Aandeel van de maandelijkse sporters en/of wedstrijdbezoekers van 12 jaar en ouder, dat de afgelopen 12 maanden wangedrag in de sport heeft meegemaakt of er getuige van is geweest

Sporters en/of wedstrijdbezoekers zijn mensen die in ieder geval 12 keer per jaar sporten en/of maandelijks een wedstrijd bezoeken.

Bron: CBSCentraal Bureau voor de Statistiek Vrijetijdsomnibus (VTO) CBS, 2012-2018 (SCPSociaal Cultureel Planbureau), 2020 (Mulier Instituut)
Meetjaar: 2020
Nieuwe cijfers: 2023

Overzicht

Sportklimaat - Wangedrag is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Ervaren Nederlanders wangedrag tijdens en rondom sportwedstrijden? Op deze pagina worden de nationale cijfers gepresenteerd. Het ervaren van wangedrag tijdens en rondom sportwedstrijden wordt ook voor verschillende groepen in de bevolking beschreven. Naar het overzicht met alle 20 kernindicatoren sport en bewegen

Wangedrag in de sport meegemaakt of gezien 2012-2020*. Sporters en/of bezoekers van 12 jaar en ouder

Meemaken wangedrag in de sport afgenomen

In 2020 heeft bijna een kwart (23%) van de Nederlandse sporters en/of wedstrijdbezoekers van 12 jaar en ouder wangedrag in de sport meegemaakt of is hier getuige van geweest.  Het vaakst geeft men aan verbaal geweld te hebben gehoord, zoals schelden, pesten of treiteren (17%). Dit wordt gevolgd door lichamelijk geweld (7%). 
Tussen 2012 en 2020 is er een dalende trend te zien in het percentage Nederlanders dat wangedrag  in de sport heeft meegemaakt of hier getuige van is geweest. In 2020 is zowel sportdeelname als wedstrijdbezoek afgenomen, hierdoor is de kans op het meemaken of getuige zijn van wangedrag ook lager.

De Sport Toekomstverkenning concludeert dat het lastig is in te schatten hoe veilig het sportklimaat in de toekomst zal zijn.

*NB: de cijfers van 2012, 2014 en 2016 zijn aangepast vanwege een nieuwe weging. Daarnaast is in 2020 door de coronacrisis het veldwerk anders verlopen dan normaal. Hierdoor zijn er minder face-to-face interviews afgenomen. Het is onbekend of deze aanpassingen de vergelijkbaarheid met eerdere metingen hebben beïnvloed. 

Bron: CBSCentraal Bureau voor de Statistiek Vrijetijdsomnibus (VTO). 2012-2018, Sociaal en Cultureel Planbureau (SCPSociaal Cultureel Planbureau) in samenwerking met het CBS. De VTO-meting van 2020 is tot stand gekomen via een samenwerking van de Boekmanstichting (namens OCWMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) en het Mulier Instituut (namens VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) met het CBS.  

Methode: Het meemaken van wangedrag in de sport is nagevraagd in de VTO. De vraag over een wangedrag in de sport werd gesteld aan personen van 12 jaar en ouder die aan hebben gegeven in de afgelopen 12 maanden te hebben gesport of een sportwedstrijd of -evenement te hebben bezocht. De gepresenteerde cijfers betreft het deel van de maandelijkse sporters en/of wedstrijdbezoekers dat heeft aangegeven één of meerdere vormen van wangedrag te hebben gezien of ondergaan. 

Sportklimaat - Wangedrag voor verschillende groepen in de bevolking

Landelijk actieplan

Het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport , sportbonden, NOC*NSFNederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie en gemeenten hebben in 2011 het actieplan ‘Naar een veiliger sportklimaat’ gelanceerd. Dit actieplan is omgezet in een aantal maatregelen en ambities binnen het programma 'Veilig Sport Klimaat (VSK)'. Het doel van dit programma is om sportplezier en gewenst gedrag te stimuleren en ongewenst gedrag te voorkomen en te bestraffen. Tot en met 2018 verscheen er jaarlijks een rapport over de voortgang van het VSK programma. In het rapport van 2018 wordt benoemt dat het belang van een veilig sportklimaat diep is doorgedrongen in de Nederlandse sport.

Het thema veilig sportklimaat vindt navolging in het Nationaal Sportakkoord onder het thema 'positieve sportcultuur'. In dit deelakkoord staat dat op basis van het VSK programma en resultaten het besef is gegroeid dat 'een proactieve en stimulerende aanpak de positieve sportcultuur het meest duurzaam versterkt'.

