Feiten en cijfers Pesten op scholen | Stop Pesten NU

Feiten en cijfers Pesten op scholen

Achtergrond informatie en feiten over pesten

Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Pesten: slachtoffers

Kinderen en jongeren die gepest worden, zijn slachtoffer van een stelselmatige vorm van agressie. Een of meer personen proberen hen fysiek, verbaal of psychologisch schade toe te brengen. De macht is hierbij ongelijk verdeeld. Relatief nieuwe vormen van pesten zijn het digitaal en mobiel pesten. Kinderen of jongeren gebruiken dan het internet (bijvoorbeeld pesten via het chatten) of pesten elkaar door vervelende berichten via de mobiele telefoon te sturen.


Bronnen

  • Lindenberg, S. et al. (2005) Pesten. Over daders, slachtoffers, dader/slachtoffers en niet-betrokken leerlingen. In: Kind en adolescent, Jaargang 26, nr.3 05/09/2005 aug. 2005, pag.305-317.
  • Currie, C. et al. (2012) Social determinants of health and well-being among young people. Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) study: international report from the 2009/2010 survey. Kopenhagen: WHO Regional Office for Europe

Kerncijfers

  • Landelijk

In 2016 geeft 10 procent van de basisschoolleerlingen aan dat zij slachtoffer geweest zijn van pesten. Hiervan geeft bijna 8 procent aan maandelijks gepest te zijn en bijna 3 procent wekelijks. Binnen het voortgezet onderwijs gaat zegt 8 procent van de leerlingen slachtoffer te zijn van pesten, waarbij bijna 3 procent maandelijks en 5 procent wekelijks wordt is gepest.

Van de slachtoffers van pesten in het basisonderwijs geeft ruim 67 procent aan persoonlijk gepest te zijn. Bij 7 procent gaat het om cyberpesten. Andere manieren waarop kinderen gepest worden zijn onder meer via telefoongesprekken en briefjes. In het voortgezet onderwijs komt cyberpesten bij ruim 19 procent van de gepeste leerlingen voor. Deze gegevens zijn afkomstig uit de Monitor Sociale Veiligheid waarin de ervaringen van leerlingen worden gemeten. In de vragenlijst wordt het begrip pesten niet gedefinieerd waardoor  de beleving van de slachtoffer centraal staat (Monitor Sociale Veiligheid, 2016).

Pesten onder scholieren van 12-16 jaar

Ruim 10 procent van de leerlingen in groep 8 van de basisschool zegt in de afgelopen maanden gepest te zijn. Voor scholieren op het voortgezet onderwijs gaat het om 7 procent (HBSC, 2013). Deze percentages zijn vrijwel gelijk aan die uit het HBSC-onderzoek uit 2009. Er is geen verschil tussen jongens en meisjes of tussen leeftijdsgroepen.

In het voortgezet onderwijs neemt het percentage jongeren dat gepest wordt steeds verder af. In 2001 zei 10 procent gepest te worden, in 2013 was dat gedaald naar 6,9 procent (HBSC 2013).

Opvallend is dat de percentages pesters hoger zijn dan de percentages gepesten. In het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs zegt ruim 20 procent van de leerlingen dat ze pesten. Dit kan inhouden dat bij pesten vaak eenlingen het slachtoffer zijn van een groep. Het kan ook betekenen dat naarmate jongeren ouder worden er een grotere gêne bestaat om toe te geven dat zij gepest worden.

In de meeste onderzoeken naar pesten en gepest worden, wordt aan de kinderen en jongeren zelf gevraagd wat hun ervaringen hiermee zijn. Doordat elk onderzoek het begrip 'pesten' anders definieert, is het moeilijk om de resultaten onderling te vergelijken.

Pesten en gepest worden

Veel leerlingen die pesten, worden zelf ook gepest. Uit het Landelijk onderzoek pesten 2012 blijkt dat op de basisschool 15 procent van de pesters zelf ook gepest wordt.
Ook uit de Peiling Jeugd en Gezondheid komt naar voren dat er een verband is tussen pesten en gepest worden. Van de kinderen die vaak zijn gepest gedurende de afgelopen maanden heeft 16 procent ook zelf vaak gepest. Ter vergelijking: van de kinderen die niet zijn gepest heeft slechts 2 procent vaak gepest. Dit onderzoek geeft ook informatie over de samenhang tussen pesten en psychosociale problemen. Kinderen die anderen pesten rapporteren vaker dat ze depressief zijn dan kinderen die nooit anderen pesten: 55 versus 29 procent. Bovendien hebben deze kinderen volgens de ouders ook vaker externaliserende problemen (vooral agressief gedrag), maar niet vaker internaliserende problemen (zoals zich terugtrekken en angstig of depressief gedrag).
In 2014 heeft Gijs Huitsing in zijn promotieonderzoek laten zien dat dezelfde kinderen meerdere rollen kunnen hebben: die van slachtoffer, dader en verdediger.

