Lesidee VO Spoken word: ‘Woorden die blijven hangen’ |

VO Spoken word: ‘Woorden die blijven hangen’

Herkenbaar uit de praktijk

In klas 2H zit een groepje rond Milan, die al weken als laatste wordt gekozen zodra er tweetallen gevormd moeten worden. Niemand scheldt hem uit. Niemand duwt hem. Maar als de docent vraagt wie er met Milan wil samenwerken, valt er steevast een korte stilte voordat iemand zich met opgetrokken schouders meldt. In de klassenapp blijft zijn bericht ‘wie heeft de opdracht van gisteren?’ onbeantwoord, terwijl berichten van anderen binnen een minuut een reactie krijgen. Faye ziet het wel. Ze begint drie keer een reactie te typen en wist die weer. Achterin de klas zuchten Bram en Senna hoorbaar zodra Milan zijn hand opsteekt. De mentor voelt dat er iets niet klopt, maar kan nergens concreet de vinger op leggen: niemand doet iets, en toch voelt iedereen de spanning. Dat geluid van een groep die zwijgt, is precies waar deze les over gaat.

► Download het lesmateriaal 

Wat leren leerlingen?

  • Zij ontdekken dat zwijgen, wegkijken en niet-reageren net zoveel invloed hebben op een groep als een directe pestopmerking.
  • Zij oefenen met het onder woorden brengen van gedrag en gevoel vanuit een ander perspectief dan hun eigen positie in de klas.
  • Zij ervaren dat een krachtige boodschap niet lang of technisch knap hoeft te zijn om indruk te maken.

Waarom deze les?

Observationeel onderzoek naar pestepisodes op het schoolplein liet zien dat slechts 25 procent van de omstanders ingreep om het pesten te stoppen, terwijl 54 procent passief toekeek en 21 procent actief meedeed met de pester (O’Connell, Pepler & Craig, 1999). Vervolgonderzoek van Cappadocia, Pepler, Cummings en Craig (2012) laat zien dat leerlingen die wél ingrijpen dit vaak doen vanuit een gevoel van rechtvaardigheid, terwijl leerlingen die niet ingrijpen vaak aangeven dat zij het gevoel hadden dat het ‘niet hun plek’ was om iets te zeggen. Spoken word is een krachtige werkvorm om dat onzichtbare, innerlijke ‘wel iets voelen maar niets zeggen’ naar buiten te halen: het dwingt leerlingen om precies te verwoorden wat er in zo’n stilte gebeurt.

Doelgroep en wanneer inzetten

  • Doelgroep: onderbouw en bovenbouw voortgezet onderwijs (12–16 jaar), aan te passen in moeilijkheidsgraad
  • Wanneer inzetten: Week tegen Pesten, mentorles, of als opening van een periode over sociale veiligheid

Praktische informatie

  • Duur: 90 minuten (2 lesuren); in te korten tot 50 minuten, zie differentiatie
  • Doelgroep: klas 1 t/m 4 voortgezet onderwijs
  • Uitvoerder: mentor, docent Nederlands, kunstvakdocent of trainer sociale vaardigheden
  • Benodigde materialen: pen en papier of laptop per leerling
  • Werkvormen: individuele schrijfopdracht, kringpresentatie, klassikaal gesprek, groepsafspraken maken

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

0–10 min

Introductie en waarom deze opdracht

Klassikale sprekerstekst

10–20 min

Inspiratie: perspectieven en schrijftechnieken

Klassikale uitleg

20–45 min

Creatieve opdracht: schrijven

Individueel

45–55 min

Museumkaartje schrijven

Individueel

55–80 min

Presenteren

Kleine kring of podium

80–90 min

Reflecteren en groepsafspraken inleiden

Individueel en klassikaal

Volledige lesuitvoering

Stap 1 — Introductie

“Vandaag gaan we niet praten over pesten zoals je dat gewend bent. We gaan geen regels opnoemen en niemand hoeft de dader te spelen. We gaan schrijven, en wat je opschrijft ga je hardop uitspreken. Dat kan spannend voelen, dus ik zeg het meteen: het gaat vandaag niet om wie de mooiste tekst schrijft of wie het beste kan voordragen. Het gaat om de boodschap die je kwijt wilt. Een tekst van drie woorden die klopt, is net zo waardevol als een tekst van dertig regels. Straks vertel je zelf in een paar zinnen waarom je dit hebt geschreven, en dat verhaal telt net zo zwaar mee als de tekst zelf.”

Stap 2 — Waarom deze opdracht

“Onderzoekers die pestsituaties op schoolpleinen filmden en analyseerden, zagen dat maar een kwart van de leerlingen die pesten zag gebeuren, ook echt iets deed. Meer dan de helft keek passief toe. En best veel leerlingen deden zelfs mee, soms zonder dat ze dat zelf pesten zouden noemen. Vandaag ga jij schrijven vanuit een van die posities: de pester, de meeloper, de stille omstander, iemand die wél wil helpen maar niet weet hoe, of zelfs vanuit een voorwerp dat alles ziet gebeuren.”

