VSO lespakket 12 tot 16 jaar | Week_tegen_Pesten

VSO lespakket 12 tot 16 jaar (onderbouw | Week_tegen_Pesten

Inleiding voor de docent

Deze lessenreeks is de tweede van vier reeksen die Stop Pesten Nu Academy heeft ontwikkeld voor de Week tegen Pesten in het speciaal onderwijs. Deze reeks is bedoeld voor leerlingen van ongeveer 12 tot 16 jaar in de onderbouw van het voortgezet speciaal onderwijs, in groepen waarin leerlingen met een zeer laag IQ en leerlingen met een autismespectrumstoornis samen in één lokaal zitten. Iedere les duurt maximaal dertig minuten en volgt steeds dezelfde opbouw: een vast openingsritueel, een herkenbare situatie met vaste personages, een actieve werkvorm en een vast afsluitritueel.

Deze vaste structuur biedt leerlingen met autisme voorspelbaarheid en leerlingen met een laag IQ houvast door herhaling. Alle vijf lessen spelen zich af rond dezelfde vier vaste personages: Sem, Roos, Milan en Jayla, in herkenbare situaties uit het dagelijks schoolleven: de kantine, het schoolplein, de gymzaal en de klassenapp. Door de week heen leren de leerlingen deze personages steeds beter kennen, wat herkenning en veiligheid vergroot.

Alle vijf lessen zijn gebaseerd op de visie dat pesten een groepsproces is, samengevat in het hoofdthema van Stop Pesten Nu: samen maken we de groep. Het gaat niet om één pester en één slachtoffer, maar om de manier waarop de hele groep met elkaar omgaat, zowel offline als online. De reeks bouwt op: les 1 laat zien dat iedereen erbij hoort, les 2 leert leerlingen signalen herkennen, les 3 leert hen wat zij zelf kunnen doen, les 4 laat de groep eigen regels opstellen en les 5 sluit de week af en bevestigt wat is geleerd.

Download het volledige lespakket hier.

Les 1 - Erbij horen

Herkenbaar uit de praktijk

In de schoolkantine zie je vaak dat dezelfde leerlingen steeds bij elkaar aan tafel zitten, terwijl één leerling geregeld alleen aan een tafeltje zit of steeds als laatste aanschuift bij een groepje. Op het schoolplein gebeurt hetzelfde: een klein groepje staat dicht bij elkaar, en één leerling loopt er in een boog omheen. Dit is voor leerlingen in de onderbouw van het vso een dagelijkse realiteit. Deze les laat leerlingen concreet ervaren en benoemen wat het betekent om wel of niet ergens bij te horen.

Wat leren leerlingen

  • Leerlingen ervaren het verschil tussen wel en niet uitgenodigd worden.
  • Leerlingen oefenen met een concreet uitnodigend gebaar of zin.
  • Leerlingen leren benoemen dat iedereen in de klas een vaste plek verdient.

Waarom deze les

Onderzoek naar pesten als groepsproces laat zien dat verandering pas ontstaat wanneer de hele groep meedoet. Deze eerste les legt de basis: leerlingen ervaren dat de groep pas compleet is wanneer iedereen een plek heeft, in de kantine, op het schoolplein en in de klassenapp.

Doelgroep en wanneer inzetten

Leerlingen van 12 tot 16 jaar in de onderbouw van het vso, gemengde groep met een zeer laag IQ en autismespectrumstoornissen. In te zetten als openingsles op de eerste dag van de Week tegen Pesten.

Praktische informatie

Duur: 30 minuten

Doelgroep: leerlingen van 12 tot 16 jaar in de onderbouw van het voortgezet speciaal onderwijs, in groepen waarin leerlingen met een zeer laag IQ en leerlingen met een autismespectrumstoornis samen zitten.

Uitvoerder: mentor, docent of onderwijsassistent die de groep goed kent.

Benodigde materialen: vier zelfgemaakte setkaarten met een eenvoudig symbool per plek (een bord met bestek voor de kantine, een bal voor het schoolplein, een gymschoen voor de gymzaal, een telefoon-icoon voor de klassenapp), stoelen die je in vier hoeken van het lokaal groepeert, rode en groene kaart per leerling, een extra stoel per hoek.

Werkvormen: kort verhaal met analysevragen, beweegwerkvorm in vier hoeken, kringreflectie.

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

0-3 min

Opening

Vast kringritueel

3-12 min

Verhaal

Sem maakt plek voor Milan in de kantine

12-24 min

Werkvorm

Vier hoeken: maak plek

24-30 min

Afsluiting

Reflectie en afsluitritueel

 

Wetenschappelijke onderbouwing

Onderzoek van Huitsing, Oldenburg en Veenstra (Rijksuniversiteit Groningen) toont aan dat pesten een groepsproces is en dat verandering pas ontstaat wanneer de hele groep meedoet. Observatieonderzoek van Craig en Pepler (Queen's University en York University, Canada) laat zien dat leeftijdsgenoten in de grote meerderheid van situaties op het schoolplein aanwezig zijn en daardoor altijd een rol spelen, ook wanneer zij zelf niet pesten.

Docentinstructies bij de opening

Open iedere les uit deze reeks op dezelfde manier: laat de leerlingen in de kring zitten en geef kort en voorspelbaar aan wat er gaat gebeuren, bijvoorbeeld: vandaag kijken we weer naar Sem, Roos, Milan en Jayla. Geef ieder kort de kans om te reageren, verbaal of met een gebaar.

