VO Gespreksvorm: “Wat zie jij gebeuren, echt?” | Stop Pesten NU

VO Gespreksvorm: “Wat zie jij gebeuren, echt?”

Doel: Leerlingen leren observeren zonder oordeel, en leren dat zwijgen ook meedoen is.

Werkwijze:

  1. Leerlingen krijgen gesprekskaarten met situaties (zie onder).
  2. In tweetallen: bespreek wat je ziet, wat het kan betekenen, wat je zou doen.
  3. Plenaire bespreking: Wat komt vaak voor? Wat vinden jullie lastig?

Gesprekskaarten VO:

  • Een leerling wordt steeds ‘voor de grap’ gepusht of geslagen.
  • Er wordt gelachen als iemand een fout maakt in de les.
  • Een klasgenoot zegt: “Ik heb niemand om mee samen te werken.”

Voorbeeldreacties (instructie voor docent):

  • “Ik denk dat hij het niet grappig vindt.”
  • “Misschien is het handig om zelf iets te zeggen, of het na de les te melden.”
  • “Ik zou checken of diegene oké is.”

Let op voor docent:

Zorg dat het geen ‘kijk hoe goed jij bent’-oefening wordt. De nadruk ligt op bewustwording, niet op oordeel.

 

 

Observatiekaart VO (voor vakdocenten én mentoren)

Gedrag / situatie

Opgemerkt?

Datum / context

Leerlingen vermijden samenwerken met specifieke leerling

⬜ Ja ⬜ Nee

 

Veel gefluister / lachen na opmerking van een leerling

⬜ Ja ⬜ Nee

 

Leerling trekt zich terug in groepsopdrachten

⬜ Ja ⬜ Nee

 

Leerling overcompenseren met grappen / haantje-de-voorste

⬜ Ja ⬜ Nee

 

Gebruik de lijst als aanleiding voor een gesprek met mentor, of als basis voor leerlingbespreking.