Aangifte doen binnen het onderwijs van School en Veiligheid | Stop Pesten NU

Aangifte doen binnen het onderwijs van School en Veiligheid

Een goed aangiftebeleid maakt uw schoolveiligheidsplan compleet, draagt bij aan de veiligheidsbeleving van medewerkers en leerlingen en zorgt dat er snel eenduidig wordt gehandeld op het moment dat het nodig is.

  • Wat is het belang van een aangiftebeleid op school?

  • Hoe zorgt u als schoolbestuur en schooldirectie voor een duidelijk aangiftebeleid?
  • Van welke strafbare feiten kun je aangifte doen?
  • Hoe bepaalt u of u al dan niet aangifte doet van een incident?
  • Hoe gaat het doen van aangifte in zijn werk?

In dit artikel vindt u een antwoord op deze vragen. De informatie kwam tot stand in samenwerking met het ministerie van Veiligheid en Justitie en het programma Veilige Publieke Taak van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Hoe een duidelijk aangiftebeleid bijdraagt aan schoolveiligheid

Iedereen die werkt binnen het onderwijs weet dat een veilige omgeving voor leerlingen en personeel van groot belang is om te kunnen leren en werken. Een duidelijk aangiftebeleid draagt daar aan bij. Leerlingen en personeel voelen zich veiliger als duidelijk is vastgelegd waar de grenzen liggen en wat er gebeurt als deze worden overschreden. Het is echter niet altijd eenvoudig om te bepalen welke incidenten de school zelf op kan lossen en van welke incidenten aangifte gedaan kan of moet worden. Dit heeft te maken met de specifieke onderwijscontext: het gaat immers om kinderen en jongeren. Het opzoeken van grenzen en het maken van verkeerde keuzes horen bij het opgroeien.

Docenten en leerkrachten weten in de meeste gevallen vanuit hun pedagogische handelen hoe met incidenten om te gaan. Maar wat te doen bij incidenten die normen overschrijden?

Docenten en leerkrachten weten in de meeste gevallen vanuit hun pedagogische handelen hoe met incidenten om te gaan. Maar wat te doen bij incidenten die normen overschrijden? Soms is het nodig om met een aangifte een duidelijk signaal te geven, zowel tegenover de dader als tegenover de gehele schoolgemeenschap. Daarmee wordt een grens getrokken die van belang is voor de veiligheid en de veiligheidsbeleving van leerlingen en medewerkers. De aangifte staat daarin niet op zich: ook binnen de school moet aandacht zijn voor het omgaan met dader(s) en slachtoffer(s). De school kan deze zaken vastleggen in het aangiftebeleid, zodat voor iedereen duidelijk is waar de grenzen liggen en wat er gebeurt als er een grens wordt overschreden.

Het aangiftebeleid en het schoolveiligheidsplan

Iedere onderwijsinstelling heeft een veiligheidsplan waarin wordt omschreven hoe de sociale veiligheid wordt gewaarborgd. Het aangiftebeleid maakt daar deel van uit. Het schoolbestuur draagt zorg voor de ontwikkeling van dit beleid; de schooldirectie is verantwoordelijk voor de uitvoering ervan.

Tips en aandachtspunten voor een duidelijk aangiftebeleid

Hoe zet u een goed aangiftebeleid op? Deze tips en aandachtspunten helpen u op weg.

