Herkenbaar uit de praktijk
In klas 2A merkt niemand het meteen, maar iets verandert nadat Fenne op een donderdag besluit om tijdens de pauze naast een klasgenoot te gaan zitten die al weken alleen bij het raam eet. Ze vraagt niets bijzonders, ze zit er gewoon bij en praat over de wiskundetoets van morgen. De week erna doet een ander dat ook, zonder dat iemand het heeft afgesproken. Binnen een maand is “even bij iemand gaan zitten die alleen zit” in die klas iets geworden wat meerdere leerlingen uit zichzelf doen. Niemand heeft hier een grote actie voor opgezet; het begon bij één klein, herhaalbaar gebaar van één leerling.
De vorige lessen in de Week tegen Pesten gingen vooral over wat er misgaat en hoe je daarop reageert. Deze les draait het om: wat kunnen wij als klas actief doen om een goede sfeer te maken, in plaats van alleen te voorkomen dat het misgaat? Leerlingen ontwerpen in deze les samen een concreet initiatief voor hun eigen klas.
Wat leren leerlingen?
- Leerlingen ervaren het verschil tussen “niet pesten” en actief bijdragen aan een prettige klascultuur.
- Leerlingen oefenen met het geven van een oprecht, concreet compliment aan een klasgenoot.
- Leerlingen ontwerpen in groepjes een uitvoerbaar initiatief dat de sfeer in hun eigen klas versterkt, inclusief wie het uitvoert en hoe vaak.
- Leerlingen ervaren dat een goede klascultuur ontstaat door herhaalde kleine acties van meerdere leerlingen, niet door één grote gebeurtenis.
Waarom deze les
Leerlingen zien graag dat leerkrachten het goede voorbeeld geven en de hele groep erbij betrekken. Vanuit onderzoek kunnen leerkrachten proactief tonen hoe leerlingen respectvol met elkaar omgaan en zo samen een goede klassfeer creëren, met aandacht voor het thema pesten waarbij alle leerlingen worden betrokken zodat ze voor elkaar kunnen opkomen. Diezelfde logica geldt voor leerlingen onderling: een klas die alleen leert wat ze niet moet doen, mist de andere helft van het verhaal. Deze les geeft leerlingen praktisch eigenaarschap over de sfeer in hun eigen klas, in plaats van dat zij toeschouwer blijven van maatregelen die de mentor bedenkt.
Doelgroep en moment van inzetten
Doelgroep: Onderbouw voortgezet onderwijs, leerjaar 1 en 2, alle niveaus.
Wanneer inzetten: Als zesde les in de Week tegen Pesten, na de lessen over normen, signalen, melden en ingrijpen. Ook geschikt als vervolg op een moment waarop de klasafspraken uit de openingsles aan verversing toe zijn, of bij het begin van een nieuw kwartaal.
Praktische informatie
Duur: 50 minuten (één lesuur)
Uitvoerder: Mentor of docent die de klas begeleidt
Benodigde materialen: Pen en papier per groepje, of een gedeeld digitaal document; bord of digibord voor de stemming
Werkvormen: Complimentenronde in tweetallen, ontwerpopdracht in groepjes van vier, korte pitches, klassikale stemming
Wetenschappelijke onderbouwing
Deze les bouwt voort op het Teachers4Victims-onderzoek van de KU Leuven, waaruit blijkt dat leerlingen willen dat leerkrachten proactief het goede voorbeeld geven en de hele groep betrekken bij het creëren van een respectvolle sfeer, in plaats van alleen te reageren op incidenten. Het onderzoek is uitgevoerd onder leerlingen in het basisonderwijs; het principe dat een positieve groepscultuur net zo goed actief opgebouwd moet worden als dat negatief gedrag actief moet worden aangepakt, wordt in de vakliteratuur breed onderschreven en is evengoed van toepassing op het voortgezet onderwijs.
Deze les sluit aan bij de kernvisie van Stop Pesten Nu dat groepsnormen kunnen veranderen door het gedrag van de groep zelf. Meer hierover op www.stoppestennu.nl, via de pagina’s “Invloed van groepsnormen op pestgedrag” en “Rol van omstanders, van toeschouwer naar helper”.
