Herkenbaar uit de praktijk
Docent Van Dijk geeft al jaren les aan klas 2C en zou zweren dat het een fijne klas is: er wordt veel gelachen, niemand wordt geslagen of uitgescholden, en als hij vraagt of alles goed gaat, knikt iedereen. Wat hij niet ziet: dat Noa al drie weken als laatste wordt gekozen bij groepswerk, dat er in de klassenapp berichten voorbijkomen waar zij nooit een reactie op krijgt, dat twee klasgenoten steevast hun ogen rollen zodra zij haar hand opsteekt, en dat ze tijdens de pauze vaak alleen tegen de muur staat terwijl de rest in groepjes praat. Niemand duwt Noa, niemand scheldt haar uit, en dus lijkt er op het eerste gezicht niets aan de hand. Toch voelt Noa zich elke dag een beetje meer buitengesloten, en de docent heeft geen idee.
Deze situatie is precies waarom leerkrachten pesten vaak niet opmerken: ze zoeken naar duidelijke incidenten, terwijl het merendeel van pesten bestaat uit kleine, subtiele signalen die je alleen ziet als je weet waarop je moet letten. Deze les leert leerlingen die signalen herkennen, niet om zelf de rol van leerkracht over te nemen, maar om te begrijpen wat zij kunnen zien wat een volwassene soms mist, en wat ze daarmee kunnen doen.
Wat leren leerlingen?
- Leerlingen kunnen minstens acht subtiele signalen van pesten benoemen, naast de meer zichtbare vormen zoals schelden of slaan.
- Leerlingen begrijpen waarom leerkrachten deze signalen vaak niet opmerken, en welke rol leerlingen zelf hebben in het zichtbaar maken ervan.
- Leerlingen kunnen in een casus aanwijzen welk gedrag een signaal is, van wie het afkomstig is, en welke groepsrol daarbij hoort.
- Leerlingen oefenen met het observeren van hun eigen klas gedurende de Week tegen Pesten, zonder daarbij te “speuren” naar klasgenoten.
Waarom deze les
Uit onderzoek blijkt dat leerkrachten vaak niet zien dat er sprake is van pesten en ook niet goed weten hoe ze erachter kunnen komen, terwijl ongeveer een derde van de leerlingen er zelf niets over zegt. Melden mag dus niet afhankelijk zijn van het initiatief van het slachtoffer alleen; het moet laagdrempelig worden gemaakt voor iedereen die iets ziet. Voordat leerlingen kunnen melden, moeten zij eerst herkennen wát pesten precies is, ook in de vorm die niet meteen opvalt: een zucht, een weggedraaide blik, een bericht dat nooit een reactie krijgt. Deze les maakt dat onderscheid concreet en verbindt het aan de rol die leerlingen als omstander of helper kunnen spelen.
Doelgroep en moment van inzetten
Doelgroep: Onderbouw voortgezet onderwijs, leerjaar 1 en 2, alle niveaus.
Wanneer inzetten: Als tweede les in de Week tegen Pesten, aansluitend op de openingsles over groepsnormen. Ook geschikt als losse mentorles wanneer er signalen zijn dat een klas onderling minder prettig met elkaar omgaat, zonder dat er sprake is van een duidelijk incident.
Praktische informatie
Duur: 50 minuten (één lesuur)
Uitvoerder: Mentor of docent die de klas begeleidt
Benodigde materialen: Bord of digibord; de casus “Een dag in klas 2C” uit deze les, voor te lezen of te tonen; pen en papier voor iedere leerling
Werkvormen: Casusanalyse in tweetallen, klassikale bespreking met antwoordmodel, korte individuele observatieopdracht voor de rest van de week
Wetenschappelijke onderbouwing
Deze les is gebaseerd op het Teachers4Victims-onderzoek van de KU Leuven. Dit onderzoek laat zien dat leerkrachten vaak niet zien dat er sprake is van pesten en ook niet goed weten hoe ze erachter moeten komen, terwijl een derde van de leerlingen er zelf niets over zegt tegen een volwassene. Het onderzoek is uitgevoerd onder leerlingen in het basisonderwijs; de bevindingen over het missen van signalen en de drempel om te melden worden in de vakliteratuur breed toegepast op het voortgezet onderwijs, waar leerlingen bovendien met meerdere vakdocenten te maken hebben die hen minder vaak en minder lang zien dan een leerkracht in het basisonderwijs, wat het herkennen van signalen nog lastiger maakt.
