Aanpak pesten (op individueel-, klas- en schoolniveau) | Stop Pesten NU

084-0035994

Aanpak pesten (op individueel-, klas- en schoolniveau) + checklist schooljaar lang aanpak pesten

Op individueel niveau

Het slachtoffer

  • Neem zijn verhaal ernstig, ga na wat er gebeurt, vang hem op met ondersteunende gesprekken. De leerling moet voelen dat hij wordt geloofd. Geef nooit de indruk dat de oplossing nu nabij is.
  • Ga in op zijn positieve kenmerken of op positieve reacties van de groep. Ze kunnen het zelfbeeld van het slachtoffer ondersteunen.
  • Bespreek de concrete pestsituaties en bespreek alternatieve reactiewijzen («Wat had je kunnen doen? Hoe zou je in het vervolg kunnen reageren?»)
  • Ga op zoek naar de reden waarom hij wordt gepest (is vlug geraakt, laat zich makkelijk doen, reageert verkeerd) Soms zal het slachtoffer extra begeleiding nodig hebben (leren opkomen voor zichzelf, sociale vaardigheidstraining). Probeer het probleem dan niet alleen op te lossen. Zoek hulp bij het PMS.

De pestkop

  • Spits je toe op zijn negatief of ongewenst gedrag, niet op zijn persoon. Kwets of kleineer hem niet. Hoe beter de band is tussen jou en de pestkop, hoe meer kans op resultaat.
  • Laat nooit blijken dat iemand iets is komen vertellen. Je hebt het pesten zelf gemerkt.
  • Maak samen afspraken («Wat doe je om het goed te maken?», «Wat als het nog eens gebeurt?» «Hoe ga je erop letten?»).
  • Ga op zoek naar de reden waarom hij pest (mogelijke conflicten, op zoek naar aandacht, aanzien willen). Soms is verdere begeleiding (karakterproblemen, zelfcontrole) nodig. Zoek dat uit met het CLB.

De ouders

  • Ouders van pestende of gepeste kinderen voelen zich verveeld of beschaamd om het probleem bekend te maken. Een vertrouwenspersoon op school kan die drempel verlagen.
  • Het nieuws kan bij de ouders van de pestkop hard aankomen, als een beschuldiging. De pestkop kan thuis immers voorbeeldig en rustig zijn. Vertel uitvoerig wat op school gebeurt. Stimuleer de ouders om met hun kind het probleem te bespreken. En niet meteen te bestraffen.
  • Ouders van de gepeste willen het potje vaak gedekt houden omdat ze bang zijn dat hun kind nog meer het slachtoffer wordt. Overtuig hen dat er oplossingen zijn. Help ze met hun kind zoeken naar de oorzaak van het pesten en naar alternatieve reacties op concrete pestsituaties (rustige, humoristische reacties). Ouders kunnen hun kinderen ook stimuleren om naar de jeugdbeweging, hobbyclub of academie te gaan, milieus waar ze misschien niet worden gepest. Zo winnen de kinderen aan zelfvertrouwen.
  • Ouders van kinderen die niet rechtstreeks met een pestgeval te maken hebben, kunnen de rol van hun kind bespreken. Luisteren naar de pestverhalen van hun kind, ze bespreken met de leerkrachten en andere ouders, duidelijk maken waar de grenzen liggen.

Op klasniveau

De andere leerlingen:

  • Ga klasgesprekken niet uit de weg. Bespreek het verschil tussen plagen, ruzie maken en pesten. Kies als leerkracht nooit de zijde van de meelopers om zo je gezag en populariteit te verzekeren.
  • Meestal beseffen de meelopers wel dat wat gebeurt, fout is. Laat de leerlingen zelf over oplossingen nadenken. Leer ze hoe ze in pestsituaties kunnen reageren. Als pestkoppen met hun gedragingen geen succes meer ervaren bij de meerderheid of zelfs op tegenkantingen botsen, zullen de pesterijen vaak een stille dood sterven.
  • De leerlingen die niet rechtsreeks bij het pesten betrokken zijn, kunnen het slachtoffer meer bij hun activiteiten betrekken en erop toezien dat de pestkop zijn gemaakte afspraken nakomt.