  • Bepaal van welke incidenten aangifte wordt gedaan en leg deze vast. Bij lang niet alle incidenten is meteen duidelijk of aangifte noodzakelijk of wenselijk is. Bij twijfel kan altijd overlegd worden met de politie. Doe in ieder geval altijd aangifte na ernstig geweld of een ernstige bedreiging.
  • Zorg voor draagvlak onder onderwijspersoneel over de incidenten waarvan aangifte wordt gedaan. Organiseer bijeenkomsten om gezamenlijk tot deze afspraken te komen.
  • Maak afspraken over de te volgen procedure bij het melden van incidenten of relevante signalen. Zorg dat incidenten altijd gemeld worden bij de schooldirectie of een vast contactpersoon die met deze taak is belast.
  • Spreek af wie verantwoordelijk is voor het doen van aangifte.
  • Laat de beslissing om aangifte te doen niet afhangen van een slachtoffer zelf. Als directie/werkgever bent u verantwoordelijk voor de veiligheid van docenten/leerkrachten, OOP’ers en leerlingen. Daarmee bent u ook verantwoordelijk voor de reactie op strafbare feiten, zoals bijvoorbeeld agressie en geweld. Laat docenten/leerkrachten en OOP’ers weten dat de onderwijsinstelling aangifte kan doen namens het slachtoffer.
  • Ondersteun de aangevers. Sta als schooldirectie/ schoolbestuur achter docenten/leerkrachten en OOP’ers die aangifte doen en biedt hen steun hierbij.
  • Zorg voor een vaste contactpersoon bij de lokale politie, bijvoorbeeld een wijkagent. Maak met hem of haar afspraken over de aangifteprocedure. Dit versoepelt en versnelt het doen van aangifte en maakt de verdere afhandeling van de aangifte voor de school veel eenvoudiger.
  • Zorg naast de aangifte ook voor de interne afhandeling van het incident, zoals sancties voor de dader(s), zorg en opvang voor het eventuele slachtoffer en registratie van het incident en de vervolgstappen.
  • Neem de afspraken over het aangiftebeleid op in het veiligheidsplan en maak ze zo onderdeel van integraal veiligheidsbeleid.
  • Geef ouders en leerlingen duidelijkheid over de regels en wanneer er aangifte wordt gedaan. Als het zich dan voordoet, is meteen duidelijk dat het niet gaat om persoonlijke overwegingen maar om het veiligheidsbeleid van de school. Het aangiftebeleid kan bekend worden gemaakt door het op te nemen in de schoolgids of het leerlingenstatuut.
Checklist strafbare feiten in het onderwijs 

Een aangifte betreft altijd (het vermoeden van) een strafbaar feit. Maar wat zijn strafbare feiten en welke kunnen zich op school voordoen? Hieronder een korte checklist; bij twijfel kunt u overleggen met de politie.
  • Fysiek geweld: duwen, trekken, schoppen, slaan e.a. met pijn of letsel als gevolg.
  • Bedreiging: verbaal of non-verbaal dreigen om schade toe te brengen aan mensen of eigendommen. Denk aan het bedreigen van een docent of medeleerling via de sociale media, het dreigen iets kapot te maken of aan het dreigen met een wapen.
  • Grove pesterijen: herhaaldelijk pesten waarbij sprake is van psychisch geweld (bedreiging, belediging) of fysiek geweld (mishandeling). Ook digitaal pesten (via internet/sociale media) is in deze gevallen strafbaar.
  • Seksuele intimidatie en misbruik: (dreigen met) verkrachtingen en ontuchtige handelingen. Let op: bij het vermoeden van een zedendelict zijn schoolbesturen verplicht aangifte te doen.
  • Discriminatie: opzettelijk (op negatieve wijze) onderscheid maken op grond van geslacht, huidskleur, geloofsovertuiging of seksuele geaardheid is in een aantal gevallen strafbaar.
  • Vernieling: het opzettelijk vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van goederen. Denk aan het ingooien van de schoolramen of het kapot maken van een mobieltje van een leerling of medewerker.
  • Diefstal: het stelen van goederen. Op school kan niet alleen aangifte worden gedaan als er iets gestolen is van de school, maar ook als het eigendommen van personeel of leerlingen betreft.
  • Wapenbezit: dit betreft niet alleen vuurwapens en steekwapens, maar ook bijvoorbeeld pepperspray of nepwapens.
  • Drugs: drugsbezit en drugshandel zijn strafbaar. Scholen kunnen aangifte doen wanneer een leerling drugs in zijn kluisje heeft, bij zich draagt of op school verkoopt.

     

    Stroomschema: van incident tot melding of aangifte

    Het stroomschema leidt u door de keuzes die u achtereenvolgens tegenkomt als u overweegt aangifte te doen van een incident op school. In de blauwe vakken staan de noodzakelijke stappen uit het veiligheidsplan die schoolintern moeten plaatsvinden: sancties voor dader(s), opvang van slachtoffer(s) en registratie. Is eenmaal besloten tot aangifte over te gaan, dan kan dat – afhankelijk van de situatie en uw eigen aangiftebeleid – door verschillende partijen worden gedaan. De verschillende procedures hiervoor staan in de groene vakken uitgewerkt. Hieronder (A t/m F) worden verschillende aspecten uit het stroomschema nader toegelicht.

