Onder de nieuwe Wet vrij en veilig onderwijs wordt het schoolbestuur (het bevoegd gezag) verplicht om het veiligheidsbeleid van de school ten minste eenmaal per jaar te evalueren. Deze evaluatie is bedoeld om het beleid 'van het papier' te krijgen en ervoor te zorgen dat scholen daadwerkelijk leren van wat er voorvalt.
De wet stelt de volgende eisen aan deze jaarlijkse evaluatie:
1. Verplichte informatiebronnen
Het bevoegd gezag mag de evaluatie niet beperken tot een algemene indruk, maar moet de volgende specifieke bronnen erbij betrekken:
- Resultaten van de leerlingmonitor: De uitkomsten van de wettelijk verplichte jaarlijkse monitoring van de veiligheid en het welbevinden van leerlingen.
- Veiligheidsbeleving van het personeel: Scholen moeten in kaart brengen hoe het personeel de veiligheid op de werkvloer ervaart. Het bestuur is vrij om te bepalen hoe dit wordt opgehaald, bijvoorbeeld via een medewerkerstevredenheidsonderzoek of een risico-inventarisatie (RI&E) gericht op psychosociale arbeidsbelasting.
- Registratie van veiligheidsincidenten: De trends en cijfers uit de verplichte interne incidentenregistratie (zoals gevallen van geweld, pesterijen of wapenbezit).
- Verslag en advies van de vertrouwenspersoon: Het jaarverslag en de (on)gevraagde adviezen van zowel de interne als externe vertrouwenspersoon over het veiligheidsbeleid en de klachtafhandeling.
2. Betrokkenheid van de medezeggenschapsraad (MR)
Het bestuur is wettelijk verplicht om de jaarlijkse evaluatie te delen met de medezeggenschapsraad. Daarbij moet het bestuur ook een overzicht verstrekken van:
- Het aantal ingediende klachten.
- Het aantal meldingen van ernstige veiligheidsincidenten bij de inspectie.
- Het aantal keren dat er overleg is gevoerd met de vertrouwensinspecteur.
3. Doel en privacy
De evaluatie moet leiden tot een integraal beeld van het veiligheidsklimaat op school. Als uit de evaluatie blijkt dat bepaalde incidenten vaker voorkomen of specifieke groepen (zoals lhbtiq+-leerlingen) zich onveiliger voelen, moet het bestuur het veiligheidsbeleid hierop aanpassen.
In het kader van de privacy is vastgelegd dat bij de evaluatie geen herleidbare persoonsgegevens verwerkt worden; het gaat om het signaleren van trends en ontwikkelingen op schoolniveau, niet om individuele incidenten.

