Lesidee VO onderbouw Niet de thuissituatie de schuld geven

VO onderbouw Niet de thuissituatie de schuld geven

Herkenbaar uit de praktijk

Ryan pest Lieke al een tijdje: negeren, buitensluiten bij groepswerk, opmerkingen over haar kleding in de klassenapp. De mentor van Ryan weet dat zijn ouders een half jaar geleden uit elkaar zijn gegaan en dat het thuis onrustig is. “Het is niet gek dat hij zich zo gedraagt, hij heeft het moeilijk,” zegt de mentor tijdens het rapportoverleg, en laat het daarbij. Lieke blijft ondertussen wekelijks buitengesloten worden. De thuissituatie van Ryan is echt, en verdient aandacht, maar dat is iets anders dan een reden om niet in te grijpen op wat er in de klas gebeurt.

Wat leren leerlingen?

Leerlingen kunnen uitleggen wat het verschil is tussen een verklaring voor pestgedrag en een reden om niet in te grijpen. Zij kunnen benoemen waarom het toeschrijven van pesten aan de thuissituatie van een leerling averechts kan werken voor het slachtoffer, en formuleren wat zij zelf van een mentor verwachten in zo’n situatie.

Waarom deze les?

Leerlingen willen dat leerkrachten pesten niet toeschrijven aan factoren buiten hun eigen invloed, zoals de thuissituatie van een leerling. Onderzoek naar de rol van leerkrachten bij pesten laat zien dat er meer leerlingen gepest worden in klassen waar de leerkracht pestgedrag sterk toeschrijft aan externe factoren zoals de thuissituatie (Oldenburg, Van Duijn, Sentse, Huitsing, Van der Ploeg, Salmivalli & Veenstra, 2015, mede uitgevoerd door onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen, bij leerlingen van gemiddeld tien jaar oud). Een mogelijke verklaring is dat leerkrachten die zo redeneren, minder overtuigd zijn dat ingrijpen zin heeft. Dit patroon, een verklaring die een excuus wordt om niet in te grijpen, is een valkuil die net zo goed in de onderbouw van het voortgezet onderwijs kan spelen. Leerlingen die dit patroon herkennen, kunnen een leerkracht er ook zelf op wijzen.

Doelgroep en moment

Deze les is ontwikkeld voor havo en vwo onderbouw, leerjaar 1 en 2. De les is geschikt tijdens de Week tegen Pesten en als les binnen mentoraat of burgerschap, bij voorkeur op een moment dat leerlingen al enige kennis hebben van groepsdynamiek in de klas.

Praktische informatie

Duur: 40 minuten. Doelgroep: havo/vwo onderbouw, leerjaar 1-2. Uitvoerder: mentor of docent. Benodigde materialen: geen kopieën nodig; de twee mentorprofielen worden voorgelezen of op het bord samengevat. Werkvormen: dilemma-analyse in tweetallen, klassikale bespreking, korte schriftelijke reflectie.

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

0-5 min

Introductie: verklaring versus excuus

Sprekerstekst docent

5-12 min

Casus lezen: twee mentoren

Klassikaal

12-22 min

Dilemma-analyse

Tweetallen

22-32 min

Bespreking en onderzoek

Klassikale bespreking met antwoordmodel

32-38 min

Interventiezinnen en reflectie

Individuele reflectieopdracht

38-40 min

Afsluiting

Klassikaal

Introductie voor de docent

“Stel je voor: een leerling pest een klasgenoot, en de mentor weet dat het thuis bij die leerling niet goed gaat. Is dat een verklaring voor het gedrag, of een reden om er niets aan te doen? Dat klinkt misschien als hetzelfde, maar het is een groot verschil. Vandaag gaan we kijken naar twee mentoren die met precies dezelfde situatie omgaan, maar heel verschillend reageren, en onderzoeken wat dat verschil betekent voor de leerling die gepest wordt.”