    A. Bepaal wie de aangifte doet

    De getroffene/het slachtoffer De getroffene/het slachtoffer kan aangifte doen. Dat kan een docent/leerkracht zijn, een OOP’er of een leerling (meestal samen met de ouders), maar ook een vertegenwoordiger van de school.
    De onderwijsinstelling als werkgever De onderwijsinstelling kan als werkgever namens een personeelslid/het slachtoffer aangifte doen. Hier kunt u voor kiezen als (1) het slachtoffer zelf psychisch of fysiek niet in staat is om aangifte te doen (maar dat wel graag wil) of (2) u het slachtoffer werk uit handen wilt nemen. Als u namens een werknemer aangifte doet, heeft u een schriftelijke verklaring van hem of haar nodig. Soms wil de politie de werknemer nog nader horen.
    De onderwijsinstelling als betrokkene Vindt u het als instelling belangrijk om aangifte te doen van een bepaald incident, terwijl het slachtoffer (de werknemer of de leerling) zelf heeft besloten dat niet te doen? Dan kunt u als ‘betrokkene’ aangifte doen van het incident. In principe kan namelijk iedereen die weet heeft van een strafbaar feit daarvan aangifte doen.

    B. Verzamel alle informatie

    Verzamel zoveel mogelijk informatie over het incident, zodat politie, officier van justitie en rechter zich een goed beeld kunnen vormen van de gebeurtenissen. De 7 w’s vormen hiervoor een goede leidraad:

    • Wie kunnen in verband worden gebracht met het incident?
    • Wat is er precies gebeurd?
    • Waar is het strafbare feit gepleegd en waar zijn eventuele sporen achtergebleven?
    • Waarmee is het strafbare feit gepleegd (welke voorwerpen/middelen zijn gebruikt)?
    • Op welke wijze heeft het incident plaatsgevonden?
    • Wanneer heeft het incident plaatsgevonden en wanneer hebben andere relevante feiten plaatsgevonden?
    • Waarom heeft het strafbare feit plaatsgevonden?

    TIP: Denk bij het verzamelen van informatie ook aan prints (screenshots computer), foto’s (bijvoorbeeld van de vernieling of van het letsel van het slachtoffer), camerabeelden en de verklaring van een arts of een getuige.

    C. Bepaal de manier van aangifte doen

    Er kan op drie manieren aangifte worden gedaan bij de politie: op het bureau, telefonisch of via internet. Niet elke manier van aangifte doen is geschikt voor elk strafbaar feit. Dat heeft vooral te maken met de ernst van het feit.
    Mishandeling/bedreiging Gaat het om mishandeling of bedreiging, dan doet u altijd aangifte op het bureau. Dat kan op elk politiebureau; bij voorkeur maakt u daarvoor telefonisch een afspraak via het algemene telefoonnummer van de politie (0900 – 8844).
    Overige strafbare feiten waarbij (een signalement van) de dader bekend is Is bekend wie de dader is, of is er een signalement van de dader, dan kiest u voor een aangifte op het bureau of is het in sommige gevallen mogelijk telefonische aangifte te doen. Ook voor een telefonische aangifte belt u met 0900 – 8844.
    Overige strafbare feiten waarbij de dader onbekend is Betreft het geen geweldsdelict of bedreiging en is onbekend wie de dader is, dan kunt u in sommige gevallen via internet aangifte doen. Dat doet u via het tabblad ‘Aangifte doen’ op www.politie.nl.

    D. Laat weten dat uw aangifte een publieke taak betreft

    Bij geweld en agressie tegen functionarissen met een publieke taak – dus ook het onderwijs – wordt hoge prioriteit gegeven aan de opsporing en vervolging van daders. Het is dus van belang dat de politie weet dat dat u een publieke taak uitoefent. Zorg dat het in de aangifte wordt vermeld/aangevinkt.

    E. Bepaal in hoeverre de gegevens van het slachtoffer onvermeld moeten blijven

    Bij de aangifte kan de werknemer het adres van de onderwijsinstelling opgeven in plaats van het eigen woonadres. Het privéadres blijft dan uit het dossier, zodat de dader/verdachte het niet onder ogen krijgt. Daarnaast hebben medewerkers met een publieke taak die slachtoffer of getuige zijn van een geweldsincident tegenwoordig ook de mogelijkheid om anoniem aangifte te doen. In deze aangifte (genaamd ‘aangifte op nummer’) wordt de naam van degene die aangifte doet vervangen door een uniek nummer. Ook de adresgegevens worden niet vermeld.

