Laat de klas reageren op deze situaties:
- “Een klasgenoot wil meedoen, maar niemand maakt ruimte.”
- “Tijdens een spel zegt iemand: ‘nee, niet met jou.’”
- “Op het bord staat een bijnaam geschreven.”
Vraag:
- Wat kunnen we als klas doen?
- Wie heeft hier een rol?
- Wat zegt het over een groep als niemand iets zegt?
Toelichting: begeleid het gesprek vanuit het groepsproces (niet: wie deed wat fout, maar: wat gebeurde er in de groep?)