Casus: twee mentoren

Ryan pest Lieke al enkele weken: hij sluit haar buiten bij groepswerk, negeert haar begroetingen en plaatst kleinerende opmerkingen over haar kleding in de klassenapp. De ouders van Ryan zijn een half jaar geleden gescheiden en hij woont sindsdien beurtelings bij zijn vader en moeder. Beide mentoren in dit voorbeeld weten dit.

Mentor A, meneer Post, zegt tijdens het rapportoverleg: “Het is logisch dat Ryan zich zo gedraagt, hij heeft het moeilijk thuis. Ik wil hem niet nog verder onder druk zetten door hem ergens op aan te spreken.” Hij spreekt Ryan niet aan op zijn gedrag richting Lieke en onderneemt geen actie richting de klas. Lieke blijft wekelijks buitengesloten worden.

Mentor B, mevrouw Karadag, heeft een vergelijkbare leerling in haar klas, Finn, wiens ouders ook net gescheiden zijn en die een klasgenoot buitensluit. Zij zegt: “Ik snap dat het thuis zwaar is voor Finn, en daar heeft hij steun bij nodig. Tegelijkertijd mag dat niet betekenen dat een ander kind hier de dupe van wordt.” Zij spreekt Finn apart aan over zijn gedrag naar de klasgenoot, regelt daarnaast een gesprek met de zorgcoördinator over ondersteuning voor Finn thuis, en spreekt kort met de klas over hoe zij met elkaar omgaan.

 

 

Dilemma-analyse

Laat leerlingen in tweetallen de volgende vragen bespreken en kort noteren. Geef hiervoor acht minuten.

Vraag 1: Wat is het verschil tussen wat meneer Post doet en wat mevrouw Karadag doet? Antwoordmodel: meneer Post gebruikt de thuissituatie van Ryan als reden om niet in te grijpen op het pestgedrag; mevrouw Karadag erkent de thuissituatie van Finn als iets dat aandacht verdient, maar laat dat niet in de weg staan van het aanpakken van het gedrag richting de klasgenoot. Uitleg: een verklaring beschrijft waarom gedrag ontstaat; een excuus gebruikt die verklaring om niet te hoeven handelen. Beide kunnen op dezelfde feiten gebaseerd zijn en toch tot heel ander gedrag van de mentor leiden. Veelgemaakte denkfout: leerlingen (en volwassenen) denken vaak dat begrip tonen voor de oorzaak van gedrag automatisch betekent dat je minder streng mag zijn over het gevolg van dat gedrag voor een ander.

Vraag 2: Wat betekent de aanpak van meneer Post voor Lieke? Antwoordmodel: voor Lieke verandert er niets; zij blijft wekelijks buitengesloten worden, terwijl de reden waarom dit mag doorgaan niets met haar te maken heeft. Uitleg: als een leerkracht besluit niet in te grijpen vanwege de situatie van de leerling die pest, draagt het slachtoffer daar de gevolgen van, zonder dat dit ooit haar keuze is geweest. Veelgemaakte denkfout: leerlingen richten hun aandacht vaak vooral op de leerling die pest en diens achtergrond, en vergeten te kijken naar wat er ondertussen met het slachtoffer gebeurt.

Vraag 3: Kan een mentor tegelijk begrip tonen voor Ryan of Finn én ingrijpen op het pestgedrag? Antwoordmodel: ja, dat is precies wat mevrouw Karadag doet: zij regelt ondersteuning voor Finn en spreekt hem tegelijkertijd aan op zijn gedrag naar een klasgenoot. Uitleg: begrip voor de oorzaak van gedrag en verantwoordelijkheid nemen voor het gevolg van dat gedrag sluiten elkaar niet uit; ze horen allebei bij een goede aanpak.

