Lesbisch (L), homoseksueel (H), biseksueel (B), transgender (T), intersekse (I) en queer (Q). Dat is waar de letters van de afkorting LHBTIQ+ voor staan. De '+' verraadt echter dat die gemeenschap nog véél breder is, zoals: Het percentage lesbische, homoseksuele en biseksuele leerlingen dat wekelijks, of zelfs dagelijks door leeftijdsgenoten wordt gepest, is twee keer hoger dan het percentage heteroseksuele leerlingen dat te maken krijgt met pesterijen. Ook meisjes die worden gezien als ‘mannelijk’ en jongens die worden gezien als ‘vrouwelijk’ worden vaker gepest dan andere leerlingen.
Op basis van de meest recente rapportages en onderzoeken (2024-2026) zijn dit de belangrijkste cijfers voor de LHBTIQ+-gemeenschap wat betreft pesten en discriminatie
1. Onderwijs (funderend onderwijs)
Binnen het basisonderwijs en voortgezet onderwijs is de situatie voor deze groep leerlingen onveranderd kwetsbaar:
- Verhoogd risico: LHBTIQ+-leerlingen lopen een aanzienlijk hoger risico op pesterijen. Zij worden gemiddeld twee keer vaker gepest dan hun heteroseksuele leeftijdsgenoten (zoals vermeld in de samenvatting van De Staat van het Onderwijs 2025).
- Meldingen: Er wordt extra nadruk gelegd op de noodzaak dat scholen een klimaat creëren waarin deze leerlingen incidenten durven te melden en dat er daadwerkelijke opvolging plaatsvindt.
2. Hoger onderwijs en Wetenschap (personeel)
Het Werkonderzoek 2024 (gepubliceerd in 2025) geeft specifieke cijfers over de ervaringen van medewerkers:
- Discriminatie: In het wetenschappelijk onderwijs (WO) gaf 0,5% van de medewerkers aan in 2024 specifiek gediscrimineerd te zijn op basis van hun seksuele geaardheid of voorkeur. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2022, toen dit percentage op 0,2% lag.
- Vergelijking per sector (Discriminatie op basis van geaardheid):
- Middelbaar beroepsonderwijs (MBO): 0,2%.
- Hoger beroepsonderwijs (HBO): 0,3%.
- Taakveld Onderwijs & Wetenschap (totaal): 0,3%.
3. Werksituatie (Algemeen)
Voor de brede Nederlandse arbeidsmarkt rapporteren het CBS en TNO de volgende cijfers over 2024:
- Prevalentie: Van alle werknemers geeft 0,5% aan slachtoffer te zijn geweest van discriminatie op basis van seksuele geaardheid.
- Onveiligheid: Hoewel dit percentage relatief laag lijkt in vergelijking met andere gronden (zoals afkomst of leeftijd), wordt in monitors opgemerkt dat LHBTIQ+-onveiligheid regelmatig voorkomt, maar vaak niet als zodanig wordt herkend of geregistreerd.
Bronnen
- (Bron: Inspectie van het Onderwijs) - De Staat van het Onderwijs 2025 (Samenvatting).
- (Bron: BZK/CBS/ICTU) - Werkonderzoek 2024.
- (Bron: CBS/TNO) - Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2024.
2021 - Samenvatting onderzoek van Movisie
Download de Handreiking en cijfers op een rij LHBTIQ+ 2021 Movisie
De verhoogde kans op onveiligheid en slachtofferschap onder LHBTIQ+’s wordt vaak verklaard door te wijzen op het bestaan van vooroordelen, stigma’s en negatieve stereotypen en denkbeelden over homo- en biseksualiteit.
- Van de biseksuele mensen heeft 27% in het afgelopen jaar te maken gehad met ongewenst gedrag van collega’s
- Van de lesbische en homoseksuele mensen heeft 20% in het afgelopen jaar te maken gehad met ongewenst gedrag van collega’s
- Van de heteroseksuele mensen heeft 17% in het afgelopen jaar te maken gehad met ongewenst gedrag van collega’s
- Van de LHBT ouderen van 65 jaar en ouder heeft 41% ooit last gehad van vooroordelen of discriminatie door buren en 36% door zorgverleners.