Lesopbouw
Tijd | Onderdeel | Werkvorm |
|---|---|---|
0-5 min | Opening: het verhaal van Fenne | Klassikaal, voorlezen |
5-10 min | Complimentenronde | Tweetallen |
10-15 min | Uitleg: van “niet pesten” naar actief bijdragen | Korte instructie |
15-32 min | Ontwerpopdracht: bedenk een klasinitiatief | Groepjes van vier |
32-45 min | Pitches en klassikale stemming | Klassikaal |
45-50 min | Afspraak over uitvoering en reflectie | Klassikaal + individueel |
Opening: sprekerstekst
Lees voor: “Ik vertel jullie over Fenne. Op een donderdag besluit ze om tijdens de pauze naast een klasgenoot te gaan zitten die al weken alleen bij het raam eet. Ze vraagt niets bijzonders, ze zit er gewoon bij en praat over de wiskundetoets van morgen. De week erna doet een ander dat ook, zonder dat iemand het heeft afgesproken. Binnen een maand is dit gewoon iets geworden wat meerdere leerlingen uit zichzelf doen. Niemand heeft hier een grote actie voor opgezet; het begon bij één klein gebaar van één leerling. Vandaag gaan we niet praten over wat er misgaat, maar bedenken wat wij als klas kunnen doen om zelf zo’n sfeer te maken.”
Warm-up: complimentenronde
Laat leerlingen in tweetallen tegenover elkaar gaan staan of zitten, bij voorkeur met iemand met wie ze niet elke dag optrekken. Instructie: “Geef je klasgenoot een compliment dat concreet is, geen ‘je bent aardig’, maar iets specifieks dat je hebt gezien of gemerkt, bijvoorbeeld ‘ik vond het fijn dat je me vorige week hielp met die opdracht’ of ‘ik vind het knap hoe rustig jij blijft als iets niet lukt’.” Geef beide leerlingen dertig seconden om een compliment te bedenken en dertig seconden om het uit te spreken. Rond af met de vraag: “Wie kreeg een compliment dat verrassend was, iets waar je zelf niet aan had gedacht?”
Uitleg: van niet pesten naar actief bijdragen
Leg uit: “De afgelopen dagen hebben we het gehad over signalen herkennen, melden en ingrijpen. Dat is allemaal belangrijk, maar het is de helft van het verhaal. De andere helft is: wat doe je wél om een goede sfeer te maken? Een klas die alleen leert wat niet mag, is nog geen klas waarin iedereen zich prettig voelt. Een klas wordt pas echt fijn als leerlingen actief iets doen: iemand uitnodigen, een compliment geven, iemand die alleen zit erbij vragen. Vandaag bedenken jullie in groepjes een concreet initiatief dat onze klas dit jaar kan gebruiken om dat te doen.”
Ontwerpopdracht: bedenk een klasinitiatief
Verdeel de klas in groepjes van vier. Elk groepje ontwerpt een initiatief voor de eigen klas, aan de hand van de volgende vragen die op het bord of digibord staan: welk probleem of welke kans pakt dit initiatief aan? Wat houdt het initiatief precies in, in maximaal drie zinnen? Wie doet mee: de hele klas, een wisselend groepje, of iedereen op eigen moment? Hoe vaak gebeurt het: elke dag, elke week, één keer per maand? Wat heb je nodig om het te laten werken, en wat zou het kunnen laten mislukken?
Geef de groepjes vijf voorbeelden ter inspiratie, die zij mogen gebruiken, aanpassen of naast zich neerleggen voor een eigen idee. Voorbeeld één: een wekelijkse complimentenronde van vijf minuten aan het begin van de mentorles, waarbij om de beurt een andere leerling een compliment krijgt van een klasgenoot naar keuze.
