Waarom het niet helpt om te zeggen: “Op deze school pesten we niet” | Stop Pesten NU

Waarom het niet helpt om te zeggen: “Op deze school pesten we niet”

Hoe je met leerlingen gedragsafspraken maakt die wél werken

Bij het begin van het schooljaar of de Week tegen Pesten zeggen scholen vaak:

  • “Wij pesten niet.”
  • “Iedereen hoort erbij.”
  • “Respect is de norm.”

Dat klinkt goed, maar deze uitspraken zijn te vaag om leerlingen houvast te geven. Ze weten dan nog steeds niet:

  • Wat wordt van mij verwacht als ik zie dat iemand gepest wordt?
  • Wat mag ik doen of zeggen?
  • Wat doen we als het online gebeurt, of buiten schooltijd?

Conclusie uit onderzoek: gedragsafspraken werken alleen als ze met de groep zélf zijn opgesteld, toegepast op herkenbare situaties en voorzien van handelingsperspectief.

 

Wetenschappelijk inzicht

Beau Oldenburg (Rijksuniversiteit Groningen) en andere onderzoekers benadrukken dat:

  • Pesten stopt niet vanzelf.
  • Zwijgende omstanders maken het mogelijk.
  • Gedragsnormen zijn pas effectief als leerlingen weten wat ze moeten doen.

“Als je alleen zegt dat pesten niet mag, creëer je een norm, maar geen gedrag.”

 

Wat zeggen leerlingen hierover?

  • “We moesten een poster tekenen met: wij zijn een fijne klas. Maar niemand wist wat dat betekende.”
  • “Op papier zijn we tegen pesten, maar niemand zegt iets als het echt gebeurt.”
  • “Ze zeggen: klik niet. Maar dan weet je dus niet wat je moet doen.”
  • “Ik wist niet dat het pesten was. Dacht dat het gewoon grappig bedoeld was.”
 

Wat werkt dan wél?

  1. Afspraken maken op basis van herkenbare situaties
  2. Samen met leerlingen de norm formuleren
  3. De afspraak koppelen aan concrete actie
  4. Bespreken wat helpt en wat het moeilijk maakt
  5. Sancties of reacties bespreken: wat als we het niet doen?
 

Werkvormen & materialen – per onderwijsniveau

 

 

PO (groep 5-8) Werkvorm: “Wat doe jij als…”

Laat kinderen in tweetallen overleggen bij deze situaties:

  • Een klasgenoot wordt buitengesloten in de pauze
  • Iemand wordt steeds ‘per ongeluk’ uitgelachen
  • Er staat een vervelende bijnaam op het whiteboard
  • Iemand wordt expres niet gekozen bij een spel

Vraag:

  • Wat zie je?
  • Hoe voelt het voor degene die het overkomt?
  • Wat kun jij doen?

Voorbeeldantwoorden:

  • “Ik zeg: hé, dat doen we niet.”
  • “Ik vraag of iemand met mij mee wil doen.”
  • “Ik meld het aan de meester of juf.”

Maak daarna samen een groepsafspraak-poster:

“Bij ons zeggen we er iets van. Of we melden het. Altijd.”

 

 

VO (onderbouw & bovenbouw) Werkvorm: “Van algemene regel naar concreet gedrag”

Stap 1: Zet deze algemene uitspraken op het bord:

  • “Wij pesten niet.”
  • “Iedereen hoort erbij.”
  • “We hebben respect.”

Stap 2: Laat leerlingen in groepjes invullen:

  • Wat betekent dit concreet in de klas?
  • Wat doen we als we zien dat iemand gepest wordt?
  • Wat mag ik verwachten van mijn klasgenoten?

Voorbeeldconcretisering:

  • “Als iemand gepest wordt, spreken we de pester aan – als we dat durven.”
  • “Als dat niet lukt, melden we het bij een mentor of docent.”
  • “We lachen niet mee, ook niet bij een ‘grapje’.”

Gebruik de groep als co-ontwerpers van de norm. Laat ze deze formuleren in hun eigen taal. Hang die afspraak zichtbaar op.

 

 

MBO Werkvorm: “Wat is jouw verantwoordelijkheid?”

Situaties:

  1. In een appgroep wordt iemand nageroepen. Jij zit erin.
  2. Tijdens praktijkles wordt iemand constant genegeerd.
  3. Je hoort dat iemand niet meer komt omdat de sfeer ‘naar’ is.

Vraag per situatie:

  • Wat kun jij doen?
  • Wat verwacht je van je klasgenoten?
  • Wat is de rol van docenten of SLB’er?

Laat studenten afsluiten met: “In deze klas spreken we af dat…”

Voorbeelden:

  • “Wij spreken elkaar aan op gedrag.”
  • “Als iemand wordt buitengesloten, doen we iets.”
  • “We melden het, ook al heet dat snitchen. Veiligheid gaat voor.”
 

 

Docentenhandleiding (PO/VO/MBO)

Wat vooral níet doen:

  • Afspraken van bovenaf opleggen (“Dit zijn onze regels”)
  • Alleen posters ophangen zonder gesprek
  • Abstracte termen gebruiken die geen actie impliceren

Wat wél werkt:

  • Gesprek starten vanuit een voorbeeldsituatie
  • Vragen: “Wat doen we in zo’n geval?” en “Wat heb jij nodig om in te grijpen?”
  • Leerlingen eigenaar maken van de afspraak
  • De afspraak herhalen, toetsen en benoemen bij incidenten
 

Checklist voor gedragsafspraken die werken

Checklistpunt

Ingevuld?

Is de afspraak met de leerlingen samen opgesteld?

 

Is de afspraak gekoppeld aan een concrete actie?

 

Is er besproken wat je kunt doen als je het niet durft?

 

Is er een norm geformuleerd voor buiten school en online?

 

Wordt de afspraak zichtbaar in het lokaal opgehangen?

 
 

Samenvattend:

  • Zeggen “wij pesten niet” is een goed begin.
  • Maar je bereikt pas écht iets als je samen met je klas of groep vastlegt:
    • “Wat doen wij als we pesten zien gebeuren?”