 

Feiten over Pesten op scholen

Ruim 10 procent van de leerlingen in groep 8 van de basisschool zegt in de afgelopen maanden gepest te zijn. Voor scholieren op het voortgezet onderwijs gaat het om 7 procent (HBSC 2013). Deze percentages zijn vrijwel gelijk aan die uit het HBSC-onderzoek uit 2009. Er is geen verschil tussen jongens en meisjes of tussen leeftijdsgroepen.

Het aantal leerlingen dat vaak pest neemt toe met leeftijd, maar het percentage leerlingen dat zegt gepest te zijn, wordt juist kleiner (HBSC 2009 en 2013). Het percentage jongeren  dat gepest wordt, is de laatste vijftien jaar afgenomen. In 2001 zei 10 procent gepest te worden, in 2013 was dat gedaald naar 6,9 procent.

Opvallend is dat de percentages pesters hoger zijn dan de percentages gepesten. In het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs zegt ruim 20 procent van de leerlingen dat ze pesten. Dit kan inhouden dat bij pesten vaak eenlingen het slachtoffer zijn van een groep. Het kan ook betekenen dat naarmate jongeren ouder worden er een grotere gêne bestaat om toe te geven dat zij gepest worden.

In de meeste onderzoeken naar pesten en gepest worden, wordt aan de kinderen en jongeren zelf gevraagd wat hun ervaringen hiermee zijn. Doordat elk onderzoek het begrip 'pesten' anders definieert, is het moeilijk om de resultaten onderling te vergelijken.

Kinderen die gepest worden

Voor kinderen jonger dan 11 jaar zijn er geen recente cijfers. Uit de Peiling Jeugd en Gezondheid (2005) blijkt dat ondanks dat de meeste 8- tot 12-jarige kinderen het gevoel hebben geaccepteerd te zijn door hun klasgenoten, iets meer dan één op de drie kinderen één of meerdere malen gepest is in de laatste maanden. In de meeste gevallen betreft het incidenten. Van de kinderen die gepest zijn (35 procent) geeft 72 procent aan dat dit één of twee keer is gebeurd in de laatste maanden. In de rest van de gevallen is er sprake van structureel pesten (28 procent). Er zijn hierbij geen groepen kinderen aan te wijzen die vaker worden gepest dan anderen.

bewerkt: 12 februari 2015

Percentage leerlingen dat zegt slachtoffer te zijn van (verschillende soorten) pesten

De landelijke monitor Sociale Veiligheid in en rond de school vraagt naar verschillende vormen van agressie en pesten. Deze monitor legt pesten uiteen in verschillende vormen van gewelddadig gedrag: verbaal, materieel, sociaal, licht lichamelijk, grof lichamelijk en seksueel.

In de figuur staan de percentages leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs die naar eigen zeggen te lijden hebben onder verschillende soorten geweld. Het gaat om cijfers van 2012.

Laatst bewerkt: 12 februari 2015

Werd vaak online gepest (twee keer per maand of vaker)

Het HBSC onderzoek 2013 heeft ook gevraagd naar online pesten. Deze vorm van pesten komt minder voor: slechts 2 procent van de leerlingen in groep 8 en 3 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs zegt in de afgelopen maanden slachtoffer te zijn geweest van online pesten. Online gepest worden komt het meeste voor bij 13-jarigen.

 

Het EU Kids Online onderzoek uit 2010 heeft 9- tot en met 16-jarige internetgebruikers ondervraagd over negatieve ervaringen via internet, waaronder het slachtoffer zijn van cyberpesten. In de vraagstelling gebruikten zij bewust niet het woord 'pesten', maar vroegen zij of de jongeren herhaaldelijk pijnlijk of gemeen werden toegesproken of werden behandeld. 4 procent van de internetgebruikers gaf aan dat dit het geval is. 
Al wat langer geleden heeft de Monitor Jongeren en Internet ook onderzocht hoeveel jeugdigen digitaal pesten en gepest worden. Zij komen uit op hogere percentages van gepeste jongeren. Volgens deze monitor werd in 2006 naar schatting 17 tot 23 procent van de jongeren regelmatig slachtoffer van online pesten. Tussen de 30 en de 35 procent van de jongeren zei zich minstens één keer per maand beledigd, grof behandeld of lastig gevallen te voelen op internet. Tussen 15 en 20 procent zei minstens een keer per maand belachelijk gemaakt of gekwetst te zijn op internet. In 2006 zei 11 procent van de jongeren het afgelopen jaar minimaal één keer per maand zowel in het echte leven als online gepest te zijn, zei 19 procent alleen in het echt gepest te zijn en zei 6 procent alleen online gepest te zijn. Bron: http://www.nji.nl/Cijfers-over-pesten

 

 

Word je gepest? Dan is het belangrijk dat je er met iemand over praat of chat. Hier kan je terecht met vragen.