Wat is groepsvorming en waarom is het essentieel tegen pesten? | Stop Pesten NU

Wat is groepsvorming en waarom is het essentieel tegen pesten?

De klas is een groep, geen optelsom van individuen

Elke schoolklas vormt een sociale groep. Als leerkracht werk je dus niet alleen met 25 losse kinderen, maar met een geheel waarin onderlinge relaties, posities en groepsnormen bepalend zijn voor hoe veilig of onveilig het is in de groep. Veel leraren zien dat pesten voortkomt uit conflicten tussen individuele leerlingen, maar recente inzichten uit de onderwijskunde en sociale psychologie wijzen op iets anders: pesten is geen individueel probleem, maar een groepsprobleem.

Daarom is het begrijpen van groepsvorming geen luxe, maar een absolute voorwaarde om effectief pesten te kunnen voorkomen en stoppen. In dit artikel lees je:

  • wat groepsvorming precies is,
  • hoe groepsdynamiek invloed heeft op pestgedrag,
  • wat je als leraar kunt doen tijdens de verschillende fasen van groepsvorming,
  • en waarom bewust werken aan groepsontwikkeling essentieel is voor een sociaal veilige klas.

Praktijkvoorbeeld: “Het leek alsof het ineens begon”

Leerkracht Judith start in groep 6 met een ogenschijnlijk rustige klas. Na de herfstvakantie merkt ze ineens spanningen: opmerkingen over iemands kleding, niet mee mogen doen op het plein, grapjes die over de grens gaan. Eén leerling wordt zichtbaar buitengesloten. Judith is verbaasd: “In september leek alles goed te gaan, hoe kan het dat dit ineens gebeurt?”

Wat Judith niet zag, is dat haar klas zich door de fasen van groepsvorming aan het bewegen was. In die ontwikkeling is onveilig gedrag zoals pesten vaak een signaal dat de groep zich niet vanzelf positief ontwikkelt. Het begrijpen van deze groepsprocessen helpt haar (en andere leraren) om eerder in te grijpen — en niet pas wanneer het uit de hand loopt.

Wat is groepsvorming?

Groepsvorming is het proces waarbij een groep mensen zich ontwikkelt van een losse verzameling individuen tot een samenwerkend geheel met eigen normen, rollen en patronen. In het onderwijs wordt vaak gewerkt met het model van Bruce Tuckman (1965), dat bestaat uit vijf fasen:

  1. Forming – Oriëntatiefase: leerlingen verkennen elkaar en de regels.
  2. Storming – Machtsfase: strijd om posities, normen en leiderschap.
  3. Norming – Normeringsfase: groepsnormen worden gevormd.
  4. Performing – Prestatiefase: samenwerking is effectief en veilig.
  5. Adjourning – Afsluitfase: afscheid en heroriëntatie (einde schooljaar).

Bij elke fase horen specifieke gedragingen, risico’s én kansen voor de groepsontwikkeling. Juist de storming- en normingfase zijn kwetsbaar voor pestgedrag. In deze fasen worden groepsnormen getest en wordt sociaal gedrag ‘afgestraft’ of beloond.

Groepsvorming en pesten: wat zegt onderzoek?

Onderzoek van o.a. Christina Salmivalli (Universiteit van Turku, Finland) toont aan dat pesten een groepsproces is waarbij meerdere rollen een functie hebben. Pesten ontstaat niet alleen door de dader, maar doordat de groep dit gedrag mogelijk maakt of versterkt. Groepsvorming is dus onlosmakelijk verbonden met pesten:

  • In de stormingfase ontstaan vaak subgroepjes, worden grenzen getest en wordt gedrag van anderen uitgedaagd.
  • In de normingfase worden ‘regels’ impliciet afgesproken: wie bepaalt wat normaal is, wie hoort erbij, wie mag anders zijn?

Als een groep onvoldoende begeleiding krijgt in deze fasen, kunnen negatieve groepsnormen ontstaan waarin pesten wordt getolereerd of zelfs gewaardeerd. Bijvoorbeeld: “Als je niet meedoet met de grapjes, ben je een watje.” Leerkrachten die actief sturen in deze fasen, kunnen deze normering positief beïnvloeden.

Waarom is bewust werken aan groepsvorming essentieel?

Een goed verlopend groepsvormingsproces leidt tot:

  • meer sociale veiligheid;
  • grotere samenwerking en onderlinge hulp;
  • minder probleemgedrag (inclusief pesten);
  • meer ruimte voor leren en presteren.

Het is dus niet alleen belangrijk voor het pedagogisch klimaat, maar ook voor de cognitieve prestaties van leerlingen. Groepsvorming gebeurt altijd — de vraag is alleen: laat je het gebeuren, of begeleid je het bewust?

Fasen van groepsvorming: wat kun je doen als leerkracht?

1. Forming – kennismaken en observeren

  • Stimuleer open kennismaking en groepsgesprekken.
  • Introduceer klasregels sámen met de leerlingen.
  • Observeer: wie trekt naar wie toe? Wie blijft buiten beeld?

2. Storming – omgaan met conflict en positiegedrag

  • Bespreek verschillen en spanningen open in de groep.
  • Gebruik coöperatieve werkvormen waarin rollen wisselen.
  • Stel grenzen aan gedrag zonder leerlingen te etiketteren.

3. Norming – bouwen aan positieve groepsnormen

  • Stimuleer empathie: “Wat betekent dit gedrag voor de ander?”
  • Werk met groepsdoelen: “Hoe willen wij met elkaar omgaan?”
  • Wees expliciet over wat wél en niet getolereerd wordt.

4. Performing – benut de kracht van de groep

  • Laat leerlingen samenwerken aan echte opdrachten.
  • Geef ruimte voor leerlingen om initiatief te nemen.
  • Herken en benoem positief gedrag dat de groep versterkt.

5. Adjourning – evalueren en loslaten

  • Neem tijd voor reflectie: hoe hebben we het samen gedaan?
  • Geef ruimte voor afscheid, zelfs bij korte trajecten.
  • Bereid leerlingen voor op nieuwe groepsvormingen.

Veelgestelde vragen van leerkrachten 

  1. Hoe werkt groepsvorming in de klas?
    Groepsvorming in de klas verloopt in fases (forming, storming, norming, performing) waarbij leerlingen onderling relaties aangaan, grenzen verkennen, normen ontwikkelen en uiteindelijk samenwerken. Elke fase vraagt om een andere rol van de leraar.
     
  2. Hoe kun je groepsvorming begeleiden zonder extra tijd of budget?
    Door dagelijkse werkvormen slim in te zetten: kies opdrachten waarbij samenwerken essentieel is, maak tijd voor kringgesprekken en gebruik bestaande lesmomenten om gedrag te bespreken.
     
  3. Wanneer in het schooljaar is groepsvorming het belangrijkst?
    De eerste zes weken zijn cruciaal (de ‘gouden weken’), maar ook na vakanties, bij nieuwe samenstellingen of als er spanningen ontstaan moet je alert zijn. Groepsvorming is geen eenmalig iets, maar een proces dat je regelmatig moet bijsturen.

Wat kun je morgen al doen?

  • Start de dag met een check-in: Hoe voel je je vandaag in de groep?
  • Gebruik een coöperatieve werkvorm waarbij leerlingen samenwerken in wisselende duo’s.
  • Laat leerlingen in tweetallen bespreken wat zij fijn vinden aan samenwerken.
  • Evalueer een groepsactiviteit met de hele klas: wat ging goed, wat kon beter?