Lesidee VO onderbouw Zien of gemist? Signalen die tellen

VO onderbouw Zien of gemist? Signalen die tellen

Herkenbaar uit de praktijk

Sinds een paar weken loopt Merel niet meer met de rest van haar klas naar de gymkleedkamer, maar komt ze steeds net iets later binnen, als de meesten al omgekleed zijn. In de klassenapp reageert bijna niemand meer op haar berichten, terwijl dat in de eerste schoolweken heus wel gebeurde. Bij het maken van tweetallen voor het project wordt zij twee keer als laatste overgebleven leerling ingedeeld, allebei keren met een zucht van de groep die haar “krijgt”. Niemand scheldt haar uit, niemand duwt haar. Meneer Dekker, haar mentor, ziet een rustige klas en een leerling die “wat verlegen” is. Hij heeft geen idee dat drie klasgenoten haar structureel buitensluiten, en Merel heeft er zelf nog met niemand over gesproken.

Wat leren leerlingen?

Leerlingen herkennen na deze les subtiele signalen van pesten, zoals buitensluiten, negeren en groepsdruk, naast de zichtbare vormen zoals schelden of duwen. Zij kunnen uitleggen waarom leerkrachten deze signalen vaak missen en formuleren minimaal twee concrete acties waarmee zij zelf signalen zichtbaar kunnen maken voor hun mentor of docent.

Waarom deze les?

Onderzoek naar pesten op school laat zien dat leerkrachten regelmatig niet doorhebben dat er gepest wordt en niet altijd weten hoe zij hierachter kunnen komen, terwijl leerlingen dit zelf niet altijd melden (Teachers4Victims, KU Leuven, 2021 — onderzoek onder 1051 leerlingen van het vierde tot zesde leerjaar lager onderwijs, ongeveer negen tot twaalf jaar oud). Juist in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs, wanneer klassen opnieuw worden samengesteld en leerlingen elkaar nog moeten leren kennen, ontstaan groepsrollen razendsnel en vaak onzichtbaar voor de mentor. Deze les leert leerlingen dat zij zelf een sleutelrol spelen in het zichtbaar maken van wat een mentor niet kan zien.

Doelgroep en moment

Deze les is ontwikkeld voor vmbo onderbouw, leerjaar 1 en 2 (basis, kader en gemengde/theoretische leerweg). De les is inzetbaar tijdens de Week tegen Pesten en tijdens reguliere mentor- of kennismakingslessen, bij voorkeur vroeg in het schooljaar, wanneer een nieuwe klas nog aan het wennen is aan elkaar en groepsrollen zich nog aan het vormen zijn.

Praktische informatie

Duur: 40 minuten. Doelgroep: vmbo onderbouw, leerjaar 1-2. Uitvoerder: mentor of docent. Benodigde materialen: geen kopieën nodig; de docent leest de casus en signaalkaarten voor uit dit document of schrijft ze op het bord. Werkvormen: speurtocht met signaalkaarten, korte plenaire uitwisseling, individuele reflectie.

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

0-5 min

Introductie: waarom deze les

Sprekerstekst docent

5-15 min

Casus lezen en signalen opsporen

Individuele speurtocht

15-25 min

Signalenmuur: bevindingen delen

Korte plenaire uitwisseling

25-35 min

Analysevragen en denkfouten bespreken

Klassikale bespreking met antwoordmodel

35-40 min

Reflectie en afsluiting

Individuele reflectieopdracht

Introductie voor de docent

Lees onderstaande tekst hardop voor of gebruik hem als leidraad voor je eigen inleiding. “We gaan het vandaag hebben over iets dat je vaak niet meteen ziet. Als iemand geduwd of uitgescholden wordt, valt dat op. Maar veel pesten ziet er anders uit: iemand die steeds als laatste gekozen wordt, een groepsapp die plotseling stilvalt zodra iemand erin schrijft, een klasgenoot die net iets te laat de kleedkamer inloopt om niet samen met een bepaald groepje te hoeven omkleden. Onderzoek laat zien dat leerkrachten dit soort signalen vaak missen, niet omdat ze het niet willen zien, maar omdat het lastig te herkennen is als je niet precies weet waarnaar je moet kijken. Jullie zitten wél middenin die groep. Jullie zien vaak meer dan wij als docenten. Vandaag gaan we oefenen met het herkennen van die signalen, en met de vraag wat jullie daar zelf mee kunnen doen.”

