Waarom oppervlakkige gedragsregels niet helpen tegen pesten | Stop Pesten NU

Waarom oppervlakkige gedragsregels niet helpen tegen pesten

En hoe je met leerlingen echte afspraken maakt die werken — online én offline

“We hebben duidelijke regels op school: niet schelden, niet slaan, geen pesten.”

Toch gebeuren er dagelijks situaties waarin leerlingen worden buitengesloten, online worden zwartgemaakt of subtiel worden genegeerd.

Wat is er mis met die regels?

Ze zijn te algemeen, te abstract en niet gekoppeld aan herkenbare situaties. En dat is precies waarom ze vaak geen gedrag beïnvloeden.

Als je wil dat leerlingen zich verantwoordelijk voelen voor een veilige groep, moet je samen concrete, gedragen afspraken maken. Afspraken die niet alleen gelden in het klaslokaal, maar ook:

  • op het schoolplein,
  • op WhatsApp of Snapchat,
  • in de supermarkt of sportvereniging.

Wat is het probleem met ‘niet schelden, niet slaan’?

Deze afspraken:

  • zijn vaak top-down opgelegd (door docenten of MT),
  • klinken als regels voor kleuters (zeker in VO/MBO),
  • laten geen ruimte voor nuance of dilemma’s,
  • bieden geen handelingsperspectief bij pestgedrag zonder direct geweld.

En belangrijker nog:

Ze geven leerlingen geen taal, geen richting en geen voorbeeld voor wat ze wél kunnen doen in lastige situaties.

Wat werkt wél? Afspraken maken vanuit echte situaties

In plaats van algemene regels, werk je met leerlingen aan situatiegerichte afspraken. Dat doe je zo:

  1. Start vanuit een herkenbare situatie.

Bijv.: “Wat doen we als iemand wordt buitengesloten?”

  1. Laat leerlingen delen wat ze denken, voelen en normaal vinden.
  2. Bespreek wat de gevolgen zijn van niets doen.
  3. Vraag: “Wat zou jij willen dat een ander doet als jij dit meemaakt?”
  4. Formuleer samen een korte, duidelijke afspraak.

Voorbeelden per onderwijsniveau

PO (Primair Onderwijs)

Situatie: Een kind wordt nooit gekozen bij spelletjes.

Gesprek met klas:

  • Wat zou jij voelen als je dat kind bent?
  • Waarom gebeurt dit, denk je?
  • Wat kunnen we afspreken zodat dit niet meer gebeurt?

Mogelijke afspraak:

“Als we kiezen, zorgen we dat iedereen een keer aan de beurt komt.”

VO (Voortgezet Onderwijs)

Situatie: Een leerling wordt online buitengesloten via groepsapps.

Gesprek met klas:

  • Wat is het verschil tussen plagen en structureel buitenhouden?
  • Wat maakt melden moeilijk?
  • Wat noemen we snitchen — en wat is gewoon opkomen voor iemand?

Mogelijke afspraak:

“Als iemand bewust wordt buitengesloten, spreken we dat uit. Online hoort ook bij school.”

“We zeggen iets of melden het. Niks doen is meedoen.”

MBO (Middelbaar Beroepsonderwijs)

Situatie: Een student wordt genegeerd in groepsopdrachten of in de praktijk.

Gesprek in de groep of in BPV-les:

  • Wat is professioneel gedrag als iemand wordt uitgesloten?
  • Hoe spreek je medestudenten aan zonder ruzie te maken?
  • Wat zou jij willen dat iemand voor jou doet?

Mogelijke afspraak:

“Als we samenwerken, zorgen we dat iedereen betrokken is. Dat hoort bij je beroepshouding.”

Wat leerlingen zelf zeggen

Uit gesprekken met leerlingen blijkt:

  • “Iedereen weet de regels, maar niemand weet wat je moet doen als het misgaat.”
  • “Als je iets zegt, denken ze dat je een snitch bent.”
  • “Ze zeggen: meld het. Maar daarna hoor je niks meer. Dat voelt onveilig.”

Wat helpt wél volgens leerlingen:

  • heldere voorbeelden,
  • bespreekbare afspraken,
  • steun van meerdere docenten, niet alleen de mentor.

Tips voor het maken van echte gedragsafspraken

  1. Gebruik échte situaties (niet hypothetisch).
  2. Laat leerlingen zelf benoemen wat moeilijk is.
  3. Formuleer afspraken samen en concreet.
  4. Zorg dat álle collega’s de afspraken kennen.
  5. Herhaal ze regelmatig, vooral na incidenten.
  6. Gebruik ze als referentie in oudergesprekken, op rapporten of bij de start van nieuwe periodes.

Echte gedragsafspraken klinken zo:

  • “We spreken af dat als iemand wordt buitengesloten, je iets zegt of hulp vraagt.”
  • “Op het schoolplein en in de groepsapp gelden dezelfde regels: respect en erbij horen.”
  • “Als iemand ‘grappen’ niet leuk vindt, stoppen we — ook als het niet zo bedoeld was.”
  • “We maken niemand belachelijk, online of in de klas.”
  • “Als je iets ziet dat niet klopt, ben je niet de verrader. Je bent degene die de sfeer veilig houdt.”

Tot slot: van regels naar verantwoordelijkheid

Regels vertellen wat niet mag.

Afspraken laten zien wat je samen belangrijk vindt.

Als leerlingen zélf hebben meegedacht, zijn ze:

  • gemotiveerder om zich eraan te houden,
  • beter in staat om elkaar eraan te herinneren,
  • minder afhankelijk van de leraar als enige beschermer.

En dat is precies de cultuurverandering die nodig is als je pesten echt wilt aanpakken.