Onder de nieuwe Wet vrij en veilig onderwijs is elk schoolbestuur (bevoegd gezag) verplicht om naast een interne vertrouwenspersoon ook een externe vertrouwenspersoon aan te stellen. Deze externe vertrouwenspersoon is niet werkzaam op de school zelf en biedt daarmee een onafhankelijke plek waar leerlingen, ouders en personeelsleden terecht kunnen als zij zich op school onveilig voelen.
De wettelijke taken van de externe vertrouwenspersoon zijn als volgt vastgelegd:
- Opvangen, begeleiden en adviseren: De vertrouwenspersoon biedt een luisterend oor aan leerlingen en personeelsleden die te maken hebben met onveiligheid. Indien nodig verwijst de vertrouwenspersoon door naar professionele hulpverlening of specialistische instanties buiten de school.
- Bijstaan bij klachten: De vertrouwenspersoon ondersteunt ouders, leerlingen en personeelsleden die een klacht hebben over het schoolbestuur of een personeelslid. Dit houdt in dat de vertrouwenspersoon informeert over de klachtenprocedure, adviseert over mogelijke vervolgstappen en op verzoek aanwezig kan zijn bij (bemiddelings)gesprekken.
- Adviseren van het schoolbestuur: De vertrouwenspersoon heeft de taak om het bevoegd gezag gevraagd en ongevraagd te adviseren over het veiligheidsbeleid van de school en de wijze waarop klachten worden afgehandeld.
- Jaarlijkse rapportage: De vertrouwenspersoon brengt jaarlijks verslag uit aan het schoolbestuur over de uitgevoerde werkzaamheden en de uitgebrachte adviezen. Dit jaarverslag is een verplichte bron voor de jaarlijkse evaluatie van het veiligheidsbeleid door de school.
- Wettelijke meldplicht bij seksuele misdrijven: Wanneer de externe vertrouwenspersoon signalen krijgt van mogelijk seksueel misbruik of seksuele intimidatie door een met taken belast persoon (zoals een leraar) richting een leerling, is de vertrouwenspersoon verplicht dit onverwijld te melden bij het schoolbestuur.
Belangrijke nuances:
- Geheimhouding: De vertrouwenspersoon heeft een wettelijke geheimhoudingsplicht om de vertrouwelijkheid van de gesprekken te waarborgen, tenzij er een wettelijke plicht is om te melden (zoals bij seksuele misdrijven) of als het belang van een leerling dit noodzaakt.
- Kleine scholen: Scholen met minder dan 150 leerlingen kunnen ervoor kiezen om alleen een externe vertrouwenspersoon aan te stellen en de verplichte interne vertrouwenspersoon achterwege te laten.
- Verschil met de interne vertrouwenspersoon: Hoewel de meeste taken hetzelfde zijn, fungeert bij grotere scholen doorgaans alleen de interne vertrouwenspersoon als specifiek aanspreekpunt voor klachten over pestenen andere ongewenste omgangsvormen.