Sprekerstekst - het verhaal

Milan zit iedere pauze in de kantine aan hetzelfde tafeltje, helemaal aan de rand, alleen. Sem, Roos en Jayla zitten iedere pauze samen aan de tafel in het midden. Op een dag ziet Sem dat Milan weer alleen zit. Sem denkt: eigenlijk zou hij ook gewoon bij ons kunnen zitten. Sem staat op, loopt naar Milan toe en zegt: kom erbij zitten, er is nog een stoel vrij. Milan kijkt verbaasd op, pakt zijn dienblad en gaat bij de groep zitten. Roos schuift meteen een stoel bij. Vanaf die dag zit Milan iedere pauze bij Sem, Roos en Jayla aan tafel.

Analysevragen met antwoordmodel

Vraag 1: Waar zat Milan steeds tijdens de pauze? Antwoordmodel: Alleen, aan een tafeltje aan de rand.

Vraag 2: Wat deed Sem? Antwoordmodel: Hij liep naar Milan toe en nodigde hem uit om erbij te komen zitten.

Vraag 3: Wat deed Roos daarna? Antwoordmodel: Ze schoof een stoel bij zodat Milan makkelijk kon aanschuiven.

Vraag 4: Wat veranderde er voor Milan vanaf die dag? Antwoordmodel: Hij hoefde niet meer alleen te zitten en werd elke pauze bij de groep uitgenodigd.

Uitleg

Dit verhaal laat zien dat één klein, concreet gebaar, opstaan, ernaartoe lopen en een zin zeggen, al genoeg is om iemand een plek te geven. Voor deze leeftijdsgroep is het belangrijk dit te vertalen naar plekken die zij zelf kennen: de kantine, het schoolplein, de gymzaal en de klassenapp.

Veelgemaakte denkfouten

Een veelgemaakte misvatting is dat het geen probleem is als iemand toch liever alleen zit. Vraag dit altijd concreet na in plaats van het als vanzelfsprekend aan te nemen: veel leerlingen die stelselmatig alleen zitten, doen dit niet uit voorkeur maar omdat ze nooit gevraagd worden.

Interventiezinnen voor de docent

  • Ik zie nog een lege plek naast je, wie schuift er bij?
  • Zullen we er nog iemand bij vragen?
  • Kom er gerust bij zitten, er is genoeg plek.

Werkvorm: Vier hoeken - maak plek

Zet de vier setkaarten (kantine, schoolplein, gymzaal, klassenapp) in vier hoeken van het lokaal, elk met een klein groepje stoelen. Verdeel de leerlingen over de vier hoeken. Lees per hoek een korte situatie voor die bij die plek past, bijvoorbeeld: in de kantine schuift niemand een stoel bij voor de nieuwe leerling. Laat de leerlingen in die hoek reageren met de rode kaart (buitensluiten) of de groene kaart (erbij horen). Laat de groep vervolgens letterlijk een extra stoel bijzetten en hardop benoemen wat zij zouden zeggen om iemand uit te nodigen. Herhaal dit voor alle vier de hoeken.

Docentinstructies: bereid de vier situaties vooraf voor en schrijf ze kort op, zodat je ze voor iedere hoek voorleest zonder te improviseren. Werk met een vaste volgorde van hoeken, zodat het voor leerlingen met autisme voorspelbaar blijft. Doe bij de eerste hoek zelf voor hoe je een stoel bijzet en wat je daarbij zegt.

Observatiepunten

Let op welke leerlingen uit zichzelf een uitnodigende zin durven te zeggen en welke leerlingen dit alleen kunnen nadoen wanneer de docent het voordoet. Let ook op leerlingen die zelf ervaring lijken te herkennen tijdens de oefening.

Reflectieopdracht

Sluit af in de kring. Laat leerlingen reageren met de rode of groene kaart op de volgende vragen, zonder dat schrijven nodig is.

  • Hoe voelde Milan zich toen hij alleen zat?
  • Hoe voelde Milan zich toen Sem hem uitnodigde?
  • Heb jij zelf wel eens plek gemaakt voor een klasgenoot?

Rond af met de vaste groepszin die in alle vijf lessen terugkomt: Iedereen hoort erbij, iedere dag opnieuw.

Evaluatie

  • Konden alle leerlingen de werkvorm volgen, eventueel met aanpassing?
  • Welke leerlingen hadden moeite met het zelf uitspreken van een uitnodigende zin?
  • Is er in de klas een leerling die vaker dan anderen alleen zit? Neem dit mee als aandachtspunt voor de rest van de week.

Differentiatie

  • Zeer laag IQ: beperk de opdracht tot het fysiek bijzetten van een stoel, zonder de gesproken zin.
  • Autisme: kondig vooraf exact aan hoeveel hoeken er zijn en in welke volgorde ze aan bod komen.
  • Niet-verbale leerlingen: laat hen wijzen naar de rode of groene kaart in plaats van spreken.
  • Extra uitdaging: laat leerlingen zelf een nieuwe uitnodigende zin bedenken voor een van de vier plekken.

Checklist voorbereiding

☐  Vier hoeken met setkaart en stoelen klaargezet.

☐  Vier situaties vooraf kort opgeschreven.

☐  Rode en groene kaart per leerling klaargelegd.

☐  Extra stoel per hoek beschikbaar.

