En wat je als school wél moet doen om pesten echt aan te pakken
Wat zegt de wetenschap?
Onderzoek van o.a. Beau Oldenburg (Rijksuniversiteit Groningen) en internationale studies tonen aan:
- Positieve werkvormen (zoals complimentenspelletjes, energizers, coöperatief leren) helpen mee aan groepsvorming, maar zijn níet voldoende om pesten te stoppen.
- Ze missen namelijk het aanspreken van de machtsdynamiek, normoverschrijdend gedrag en het zwijgen van omstanders.
Veel scholen gebruiken positieve werkvormen omdat ze:
- veilig voelen voor leerkracht en klas
- weinig confronterend zijn
- passen in het streven naar ‘een fijne sfeer’
Maar:
→ Het leidt vaak tot een ‘sociale façade’: ogenschijnlijk harmonie, terwijl pesten doorgaat onder de oppervlakte.
Wat zien wij in de praktijk misgaan?
Leerkrachten zeggen:
- “Ik doe al zoveel aan groepsvorming, maar het blijft onrustig.”
- “Ze zijn juist heel aardig als ik erbij ben.”
- “Iedereen kent de klassenregels, dus het lijkt goed te gaan.”
In werkelijkheid:
- leerlingen durven niet alles te zeggen
- sociale uitsluiting en online pesten gaan door
- de pestrollen blijven bestaan (maar zijn niet zichtbaar voor de leraar)
Leerlinginzichten: wat werkt niet?
- “Ze denken dat als je één keer een compliment geeft, alles goed is.”
- “Als we ‘iedereen hoort erbij’ zeggen, voelt dat niet echt.”
- “Die leuke spelletjes zorgen er niet voor dat iemand voor me opkomt.”
- “Er wordt nooit gevraagd naar wie níet meedoet.”
Wat werkt wél?
- Gecombineerde aanpak
- Positieve groepsvorming (bouw sfeer en veiligheid)
- EN expliciete gesprekken over pesten, groepsdruk en verantwoordelijkheid
- Benoemen van pestgedrag – ook in milde vormen zoals
- “grappige” bijnamen
- uitsluiten bij werkvormen
- een ‘nepvriend’ zijn
- Bespreken van pestrollen en morele dilemma’s
Gebruik verhalen, gesprekskaarten en echte situaties - Creëer duidelijke groepsnormen mét handelingsperspectief
Niet: “we horen erbij”
Maar: “als je iets ziet, zeg je er iets van of meld je het bij ons”
Wat kun je als leraar morgen al doen?
- Vraag wie er niet aan het woord komt (sociale uitsluiting herkennen)
- Geef ruimte aan ongemak – leer ze dat ongemak bij verantwoordelijkheid hoort
- Gebruik een gesprek over ‘niet klikken, maar zorgen’
- Laat zien dat je álles bespreekbaar maakt – ook als het schurkt