Meer achtergrond over het herkennen van signalen bij verschillende groepsrollen is te vinden op www.stoppestennu.nl, via de pagina “Signalen van pesten herkennen bij slachtoffer, pester, meeloper en omstander”.
Lesopbouw
Tijd | Onderdeel | Werkvorm |
|---|---|---|
0-5 min | Opening: de blinde vlek van docent Van Dijk | Klassikaal, voorlezen |
5-10 min | Uitleg: soorten signalen van pesten | Korte instructie |
10-15 min | Casus “Een dag in klas 2C” voorlezen | Klassikaal |
15-30 min | Analysevragen bij de casus | Tweetallen |
30-42 min | Klassikale bespreking met antwoordmodel | Klassengesprek |
42-48 min | Eigen observatieopdracht voor deze week opstellen | Individueel |
48-50 min | Afsluiting | Klassikaal |
Opening: sprekerstekst
Lees voor: “Ik wil jullie een docent voorstellen die ik Van Dijk noem. Van Dijk vindt zijn klas een fijne klas: er wordt gelachen, niemand scheldt of slaat, en als hij vraagt of alles goed gaat, knikt iedereen. Wat Van Dijk niet ziet: dat één leerling al drie weken als laatste wordt gekozen bij groepswerk, dat berichten van haar in de klassenapp nooit een reactie krijgen, dat twee klasgenoten hun ogen rollen zodra zij haar hand opsteekt, en dat ze in de pauze vaak alleen tegen de muur staat. Niemand duwt haar, niemand scheldt, dus op het eerste gezicht lijkt er niets aan de hand. Toch voelt zij zich elke dag een beetje meer buitengesloten. Vandaag leren we zien wat Van Dijk mist, en wat we daar zelf mee kunnen doen.”
Uitleg: soorten signalen van pesten
Leg uit: “Pesten bestaat niet alleen uit schelden, slaan of dingen afpakken. Veel pesten is subtiel en juist daardoor moeilijk te zien voor een volwassene die niet de hele dag in de klas zit of niet in de groepsapp zit. Voorbeelden van subtiele signalen zijn: oogrollen wanneer iemand iets zegt, hoorbaar zuchten als iemand bij een groepje moet aansluiten, fluisteren waarbij duidelijk over iemand gepraat wordt, iemand structureel buitensluiten bij pauzes of groepswerk, iemand negeren terwijl anderen wel een reactie krijgen, cynische opmerkingen of sarcasme dat als grap wordt gebracht maar een ander pijn doet, berichten in een groepsapp die nooit beantwoord worden terwijl andere berichten dat wel worden, iemand digitaal buitensluiten door uit een groep te zetten of expres niet toe te voegen, iemands status in de groep afpakken door diegene belachelijk te maken, en steeds als laatste worden gekozen bij teams of groepjes. Geen van deze dingen is op zichzelf een groot incident. Samen, en herhaald over weken, vormen ze wel een patroon van pesten.”
Casus: een dag in klas 2C
Lees de volgende casus klassikaal voor, in vijf korte scènes die samen één schooldag beslaan. In de klas zitten onder anderen Noa, Bram, Fenna, Yassin en Iris, en de mentor is meneer Van Dijk.
Scène één, ochtend: Bij binnenkomst groet Noa de klas. Fenna en Yassin groeten twee andere klasgenoten terug, maar reageren niet op Noa. Ze kijken elkaar even aan en gaan door met hun gesprek. Iris ziet dit gebeuren, zegt niets, en gaat op haar eigen plek zitten.
Scène twee, groepswerk: Meneer Van Dijk vraagt de klas om zelf groepjes van vier te vormen voor een opdracht. Binnen een minuut staan er vier groepjes klaar, Noa niet in een van hen. Ze loopt van groepje naar groepje en wordt telkens beleefd, maar duidelijk niet enthousiast, toegelaten bij het laatste groepje waar nog plek over is. Bram, die in dat groepje zit, zucht hoorbaar en rolt met zijn ogen naar Yassin, die aan de andere kant van het lokaal zit.