Bronnen

Huitsing, G., Oldenburg, B., & Veenstra, R. (Rijksuniversiteit Groningen). Onderzoek naar pesten als groepsproces. www.rene-veenstra.nl/media/

Huitsing, G., van der Meulen, M., & Veenstra, R. (2015). Pesten als groepsproces. In Pesten op school: Achtergronden en interventies. https://research.rug.nl/en/publications/pesten-als-groepsproces-3/

Craig, W. M., & Pepler, D. J. (1998). Observations of bullying and victimization in the schoolyard. Canadian Journal of School Psychology, 13, 41-59. https://journals.sagepub.com/doi/abs/10.1177/082957359801300205

O'Connell, P., Pepler, D., & Craig, W. (1999). Peer involvement in bullying: insights and challenges for intervention. Journal of Adolescence, 22(4), 437-452. https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0140197199902385

Meer lesmateriaal en achtergrondinformatie: www.stoppestennu.nl en https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

Les 2 - Zie jij het ook?

Herkenbaar uit de praktijk

Buitensluiten in de onderbouw van het vso gebeurt zelden hardop. Vaker gaat het om een half zichtbaar rollen met de ogen, een zucht wanneer iemand aanschuift, een berichtje in de klassenapp waar niemand op reageert, of een groepje dat expres de stoelen dichter naar elkaar toe trekt zodra er iemand bij wil komen zitten. Voor leerlingen met een laag IQ of autisme zijn deze signalen lastig te herkennen, juist omdat ze subtiel en stil zijn. Deze les maakt deze signalen concreet zichtbaar, zowel offline als in de klassenapp.

Wat leren leerlingen

  • Leerlingen leren signalen herkennen: rollen met de ogen, zuchten, niet reageren in de klassenapp, geen ruimte maken.
  • Leerlingen leren het onderscheid tussen toeval en bewust buitensluiten.
  • Leerlingen oefenen met het benoemen van wat ze zien.

Waarom deze les

De eerste stap naar verandering is leren zien wat er precies gebeurt, zowel op het schoolplein als online, voordat leerlingen kunnen leren hoe zij daarop kunnen reageren.

Doelgroep en wanneer inzetten

Leerlingen van 12 tot 16 jaar in de onderbouw van het vso, gemengde groep met een zeer laag IQ en autismespectrumstoornissen. In te zetten op de tweede dag van de Week tegen Pesten, na les 1.

Praktische informatie

Duur: 30 minuten

Doelgroep: leerlingen van 12 tot 16 jaar in de onderbouw van het voortgezet speciaal onderwijs, in groepen waarin leerlingen met een zeer laag IQ en leerlingen met een autismespectrumstoornis samen zitten.

Uitvoerder: mentor, docent of onderwijsassistent die de groep goed kent.

Benodigde materialen: de vier setkaarten van les 1, twee korte rolkaarten met scripts voor het rollenspel, rode en groene kaart per leerling, vijf vooraf geschreven signaalkaartjes.

Werkvormen: kort rollenspel met twee vaste scenes, signalenspeurtocht, kringreflectie.

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

0-3 min

Opening

Vast kringritueel

3-12 min

Rollenspel

Twee scenes met rood-groen kaartspel

12-24 min

Werkvorm

Signalenspeurtocht

24-30 min

Afsluiting

Reflectie en afsluitritueel

 

Wetenschappelijke onderbouwing

Observatieonderzoek van Craig en Pepler laat zien dat een groot deel van het gedrag van omstanders bij pesten bestaat uit stil, passief gedrag: wegkijken, niet reageren, gewoon doorgaan. Onderzoek van Huitsing en Veenstra (Rijksuniversiteit Groningen) laat zien dat het juist de normen binnen de groep zijn die bepalen of dit gedrag blijft bestaan of stopt.

Sprekerstekst - het rollenspel

Speel dit zelf voor, eventueel met twee leerlingen die de rolkaarten van Sem en Roos voorlezen.

Scene 1: Jayla stuurt in de klassenapp een bericht: wie heeft er zin om zaterdag samen naar de kermis te gaan? Sem en Roos zien het bericht, maar reageren geen van beiden. Het bericht blijft onbeantwoord staan. De volgende dag op het schoolplein loopt Jayla naar de groep toe, maar niemand maakt ruimte, en het gesprek gaat gewoon door zonder haar erbij te betrekken.

Laat de leerlingen na scene 1 de rode of groene kaart omhoog houden. Antwoordmodel: rode kaart, want Jayla wordt zowel online als op het schoolplein genegeerd.

Scene 2: de volgende week stuurt Jayla weer een bericht in de klassenapp. Deze keer reageert Roos meteen met een duimpje omhoog en het bericht: leuk idee, ik doe mee! Op het schoolplein maakt Sem bewust ruimte in de kring en zegt: kom er even bij, we hadden het net over zaterdag.

Laat de leerlingen na scene 2 opnieuw de rode of groene kaart omhoog houden. Antwoordmodel: groene kaart, want Jayla wordt zowel online als op het schoolplein actief betrokken.

Analysevragen met antwoordmodel

Vraag 1: Wat gebeurde er met het bericht van Jayla in scene 1? Antwoordmodel: Niemand reageerde erop.

Vraag 2: Wat gebeurde er op het schoolplein in scene 1? Antwoordmodel: Niemand maakte ruimte voor Jayla in de kring.

Vraag 3: Wat deden Roos en Sem in scene 2 anders? Antwoordmodel: Roos reageerde op het bericht en Sem maakte ruimte in de kring.

Uitleg

Ook online kun je iemand buitensluiten, bijvoorbeeld door nooit te reageren op een bericht. Voor leerlingen is het belangrijk te leren dat niets doen in de klassenapp hetzelfde effect kan hebben als iemand negeren in het echte leven.

Veelgemaakte denkfouten

Leerlingen denken vaak dat het niet reageren op een appje gewoon niets is en dus geen kwaad kan. Onderzoek naar pesten als groepsproces laat echter zien dat juist dit soort passief gedrag van de groep bepalend is voor hoe iemand zich voelt en of buitensluiten blijft bestaan.

