesdoelen

  • De leerling herkent subtiele signalen van pesten en uitsluiting in vier verschillende omgevingen: school/klas, stage/werkvloer, sport en online.
  • De leerling kiest, gegeven een concrete situatie, het meest passende gedrag uit meerdere opties en onderbouwt die keuze.
  • De leerling formuleert een eigen, persoonlijke afspraak met zichzelf over hoe hij/zij zich de komende tijd wil opstellen — op school, stage, in het team of online.
  • De docent krijgt een direct bruikbaar signaleringsinstrument, inclusief signalen die typisch zijn voor stage- en werksituaties.

1.3 Waarom deze les zo is opgebouwd

Deze leeftijdsgroep bereidt zich voor op stage, werk en meer zelfstandigheid. Daarom verlaat deze les bewust het schoolplein als enige decor en werkt met een uitdagend circuit langs vier realistische omgevingen. De werkvorm (uitdagingscircuit met opdrachtkaarten en een eindpuzzel) verschilt bewust van de kringoefening/het poppenverhaal (onderbouw) en het detective-onderzoek (middenbouw), zodat leerlingen die op meerdere niveaus zitten actief en concreet blijven werken zonder herhaling van eerdere werkvormen.

2. Wetenschappelijke onderbouwing

Pepler en Craig (PREVNet, Canada) beschrijven pesten als een relationeel machtsprobleem waarin de groep — ongeacht of dit een klas, een team of een werkvloer is — een centrale rol speelt. In hun observationele onderzoek deden omstanders in 21% van de gevallen actief mee, greep 25% in, en keek 54% passief toe zonder in te grijpen. Deze groepsdynamiek verandert niet vanzelf zodra jongeren ouder worden of van omgeving wisselen (school naar stage naar werk); de vaardigheid om te signaleren en in te grijpen moet actief geoefend worden.

Onderzoek van Cappadocia, Weiss en Pepler (2012) laat zien dat 77% van de onderzochte jongeren met een autismespectrumstoornis in de voorafgaande maand was gepest. De Anti-Bullying Alliance (VK) benadrukt daarnaast dat online pesten voor jongeren met SEND vaak een voortzetting is van pesten dat ze al in persoon meemaken, en dat dit vaak onopgemerkt blijft doordat volwassenen minder zicht hebben op online omgevingen.

De Britse overheid (Department for Education, "Preventing and Tackling Bullying") wijst scholen erop dat voorbereiding op stage en werk een goed moment is om leerlingen te leren dat anti-pestvaardigheden meegaan naar iedere nieuwe groep waarin zij terechtkomen — dit vormt de directe aanleiding voor de opzet van deze les rond stage- en werksituaties.

De afsluitende persoonlijke commitment-kaart in deze les sluit aan bij de herstelgerichte (restorative) benadering van Margaret Thorsborne (Australië): niet een opgelegde regel, maar een eigen, doordachte keuze voor hoe je met anderen om wilt gaan.

Gebruikte bronnen bij deze onderbouwing

  • Craig, W. & Pepler, D. — PREVNet, Canada.
  • Cappadocia, M.C., Weiss, J.A. & Pepler, D. (2012). Journal of Autism and Developmental Disorders.
  • Anti-Bullying Alliance (VK) — Online bullying and SEN/disability.
  • Department for Education (VK) — Preventing and Tackling Bullying (GOV.UK).
  • Thorsborne, M. — Restorative Practices and Bullying.

Volledige bronnenlijst met directe URL's: zie hoofdstuk 10.

3. Checklist voorbereiding docent

► Download het volledige lespakket hier.

3.1 Materialen

  • Vier "stations" in het lokaal (of gangen ernaast), elk met een bordje: SCHOOL, STAGE/WERKVLOER, SPORT, ONLINE.
  • Bij elk station: één situatiekaart (zie hoofdstuk 5) en een setje multiple-choice antwoordkaarten (A/B/C).
  • Bij elk station een envelop met een puzzelstuk/letter die het team krijgt bij het juiste antwoord (de vier stukken vormen samen de slotzin, zie 4.2).
  • Twee bordjes "JUIST" en "ONJUIST" per leerling of team voor de openingsoefening.
  • Persoonlijke commitment-kaartjes (klein formaat, pasfoto-formaat) voor de afsluiting, plus pennen.
  • Een rustige plek beschikbaar voor een leerling die overprikkeld raakt van het circuitwerken.

