Observatiekaart voor docenten (ook bij vaklessen!)
Signaal | Ja/Nee | Toelichting |
|---|---|---|
Leerlingen durven hun mening niet te geven | ||
Hetzelfde groepje bepaalt de sfeer | ||
Bijnamen of grappen tijdens uitleg of opdrachten | ||
Een leerling kijkt vaak om zich heen voor hij iets zegt | ||
Na schooltijd zie je bepaalde groepjes met spanning vertrekken |
Bespreek observaties in het team; niet alleen bij de mentor.
Gesprekskaart “Wat zeggen we tegen elkaar?”
Leg deze stellingen voor:
- “Je hoeft niet altijd in te grijpen.”
- “Als je niks zegt, ben je medepester.”
- “Melden is klikken.”
- “Zij zoekt het zelf op.”
Vraag:
- Waar ben jij het (niet) mee eens?
- Wat doen deze uitspraken met de sfeer in een klas?
- Wat kun je zeggen in plaats van zwijgen?
Toelichting: geef ruimte voor nuance. Laat leerlingen formuleren wat zij nodig hebben om te durven handelen.
Docentinstructie (voor alle niveaus)
Doel:
- Leerlingen én collega’s bewust maken van signalen in de groep
- Gesprekken voeren over ‘de onderstroom’ zonder te beschuldigen
- Preventief werken aan een veilig klimaat
Belangrijke aanpakpunten:
- Gebruik signalen niet om schuldigen aan te wijzen, maar als ingang tot gesprek
- Koppel observaties aan afspraken: “Wat spreken we af als we dit zien?”
- Benoem verantwoordelijkheid van de hele groep, niet alleen de mentor of leraar