Op schoolniveau

De leerkrachten en opvoeders:

  • Hou collega’s op de hoogte van pestgevallen, praat erover en vraag hun mening.
  • Vraag ze om uit te kijken en op pesterijen te reageren.
  • Bevorder de communicatie rond het probleem in alle geledingen van de schoolgemeenschap (ouderraad, leerlingenraad, leerkrachtenraad). Ouders, leerkrachten en leerlingen kunnen een interventieplan of pestactieplan uitwerken. Liever vóór het probleem zich voordoet dan naar aanleiding van één concreet geval, dat daardoor overdreven grote aandacht krijgt.

 

Bron

 

Focus elke maand op een nieuwe check een werk een jaar lang tegen pesten. Elke check is een actie waarmee je pesten voorkomt of kunt aanpakken. Veel succes!

 

SEPTEMBER: WIJ WERKEN AAN EEN GOEDE SFEER IN DE GROEP

Zet maximaal in op een goede groepssfeer en een gevoel van verbondenheid. Maak tijd vrij voor kennismakingspelletjes en samenwerkingsopdrachten. 

Want het is makkelijker om iemand te pesten die je niet goed kent. Versterk de banden tussen kinderen en jongeren om pesten te voorkomen.

 

OKTOBER: WIJ MAKEN DUIDELIJK: PESTEN KAN NIET

Maak in jouw team duidelijk dat pesten in geen enkel geval kan. Maar verstaat iedereen ook hetzelfde onder pesten, plagen en ruzie maken? Praat er eens over. En maak afspraken over wat kan en wat niet.

 

NOVEMBER: WIJ VERTELLEN KINDEREN EN JONGEREN WAAR ZE TERECHT KUNNEN

Zorg ervoor dat kinderen en jongeren weten waar ze terecht kunnen met vragen of problemen. Kunnen ze je aanspreken, mailen, bellen of een briefje schrijven? Spreek af met alle begeleiders welke stappen je onderneemt wanneer een kind of jongere een probleem signaleert.

 

DECEMBER: WIJ GEVEN OUDERS EEN PLAATS IN ONZE ORGANISATIE

Laat aan ouders weten wie ze kunnen contacteren met vragen over pesten. Vertel hoe jullie problemen voorkomen en aanpakken. Betrek hen als je een pestsituatie wilt oplossen.

 

JANUARI: WIJ PRATEN OVER GEVOELENS EN LEREN ONZE GRENZEN KENNEN

Gevoelens mogen geen taboe zijn. Stimuleer jongeren om te praten en na te denken over hun eigen ervaringen. Zo leren ze hun eigen grenzen kennen en staan zo sterker in hun schoenen. Hun zelfvertrouwen groeit, waardoor ze beter kunnen omgaan met pesten.

En vergeet ook jezelf niet: als jij je als begeleider niet goed in je vel voelt, is het moeilijk om jongeren te begeleiden. Praat en ventileer dus ook jouw gevoelens en bewaak goed je grenzen.

 

FEBRUARI: WIJ MAKEN HET PLEZANT ONLINE

Maak van de online wereld een fijne en veilige plaats voor kinderen en jongeren. Toon hen de mogelijkheden, en ook de gevaren.

 

MAART: WIJ BRENGEN VARIATIE IN SPEL EN LES

Doe het eens anders! Met voldoende variatie in spel, lesvormen, methodes en / of activiteiten zorg je ervoor dat elk kind of jongere iets vindt dat leuk is en goed lukt.

 

APRIL: WIJ ZOEKEN SAMEN NAAR OPLOSSINGEN

Leer kinderen en jongeren zélf hun conflicten oplossen. Daar leren ze het meeste uit. Coach hen daarbij, en help hen wanneer het niet lukt. Zoek samen naar hoe je ervoor zorgt dat het probleem zich niet meer voordoet in de toekomst.

 

MEI: WIJ HOUDEN REKENING MET DE MENING VAN KINDEREN EN JONGEREN

Vraag input aan kinderen en jongeren en doe er iets mee. Het geeft hun zelfvertrouwen een boost als ze verantwoordelijkheid krijgen. Bovendien zijn regels die je zelf mee bepaalt, gemakkelijker om te begrijpen en te volgen.

 

JUNI: WIJ ZETTEN ELKAAR IN DE BLOEMETJES

Maak tijd om de goede momenten in de groep te vieren. En geef elkaar complimentjes bij de vleet. Zet af en toe iemand in de bloemetjes die het dubbel en dik verdient. Wie zich goed voelt, heeft minder nood om te pesten. Win-win dus!