3.2 Vooraf checken bij jezelf als docent

  • Weet ik welke leerlingen stage lopen of gaan lopen, en kan ik het stage-station daarop laten aansluiten?
  • Is er een leerling die zelf weleens wordt buitengesloten (op school, in een team, of online)? Behandel de casussen met extra zachtheid en vraag niet naar eigen ervaringen in de groep.
  • Heb ik teams van tevoren ingedeeld met een goede mix van leesvaardigheid en sociale vaardigheid?
  • Ken ik de kernwoorden die ik blijf herhalen: groep, signaal, erbij, keuze, opkomen?

3.3 Tijdsplanning

Onderdeel

Duur

Vorm

Opening: Stelling-duel

10 min

Activerende JUIST/ONJUIST-oefening

Kernactiviteit: De Stage-Uitdaging (4 stations)

28 min

Uitdagingscircuit met opdrachtkaarten

Klassikale onthulling van de slotzin

5 min

Korte klassikale afronding

Afsluiting: Mijn Commitment-kaart

10 min

Individueel, persoonlijk ritueel

Evaluatie

5 min

Korte checkvragen

4. Lesopbouw

4.1 Opening — "Stelling-duel" (10 minuten)

Elke leerling (of elk team) krijgt een JUIST-bordje en een ONJUIST-bordje. Lees onderstaande stellingen één voor één voor. Leerlingen steken het bordje omhoog dat past bij hun antwoord.

Stelling 1

"Bijna 8 op de 10 jongeren met een beperking wordt weleens gepest." (JUIST — gebaseerd op onderzoek van Cappadocia, Weiss & Pepler, 2012: 77% van de onderzochte jongeren met ASS was in de voorafgaande maand gepest)

Stelling 2

"Pesten stopt vanzelf zodra je van de basisschool naar een stage of baan gaat." (ONJUIST — dezelfde groepsdynamiek speelt op elke nieuwe plek: een stagebedrijf, een sportteam, een nieuwe vriendengroep)

Stelling 3

"Als je op je stage ziet dat een collega buitengesloten wordt en je zegt niks, dan doe je zelf niks fout." (ONJUIST — niets doen laat het uitsluiten gewoon doorgaan)

Kernboodschap direct benoemen

Sprekerstekst docent

"Pesten stopt niet door één dader te straffen. Het stopt doordat de hele groep — een klas, een team, een groepsapp, of straks je stagebedrijf — anders gaat reageren. Vandaag testen we dat in vier echte situaties."

 

4.2 Kernactiviteit — "De Stage-Uitdaging" (28 minuten, 4 stations van ca. 7 minuten)

Verdeel de klas in vaste teams van 3–4 leerlingen. Elk team doorloopt alle vier de stations (roulerend, ca. 7 minuten per station). Bij elk station lezen ze de situatiekaart, kiezen ze het beste antwoord (A, B of C) en ontvangen ze bij een juist antwoord het bijbehorende puzzelstuk/letter. Volledige situatiekaarten, antwoordopties en het antwoordmodel staan in hoofdstuk 5.

Observatiepunten voor de docent tijdens het circuit

  • Kiezen teams vaak het "makkelijke" antwoord (niks doen, negeren) in plaats van het antwoord waarin iemand actief opkomt? Bespreek dit patroon na met de klas.
  • Herkennen leerlingen het verschil tussen een grapje en een grap die pijn doet, met name bij het sportstation en het online station?
  • Reageert een leerling opvallend fel of stil bij een van de vier situaties? Dit kan wijzen op een eigen ervaring — plan hiervoor een individueel gesprek na de les.

4.3 Klassikale onthulling van de slotzin (5 minuten)

Elk team legt de vier verzamelde puzzelstukken/letters samen. De slotzin luidt: "JIJ MAAKT HET VERSCHIL." Bespreek kort: "Dit geldt op school, op je stage, in je team en online."