Interventiezinnen voor de docent

  • Ik zie dat er geen reactie op je bericht kwam, wie wil er even reageren?
  • Maak even ruimte, dan kan iedereen meedoen.

Werkvorm: signalenspeurtocht

Verstop vijf kaartjes met signalen door het lokaal: een bericht in de klassenapp blijft twee dagen onbeantwoord; een leerling rolt met de ogen wanneer een klasgenoot iets zegt; een groepje trekt de stoelen dichter naar elkaar toe zodra er iemand bij wil komen zitten; een leerling zegt uit zichzelf, kom er gezellig bij zitten; een leerling reageert met een duimpje op een bericht van een klasgenoot. Laat leerlingen in tweetallen door het lokaal lopen, de kaartjes zoeken en samen beslissen: rode kaart bij buitensluiten of groene kaart bij erbij horen, en het kaartje bij de bijbehorende stapel leggen.

Docentinstructies: beperk het aantal kaartjes tot vijf, loop actief mee en lees ieder gevonden kaartje hardop voor voor leerlingen die moeite hebben met lezen. Bevestig direct na iedere keuze of het antwoord klopt en waarom.

Observatiepunten

Let op welke leerlingen de kaartjes zelfstandig kunnen duiden en welke leerlingen dit lastig vinden. Let ook op leerlingen die zelf voorbeelden uit de klas of de klassenapp herkennen, en benoem dit positief zonder namen van klasgenoten te noemen.

Reflectieopdracht

Ga terug naar de kring. Laat leerlingen om de beurt hun rode of groene kaart omhoog houden bij de volgende vragen.

  • Heb je wel eens gezien dat een bericht onbeantwoord bleef?
  • Heb je zelf wel eens gereageerd op iemand die dat nodig had?

Sluit af met de vaste groepszin: Iedereen hoort erbij, iedere dag opnieuw.

Evaluatie

  • Herkenden leerlingen het verschil tussen de rode en groene scene?
  • Welke leerlingen hadden ondersteuning nodig bij het lezen of duiden van de kaartjes?
  • Zijn er signalen uit de klas of de klassenapp naar voren gekomen die om verdere opvolging vragen?

Differentiatie

  • Zeer laag IQ: laat hen alleen naar het rollenspel kijken en de rode of groene kaart gebruiken, zonder de speurtocht.
  • Autisme: kondig vooraf aan hoeveel kaartjes er verstopt zijn en in welk deel van het lokaal.
  • Niet-lezende leerlingen: koppel aan een leesvaardige leerling of lees zelf voor.
  • Extra uitdaging: laat leerlingen zelf een voorbeeldzin bedenken voor een nieuw kaartje.

Checklist voorbereiding

☐  De vier setkaarten van les 1 opnieuw klaargezet.

☐  Twee rolkaarten met scripts voor het rollenspel klaar.

☐  Rode en groene kaart per leerling klaargelegd.

☐  Vijf signaalkaartjes vooraf geschreven en verstopt in het lokaal.

Bronnen

Huitsing, G., Oldenburg, B., & Veenstra, R. (Rijksuniversiteit Groningen). Onderzoek naar pesten als groepsproces. www.rene-veenstra.nl/media/

Huitsing, G., van der Meulen, M., & Veenstra, R. (2015). Pesten als groepsproces. In Pesten op school: Achtergronden en interventies. https://research.rug.nl/en/publications/pesten-als-groepsproces-3/

Craig, W. M., & Pepler, D. J. (1998). Observations of bullying and victimization in the schoolyard. Canadian Journal of School Psychology, 13, 41-59. https://journals.sagepub.com/doi/abs/10.1177/082957359801300205

O'Connell, P., Pepler, D., & Craig, W. (1999). Peer involvement in bullying: insights and challenges for intervention. Journal of Adolescence, 22(4), 437-452. https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0140197199902385

Meer lesmateriaal en achtergrondinformatie: www.stoppestennu.nl en https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

Les 3 - Kleine acties tellen

Herkenbaar uit de praktijk

Leerlingen zien regelmatig dat een klasgenoot online of offline wordt genegeerd, maar twijfelen of ze iets moeten doen, of durven niets te doen uit angst zelf ook buitengesloten te raken. Deze les laat leerlingen op een concrete en laagdrempelige manier ervaren dat zij zelf, met een klein gebaar, al iets kunnen betekenen.

Wat leren leerlingen

  • Leerlingen leren dat zij zelf iets kunnen doen wanneer zij buitensluiten zien, offline en online.
  • Leerlingen oefenen met vier concrete hulpacties.
  • Leerlingen ervaren dat een kleine actie al effect heeft.

Waarom deze les

De kernvisie van Stop Pesten Nu is dat iedere leerling invloed heeft op de groepscultuur, en dat kleine moedige acties samen de grootste verandering veroorzaken. Deze les maakt dat concreet en behapbaar.

Doelgroep en wanneer inzetten

Leerlingen van 12 tot 16 jaar in de onderbouw van het vso, gemengde groep met een zeer laag IQ en autismespectrumstoornissen. In te zetten op de derde dag van de Week tegen Pesten, na les 1 en les 2.

Praktische informatie

Duur: 30 minuten

Doelgroep: leerlingen van 12 tot 16 jaar in de onderbouw van het voortgezet speciaal onderwijs, in groepen waarin leerlingen met een zeer laag IQ en leerlingen met een autismespectrumstoornis samen zitten.

Uitvoerder: mentor, docent of onderwijsassistent die de groep goed kent.