    F. Bepaal of het een aangifte wordt of een melding

    In plaats van een officiële aangifte kunt u soms ook volstaan met een melding bij de politie. Er wordt dan geen onderzoek ingesteld, maar het incident wordt wel geregistreerd. Dat draagt bij aan de veiligheid omdat (1) politie-inzet wordt bepaald door het aantal meldingen in een bepaald gebied en (2) er meerdere meldingen geregistreerd kunnen zijn over dezelfde verdachte, zodat er een dossier wordt opgebouwd. Bovendien is het ook bij een melding mogelijk dat de politie de verdachte aanspreekt op zijn of haar gedrag. De melding kan worden gedaan door het slachtoffer, de werkgever of een willekeurige collega.

    Stroomschema aangifte

    1. Aangifte door (een vertegenwoordiger van) de onderwijsinstelling als getroffene
    • Verzamel alle informatie m.b.t. het incident (zie B).
    • Kies op welke manier u aangifte wilt doen (zie C).
    • Doe aangifte onder opgave van het adres van de onderwijsinstelling (‘domiciliekeuze’).
    • Zorg dat eventuele schade in de aangifte wordt opgenomen. Voor het verhalen van de schade kunt u zich voegen in het strafproces. De politie kan u hierover informeren.
    • Spreek duidelijk met de politie af hoe u wordt geïnformeerd over de voortgang van het eventuele strafproces en de zitting.
    2. De werkgever doet als betrokkene aangifte (slachtoffer is werknemer die geen aangifte wil doen of een leerling)
    • Verzamel alle informatie m.b.t. het incident (zie B).
    • Kies op welke manier u aangifte wilt doen (zie C).
    • Doe aangifte onder opgave van het adres van de onderwijsinstelling (‘domiciliekeuze’).
    • Zorg dat eventuele schade in de aangifte wordt opgenomen.
    • Spreek duidelijk met de politie af hoe u wordt geïnformeerd over de voortgang van het eventuele strafproces en de zitting.
      3. Aangifte door docent/leerkracht of OOP’er
      • Meld uw werkgever dat u aangifte gaat doen.
      • Vraag uw werkgever om ondersteuning bij de aangifte en eventueel ook de zitting.
      • Geef bij uw werkgever aan dat u bij de aangifte het adres van de onderwijsinstelling opgeeft (‘domiciliekeuze’). Indien nodig kunt u kiezen voor aangifte doen onder nummer (zie E).
      • Verzamel alle informatie over het incident (zie B).
      • Kies op welke manier u aangifte wilt doen (zie C).
      • Doe aangifte onder opgave van het adres van de onderwijsinstelling (‘domiciliekeuze’).
      • Wijs de politie erop dat het gaat om de uitoefening van een publieke taak (zie D).
      • Houd rekening met de mogelijkheid dat u opgeroepen wordt door de politie of door de rechter om uw verklaring toe te lichten. De oproep ontvangt u op het adres van de onderwijsinstelling.
      • Zorg dat eventuele schade in de aangifte wordt opgenomen. Voor het verhalen van de schade kunt u zich voegen in het strafproces. De politie kan u hierover informeren.
      • Vraag uw werkgever om ondersteuning bij het verhalen van schade en bij nazorg (bijvoorbeeld door de schade- en letselcoördinator van uw organisatie). U mag die steun verwachten.
      • De politie zal u de mogelijkheid bieden gebruik te maken van slachtofferhulp.
      • Spreek duidelijk met de politie af hoe u wordt geïnformeerd over de voortgang van het eventuele strafproces en de zitting.
        4. De werkgever doet namens de werknemer (het slachtoffer) aangifte
        • Verzamel alle informatie over het incident (zie B).
        • Kies op welke manier u aangifte wilt doen (zie C).
        • Vertel de politie dat u als werkgever aangifte doet omdat het gepleegde feit is gericht tegen de functie en/of het werk van het slachtoffer.
        • Doe aangifte onder opgave van het adres van de onderwijsinstelling (‘domiciliekeuze’). Indien nodig kan gekozen worden voor aangifte doen onder nummer (zie E).
        • Wijs de politie erop dat het gaat om de uitoefening van een publieke taak (zie D).
        • Zorg dat eventuele schade in de aangifte wordt opgenomen. Dit geldt zowel voor uw schade als die van de werknemer. Voor het verhalen van de schade kunt u zich voegen in het strafproces. De politie kan u hierover informeren.
        • De politie zal u vertellen dat uw werknemer gebruik kan maken van slachtofferhulp. Adviseer uw werknemer hier op in te gaan.
        • Spreek duidelijk met de politie af hoe u wordt geïnformeerd over de voortgang van het eventuele strafproces en de zitting.
        • Informeer de werknemer over het verloop van het strafproces en laat weten dat hij/zij door politie of rechter gehoord kan worden als getuige.