Onderzoek: wat we weten

Deel klassikaal de volgende onderzoeksbevinding en bespreek de betekenis ervan. Onderzoek van onder meer de Rijksuniversiteit Groningen naar de rol van leerkrachten bij pesten laat zien dat er meer leerlingen gepest worden in klassen van leerkrachten die pestgedrag sterk toeschrijven aan factoren buiten hun eigen invloed, zoals de thuissituatie van een leerling. Een mogelijke verklaring is dat deze leerkrachten minder overtuigd zijn dat ingrijpen zin heeft, en daardoor minder ingrijpen (Oldenburg e.a., 2015). Bespreek met de klas: denken jullie dat mentoren in de onderbouw in dezelfde valkuil kunnen stappen, en waaraan zou je dat herkennen?

Interventiezinnen voor leerlingen

Bespreek dat leerlingen zelf soms merken dat een docent of mentor een verklaring gebruikt als excuus, en geef de volgende zinnen mee om dat bespreekbaar te maken: “Ik snap dat het moeilijk is voor hem, maar wat gebeurt er nu met haar?” “Kunnen we allebei helpen, hem en haar?” Leg uit dat het uitspreken van zo’n zin niet oneerlijk is tegenover de leerling die het moeilijk heeft, maar juist zorgt dat niemand buiten beeld valt.

Reflectieopdracht

Laat iedere leerling onderstaande vragen individueel en schriftelijk beantwoorden. Geef hiervoor vijf minuten de tijd.

  1. Heb jij weleens meegemaakt dat iemands gedrag werd “goedgepraat” vanwege zijn of haar situatie, terwijl een ander daar de dupe van werd? Beschrijf dit kort.
  2. Waarom is het volgens jou lastig voor een mentor om tegelijk begrip te tonen en in te grijpen?
  3. Wat zou jij zeggen als je merkt dat een docent een verklaring gebruikt als reden om niets te doen?
  4. Wat verwacht jij van je eigen mentor als hij of zij weet dat een klasgenoot het thuis moeilijk heeft én die klasgenoot iemand anders pest?

Evaluatie

Sluit af met de vraag: kan iedereen in eigen woorden het verschil uitleggen tussen een verklaring en een excuus? Laat twee of drie leerlingen dit hardop formuleren.

Differentiatie

Voor leerlingen die moeite hebben met het onderscheid tussen verklaring en excuus, geef het volgende ezelsbruggetje mee: “een verklaring vertelt waarom, een excuus vertelt waarom niet ingegrepen wordt.” Voor leerlingen die meer verdieping aankunnen, laat hen onderzoeken welke andere externe factoren een leerkracht zou kunnen aanvoeren om niet in te grijpen (bijvoorbeeld drukte, gebrek aan tijd, “het hoort bij die leeftijd”) en laat hen deze op dezelfde manier analyseren.

Checklist voorbereiding

Lees de casus en het antwoordmodel vooraf door. Bereid voor jezelf een kort antwoord voor op de vraag die leerlingen mogelijk stellen: hoe voorkom je zelf als docent dat je in deze valkuil stapt? Bepaal vooraf bij wie leerlingen in jouw school terechtkunnen als zij dit patroon zelf herkennen bij een docent of mentor.

 

 

Bronnen

Oldenburg, B., Van Duijn, M., Sentse, M., Huitsing, G., Van der Ploeg, R., Salmivalli, C., & Veenstra, R. (2015). Teacher characteristics and peer victimization in elementary schools: A classroom-level perspective. Journal of Abnormal Child Psychology, 43, 33-44. Onderzoek onder 3385 leerlingen (gemiddeld tien jaar oud) en 139 leerkrachten in het basisonderwijs, mede uitgevoerd door onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen. https://doi.org/10.1007/s10802-013-9847-4 en https://research.rug.nl/en/publications/teacher-characteristics-and-peer...

Stop Pesten Nu (z.d.). Factoren die pestgedrag beïnvloeden. www.stoppestennu.nl

Meer informatie en actuele materialen voor de Week tegen Pesten: https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

Onderwijssoort: 
VO / Voortgezet onderwijs