Benodigde materialen: een kartonnen dobbelsteen van ongeveer vijftien bij vijftien centimeter met op de zijden vier symbolen (een duimpje voor reageren op een bericht, een stoel voor ruimte maken, een mondje voor iets zeggen, een pijl naar een poppetje met docent-uiterlijk voor melden bij de docent), waarbij twee symbolen herhaald worden voor de zesde zijde, stoelen in een kring.

Werkvormen: verhaal, dobbelsteenspel met kort rollenspel, kringreflectie.

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

0-3 min

Opening

Vast kringritueel

3-11 min

Verhaal

Roos twijfelt en besluit te reageren

11-25 min

Werkvorm

Helper-dobbelsteenspel

25-30 min

Afsluiting

Reflectie en afsluitritueel

 

Wetenschappelijke onderbouwing

Onderzoek van Craig en Pepler laat zien dat er veel manieren zijn om als omstander te helpen die niet direct confronterend zijn, zoals het reageren op een bericht, het inschakelen van een volwassene, of het uitnodigen van de leerling die genegeerd wordt. Deze indirecte vormen van hulp zijn voor deze doelgroep vaak haalbaarder dan het direct aanspreken van een klasgenoot.

Sprekerstekst - het verhaal

Roos ziet op een middag dat er in de klassenapp weer een bericht van Jayla onbeantwoord blijft. Roos twijfelt: zal ik reageren, of laat ik het gewoon zo? Ze besluit toch even op het bericht te reageren met een duimpje en de tekst: leuk plan! De volgende dag ziet ze Jayla stralen. Roos beseft dat één klein duimpje al genoeg was om Jayla het gevoel te geven dat ze erbij hoort.

Analysevragen met antwoordmodel

Vraag 1: Wat twijfelde Roos? Antwoordmodel: Of ze zou reageren op het bericht of het gewoon zou laten.

Vraag 2: Wat deed Roos? Antwoordmodel: Ze reageerde met een duimpje en een leuke reactie.

Vraag 3: Wat merkte Roos de volgende dag? Antwoordmodel: Jayla straalde, het kleine gebaar had effect gehad.

Uitleg

Deze les benadrukt dat helpen niet groots of moeilijk hoeft te zijn. Een hulpactie kan uit één klein, concreet stapje bestaan: reageren op een bericht, een plekje maken, iets zeggen, of het melden bij de docent. Werk daarom altijd met exact uitgeschreven zinnen en acties die leerlingen letterlijk kunnen naspreken en nadoen.

Veelgemaakte denkfouten

Leerlingen denken vaak dat helpen betekent dat ze de situatie zelf helemaal moeten oplossen of de ander direct moeten aanspreken. Onderzoek van Craig en Pepler laat zien dat indirecte vormen van hulp, zoals reageren op een bericht of het inschakelen van een volwassene, minstens zo waardevol zijn en voor deze doelgroep vaak haalbaarder.

Interventiezinnen (om letterlijk te oefenen)

  • Leuk plan, ik doe mee!
  • Kom er even bij, we hadden het net over jou.
  • Meester of juf, ik zie dat er op het bericht van [naam] niemand reageert.

Werkvorm: het helper-dobbelsteenspel

Maak vooraf een kartonnen dobbelsteen met op de zijden vier symbolen: een duimpje voor reageren op een bericht, een stoel voor ruimte maken, een mondje voor iets zeggen, en een pijl naar een poppetje met docent-uiterlijk voor melden bij de docent. Herhaal twee symbolen zodat de dobbelsteen zes zijden heeft. Laat leerlingen om de beurt de dobbelsteen gooien. Bij het gegooide symbool speelt de leerling samen met de docent kort na wat die actie in de praktijk betekent, met de rolkaarten van Sem, Roos, Milan en Jayla, of gewoon met zichzelf en een klasgenoot.

Docentinstructies: speel altijd eerst zelf één ronde voor. Houd het rollenspel per leerling kort, ongeveer een halve minuut. Bevestig na iedere beurt expliciet wat de leerling goed heeft gedaan.

Observatiepunten

Let op welke leerlingen de actie zelfstandig kunnen naspelen en welke leerlingen dit alleen kunnen nadoen wanneer de docent het voordoet. Noteer voor jezelf welke leerlingen moeite hebben met het idee van melden bij de docent, dit kan een aandachtspunt zijn voor individuele begeleiding.

Reflectieopdracht

Ga terug naar de kring met de dobbelsteen erbij. Laat iedere leerling nog een keer gooien en benoemen of aanwijzen welke hulpactie erbij hoort. Sluit af met de vraag: welke van deze vier hulpacties durf jij deze week zelf een keer te doen? Rond af met de vaste groepszin: Iedereen hoort erbij, iedere dag opnieuw.

Evaluatie

  • Konden leerlingen de vier hulpacties benoemen of naspelen, eventueel met ondersteuning?
  • Welke hulpactie koos de meerderheid van de groep om deze week te gaan doen?
  • Zijn er leerlingen die specifieke individuele oefening nodig hebben met één van de vier acties?

Differentiatie

  • Zeer laag IQ: beperk tot twee symbolen op de dobbelsteen, reageren op een bericht en ruimte maken.
  • Autisme: kondig vooraf aan hoe vaak iedereen aan de beurt komt en in welke volgorde.
  • Niet-verbale leerlingen: laten wijzen naar het symbool in plaats van de zin uitspreken.
  • Extra uitdaging: laat leerlingen zelf een nieuwe hulpactie bedenken en een vijfde symbool tekenen.

Checklist voorbereiding

☐  Kartonnen dobbelsteen met vier of twee symbolen gemaakt.

