Nova trakteert op haar verjaardag. Ze loopt de rij langs en deelt aan iedereen een snoepje uit, behalve aan Yusuf, die ze expres overslaat terwijl ze naar hem kijkt en glimlacht. Roos, die naast Nova staat, giechelt. Yusuf doet alsof hij het niet gemerkt heeft en kijkt naar buiten. De rest van de klas zag het wel gebeuren, maar niemand zegt iets. Wat moet een leerkracht op dat moment doen, binnen een paar seconden, zonder er een groot toneelstuk van te maken? In deze les kruipen leerlingen zelf in die rol.
Wat leren leerlingen?
Leerlingen ervaren door zelf de rol van leerkracht te spelen hoe lastig het is om op het juiste moment goed te reageren op een subtiele vorm van pesten. Zij kunnen na deze les minimaal twee bruikbare interventiezinnen toepassen en benoemen wat een goede reactie van een leerkracht voor hen zelf zou betekenen.
Waarom deze les?
Leerlingen willen dat leerkrachten actief ingrijpen in plaats van afwachten, en verwachten dat dit consistent gebeurt. Door leerlingen zelf de rol van leerkracht te laten spelen, ervaren zij hoe moeilijk het moment van ingrijpen daadwerkelijk is, en ontstaat er meer begrip voor wat een goede reactie vraagt. Tegelijk oefenen leerlingen met concrete zinnen die zij ook in hun eigen rol als klasgenoot kunnen gebruiken. Dit sluit goed aan bij de onderbouw, waar veel klassen nog volop bezig zijn met het leren kennen van elkaar en het vormen van een groepscultuur.
Doelgroep en moment
Deze les is ontwikkeld voor vmbo-t en havo onderbouw, leerjaar 1. De les is geschikt tijdens de Week tegen Pesten en tijdens mentor- of kennismakingslessen, bij voorkeur in een klas waar leerlingen elkaar al enigszins kennen, zodat het rollenspel veilig aanvoelt.
Praktische informatie
Duur: 40 minuten. Doelgroep: vmbo-t/havo onderbouw, leerjaar 1. Uitvoerder: mentor of docent. Benodigde materialen: geen kopieën nodig; rolbeschrijvingen worden voorgelezen of samengevat op het bord. Werkvormen: rollenspel in groepjes van vier, korte nabespreking in de groep, klassikale uitwisseling.
Lesopbouw
Tijd | Onderdeel | Werkvorm |
0-5 min | Introductie en spelregels | Sprekerstekst docent |
5-10 min | Rollen verdelen en doornemen | Groepjes van vier |
10-20 min | Rollenspel, twee rondes | Groepjes van vier |
20-28 min | Nabespreking in de groep | Groepsgesprek aan de hand van vragen |
28-36 min | Klassikale uitwisseling interventiezinnen | Klassikaal |
36-40 min | Reflectie en afsluiting | Individuele reflectieopdracht |
Introductie voor de docent
“Vandaag spelen jullie zelf de rol van leerkracht. Niet om het makkelijk te laten lijken, maar juist om te voelen hoe lastig het is om op het juiste moment iets te zeggen. Jullie werken in groepjes van vier. Drie van jullie spelen een situatie na, en één van jullie speelt de leerkracht die op dat moment moet reageren. Er is geen script voor de leerkracht, wel voor de andere rollen. Na de eerste ronde wisselen jullie, zodat een tweede persoon de leerkracht speelt. Het gaat er niet om dat je het perfect doet, maar dat je ervaart wat er in dat moment gebeurt.”
Het scenario: de verjaardagstraktatie
Vertel of lees de situatie voor. Nova trakteert in de klas op haar verjaardag. Ze deelt de rij langs een snoepje uit aan iedereen, behalve aan Yusuf: ze slaat hem bewust over, kijkt hem daarbij aan en glimlacht. Roos, die naast Nova staat, giechelt zichtbaar. Yusuf doet alsof hij het niet gemerkt heeft en kijkt naar buiten. Op dat moment loopt de leerkracht net langs de rij.
Rolbeschrijvingen
Rol 1: Nova (leerling die overslaat)
Achtergrond: Nova is populair in de klas en wil vooral bij Roos en haar groepje horen. Ze vindt het overslaan van Yusuf “een grapje” en denkt niet echt na over hoe het voor hem voelt. Tekstkaart, te gebruiken als de “leerkracht” iets zegt: “Het was gewoon een grapje, hij vindt het vast niet erg.” Als er wordt doorgevraagd: “Ik heb hem heus wel eentje gegeven hoor, later” (dit is niet waar, maar Nova zegt dit om ervanaf te zijn). Lichaamstaal: schouders ophalen, ogen rollen, licht geïrriteerde blik. Mogelijke reactie op een goede interventie: bij een rustige, duidelijke reactie van de “leerkracht” wordt Nova stiller en biedt ze uiteindelijk toch een snoepje aan Yusuf aan.
Rol 2: Yusuf (leerling die wordt overgeslagen)
Achtergrond: Yusuf wordt vaker als laatste gekozen of overgeslagen en heeft geleerd hierop te reageren door onverschillig te doen, ook al raakt het hem wel degelijk. Tekstkaart: als iemand hem vraagt of het gaat, zegt hij eerst: “Boeit me niet, ik lust toch geen snoep.” Pas als iemand rustig doorvraagt of oprecht aandacht toont, mag de speler van Yusuf laten zien dat het hem toch wel raakt, bijvoorbeeld door: “Het gebeurt wel vaker, ik ben het gewend.” Lichaamstaal: naar buiten kijken, armen over elkaar, schouders iets naar binnen.