Scène drie, pauze: In de klassenapp stuurt Noa een bericht met een grappige meme over het huiswerk. Binnen tien minuten hebben acht klasgenoten gereageerd met een lachend of duim-omhoog icoon, op berichten van anderen die vlak voor en na haar bericht zijn gestuurd. Op haar bericht komt geen enkele reactie.
Scène vier, gymles: Bij het kiezen van teams voor een balspel worden om beurten spelers gekozen. Noa staat als een van de laatste twee over. Wanneer de teamcaptain uiteindelijk moet kiezen, verzucht hij: “Oké, dan moet jij maar,” op een toon die de hele groep laat lachen.
Scène vijf, einde van de dag: Meneer Van Dijk vraagt aan het einde van de laatste les, zoals hij vaker doet: “Alles goed in de klas?” Er klinkt een instemmend gemompel. Niemand zegt iets over Noa. Van Dijk noteert in zijn hoofd: niets aan de hand vandaag.
Analysevragen bij de casus
Laat leerlingen in tweetallen de volgende vragen beantwoorden over de casus, met pen en papier.
- 1. Noem per scène minstens één signaal dat wijst op buitensluiten van Noa.
- 2. Welke klasgenoten spelen in deze casus welke groepsrol: pester, meeloper, omstander of helper? Onderbouw je antwoord.
- 3. Waarom denk je dat meneer Van Dijk aan het einde van de dag concludeert dat er niets aan de hand is?
- 4. Was er in deze casus een moment waarop iemand had kunnen ingrijpen? Welk moment, en wat had diegene kunnen doen of zeggen?
- 5. Is er in deze casus sprake van pesten, ook al is niemand uitgescholden of geslagen? Leg uit waarom wel of niet.
Antwoordmodel en uitleg
Vraag 1: in scène één is het signaal het bewust niet teruggroeten; in scène twee het als laatste worden toegelaten tot een groepje, gecombineerd met zuchten en oogrollen; in scène drie het structureel uitblijven van reacties op haar bericht terwijl andere berichten wel reacties krijgen; in scène vier het als een van de laatsten worden gekozen en de badinerende opmerking van de teamcaptain; in scène vijf het ontbreken van enige melding, ondanks dat er die dag genoeg gebeurd is.
Vraag 2: Fenna en Yassin vervullen in deze casus een meeloper- of aanmoedigersrol: ze reageren niet vijandig maar bevestigen met kleine gebaren (niet teruggroeten, oogrollen, zuchten) dat Noa er niet echt bij hoort. Bram sluit zich in scène twee bij dat gedrag aan. Iris is in scène één duidelijk een omstander: ze ziet het, maar doet niets. Niemand in de casus vervult op dit moment de rol van helper; dat is precies het probleem dat de les wil laten zien.
Vraag 3: Van Dijk concludeert dat er niets aan de hand is omdat hij zoekt naar duidelijke incidenten, schelden, slaan, ruzie, terwijl wat er werkelijk gebeurt bestaat uit kleine, verspreide signalen die elk op zich onschuldig lijken. Hij vraagt bovendien klassikaal of alles goed gaat, een vraag die door een groep zelden eerlijk beantwoord wordt, zeker niet als het over jezelf gaat waar de hele klas bij is.
Vraag 4: er waren meerdere momenten. In scène twee had iemand Noa actief kunnen uitnodigen bij een groepje voordat ze zelf hoefde rond te lopen. In scène drie had iemand op haar bericht kunnen reageren zoals op de andere berichten. In scène vier had de teamcaptain een neutrale opmerking kunnen maken in plaats van de badinerende toon. Elk van die momenten was klein en had weinig moeite gekost.
Vraag 5: ja, dit is een vorm van pesten, ook wel sociaal of relationeel pesten genoemd: het gaat om het systematisch buitensluiten en negeren van iemand door een groep, herhaald over tijd, met als gevolg dat die persoon zich buitengesloten voelt. Pesten hoeft geen fysiek of verbaal geweld te bevatten om schadelijk te zijn.