☐  Rolkaarten van les 1 en 2 klaar.

☐  Kring van stoelen klaargezet.

☐  Vaste volgorde van leerlingen voor de beurt bepaald.

Bronnen

Huitsing, G., Oldenburg, B., & Veenstra, R. (Rijksuniversiteit Groningen). Onderzoek naar pesten als groepsproces. www.rene-veenstra.nl/media/

Huitsing, G., van der Meulen, M., & Veenstra, R. (2015). Pesten als groepsproces. In Pesten op school: Achtergronden en interventies. https://research.rug.nl/en/publications/pesten-als-groepsproces-3/

Craig, W. M., & Pepler, D. J. (1998). Observations of bullying and victimization in the schoolyard. Canadian Journal of School Psychology, 13, 41-59. https://journals.sagepub.com/doi/abs/10.1177/082957359801300205

O'Connell, P., Pepler, D., & Craig, W. (1999). Peer involvement in bullying: insights and challenges for intervention. Journal of Adolescence, 22(4), 437-452. https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0140197199902385

Meer lesmateriaal en achtergrondinformatie: www.stoppestennu.nl en https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

Les 4 - Onze regels

Herkenbaar uit de praktijk

Klassen functioneren beter met een klein aantal duidelijke, gezamenlijk afgesproken regels, zowel voor de klas en de kantine als voor de klassenapp. Leerlingen met autisme hebben baat bij expliciete, zichtbare regels in plaats van ongeschreven sociale normen die zij moeilijk kunnen aflezen. Deze les laat de groep zelf een klein aantal regels kiezen.

Wat leren leerlingen

  • Leerlingen denken actief mee over regels voor de klas en de klassenapp.
  • Leerlingen ervaren dat zij invloed hebben op hoe de groep met elkaar omgaat.
  • Leerlingen leren een regel herkennen aan een vast symbool.

Waarom deze les

Onderzoek van Huitsing en Veenstra laat zien dat groepsnormen in hoge mate bepalen of pestgedrag blijft bestaan of stopt. Leerlingen zelf laten meebeslissen over de regels vergroot het eigenaarschap en de kans dat de regels ook daadwerkelijk worden nageleefd.

Doelgroep en wanneer inzetten

Leerlingen van 12 tot 16 jaar in de onderbouw van het vso, gemengde groep met een zeer laag IQ en autismespectrumstoornissen. In te zetten op de vierde dag van de Week tegen Pesten, na les 1, 2 en 3.

Praktische informatie

Duur: 30 minuten

Doelgroep: leerlingen van 12 tot 16 jaar in de onderbouw van het voortgezet speciaal onderwijs, in groepen waarin leerlingen met een zeer laag IQ en leerlingen met een autismespectrumstoornis samen zitten.

Uitvoerder: mentor, docent of onderwijsassistent die de groep goed kent.

Benodigde materialen: een leeg groot vel papier of karton als regelposter, stiften, vijf vooraf gemaakte regelkaarten met een eenvoudig symbool en een korte, positief geformuleerde tekst (bijvoorbeeld we reageren op elkaars berichten met een duimpje-symbool, we maken plek aan tafel met een stoel-symbool, we vragen elkaar mee met een uitroepteken-symbool, we zeggen het tegen de docent als iemand alleen is met een handje-symbool, we schelden niet in de app met een doorgestreepte-scheldwoord-symbool), stickers of stiften voor een stemronde, plakband.

Werkvormen: korte terugblik, stemopdracht, samen de regelposter maken.

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

0-3 min

Opening

Vast kringritueel met korte terugblik

3-10 min

Verhaal

De klas maakt eigen afspraken

10-24 min

Werkvorm

Regelposter maken en stemronde

24-30 min

Afsluiting

Ondertekening en afsluitritueel

 

Wetenschappelijke onderbouwing

Onderzoek van Huitsing, Oldenburg en Veenstra (Rijksuniversiteit Groningen) laat zien dat groepsnormen bepalend zijn voor het al dan niet voortbestaan van pestgedrag. Een groep die samen expliciete, positieve afspraken maakt over hoe men met elkaar omgaat, offline en online, bouwt aan een groepsnorm die buitensluiten minder vanzelfsprekend maakt.

Sprekerstekst - het verhaal

Sem, Roos, Milan en Jayla merken dat de klas veel fijner is geworden sinds iedereen plek maakt voor elkaar en reageert op elkaars berichten. Sem stelt voor: zullen we een paar afspraken maken, zodat dit zo blijft, ook in de klassenapp? De rest van de klas vindt dit een goed idee. Samen bedenken ze een paar regels die voor de hele klas gelden, zodat niemand ze hoeft te vergeten.

Analysevragen met antwoordmodel

Vraag 1: Waarom wilden Sem, Roos, Milan en Jayla afspraken maken? Antwoordmodel: Om ervoor te zorgen dat de klas fijn blijft voor iedereen, ook in de klassenapp.

Vraag 2: Wie bedachten de regels? Antwoordmodel: De hele klas samen.

Uitleg

Voor deze doelgroep is het belangrijk dat regels concreet, zichtbaar en beperkt in aantal zijn. Kies met de klas maximaal drie regels, met een duidelijk symbool per regel, en hang deze zichtbaar op in het lokaal zodat ze functioneren als vaste visuele herinnering.

Veelgemaakte denkfouten

Een veelgemaakte fout is het opstellen van te veel regels tegelijk, waardoor leerlingen met een laag IQ of autisme het overzicht verliezen. Een tweede denkfout is het formuleren van regels in de ontkennende vorm, zoals niet negeren, terwijl een positief geformuleerde regel, zoals we reageren op elkaars berichten, beter te onthouden en na te leven is.