Stap 3 — Inspiratie

Mogelijke perspectieven (laat leerlingen kiezen of wijs toe voor spreiding):

  • de pester, op het moment dat hij of zij voor het eerst twijfelt
  • de meeloper die meelacht maar zich er ongemakkelijk bij voelt
  • de stille omstander die alles ziet en niets zegt
  • de leerling die wél wil helpen, maar bang is zelf slachtoffer te worden
  • de mentor die voelt dat er iets mis is, maar het niet kan aanwijzen
  • een ouder die iets opvangt aan de eettafel
  • een lege stoel in de klas
  • een telefoon die het bericht ‘gaat het wel?’ nooit verstuurt
  • een groepsapp waarin één naam nooit een reactie krijgt
  • een spiegel
  • iemand die tien jaar later op deze periode terugkijkt

Schrijftechnieken (ter inspiratie, geen verplichting):

  • Je hoeft niet te rijmen.
  • Je tekst mag uit drie regels bestaan.
  • Je mag alleen losse woorden gebruiken, zonder hele zinnen.
  • Je mag juist geen gevoelswoorden gebruiken (‘verdrietig’, ‘boos’) en alleen beschrijven wat je ziet of hoort.
  • Je mag één zin telkens laten terugkomen, als een soort refrein.
  • Je mag een gesprek schrijven tussen twee stemmen die elkaar onderbreken.
  • Je mag bewust stiltes inbouwen die je hardop laat vallen tijdens het voordragen.
  • Je mag schrijven vanuit een voorwerp in plaats van een persoon.

Stap 4 — Creatieve opdracht

Leerlingen schrijven 25 minuten lang een spoken word-tekst van maximaal 1 A4 (korter mag altijd) vanuit het gekozen perspectief. De docent loopt rond en stuurt niet inhoudelijk, maar stelt bij twijfel coachende vragen zoals: ‘Wat zou diegene op dit moment horen?’, ‘Wat zou diegene het liefst willen zeggen maar durft het niet?’, ‘Welk geluid hoort hierbij?’

Sommige leerlingen hebben aan het einde van de tijd niets, of maar één zin. Dat is geen falen. Vraag: ‘Vertel eens, wat wilde je hiermee zeggen?’ Vaak zit achter een leeg vel, één woord of een doorgestreepte regel een boodschap die minstens zo sterk is als een volledige tekst. Dit principe is gebaseerd op een echte ervaring tijdens een gastles: een leerling zat het grootste deel van de les met een leeg vel papier voor zich. Vlak voor het einde zette hij één groot zwart kruis op het papier met een dikke stift. Toen hem gevraagd werd wat hij daarmee wilde zeggen, antwoordde hij: ‘Iedereen begint als een mooi wit blad, maar pesten zet een zwart kruis door je leven.’ Die ene zin, bij dat ene zwarte kruis, raakte meer dan menig knap getekend werk die dag. Vertel dit voorbeeld gerust aan je klas vóórdat de opdracht begint: het opent de deur voor leerlingen die bang zijn dat hun idee ‘te simpel’ is.

Stap 5 — Museumkaartje

Iedere leerling vult onderstaand kaartje in en leest dit hardop voor vóór of ná de voordracht. Kopieer het kaartje vooraf zodat iedere leerling een eigen exemplaar heeft (op klein papier, bijvoorbeeld een kwart A4).

Museumkaartje — spoken word

Gekozen perspectief:

 

Kernzin van mijn tekst:

 

Ik wil dat de luisteraar op dit moment voelt:

 

 

 

Stap 6 — Presenteren

Iedere leerling krijgt evenveel spreektijd (maximaal 90 seconden). Er is geen applausmeter en geen beoordeling. De klas luistert in stilte en reageert na iedere voordracht met een korte ‘dank je wel’ in plaats van inhoudelijk commentaar. Leerlingen die niet hardop willen voordragen, mogen hun tekst laten voorlezen door de docent of een klasgenoot naar keuze.

Stap 7 — Reflecteren

Laat iedere leerling onderstaand werkblad individueel invullen. Geef de leerlingen vijf minuten schrijftijd.

Reflectieblad — spoken word

1. Welk perspectief raakte jou het meest, van jezelf of van een klasgenoot?

 

 

2. Welke rol (pester, meeloper, omstander, helper) herken jij het vaakst bij jezelf in de klas?

 

 

3. Welke kleine actie wil jij deze week bewust uitvoeren als je merkt dat iemand wordt buitengesloten?

 

 

4. Wat hoop je dat een klasgenoot doet als jij zelf ooit die lege stoel zou zijn?

 

 

 

Stap 8 — Vertalen naar de eigen klas

Voer een kort klassikaal gesprek aan de hand van de volgende vragen: ‘Welke rol kwam het vaakst voor in de teksten van vandaag: de omstander, de meeloper of de helper? Wat zegt dat over onze klas? Waar zien we dat patroon terug in onze klassenapp of in de manier waarop we elkaar kiezen bij groepswerk?’