Veelgemaakte denkfouten
Leerlingen redeneren bij dit soort casussen vaak: “Er is niemand uitgescholden, dus het is geen pesten.” Leg uit dat deze aanname niet klopt: buitensluiten, negeren en subtiele afwijzing kunnen net zo schadelijk zijn als schelden, juist omdat het minder zichtbaar is en daardoor langer doorgaat zonder dat iemand ingrijpt. Een tweede denkfout is: “Als niemand er iets van zegt tegen de leerkracht, is het blijkbaar niet zo erg.” Leg uit dat het juist zeer gebruikelijk is dat leerlingen niets zeggen, uit angst om te klikken of omdat ze denken dat het toch niet helpt, en dat dit zwijgen niets zegt over hoe erg de situatie voor het slachtoffer is.
Eigen observatieopdracht voor deze week
Laat elke leerling individueel drie signalen opschrijven waarop hij of zij deze week extra gaat letten in de eigen klas, gekozen uit de lijst die in de uitleg is behandeld (bijvoorbeeld: wie er als laatste gekozen wordt, wie geen reactie krijgt in de groepsapp, wie er vaak alleen staat). Benadruk dat dit geen speurtocht naar klasgenoten is en dat niemand namen hoeft te noemen; het doel is dat leerlingen zelf scherper leren kijken. Geef aan dat zij aan het einde van de Week tegen Pesten, in de afsluitende les, mogen (niet moeten) delen wat hen is opgevallen.
Reflectieopdracht
Laat elke leerling onderstaande vragen individueel en schriftelijk beantwoorden, met vijf minuten schrijftijd.
- Welk signaal uit de casus had jij zelf waarschijnlijk niet meteen opgemerkt, en waarom denk je dat dat zo is?
- Is er een moment geweest waarop jij zelf een klasgenoot subtiel hebt buitengesloten, zonder dat je dat toen als pesten zag?
- Wat kun jij deze week doen als je een van de signalen uit deze les bij een klasgenoot opmerkt?
Evaluatie
Sluit af met de vraag: “Wat is het verschil tussen iets zien gebeuren en er iets van zeggen?” Laat twee of drie leerlingen kort reageren. Deze vraag bouwt direct een brug naar de volgende les van de Week tegen Pesten, die gaat over melden zonder dat het als klikken voelt.
Differentiatie
Voor leerjaar 1 is het zinvol om de casus in kleinere stukjes te bespreken en na elke scène kort te pauzeren met de vraag “wat valt jullie op?”, in plaats van de hele casus in één keer voor te lezen. Voor leerjaar 2 kan de klassikale bespreking dieper ingaan op vraag 3 en 4, met de vraag welke drempels leerlingen zelf ervaren om in te grijpen. Voor leerlingen die moeite hebben met abstract redeneren, helpt het om de scènes voor te laten spelen in plaats van alleen voor te lezen; voor sterkere leerlingen kan worden gevraagd om zelf een zesde scène te bedenken die in dezelfde dag zou kunnen passen.
Checklist voorbereiding
- De casus “Een dag in klas 2C” is doorgelezen en eventueel voorbereid om in scènes te worden voorgelezen of nagespeeld.
- De lijst met subtiele signalen is paraat om tijdens de uitleg te noemen.
- Er is pen en papier voor iedere leerling, voor de analysevragen en de observatieopdracht.
- Er is een moment gepland in de afsluitende les van de Week tegen Pesten om terug te komen op de observatieopdracht.
Bronnen
- Teachers4Victims-onderzoeksrapport, KU Leuven (2021), gepubliceerd via Stop Pesten Nu: https://www.stoppestennu.nl/2021-ku-leuven-teachers4victims-onderzoeksra...
- Signalen van pesten herkennen bij slachtoffer, pester, meeloper en omstander: https://www.stoppestennu.nl/signalen-van-pesten-herkennen-bij-slachtoffe...
- Week tegen Pesten 2026, Stop Pesten Nu: https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0
- Kenniscentrum pesten en online pesten, Stop Pesten Nu: www.stoppestennu.nl