4.4 Afsluiting — "Mijn Commitment-kaart" (10 minuten)

Elke leerling vult individueel een klein kaartje in met: (1) één situatie uit het circuit die hem/haar het meest raakte, en (2) één concreet gedrag dat hij/zij de komende tijd gaat laten zien.

Sprekerstekst docent

"Dit kaartje is voor jezelf. Je hoeft het aan niemand te laten zien als je dat niet wilt. Bewaar het in je agenda of etui, zodat je er de komende weken nog eens aan wordt herinnerd."

Leerlingen die moeite hebben met schrijven mogen kiezen uit drie voorgedrukte opties (pictogram of korte zin) en deze omcirkelen.

 

5. Volledige situatiekaarten per station

5.1 Station STAGE/WERKVLOER — hoofdcasus (volledig uitgewerkt)

Fenna loopt sinds twee weken stage bij een tuincentrum. Ze is de nieuwste stagiair van het team. Op de vloer werken ook Dex, Noor en Kaan, die er al langer werken en altijd samen pauze houden. In de pauzeruimte is een vaste tafel waar Dex, Noor en Kaan altijd zitten. Fenna loopt op haar eerste pauze naar die tafel toe. Dex schuift, zonder iets te zeggen, zijn tas op de lege stoel naast hem. Fenna gaat dan maar aan een tafeltje verderop zitten, alleen.

In de whatsappgroep van het team, waar werkroosters in staan, wordt Fenna niet toegevoegd. Haar begeleider denkt dat de anderen dat al gedaan hebben. Als er een foutje gebeurt met een bestelling, zegt Kaan lachend tegen de andere collega's: "Tja, wat verwacht je van een stagiair," terwijl Fenna er net bij staat. Noor lacht mee, maar zegt er verder niks bij. Fenna voelt zich steeds ongemakkelijker en overweegt om te vragen of ze van stageplek mag wisselen. Op een dag ziet de vaste medewerker Sanne dat Fenna alleen zit tijdens de pauze. Sanne gaat naast Fenna zitten en zegt: "Kom gerust aan onze tafel zitten, en ik zet je zo toe aan de teamapp, dat hadden we al veel eerder moeten doen." Fenna voelt zich voor het eerst sinds haar start echt onderdeel van het team.

Situatiekaart-vraag (bij dit station)

Vraag aan het team

"Wat is hier het beste dat jij zou kunnen doen als je Sanne was, op het moment dat je ziet dat Fenna alleen zit? A) Niks doen, het is niet jouw zaak. B) Even naar Fenna knikken maar zelf bij je eigen tafel blijven zitten. C) Naast Fenna gaan zitten en haar toevoegen aan de teamapp."

Antwoordmodel: C. Optie A en B laten de uitsluiting in stand — precies zoals in het onderzoek van Craig en Pepler het merendeel van de omstanders passief toekijkt. Actief plek maken en iemand toevoegen doorbreekt het patroon direct.

Signalen in deze casus: bezet houden van een plek zonder woorden, niet toevoegen aan een werkapp, een grap ten koste van de nieuwe collega, een collega die meelacht zonder zelf iets te zeggen.

Veelgemaakte denkfout: "Dex zei niks gemeens, dus hij doet niks verkeerd." Uitleg: een plek bezet houden zonder uitleg is een impliciete boodschap: jij hoort er niet bij. Dat is net zo goed een signaal als een hardop uitgesproken opmerking.

5.2 Station SCHOOL/KLAS

In de klas werken leerlingen aan een groepsopdracht in vaste teams van vier. Wanneer de docent vraagt om zelf teams te maken, wordt Sem als laatste overgebleven. De docent moet Sem uiteindelijk zelf aan een team toewijzen. Binnen dat team krijgt Sem steeds de "saaiste" taak toegewezen, zonder overleg. Eén teamlid, Iris, merkt dit op maar zegt er in eerste instantie niks van, omdat ze niet als "lastig" gezien wil worden.

Vraag aan het team

"Wat kan Iris het beste doen? A) Niks zeggen, het is de taakverdeling van de groep. B) Achteraf alleen tegen Sem zeggen dat ze het niet eerlijk vond. C) Binnen het team hardop voorstellen om de taken eerlijk te verdelen, ook namens Sem."