Casus: de gymkleedkamer

Lees de volgende casus zelf door en beantwoord daarna de vragen die erop volgen.

Merel zit in klas 1B. De klas is aan het begin van het jaar nieuw samengesteld en niet iedereen kende elkaar al. Fenna is een van de leerlingen die de toon zet: als zij ergens grapjes over maakt, lachen de meesten mee. Op een woensdag stuurt Merel een bericht in de klassenapp over het huiswerk. Niemand reageert, terwijl dezelfde vraag een week eerder van Bram binnen tien minuten drie reacties kreeg. Voor gym worden groepjes gemaakt voor een estafette. Fenna en Bram kiezen om de beurt, en Merel blijft als laatste over. Fenna zucht hoorbaar en zegt: “oké, dan moeten wij haar maar hebben.” Niemand corrigeert haar. Lot, die op haar telefoon het voorval filmt voor haar Snapchat-verhaal, zet er een lachend emoji-tje bij. Sinds die week loopt Merel expres net iets later naar de kleedkamer, zodat ze niet tegelijk met Fenna en Lot hoeft om te kleden. Timo merkt dat op, omdat hij Merel vroeger wel gewoon met de klas zag meelopen, maar zegt er niets over, ook niet tegen zijn mentor. Tijdens het project aardrijkskunde wordt opnieuw in tweetallen gewerkt. Merel wordt voor de tweede keer op rij als laatste ingedeeld, weer met een zucht van de groep die “haar krijgt”. Meneer Dekker, de mentor van 1B, merkt op de rapportvergadering op dat de klas “over het algemeen rustig en gezellig” overkomt. Hij heeft Merel niet apart gesproken, omdat er nooit een incident is gemeld en Merel op haar cijferlijst niets bijzonders laat zien.

Analysevragen en antwoordmodel

Vraag 1: Welke signalen in deze casus zijn subtiel, en welke leerling ziet welk signaal? Antwoordmodel: subtiele signalen zijn onder meer het uitblijven van reacties in de groepsapp, het steeds als laatste gekozen worden, de zucht van Fenna, het filmen en becommentariëren door Lot, en het expres later naar de kleedkamer lopen door Merel. Timo is de enige die één signaal opmerkt (het latere kleedkamerbezoek), maar onderneemt geen actie. Uitleg: leerlingen zien vaak losse puzzelstukjes, maar leggen deze niet altijd naast elkaar. Veelgemaakte denkfout: leerlingen denken dat pesten pas “telt” als er gescholden of geduwd wordt; buitensluiten en negeren voelen voor omstanders vaak onschuldiger dan ze voor het slachtoffer zijn.

Vraag 2: Waarom ziet meneer Dekker deze signalen niet? Antwoordmodel: hij ziet alleen wat zich in de klas afspeelt tijdens de les, terwijl de signalen zich vooral voordoen in de pauze, in de groepsapp en bij gym. Daarnaast baseert hij zijn beeld op het ontbreken van meldingen en op cijfers, terwijl sociale uitsluiting daar niet in zichtbaar wordt. Uitleg: leerkrachten zien een fractie van het klasleven en zijn voor de rest afhankelijk van wat leerlingen zelf laten zien of vertellen. Veelgemaakte denkfout: leerlingen denken vaak dat een mentor “het toch wel ziet” als het menens is; in werkelijkheid ziet een mentor slechts een klein deel van wat er in een klas gebeurt.

Vraag 3: Welke rol vervult wie in deze casus? Antwoordmodel: Fenna vervult de sturende rol en bepaalt de toon; Bram doet mee met het kiezen en versterkt daarmee het patroon; Lot moedigt aan door te filmen en te becommentariëren; de rest van de klas loopt mee door niet te reageren op de zucht van Fenna; Timo is een buitenstaander die iets opmerkt maar niet ingrijpt; Merel is degene die buitengesloten wordt. Uitleg: pesten is zelden het werk van één persoon; het wordt in stand gehouden doordat een groep meelacht, meekijkt of wegkijkt. Veelgemaakte denkfout: leerlingen wijzen vaak alleen naar de persoon die het hardst lacht of het initiatief neemt, en zien niet dat stilzwijgen en meelopen het patroon net zo goed in stand houden.

