Wet vrij en veilig onderwijs: Wat u als school moet weten | Stop Pesten NU

Wet vrij en veilig onderwijs: Wat u als school moet weten

De nieuwe Wet vrij en veilig onderwijs heeft als doel het veiligheidsbeleid op scholen te versterken, zodat elke leerling en elk personeelslid zich veilig en geaccepteerd voelt. Hoewel scholen vaak al veel doen aan veiligheid, introduceert dit wetsvoorstel scherpere kaders en nieuwe verplichtingen om een transparant en effectief veiligheidsklimaat te borgen.

Hieronder vindt u de belangrijkste wijzigingen die naar verwachting op 1 augustus 2026 ingaan (voor Caribisch Nederland op 1 augustus 2027).

De vijf pijlers van de nieuwe wet

1. Registratie- en meldplicht voor veiligheidsincidenten 

Scholen worden verplicht om veiligheidsincidenten die onder hun verantwoordelijkheid vallen intern te registreren. Het gaat hierbij om incidenten zoals fysiek geweld, seksuele intimidatie, stelselmatige discriminatie, grove pesterijen en wapenbezit. Daarnaast komt er een meldplicht voor ernstige incidenten bij de Inspectie van het Onderwijs. Dit betreft situaties waarbij sprake is van ernstige schade voor een leerling, ouder of personeelslid, of wanneer een incident de schoolorde ernstig ontwricht.

2. Uitbreiding meldplicht seksuele misdrijven 

De huidige meld- en overlegplicht bij vermoedens van seksueel misbruik wordt uitgebreid naar situaties van seksuele intimidatie door een met taken belast persoon richting een leerling. Bovendien gaat deze plicht voortaan ook gelden voor meerderjarige leerlingen en studenten (bijvoorbeeld in het mbo en ho). Voor meerderjarigen geldt echter geen wettelijke aangifteplicht voor het bestuur, om hun autonomie te respecteren.

3. Verplichte vertrouwenspersoon (intern én extern) 

Elk schoolbestuur moet zowel een interne vertrouwenspersoon (een personeelslid) als een externe vertrouwenspersoon aanstellen. De taken van deze personen, zoals het begeleiden van klagers en het adviseren van het bestuur, worden wettelijk vastgelegd. Ook komt er een wettelijke geheimhoudingsplicht om de vertrouwelijkheid voor leerlingen, ouders en personeel te waarborgen.

4. Versterking van het klachtenstelsel 

Scholen moeten zich verplicht aansluiten bij een landelijke klachtencommissie. Het bevoegd gezag wordt in principe verplicht om de oordelen en aanbevelingen van deze commissie op te volgen, tenzij er dringende redenen zijn om hiervan af te wijken. Informatie over de klachtenprocedure en de vertrouwenspersonen moet duidelijk in de schoolgids worden opgenomen.

5. Jaarlijkse evaluatie van het veiligheidsbeleid 

Scholen moeten hun veiligheidsbeleid voortaan minstens één keer per jaar evalueren. Bij deze evaluatie moeten verschillende bronnen worden betrokken:

  • De resultaten van de wettelijke leerlingmonitor.
  • De veiligheidsbeleving van het personeel.
  • De interne registratie van veiligheidsincidenten.
  • Het jaarverslag van de vertrouwenspersoon.

Belangrijke aandachtspunten voor de praktijk

  • Rol van de Medezeggenschapsraad (MR): Het bevoegd gezag is verplicht de jaarlijkse evaluatie van het veiligheidsbeleid met de MR te delen. Bovendien heeft de MR instemmingsrecht bij de aanstelling van de vertrouwenspersoon.
  • Privacy en gegevens: Voor het registreren van incidenten en het werk van de vertrouwenspersoon worden strikte bewaartermijnen gehanteerd (meestal 2 jaar voor incidentgegevens en maximaal 10 jaar voor trendanalyse).
  • Ondersteuning: Stichting School en Veiligheid zal scholen ondersteunen bij de implementatie van de wet, bijvoorbeeld door het aanbieden van een e-learning voor vertrouwenspersonen en tools voor het voeren van het gesprek over sociale veiligheid op de werkvloer.

De tekst van dit wetsvoorstel is definitief vastgesteld na advies van de Raad van State en wordt momenteel behandeld in het parlement.

Overige interessante artikelen bij de Wet vrij en veilig onderwijs