Interventiezinnen voor de docent

  • Kijk eens naar onze regel op de poster, wat spreken we af?
  • Welke regel hoort hier toegepast te worden?

Werkvorm: de regelposter

Laat de leerlingen kiezen uit de vijf voorbereide regelkaarten door middel van een stemronde: iedere leerling plakt een sticker of zet een duim met stift bij de twee of drie regels die zij het belangrijkst vindt. Tel samen de stemmen en kies de drie regels met de meeste stemmen. Plak deze drie regelkaarten samen op het grote vel papier, zodat de regelposter ontstaat. Laat ieder kind vervolgens zijn handtekening of duimafdruk onderaan de poster zetten.

Docentinstructies: bereid de regelkaarten van tevoren voor met eenvoudige, herkenbare symbolen en korte, positief geformuleerde zinnen. Beperk de keuze tot maximaal vijf kaarten. Laat de stemronde één voor één verlopen, zodat het voor leerlingen met autisme voorspelbaar blijft wie wanneer aan de beurt is.

Observatiepunten

Let op welke regels de meeste steun krijgen vanuit de groep, dit geeft een indicatie van wat leerlingen zelf als belangrijk ervaren. Let ook op leerlingen die moeite hebben met het idee van stemmen of kiezen en bied hen extra ondersteuning.

Reflectieopdracht

Ga in de kring zitten met de klaargemaakte regelposter. Bespreek kort, per regel, wat die regel in de praktijk betekent, zowel in de klas als in de klassenapp, en vraag leerlingen om een voorbeeld te noemen. Sluit af met de vaste groepszin: Iedereen hoort erbij, iedere dag opnieuw.

Evaluatie

  • Welke drie regels heeft de groep gekozen, en sluiten deze aan bij de praktijk in de klas?
  • Konden alle leerlingen meedoen aan de stemronde, eventueel met ondersteuning?
  • Waar wordt de regelposter opgehangen, en wie bewaakt het blijvend gebruik ervan?

Differentiatie

  • Zeer laag IQ: laat kiezen uit twee in plaats van vijf regelkaarten, met eenvoudige symbolen.
  • Autisme: leg vooraf exact uit hoe de stemronde verloopt en in welke volgorde iedereen aan de beurt komt.
  • Niet-verbale leerlingen: laten wijzen of stickers plakken in plaats van spreken.
  • Extra uitdaging: laat leerlingen zelf een nieuwe regelkaart met symbool bedenken.

Checklist voorbereiding

☐  Groot vel papier of karton voor de regelposter klaar.

☐  Vijf voorbereide regelkaarten met symbool en korte tekst.

☐  Stickers of stiften voor de stemronde.

☐  Vaste plek in het lokaal bepaald om de regelposter na de les op te hangen.

Bronnen

Huitsing, G., Oldenburg, B., & Veenstra, R. (Rijksuniversiteit Groningen). Onderzoek naar pesten als groepsproces. www.rene-veenstra.nl/media/

Huitsing, G., van der Meulen, M., & Veenstra, R. (2015). Pesten als groepsproces. In Pesten op school: Achtergronden en interventies. https://research.rug.nl/en/publications/pesten-als-groepsproces-3/

Craig, W. M., & Pepler, D. J. (1998). Observations of bullying and victimization in the schoolyard. Canadian Journal of School Psychology, 13, 41-59. https://journals.sagepub.com/doi/abs/10.1177/082957359801300205

O'Connell, P., Pepler, D., & Craig, W. (1999). Peer involvement in bullying: insights and challenges for intervention. Journal of Adolescence, 22(4), 437-452. https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0140197199902385

Meer lesmateriaal en achtergrondinformatie: www.stoppestennu.nl en https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

Les 5 - Ons Groepsfeest

Herkenbaar uit de praktijk

Aan het einde van de Week tegen Pesten is het waardevol om te vieren wat de klas heeft geleerd en een blijvend ritueel te bevestigen, zodat het geleerde beklijft na de themaweek. Zonder herhaling en bekrachtiging zakken nieuwe afspraken bij deze doelgroep snel weer weg.

Wat leren leerlingen

  • Leerlingen herhalen en verbinden wat ze in de vier voorgaande lessen hebben geleerd.
  • Leerlingen ervaren een positief, gezamenlijk groepsmoment.
  • Leerlingen bevestigen actief hun eigen bijdrage aan de klas.

Waarom deze les

Herhaling en bekrachtiging zijn essentieel om aangeleerd gedrag te laten beklijven. Een feestelijke afsluiting maakt de groepsafspraken tot een positieve, gedeelde ervaring in plaats van een verplichting.

Doelgroep en wanneer inzetten

Leerlingen van 12 tot 16 jaar in de onderbouw van het vso, gemengde groep met een zeer laag IQ en autismespectrumstoornissen. In te zetten op de vijfde en laatste dag van de Week tegen Pesten.

Praktische informatie

Duur: 30 minuten

Doelgroep: leerlingen van 12 tot 16 jaar in de onderbouw van het voortgezet speciaal onderwijs, in groepen waarin leerlingen met een zeer laag IQ en leerlingen met een autismespectrumstoornis samen zitten.

Uitvoerder: mentor, docent of onderwijsassistent die de groep goed kent.

Benodigde materialen: de regelposter van les 4, de setkaarten en rolkaarten van les 1 tot en met 3, de rode en groene kaarten van les 2, de hulp-dobbelsteen van les 3, een zelfgemaakt waarderingskaartje per leerling met daarop de naam van de leerling en ruimte voor een korte complimentzin.