Meer informatie

  • Lees meer op het landelijke actieplan naar een veiliger sportklimaat 
  • Informatie over het melden van overlast of geweld in de sport is hier te vinden
  • Commissie de Vries heeft in opdracht van NOC*NSFNederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie onderzoek gedaan naar seksuele intimidatie en misbruik in de sport en dit beschreven in een rapport

 

Hoe veilig is onze sport? Monitor Veilig Sport Klimaat 2019 

​Sporten moet niet alleen leuk, maar vooral ook veilig zijn. Dat was het uitgangspunt van het programma naar een Veiliger Sport Klimaat (VSK). Het programma duurde zeven jaar en eindigde in 2018. Het thema veiligheid heeft nu een plek in het Sportakkoord. Er zijn dankzij VSK grote stappen vooruit gezet. In de Monitor Veilig Sport Klimaat 2018 deelt het Mulier Instituut de cijfers over veiligheid van de sport in Nederland.

Benieuwd naar de verhalen achter de cijfers?

Kenniscentrum Sport & Bewegen vroeg vele betrokkenen uit de sport hoe zij de veiligheid in de sport hebben ervaren gedurende het VSK-programma. Lees hier wat zij vertelden: Positieve erfenis van zeven jaar Veilig Sportklimaat.

Achtergrond programma Veilig Sport Klimaat

Doel van het programma was er met elkaar voor zorgen dat er een veiliger sportklimaat komt in ons land, zodat het sportplezier nog groter wordt. Het programma richtte zich daarbij op iedereen die betrokken is bij sport. Zoals bestuurders, trainers, coaches, scheidsrechters, juryleden en ouders. Onderdelen van het programma waren onder andere procesbegeleiding, cursussen en bijscholing van sportverenigingen.

Het programma werd uitgevoerd door NOC*NSF en de sportbonden, met steun van het ministerie van VWS en het ministerie van Veiligheid en Justitie. Sinds de start van het programma in 2013 zijn de resultaten van VSK vastgelegd in een monitor, die is uitgevoerd door Mulier Instituut. De monitor volgt de inspanningen en vorderingen van het programma, geeft een weergave van sportief en onsportief gedrag in de Nederlandse sport en beschrijft de impact van het programma op de toekomst van de Nederlandse sport.

VSK producten

De producten die uit VSK voorkomen vormen de ruggengraat van het programma en zijn voornamelijk gericht op het scholen van bestuurders, trainers/coaches en scheidsrechters.

Denk aan trainingen als Sportief Besturen, Sportief Coachen en Mentale weerbaarheid. Maar ook aan een spelregelavond voor ouders en verenigingsondersteuning in het algemeen op dit thema.

Uitkomst 1: Kennis over het programma

Om een veiliger sportklimaat te kunnen creëren is er een cultuurverandering nodig. Verandering begint bij bewustzijn en kennis. De monitor heeft de bekendheid met het programma onderzocht voor het bestuurlijk, sporttechnisch en arbitrerend kader.

  • Vier op de vijf bestuurders weet van het bestaan van het actieplan (81%). Dat is een aanzienlijke winst ten opzichte van 2016 (51%).
  • Bestuurders scoren ook het hoogst op echte inhoudelijk kennis over het programma: 25% weet van het inhoudt.
  • Van het sporttechnisch en arbitrerend kader wist tussen de 60 en 70% van het bestaan van het programma.
    En was zo’n 14% ook inhoudelijk op de hoogte.
  • Alle groepen gaven ook in 2018 een ruime 8 op de vraag: hoe belangrijk is aandacht voor veilig sporten, op een schaal van 1 tot 10.

Uitkomst 2: Producten en digitaal bereik

Sinds de start van het programma hebben 10.662 verenigingen één of meer VSK-producten afgenomen.

  • In 2018 namen 105 verenigingen voor het eerst een VSK-product af. Daarmee is – na een snelle groei in de eerste jaren – het bereik van verenigingen via de VSK-producten in de laatste jaren gestabiliseerd.
  • Het percentage verenigingen dat twee of meer producten afnam, groeide van 47 naar 53%.
  • Het meest afgenomen product in 2018 was algemene procesbegeleiding en verenigingsondersteuning. 716 verenigingen namen dit product af, een toename van 77% ten opzichte van 2017. Een ander product dat goed liep was de bijscholing in mentale weerbaarheid voor scheidsrechters. Dat is gestegen van 47% in 2014 naar 59% in 2018.
  • Omdat het steeds lastiger wordt om mensen fysiek te bereiken is er sinds 1 maart 2017 ook een digitaal platform opgericht www.sportplezier.nl. Dit platform trok tot eind augustus 2018 al 171.899 bezoekers.

Uitkomst 3: Registratie ongewenst gedrag

In de VSK Monitor 2018 is voor het eerst gebruikgemaakt van de gegevens uit de Monitor Sportief Wedstrijdgedrag. Deze monitor maakt gebruik van opgeleide observanten die sportwedstrijden bezoeken en alle sportieve en onsportieve handelingen registreren met de speciale SportklimaatApp.

de app Monitor Sportief Wedstrijdgedrag; met het drukken op buttons als omhelzen, excuses aanbieden, duwen/trekken wordt gedrag gemonitord.
bron: Mulier Instituut

Uit alle verschillende monitoren blijkt dat het wangedrag in de sport met kleine stappen is afgenomen.