Antwoordmodel: C. Dit lost het patroon binnen de groep zelf op, in plaats van het alleen achteraf individueel te bespreken. Optie B is aardig bedoeld maar verandert niets aan het patroon in de groep.

5.3 Station SPORT

Bij het lokale voetbalteam wordt Ryan meestal als laatste gewisseld, ook als hij goed traint. Tijdens de wedstrijd spelen zijn teamgenoten hem zelden de bal toe, ook als hij vrijstaat. Na de wedstrijd wordt er in de kleedkamer een groepsfoto gemaakt. Iemand roept: "Wacht, waar is Ryan? O, maakt niet uit, hij doet toch niet echt mee." Een aantal teamgenoten lacht, anderen zeggen niks.

Vraag aan het team

"Wat is het beste wat een teamgenoot hier kan doen? A) Niks zeggen, het is maar een grapje na de wedstrijd. B) Zelf wel aardig blijven doen tegen Ryan, maar de opmerking verder laten gaan. C) Hardop zeggen: 'Ryan hoort er wel bij, wacht even op hem voor de foto.'"

Antwoordmodel: C. Dit weerspreekt de uitsluiting direct en zichtbaar voor de hele groep, in plaats van het te laten passeren.

5.4 Station ONLINE

In de klassikale groepsapp voor het schoolfeest wordt een grap gemaakt over Nina's profielfoto. Een paar klasgenoten reageren met lachende emoji's onder het bericht. Nina reageert niet meer in de groep en verlaat een paar dagen later stilletjes de groepsapp. Niemand vraagt waarom ze weg is gegaan.

Vraag aan het team

"Wat is het beste wat een klasgenoot kan doen als hij/zij ziet dat Nina de groep verlaten heeft? A) Niks doen, het is haar eigen keuze. B) Alleen bij zichzelf denken dat het niet aardig was. C) Nina appen of ze oké is, en het gesprek in de groep aankaarten."

Antwoordmodel: C. Online uitsluiting is voor volwassenen vaak onzichtbaar; juist daarom is het belangrijk dat klasgenoten dit zelf durven aankaarten in plaats van het te laten passeren.

6. Signaleringskaart: subtiele signalen van pesten

Signaal

Wat is zichtbaar

Waarom belangrijk

Interventiezin

Sarcasme vermomd als grap

Een kwetsende opmerking die als grap wordt gebracht, vaak gevolgd door gelach van de groep.

Wordt vaak niet serieus genomen omdat het "maar een grapje" lijkt.

"Dat klonk als een grapje, maar ik zag dat het pijn deed. Grapjes zijn leuk voor iedereen, of ze zijn niet leuk."

Digitale uitsluiting

Niet toegevoegd worden aan een werk-, team- of klassenapp, of stilletjes een groep verlaten zonder dat iemand ernaar vraagt.

Voor volwassenen en docenten vaak onzichtbaar, met evenveel impact als uitsluiting in persoon.

"Iedereen die bij het team/de klas hoort, hoort ook bij de app."

Plek/ruimte bezet houden

Een stoel, tafel of plek wordt zonder uitleg bezet gehouden zodra een nieuw of ander persoon wil aansluiten.

Non-verbale, moeilijk te bewijzen manier van uitsluiten die vaak wordt gebagatelliseerd.

"Die plek was voor [naam]. Er is hier vast ergens ruimte te maken."

Altijd als laatste gekozen of gewisseld worden

Bij teamindelingen, wedstrijden of opdrachten steeds als laatste of nooit gekozen worden.

Patroon in plaats van toeval — een duidelijk signaal van sociale uitsluiting.

"Laten we dit eerlijk verdelen, zodat iedereen een kans krijgt."

Sociale status afpakken

Iemand wordt in het bijzijn van anderen belachelijk gemaakt over competentie ("wat verwacht je van een stagiair").

Tast direct het zelfvertrouwen en de positie binnen de groep aan.

"Die opmerking raakte [naam]. Dat mag niet, ook niet als grap."