Werkvormen: terugblikquiz, gezamenlijk klasritueel, uitreiking van waarderingskaartjes.

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

0-3 min

Opening

Vast kringritueel

3-15 min

Werkvorm

Terugblikquiz

15-25 min

Werkvorm

Gezamenlijk klasritueel en waarderingskaartjes

25-30 min

Afsluiting

Slotreflectie

 

Wetenschappelijke onderbouwing

Onderzoek naar pesten als groepsproces (Huitsing, Oldenburg en Veenstra, Rijksuniversiteit Groningen) benadrukt dat het bekrachtigen van positieve groepsnormen een doorlopend proces is, geen eenmalige interventie. Herhaling van de afspraken en het zichtbaar belonen van gewenst gedrag ondersteunen het beklijven van de aangeleerde groepscultuur.

Werkvorm: de terugblikquiz

Gebruik de materialen uit de voorgaande lessen (de setkaarten, de rode en groene kaarten, de hulp-dobbelsteen en de regelposter) om in een vaste volgorde vier korte vragen te stellen, één bij elke les. Laat leerlingen om de beurt antwoorden met een gebaar, kaart of korte zin.

Vraag bij les 1: Wat deed Sem toen Milan alleen zat? Antwoordmodel: Sem maakte plek voor hem aan tafel.

Vraag bij les 2: Wat betekent de rode kaart? Antwoordmodel: Dat iemand wordt buitengesloten, offline of online.

Vraag bij les 3: Noem één hulpactie van de dobbelsteen. Antwoordmodel: Reageren op een bericht, ruimte maken, iets zeggen of melden bij de docent.

Vraag bij les 4: Welke drie regels heeft onze klas gekozen? Antwoordmodel: lees de regelposter samen hardop voor.

Docentinstructies: loop bij iedere vraag naar het bijbehorende materiaal, zodat de visuele herinnering het antwoord ondersteunt. Geef bij elk goed antwoord een duidelijk, herkenbaar compliment, bijvoorbeeld een applaus of duim omhoog van de hele groep.

Het gezamenlijke klasritueel

Ga met de hele groep in de kring staan of zitten. Herhaal samen, in een vast ritme, de groepszin die de hele week is gebruikt: Iedereen hoort erbij, iedere dag opnieuw. Reik daarna aan iedere leerling een waarderingskaartje uit met een korte, persoonlijke en concrete complimentzin over wat die leerling deze week heeft laten zien, bijvoorbeeld: jij hebt deze week goed gereageerd op een bericht van een klasgenoot, of jij hebt goed opgelet bij de signalenspeurtocht.

Observatiepunten

Let op de reactie van leerlingen bij het ontvangen van het waarderingskaartje, dit is een goed moment om te zien welke leerlingen zich zichtbaar gezien en gewaardeerd voelen. Noteer voor jezelf welke groepsafspraken uit les 4 de komende periode extra aandacht nodig hebben.

Reflectieopdracht

Laat ieder kind aan het einde één ding wijzen of benoemen dat hij of zij deze week het leukst vond, met behulp van de materialen die op tafel liggen. Sluit af met de laatste gezamenlijke herhaling van de groepszin: Iedereen hoort erbij, iedere dag opnieuw.

Evaluatie

  • Konden leerlingen de vier lessen in grote lijnen herkennen tijdens de terugblikquiz?
  • Hoe reageerde de groep op het gezamenlijke klasritueel en de waarderingskaartjes?
  • Welke afspraken uit de regelposter verdienen blijvende aandacht in de weken na de Week tegen Pesten?
  • Plan een vast moment, bijvoorbeeld elke vrijdag, om de regelposter en de groepszin kort te herhalen, zodat het geleerde beklijft.

Differentiatie

  • Zeer laag IQ: beperk de terugblikquiz tot twee vragen in plaats van vier.
  • Autisme: kondig van tevoren de volgorde en het aantal kaartjes aan.
  • Niet-verbale leerlingen: laat hen wijzen naar het materiaal in plaats van spreken tijdens de terugblikquiz.
  • Extra uitdaging: laat leerlingen zelf, onder begeleiding, een korte positieve zin bedenken voor het waarderingskaartje van een klasgenoot.

Checklist voorbereiding

☐  Alle materialen van les 1 tot en met 4 verzameld: setkaarten, rolkaarten, rode en groene kaarten, dobbelsteen en regelposter.

☐  Waarderingskaartjes voor iedere leerling vooraf gemaakt.

☐  Persoonlijke complimentzin per leerling vooraf kort voorbereid.

☐  Vast moment na de themaweek gepland om de regelposter en de groepszin te herhalen.

Bronnen

Huitsing, G., Oldenburg, B., & Veenstra, R. (Rijksuniversiteit Groningen). Onderzoek naar pesten als groepsproces. www.rene-veenstra.nl/media/

Huitsing, G., van der Meulen, M., & Veenstra, R. (2015). Pesten als groepsproces. In Pesten op school: Achtergronden en interventies. https://research.rug.nl/en/publications/pesten-als-groepsproces-3/

Craig, W. M., & Pepler, D. J. (1998). Observations of bullying and victimization in the schoolyard. Canadian Journal of School Psychology, 13, 41-59. https://journals.sagepub.com/doi/abs/10.1177/082957359801300205

O'Connell, P., Pepler, D., & Craig, W. (1999). Peer involvement in bullying: insights and challenges for intervention. Journal of Adolescence, 22(4), 437-452. https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0140197199902385

Meer lesmateriaal en achtergrondinformatie: www.stoppestennu.nl en https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0