Rol 3: Roos (aanmoediger)
Achtergrond: Roos pest zelf niet actief, maar versterkt het gedrag van Nova door mee te lachen en het moment leuk te vinden. Tekstkaart: gegiechel, en als er wordt gevraagd wat er grappig is: “Niks, gewoon iets tussen ons.” Lichaamstaal: giechelen, snel een blik met Nova wisselen. Mogelijke reactie op een goede interventie: bij een duidelijke reactie van de “leerkracht” stopt Roos met giechelen en kijkt ze weg.
Rol 4: de leerkracht (te spelen door de vierde leerling)
Deze rol heeft geen vaste tekstkaart. De leerling die deze rol speelt, moet zelf een reactie bedenken op het moment dat hij of zij ziet dat Yusuf wordt overgeslagen. Geef de speler van deze rol vooraf, apart van de andere rollen, de volgende opdracht mee: “Je ziet dat Nova expres Yusuf overslaat en dat Roos erom giechelt. Je hebt een paar seconden om te reageren. Wat zeg je, tegen wie, en hoe?”
Speelinstructies voor de docent
Verdeel de klas in groepjes van vier en wijs per groepje de rollen toe, of laat leerlingen zelf kiezen. Geef de spelers van Nova, Yusuf en Roos hun rolbeschrijving apart te lezen, zodat de speler van de leerkracht deze niet vooraf kent. Laat de groepjes de scène ongeveer twee minuten spelen. Wissel daarna van rol, zodat een tweede leerling de leerkracht speelt en een nieuwe poging doet, eventueel met een kleine variatie die de docent aangeeft, bijvoorbeeld: “Yusuf reageert deze keer helemaal niet, ook niet als er wordt doorgevraagd.” Loop tijdens het spel rond en grijp alleen in als een groepje vastloopt of het spel ontspoort.
Nabespreking in de groep
Laat elk groepje na de twee rondes de volgende vragen samen bespreken en kort noteren. Geef hiervoor acht minuten.
Vraag 1: Wat deed de “leerkracht” in ronde 1, en wat deed de “leerkracht” in ronde 2? Antwoordmodel: er is geen vast goed antwoord; laat leerlingen zelf benoemen wat ze deden, bijvoorbeeld iemand aanspreken, een vraag stellen, de situatie ombuigen, of juist twijfelen en niets zeggen. Uitleg: dit maakt zichtbaar dat er niet één juiste manier is om te reageren, maar dat sommige reacties duidelijker zijn dan andere.
Vraag 2: Wat voelde lastig aan het spelen van de rol van leerkracht? Antwoordmodel: leerlingen noemen vaak dat ze niet wisten wat ze moesten zeggen, bang waren het “erger” te maken, of niet zeker wisten of het wel een probleem was. Uitleg: dit zijn precies de twijfels die een echte leerkracht ook kan hebben, en die verklaren waarom volwassenen soms ook niet meteen reageren. Veelgemaakte denkfout: leerlingen denken vaak dat volwassenen altijd weten wat ze moeten zeggen; dit rollenspel laat zien dat dat niet vanzelfsprekend is en dat oefenen daarbij helpt.
Vraag 3: Welke zin of aanpak werkte volgens jullie het beste, en waarom? Laat de groep een concrete zin noteren die ze zelf het sterkst vonden.
Klassikale uitwisseling
Vraag twee of drie groepjes om de zin die zij het sterkst vonden hardop te delen. Schrijf deze zinnen op het bord. Vul zo nodig aan met de volgende voorbeelden: “Iedereen krijgt er een, ook Yusuf.” “Ik zag dat net, laten we dat rechtzetten.” “Wat is er grappig, vertel het dan aan de hele klas.” Bespreek kort waarom een korte, feitelijke zin vaak beter werkt dan een lange preek.
Reflectieopdracht
Laat iedere leerling onderstaande vragen individueel en schriftelijk beantwoorden. Geef hiervoor vier minuten de tijd.
- Wat viel je op toen je zelf, of een klasgenoot, de rol van leerkracht speelde?
- Welke zin uit de klassikale lijst zou jij zelf durven gebruiken, ook als je geen leerkracht bent?
- Wat zou jij willen dat een leerkracht doet als jij zelf de rol van Yusuf zou hebben?
Evaluatie
Sluit af met de vraag: kan iedereen nu één zin noemen die hij of zij zou gebruiken bij een vergelijkbare situatie? Laat dit indien de tijd het toelaat in tweetallen kort aan elkaar vertellen.
Differentiatie
Voor leerlingen die het spannend vinden om te spelen, bied aan dat zij de rol van waarnemer op zich nemen binnen het groepje en na afloop hardop benoemen wat hen opviel, in plaats van zelf te spelen. Voor groepjes die snel klaar zijn, laat hen een derde ronde spelen waarin de speler van Nova expres moeilijker doet, zodat de “leerkracht” moet doorzetten.
Checklist voorbereiding
Lees alle rolbeschrijvingen vooraf door, zodat je ze kort en duidelijk kunt uitleggen aan de groepjes. Zorg voor voldoende ruimte in het lokaal zodat groepjes van vier iets uit elkaar kunnen zitten of staan tijdens het spel. Bereid jezelf voor op leerlingen die het spannend vinden om te spelen en bied hen de waarnemersrol aan.
Bronnen
Stop Pesten Nu (z.d.). Pesten aanpakken als groepsproces. www.stoppestennu.nl/pesten-aanpakken-als-groepsproces
Demol, K., ten Bokkel, I.M., van Gils, F.E., Colpin, H., Verschueren, K. (2021). Teachers4Victims. Onderzoeksrapport voor scholen en ouders. KU Leuven. https://www.stoppestennu.nl/2021-ku-leuven-teachers4victims-onderzoeksra...
Meer informatie en actuele materialen voor de Week tegen Pesten: https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