7. Overzicht interventiezinnen

  • "Dat klonk als een grapje, maar ik zag dat het pijn deed."
  • "Iedereen die bij het team hoort, hoort ook bij de groepsapp."
  • "Die plek was voor [naam]. Laten we ruimte maken."
  • "Laten we dit eerlijk verdelen, zodat iedereen een kans krijgt."
  • "Die opmerking raakte [naam]. Dat mag niet, ook niet als grap."
  • "Ik zie dat je hier alleen zit. Kom er gerust bij."

8. Evaluatie

Evaluatievraag 1

Docent vraagt

"Welk station raakte jou het meest: school, stage/werkvloer, sport of online? Waarom?"

Antwoordmodel: Elk antwoord is goed zolang de leerling een concrete reden kan noemen, verbaal of door aan te wijzen.

Evaluatievraag 2

Docent vraagt

"Noem één concreet gedrag dat jij kan laten zien om iemand erbij te laten horen, op welke plek dan ook."

Antwoordmodel: Bijvoorbeeld: iemand toevoegen aan een groepsapp, plek maken aan tafel, iemand kiezen voor een team, een opmerking tegenspreken.

Evaluatievraag 3

Docent vraagt

"Wat staat er op jouw commitment-kaartje?"

Antwoordmodel: Leerlingen hoeven dit niet hardop te delen als ze dat niet willen — vraag alleen of ze het kaartje hebben ingevuld en waar ze het gaan bewaren.

9. Differentiatie en aanpassingen naar behoefte

9.1 Leerlingen met een autismespectrumstoornis (ASS)

  • Laat de volgorde van de vier stations vooraf zien op een schema, zodat de leerling weet wat er komt.
  • Werk de multiple-choice opties bij elk station letterlijk uit; vermijd impliciete aannames over "wat logisch is".
  • Geef ruim de tijd om van station te wisselen; kondig de overgang vooraf aan met een signaal (bijv. een timer).

9.2 Leerlingen met ADHD of druk/impulsief gedrag

  • Het circuitformat met vaste tijdslimieten per station sluit van nature goed aan bij de behoefte aan beweging en afwisseling.
  • Geef deze leerling de rol van "tijdbewaker" binnen het team (met een kookwekker) om energie een constructieve plek te geven.

9.3 Leerlingen met een verstandelijke beperking (lager niveau binnen de groep)

  • Koppel deze leerling in het team aan een leerling die de situatiekaarten kan voorlezen.
  • Vereenvoudig zo nodig de drie antwoordopties tot twee (bijv. alleen B en C) zodat de keuze overzichtelijk blijft.
  • Herhaal na elk station kort en concreet wat het juiste antwoord was en waarom.

9.4 Leerlingen die niet of beperkt verbaal communiceren

  • Antwoordopties A/B/C kunnen altijd worden aangewezen in plaats van uitgesproken.
  • Bied de commitment-kaart ook aan als een set pictogrammen om te omcirkelen in plaats van vrije tekst.

9.5 Leerlingen met angst- of trauma-sensitiviteit

  • Kondig vooraf aan dat de situaties over buitensluiten gaan op stage, in sport en online, zodat niemand wordt overvallen.
  • Laat de commitment-kaart nadrukkelijk privé zijn — niemand hoeft de inhoud te delen met de klas.

9.6 Leerlingen met een motorische beperking

  • Zorg dat alle vier de stations rolstoeltoegankelijk zijn ingericht, met voldoende ruimte tussen de tafels.
  • Laat het rouleren tussen stations desgewenst plaatsvinden door het materiaal naar de leerling te brengen in plaats van andersom.

9.7 Taalgebruik — algemene richtlijnen voor de hele les

  • Gebruik korte, directe zinnen en leg vaktermen ("omstander", "commitment") bij eerste gebruik uit met een concreet voorbeeld.
  • Vermijd sarcasme en dubbelzinnigheid in je eigen taalgebruik als docent — juist in deze les is voorbeeldgedrag belangrijk.
  • Herhaal de kernwoorden: groep, signaal, keuze, opkomen, erbij.
  • Ondersteun elk station visueel met het bordje van de omgeving (school/stage/sport/online) en de puzzelstukken als tastbaar resultaat.

10. Bronnenlijst

Onderwijssoort: 
VO / Voortgezet onderwijs
MBO / Middelbaar beroeps onderwijs