Pesten is nooit alleen een probleem tussen één pester en één slachtoffer. Pesten ontstaat en blijft vaak bestaan binnen een groep. Denk aan klasgenoten, collega’s, teamgenoten, groepsleden, bewoners of omstanders die meelachen, zwijgen, wegkijken, meedoen, doorsturen, buitensluiten of niets durven zeggen. Juist daardoor krijgt pestgedrag ruimte. Bij pesten speelt groepsdynamiek een grote rol. Iemand kan pesten om status te krijgen, erbij te horen, macht te voelen of indruk te maken op anderen. Omstanders bepalen vaak mede of pesten doorgaat of stopt. Als niemand ingrijpt, kan de groep onbewust de boodschap geven dat het gedrag normaal is. Als meerdere mensen duidelijk maken dat pesten niet oké is, verandert de groepsnorm. Daarom gelooft Stop Pesten Nu dat pesten aanpakken vraagt om een groepsgerichte aanpak. Alleen de pester aanspreken is meestal niet genoeg. De hele klas, het team, de sportgroep of leefgroep moet leren wat pesten doet, welke rollen er zijn, hoe zwijgen kan meewerken en welke kleine acties helpen om sociale veiligheid te herstellen. Pesten stoppen begint bij gezamenlijke verantwoordelijkheid.

