Lesidee VO onderbouw Vier reacties, één moment

VO onderbouw Vier reacties, één moment

Herkenbaar uit de praktijk

In de kantine doet Daan voor de derde keer deze week Sem na als hij stottert, terwijl Puck er hard om lacht en Ties het moment filmt voor in de klassenstory. Een paar tafelgenoten kijken toe, niemand zegt iets. Mevrouw Jansen loopt met haar dienblad langs en ziet het gebeuren. Wat zij op dat moment doet, of juist niet doet, duurt misschien tien seconden. Voor Sem, en voor de rest van de klas die toekijkt, maakt die tien seconden een groot verschil in wat zij denken dat er in deze klas wel en niet mag.

Wat leren leerlingen?

Leerlingen kunnen na deze les uitleggen welk effect het uitblijven van een reactie van een leerkracht heeft op een klas, in vergelijking met verschillende vormen van actief ingrijpen. Zij kunnen beargumenteren welke reactie zij zelf het meest geschikt vinden en leggen hun eigen inschatting naast wetenschappelijk onderzoek naar dit onderwerp.

Waarom deze les?

Leerlingen verwachten dat leerkrachten ingrijpen bij pesten en niet afwachten. Onderzoek bevestigt dat de manier waarop een leerkracht reageert er sterk toe doet: leerlingen leiden uit het gedrag van een leerkracht af hoe die tegenover pesten staat, en die indruk beïnvloedt weer hoeveel leerlingen zelf durven ingrijpen (Demol, Verschueren, Salmivalli & Colpin, 2020, Frontiers in Psychology). Dat onderzoek is uitgevoerd bij leerlingen van het vierde tot zesde leerjaar lager onderwijs, ongeveer negen tot twaalf jaar oud, dus dicht bij de leeftijd van de onderbouw voortgezet onderwijs. Deze les laat leerlingen het mechanisme dat een klas afleest wat een leerkracht van pesten vindt aan zijn of haar reactie, zelf ontdekken voordat de onderzoeksuitkomsten worden gedeeld.

Doelgroep en moment

Deze les is ontwikkeld voor havo onderbouw, leerjaar 1. De les is geschikt tijdens de Week tegen Pesten en als introductieles bij een mentorprogramma over groepsvorming, bij voorkeur voorafgaand aan een les waarin klassenafspraken worden gemaakt.

Praktische informatie

Duur: 40 minuten. Doelgroep: havo onderbouw, leerjaar 1. Uitvoerder: mentor of docent. Benodigde materialen: geen kopieën nodig; de vier reactiekaarten worden voorgelezen of op het bord geschreven. Werkvormen: rangschikkingsopdracht in groepjes, klassikale vergelijking met onderzoeksresultaten, korte schriftelijke reflectie.

 

 

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

0-5 min

Introductie van het incident

Sprekerstekst docent

5-10 min

Vier reactiekaarten voorlezen

Klassikaal

10-20 min

Rangschikken en beargumenteren

Groepjes van drie

20-30 min

Vergelijken met onderzoek

Klassikale bespreking met antwoordmodel

30-38 min

Interventiezinnen en reflectie

Individuele reflectieopdracht

38-40 min

Afsluiting

Klassikaal

Introductie voor de docent

“Ik ga jullie zo één moment beschrijven: een leerling die wordt nagedaan in de kantine, een leerkracht die dat ziet gebeuren. Daarna krijgen jullie vier manieren te horen waarop die leerkracht kan reageren. Jullie gaan die vier reacties rangschikken van meest naar minst geschikt, en beargumenteren waarom. Aan het einde van de les leg ik jullie eigen volgorde naast wat wetenschappelijk onderzoek hierover heeft gevonden. Er is geen foute volgorde vandaag, het gaat om je argumenten.”

Het incident

Lees onderstaande situatie voor of laat leerlingen meelezen.

Sem stottert soms als hij zenuwachtig is. In de kantine doet Daan dit al voor de derde keer deze week na, met overdreven stotterende geluiden. Puck, die naast Daan zit, lacht er hard om en zegt “doe nog eens, dat is zo grappig”. Ties pakt zijn telefoon en filmt het moment voor de klassenstory op Snapchat. Aan dezelfde tafel zitten nog vier klasgenoten die niets zeggen en verder eten. Sem kijkt naar zijn brood en zegt niets terug. Mevrouw Jansen, mentor van de klas, loopt op dat moment met haar dienblad langs de tafel en ziet en hoort wat er gebeurt.

Vier reactiekaarten

Lees de vier kaarten hardop voor, één voor één, met een korte pauze ertussen zodat leerlingen ze goed tot zich laten doordringen.

Kaart A: mevrouw Jansen loopt door zonder iets te zeggen, alsof ze niets gemerkt heeft.

Kaart B: mevrouw Jansen zegt op dat moment niets, maar spreekt Sem na de pauze apart aan en vraagt hoe het met hem gaat. Tegen Daan zegt ze niets.

 

 

Kaart C: mevrouw Jansen blijft even staan en zegt kalm tegen Daan: “Zo doen we dat hier niet, dit is niet grappig.” Ze zegt op dat moment niets specifiek tegen Sem.

Kaart D: mevrouw Jansen blijft even staan, zegt tegen Daan: “Zo doen we dat hier niet, dit is niet grappig”, en spreekt Sem na de pauze ook apart aan om te vragen hoe het met hem gaat.

Rangschikkingsopdracht

Verdeel de klas in groepjes van drie. Elk groepje rangschikt de vier kaarten van meest naar minst geschikte reactie en noteert bij de nummer 1 en de nummer 4 een korte argumentatie. Geef hiervoor acht minuten. Loop rond en stel waar nodig de vraag: “wat denk je dat de rest van de tafel denkt na deze reactie?”