Voorbeeld twee: een vast plekkensysteem tijdens de pauze waarbij, als iemand alleen staat, twee aangewezen “pauzebuddy’s” die week erbij gaan staan, wisselend per week zodat het niet op één leerling blijft rusten. Voorbeeld drie: een kort rondje aan het einde van de vrijdagmiddag waarin leerlingen mogen benoemen wie deze week iets aardigs heeft gedaan, zonder dat het verplicht is om iets te zeggen. Voorbeeld vier: een afspraak dat bij groepswerk nooit als laatste gekozen worden, wordt vervangen door een eerlijk rouleersysteem dat de mentor of de klas zelf bijhoudt. Voorbeeld vijf: een gezamenlijke klasregel dat nieuwe leerlingen of leerlingen die terugkomen na afwezigheid, de eerste dag door twee vaste “welkomleerlingen” worden opgevangen, wisselend per periode.
Pitches en klassikale stemming
Laat elk groepje in maximaal één minuut het eigen initiatief pitchen aan de klas: wat het is, wie meedoet en hoe vaak het gebeurt. Laat de klas na alle pitches stemmen, bijvoorbeeld door twee vingers op te steken voor de twee initiatieven die de voorkeur hebben. Kies samen met de klas één initiatief dat de komende periode wordt uitgeprobeerd; het is niet erg als het niet het initiatief van elk groepje is, benoem dat expliciet: “We kunnen niet alles tegelijk doen, maar de andere ideeën bewaren we, misschien gebruiken we die later dit jaar.”
Afspraak over uitvoering
Maak concreet wie waarvoor verantwoordelijk is: wie start het initiatief de eerste keer, wanneer is de eerste uitvoering gepland, en wanneer wordt er als klas geëvalueerd of het werkt. Schrijf deze afspraak op bij de klasafspraken uit de openingsles van de Week tegen Pesten, zodat er één overzicht ontstaat van wat de klas dit jaar samen heeft afgesproken.
Reflectieopdracht
Laat elke leerling onderstaande vragen individueel en schriftelijk beantwoorden, met vijf minuten schrijftijd.
- Wat vond jij van het compliment dat je kreeg tijdens de complimentenronde, en waarom raakte dat je wel of juist niet?
- Welk klasinitiatief van vandaag zou jij het makkelijkst zelf kunnen uitvoeren?
- Wat is één ding dat jij deze week zelf kunt doen om bij te dragen aan een fijnere sfeer in de klas, ook zonder dat het bij het gekozen initiatief hoort?
Evaluatie
Sluit af met de vraag: “Als we over vier weken deze les zouden herhalen, waaraan zouden we dan kunnen merken of ons initiatief heeft gewerkt?” Noteer de antwoorden kort; dit vormt de basis voor een korte tussenevaluatie die de mentor later in het schooljaar kan inplannen.
Differentiatie
Voor leerjaar 1, vroeg in het schooljaar, werkt het goed om zelf twee of drie van de vijf voorbeeldinitiatieven als enige opties aan te bieden in plaats van een volledig open ontwerpopdracht, omdat leerlingen elkaar nog niet goed genoeg kennen om vanaf nul iets te bedenken. Voor leerjaar 2 kan de ontwerpopdracht volledig open, met de vraag om ook te benoemen wat het initiatief zou kunnen laten mislukken en hoe de klas daarop kan anticiperen. Voor leerlingen die de complimentenronde spannend vinden, kan het compliment ook schriftelijk op een briefje worden gegeven in plaats van hardop uitgesproken.
Checklist voorbereiding
- De vijf voorbeeldinitiatieven zijn doorgelezen, zodat ze desgevraagd kunnen worden toegelicht.
- De vijf ontwerpvragen staan klaar op het bord of digibord.
- Er is een moment gereserveerd om te stemmen en de gekozen afspraak vast te leggen bij de klasafspraken.
- Er is een moment gepland, enkele weken later, om terug te komen op de uitvoering van het gekozen initiatief.
Bronnen
- Teachers4Victims-onderzoeksrapport, KU Leuven (2021), gepubliceerd via Stop Pesten Nu: https://www.stoppestennu.nl/2021-ku-leuven-teachers4victims-onderzoeksra...
- Invloed van groepsnormen op pestgedrag: https://www.stoppestennu.nl/invloed-van-groepsnormen-op-pestgedrag-0
- Rol van omstanders, van toeschouwer naar helper: https://www.stoppestennu.nl/rol-van-omstanders-van-toeschouwer-naar-helper
- Week tegen Pesten 2026, Stop Pesten Nu: https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