Interventiezinnen voor leerlingen

Geef leerlingen onderstaande zinnen mee als concreet handelingsperspectief, en licht toe dat een korte, feitelijke zin vaak meer effect heeft dan een lange discussie. “Dat is de tweede keer dat zij als laatste overblijft, laten we een andere keer beginnen.” “Ik reageer wel even op je bericht, wat was de vraag ook alweer?” “Kom erbij lopen, we wachten wel even.” “Ik vond die opmerking niet zo grappig eigenlijk.” Bespreek met de klas dat het uitspreken van zo’n zin niet betekent dat je de groep “verraadt”, maar dat je de norm in de klas verandert.

Signalenmuur

Verdeel de klas in groepjes van drie of vier. Iedere groep krijgt twee minuten om alle signalen uit de casus te noteren die zij hebben gevonden, zonder naar elkaar te kijken bij het teruglezen. Vraag daarna om beurten één groep één signaal te laten noemen; schrijf elk genoemd signaal kort op het bord tot alle signalen genoemd zijn. Vraag ten slotte welk signaal volgens de klas het makkelijkst over het hoofd wordt gezien door een leerkracht, en waarom.

Reflectieopdracht

Laat iedere leerling onderstaande vragen individueel en schriftelijk beantwoorden. Geef hiervoor vijf minuten de tijd.

  1. Welk signaal uit de casus herken jij ook weleens in jouw eigen klas?
  2. Als jij Timo was, wat had je op zijn plek kunnen doen zonder dat het een groot incident werd?
  3. Welk signaal zou jij deze week bewust aan je mentor of docent laten zien of vertellen, als je dat nu nog niet doet?
  4. Wat maakt het voor jou lastig om een signaal te melden, en wat zou dat makkelijker maken?

Evaluatie

Sluit de les af met de volgende vragen, kort klassikaal te beantwoorden met een duim omhoog, opzij of omlaag: kun je nu twee subtiele signalen van pesten noemen die je voorheen niet als signaal zag? Weet je welke zin je kunt gebruiken als je zoiets ziet gebeuren? Weet je bij wie je terechtkunt als je een signaal wilt melden? Noteer als docent welke duimen omlaag gaan en bespreek dit kort individueel na de les.

Differentiatie

Voor leerlingen die moeite hebben met zelfstandig lezen, lees de casus in tweetallen hardop aan elkaar voor of lees hem klassikaal voor terwijl leerlingen meelezen. Voor leerlingen die sneller klaar zijn met de analysevragen, laat hen een vijfde signaal bedenken dat in de casus had kunnen voorkomen maar er nu niet in staat, en laat hen benoemen waarom dat ook een signaal zou zijn.

Checklist voorbereiding

Lees de casus en het antwoordmodel vooraf zelf door zodat je vlot kunt reageren op afwijkende antwoorden van leerlingen. Zorg dat je een schoolbord, whiteboard of ander schrijfmiddel beschikbaar hebt voor de signalenmuur. Bepaal vooraf bij wie leerlingen in jouw klas terechtkunnen als zij een signaal willen melden (jijzelf, een vertrouwenspersoon, een zorgcoördinator) en deel dit aan het einde van de les.

Bronnen

Demol, K., ten Bokkel, I.M., van Gils, F.E., Colpin, H., Verschueren, K. (2021). Teachers4Victims. Onderzoeksrapport voor scholen en ouders. KU Leuven: Schoolpsychologie en Ontwikkeling in Context. Onderzoek onder 1051 leerlingen en 61 leerkrachten van het vierde tot zesde leerjaar lager onderwijs in Vlaanderen. Beschikbaar via: https://jeugdonderzoeksplatform.be/project/teachers4victims-onderzoeksra... en https://www.stoppestennu.nl/2021-ku-leuven-teachers4victims-onderzoeksra...

Stop Pesten Nu (z.d.). Pesten aanpakken als groepsproces, met een bespreking van onderzoek van onder meer Gijs Huitsing (Rijksuniversiteit Groningen). Geraadpleegd via: https://www.stoppestennu.nl/pesten-aanpakken-als-groepsproces

Meer informatie en actuele materialen voor de Week tegen Pesten: https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0 en www.stoppestennu.nl

Onderwijssoort: 
VO / Voortgezet onderwijs