  • In 2018 was bij 2% van alle geregistreerde (on)sportieve wedstrijdgedragingen in teamsporten sprake was van excessief geweld (fysiek of verbaal).
  • En in slechts 8% van de gevallen was sprake van negatief gedrag.
  • Bovenstaande betekent dat in 90% van de gevallen gelukkig sprake was van positief gedrag.
staafdiagram verdeling geregistreerde gedragingen bij 9 teamsporten naar aard van gedraging, zoals omhelsen, uitschelden
bron: Mulier Instituut, VSK Monitor 2018

Toch zijn in de 882 gevolgde wedstrijden ruim tienduizend ongewenste gedragingen geregistreerd. Met name:

  • discussie aangaan (4.253)
  • wegwerpgebaar of hoofdschudden (3.566)
  • duwen en trekken (1.891)

Als we kijken naar excessief gedrag per sporttak, dan bleek dat het meest voor te komen in waterpolo (13%) en in voetbal (5%).

Uitkomst 4: Sociale veiligheid

Ongeveer een op de acht bestuurders en trainers (12%) vond dat het gevoel van sociale veiligheid in de sport is toegenomen in vergelijking met voorgaande seizoenen. Onder de scheidsrechters was dit 8%. Alleen voor deze laatste groep gold dat ze in de sport nagenoeg dezelfde ontwikkeling zien als in het dagelijks leven. Bestuurlijk en sporttechnisch kader liet daarbij overigens vaker dan scheidsrechters weten, dat dat ze zich in de sport veiliger zijn gaan voelen dan in het dagelijks leven.

Uitkomst 5: Omgang met incidenten

Als er een incident is, hoe pak je dat dan aan? Geldt er een protocol of een standaardprocedure? Is er sprake van begeleiding bij geweld tegen scheidsrechters?

  • Iets meer dan de helft (54%) van de bestuursleden gaf in 2018 aan dat er een protocol beschikbaar is.
  • Voor het sporttechnisch (45%) en arbitrerend kader (42%) lag dat lager.
  • Als verenigingen een protocol voor excessief gedrag nodig achtten, dan voerde 90% van de verenigingen dat ook daadwerkelijk in.

Uitkomst 6: Klachten grensoverschrijdend gedrag nemen toe

Andere manieren om ‘omgang met incidenten’ te meten is te kijken naar bijvoorbeeld het aantal afgegeven Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG), het aantal vertrouwenspersonen en het aantal tuchtstraffen. Door alle aandacht van dit thema de afgelopen jaren, zien we hier veel beweging in.

  • Wat VOG’ s betreft zagen we een aanzienlijke stijging sinds 2014. In dat jaar werden 5.126 VOG’s afgegeven. Op 18 oktober 2018 waren dat er maar liefst 152.622.
  • In 2017 hadden alle sportbonden een vertrouwenscontactpersoon (VCP). Bij de verenigingen bedroeg dit percentage 56%. In 2008 was het percentage VCP’s slechts 21%.
  • Wanneer we kijken naar het aantal klachten over grensoverschrijdend gedrag dat binnenkwam bij het in 2014 ingestelde onafhankelijke Vertrouwenspunt Sport (VPS), laat de monitor een aanzienlijke toename zien. Van 268 in 2018 naar 377 in 2017.
  • Het aantal tuchtstraffen dat Halt in 2017 uitvoerde nam ook toe. Met name in de zware straffen (schorsingen tussen de 6 en 36 maanden) was er een stijging van 19 stuks in 2016, naar 42 stuks in 2017.

Borgen van VSK

In hoeverre heeft het thema veiligheid intussen een ‘vaste’ plaats verworven binnen de sport? Bij de trainers was dat zeker het geval. Met 87% scoorden zij goed als het gaat om aandacht voor VSK. Scheidsrechters scoorden met 79% iets minder goed en ook bestuurders bleven met 69% wat achter.

Ook zag het overgrote deel van het kader de meerwaarde van de cursussen en workshops over VSK. Dat varieerde van 74% bij het bestuur tot 79% bij de arbiters en 80% bij de trainers/coaches. Bijna iedereen vond bovendien dat het VSK-programma invloed heeft op de manier van werken binnen de sportvereniging. Bij het volledige kader lag dit percentage boven de 90%.

Ook 60% van de sport- en beweegopleidingen in Nederland besteedde aandacht aan de kennis en vaardigheden die nodig zijn om een sociaal veilig, plezierig en ontwikkelingsgericht sportklimaat te creëren.