Stap 9 — Concrete groepsafspraken

Leerlingen bedenken in duo’s één concrete, gedragsgerichte afspraak en schrijven die op een blaadje. De docent verzamelt alle afspraken op het bord en clustert overeenkomstige voorstellen. De klas stemt vervolgens op maximaal drie afspraken die echt haalbaar zijn, bijvoorbeeld: ‘we reageren binnen een dag op ieders bericht in de klassenapp’ of ‘niemand wordt als laatste gekozen zonder dat iemand naar hem of haar toe loopt’. Vage afspraken zoals ‘we zijn aardig tegen elkaar’ worden niet meegenomen: iedere afspraak moet zichtbaar gedrag beschrijven. Vul de gekozen afspraken direct in op onderstaand groepsafsprakenblad, zichtbaar voor de hele klas (bijvoorbeeld op het digibord of geprojecteerd).

Afspraak

Wie let erop / is verantwoordelijk

Wanneer evalueren we (datum)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stap 10 — Hoe houden we elkaar hieraan

Wijs twee leerlingen aan als klassenvertegenwoordigers die de drie afspraken maandelijks kort terugkoppelen tijdens de mentorles. Plan nu al een terugkommoment over vier weken in de agenda waarin de klas samen checkt of de afspraken nog leven. Hang het ingevulde groepsafsprakenblad zichtbaar op in het lokaal.

Observatiepunten voor de docent

  • Wie schrijft niets, wie schrijft juist heel fel of veel.
  • Wie kiest opvallend voor het perspectief van de pester of juist vermijdt dit perspectief.
  • Wie wordt zichtbaar stil bij een bepaald onderwerp.
  • Leg observaties niet-beoordelend vast voor een eventueel individueel vervolggesprek.

Veelgemaakte denkfouten

  • Denken dat de tekst ‘goed’ moet klinken om waardevol te zijn.
  • Denken dat het kiezen van het pester-perspectief betekent dat een leerling zelf pest.
  • Denken dat reflecteren op groepsgedrag hetzelfde is als een schuldige aanwijzen.
  • Denken dat groepsafspraken vanzelf blijven bestaan zonder terugkommoment.

Differentiatie

  • Onderbouw: geef meer sturing bij het kiezen van een perspectief en sta kortere teksten toe (drie woorden mag volstaan).
  • Bovenbouw: daag uit tot een complexere vorm, zoals een dialoog tussen twee stemmen of een terugkerend refrein.
  • Leerlingen met schrijfangst: laat hen tekenen wat ze bedoelen en dit mondeling toelichten in plaats van een volledige tekst te schrijven.
  • Bij een lestijd van 50 minuten: combineer stap 3 en stap 4, en beperk het aantal voordrachten tot een steekproef van leerlingen; laat de overigen hun kaartje inleveren voor een schriftelijke terugkoppeling.

Evaluatie

Evaluatieformulier — spoken word

1. Wat vond je van deze werkvorm om over pesten na te denken?

 

 

2. Voelde je je vrij om een perspectief te kiezen dat niet voor de hand lag?

 

 

3. Welke van de groepsafspraken ga jij zelf het beste onthouden?

 

 

4. Wat zou je aan deze les veranderen?

 

 

 

Checklist voorbereiding

☐  Pen en papier of laptop per leerling geregeld.

☐  Kring- of podiumopstelling mogelijk gemaakt in het lokaal.

☐  Museumkaartjes gekopieerd (één per leerling, dit document bevat het sjabloon).

☐  Reflectieblad en evaluatieformulier gekopieerd of digitaal klaargezet (beide sjablonen staan in dit document).

☐  Zelf van tevoren nagedacht over de eigen presentatie van het zwarte-kruisverhaal.

☐  Groepsafsprakenblad geprojecteerd of geprint, tijd gereserveerd om dit in te vullen (niet overslaan).

☐  Terugkommoment over vier weken ingepland in de agenda.

Bronnen

O’Connell, P., Pepler, D., & Craig, W. (1999). Peer involvement in bullying: Insights and challenges for intervention. Journal of Adolescence, 22(4), 437–452. https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0140197199902385

Cappadocia, M.C., Pepler, D., Cummings, J.G., & Craig, W. (2012). Individual Motivations and Characteristics Associated With Bystander Intervention During Bullying Episodes Among Children and Youth. Canadian Journal of School Psychology, 27(3). https://journals.sagepub.com/doi/abs/10.1177/0829573512450567

Stop Pesten Nu: www.stoppestennu.nl

Week tegen Pesten 2026: https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

 

 

Onderwijssoort: 
VO / Voortgezet onderwijs