Vergelijken met onderzoek: antwoordmodel en uitleg

Bespreek klassikaal welke kaart de groepjes vaakst op plek 1 en plek 4 zetten, zonder dit als goed of fout te bestempelen. Deel daarna de volgende drie bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek, en leg na elke bevinding uit wat die betekent.

Bevinding 1: leerlingen leiden uit de reactie van een leerkracht af hoe die leerkracht zelf tegenover pesten staat. Uitleg: een klas kijkt niet alleen naar wat er met de nagedane leerling gebeurt, maar vormt ook een beeld van de leerkracht zelf, en dat beeld bepaalt of leerlingen bij die leerkracht durven melden.

Bevinding 2: niet reageren (kaart A) hangt samen met de meest negatieve indruk bij leerlingen. Leerlingen die een niet-reagerende leerkracht meemaakten, verwachtten meer pesten, meer slachtofferschap en minder verdedigend gedrag van klasgenoten. Uitleg: stilte wordt door een klas al snel gelezen als instemming, ook als dat niet de bedoeling van de leerkracht is. Veelgemaakte denkfout: leerlingen denken soms dat een leerkracht die niets zegt “het gewoon niet gezien heeft” of “het er even bij laat”, terwijl klasgenoten dit vaak opvatten als goedkeuring.

Bevinding 3: het corrigeren van de leerling die nadeed (kaart C en D) gaf een sterker signaal dan alleen het troosten van de nagedane leerling (kaart B). Leerlingen die een corrigerende leerkracht meemaakten, waren ook eerder geneigd om toekomstige pestsituaties bij die leerkracht te melden. Uitleg: troosten is waardevol voor het slachtoffer, maar verandert niet vanzelf het gedrag van de groep; corrigeren stuurt de norm van de hele klas bij. Veelgemaakte denkfout: leerlingen denken soms dat aandacht voor het slachtoffer voldoende is; onderzoek laat zien dat de klas vooral let op wat er met de leerling die pest gebeurt.

Vertel leerlingen dat deze bevindingen komen uit onderzoek bij leerlingen van het lager onderwijs, ongeveer van jullie eigen leeftijd of iets jonger (Demol, Verschueren, Salmivalli & Colpin, 2020), en bespreek kort met de klas of zij denken dat dit patroon in hun eigen klas herkenbaar is.

Interventiezinnen voor leerlingen

Bespreek dat leerlingen zelf ook een rol als “kaart C” kunnen spelen, zonder leerkracht te zijn. Geef de volgende voorbeeldzinnen mee: “Dat is al de derde keer deze week, joh.” “Niet iedereen vindt dit grappig.” “Zullen we het over iets anders hebben?” Leg uit dat een korte, rustige zin vaak meer effect heeft dan meelachen of wegkijken.

Reflectieopdracht

Laat iedere leerling onderstaande vragen individueel en schriftelijk beantwoorden. Geef hiervoor vijf minuten de tijd.

  1. Welke kaart zette jij op plek 1, en is je mening veranderd na het horen van het onderzoek?
  2. Herken jij een moment waarop een leerkracht wel of juist niet reageerde op iets dat jij vervelend vond? Wat deed dat met jouw beeld van die leerkracht?
  3. Wat zou jij zelf kunnen zeggen als je aan tafel D zat, zonder dat je de rol van de leerkracht overneemt?
  4. Wat verwacht jij van je eigen mentor als hij of zij een soortgelijk moment zou zien gebeuren?

Evaluatie

Vraag aan het einde van de les met een korte handopsteking: wie kan nu uitleggen waarom niet reageren niet hetzelfde is als neutraal blijven? Wie heeft een zin paraat die hij of zij zelf zou kunnen gebruiken? Noteer als docent of de klas het verschil tussen kaart A en de overige kaarten goed kan verwoorden; herhaal dit anders kort in de volgende les.

Differentiatie

Voor leerlingen die moeite hebben met het formuleren van argumenten, geef een startzin mee: “Wij kozen kaart… als beste, omdat…” Voor leerlingen die sneller klaar zijn, laat hen een vijfde kaart bedenken tussen kaart C en kaart D in, en laten beargumenteren welk effect die zou hebben.

Checklist voorbereiding

Lees de vier reactiekaarten en het antwoordmodel vooraf door, zodat je ze vlot en met de juiste nadruk kunt voorlezen. Bereid een manier voor om de klasuitslag van de rangschikking snel te noteren, bijvoorbeeld door groepjes hun volgorde hardop te laten noemen. Bedenk vooraf een eigen voorbeeld uit de klas of school waarmee je bevinding 2 kunt illustreren, zonder een leerling of collega direct te noemen.

 

 

Bronnen

Demol, K., Verschueren, K., Salmivalli, C., & Colpin, H. (2020). Perceived teacher responses to bullying influence students’ social cognitions. Frontiers in Psychology, 11, 592582. Onderzoek bij leerlingen van het vierde tot zesde leerjaar lager onderwijs, KU Leuven. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2020.592582

Demol, K., ten Bokkel, I.M., van Gils, F.E., Colpin, H., Verschueren, K. (2021). Teachers4Victims. Onderzoeksrapport voor scholen en ouders. KU Leuven. https://www.stoppestennu.nl/2021-ku-leuven-teachers4victims-onderzoeksra...

Meer informatie en actuele materialen voor de Week tegen Pesten: https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0 en www.stoppestennu.nl

Onderwijssoort: 
VO / Voortgezet onderwijs