Doel: Leerlingen leren observeren zonder oordeel, en leren dat zwijgen ook meedoen is.
Werkwijze:
- Leerlingen krijgen gesprekskaarten met situaties (zie onder).
- In tweetallen: bespreek wat je ziet, wat het kan betekenen, wat je zou doen.
- Plenaire bespreking: Wat komt vaak voor? Wat vinden jullie lastig?
Gesprekskaarten VO:
- Een leerling wordt steeds ‘voor de grap’ gepusht of geslagen.
- Er wordt gelachen als iemand een fout maakt in de les.
- Een klasgenoot zegt: “Ik heb niemand om mee samen te werken.”
Voorbeeldreacties (instructie voor docent):
- “Ik denk dat hij het niet grappig vindt.”
- “Misschien is het handig om zelf iets te zeggen, of het na de les te melden.”
- “Ik zou checken of diegene oké is.”
Let op voor docent:
Zorg dat het geen ‘kijk hoe goed jij bent’-oefening wordt. De nadruk ligt op bewustwording, niet op oordeel.
Observatiekaart VO (voor vakdocenten én mentoren)
Gedrag / situatie | Opgemerkt? | Datum / context |
|---|---|---|
Leerlingen vermijden samenwerken met specifieke leerling | ⬜ Ja ⬜ Nee | |
Veel gefluister / lachen na opmerking van een leerling | ⬜ Ja ⬜ Nee | |
Leerling trekt zich terug in groepsopdrachten | ⬜ Ja ⬜ Nee | |
Leerling overcompenseren met grappen / haantje-de-voorste | ⬜ Ja ⬜ Nee |
Gebruik de lijst als aanleiding voor een gesprek met mentor, of als basis voor leerlingbespreking.

