Het belangrijkste verschil tussen een interne en externe vertrouwenspersoon onder de nieuwe Wet vrij en veilig onderwijs ligt in hun aanstelling, hun positie ten opzichte van de school en een specifieke taakverdeling met betrekking tot pesterijen.
Hieronder staan de belangrijkste verschillen op een rij:
1. Positie en aanstelling
- Interne vertrouwenspersoon: Dit is een personeelslid dat werkzaam is op de school zelf. Het voordeel hiervan is dat de drempel voor leerlingen en personeel om binnen te stappen vaak lager is omdat zij de persoon al kennen.
- Externe vertrouwenspersoon: Dit is een persoon die niet werkzaam is op de school. Deze persoon kan werkzaam zijn bij een extern bureau of bij een andere school die onder hetzelfde bestuur valt, zolang er maar voldoende afstand en onafhankelijkheid is. Dit is vooral belangrijk wanneer een klager zich niet veilig voelt bij iemand van de eigen school, bijvoorbeeld als de klacht gaat over een collega met wie de interne vertrouwenspersoon een nauwe band heeft.
2. Specifieke taak: Pesten
Hoewel beide rollen grotendeels dezelfde taken hebben (zoals opvangen, begeleiden en adviseren), is er één wettelijk verschil in taken:
- De interne vertrouwenspersoon fungeert specifiek als het aanspreekpunt voor klachten over pesten en andere ongewenste omgangsvormen.
- Bij kleine scholen (minder dan 150 leerlingen) die ervoor kiezen alleen een externe vertrouwenspersoon aan te stellen, moet het bestuur alsnog een personeelslid aanwijzen als aanspreekpunt voor pesterijen.
3. Overeenkomstige taken
Ondanks de verschillen in positie hebben ze beiden de volgende wettelijke opdrachten:
- Begeleiding: Het opvangen en adviseren van leerlingen, ouders en personeel bij onveiligheid of klachten.
- Advies aan bestuur: Het (on)gevraagd adviseren van het schoolbestuur over het veiligheidsbeleid en de klachtbehandeling.
- Verslaglegging: Beiden moeten jaarlijks een verslag uitbrengen aan het bestuur over hun werkzaamheden.
- Geheimhouding: Voor beiden geldt een wettelijke geheimhoudingsplicht, met uitzondering van situaties waar een wettelijke meldplicht geldt (zoals bij vermoedens van seksueel misbruik).
Kleine scholen Een belangrijk detail is dat scholen met minder dan 150 leerlingen niet verplicht zijn om beiden aan te stellen; zij mogen volstaan met alleen een externe vertrouwenspersoon om de administratieve lasten te beperken.

