Grensoverschrijdend gedrag in de sport: ‘Iedereen heeft een rol bij het herkennen en aanpakken’ | Stop Pesten NU

084-0035994

Foutmelding

You may not view this site from your current location.

Grensoverschrijdend gedrag in de sport: ‘Iedereen heeft een rol bij het herkennen en aanpakken’

Grensoverschrijdend gedrag in de sport: ‘Iedereen heeft een rol bij het herkennen en aanpakken’ 

Grensoverschrijdend gedrag in de sport is vaak in het nieuws: seksueel getinte berichten van Ajax-bestuurder Marc Overmars, een angstcultuur bij de Oranje-hockeysters en een turncoach die een pupil doodt met wie hij een relatie had. Amma Asante en Wendela Wentzel, senior adviseurs sociale veiligheid bij Movisie, vertellen hoe je als sportvereniging grensoverschrijdend gedrag kunt herkennen en aanpakken.  Amma Asante: ‘Grensoverschrijdend gedrag komt helaas nog te vaak voor. Met name in de amateursport, waar vooral minderjarigen aan deelnemen, is het van belang om hier aandacht voor te hebben. Grensoverschrijdend gedrag heeft verstrekkende gevolgen voor slachtoffers. Als je het niet tijdig ontdekt en aanpakt, kan het er bij kinderen voor zorgen dat ze een hekel krijgen aan sporten. In een samenleving waarin de overheid stevig inzet op gezond leven, waarbij sporten en bewegen belangrijke onderdelen zijn, past dit uiteraard niet. Grensoverschrijdend gedrag kan ook op latere leeftijd bijdragen aan psychosociale problemen. Preventie is dus een must.’

Sport is sterk prestatiegericht 

Als er goede prestaties worden geleverd, wordt dat vaak ook toegeschreven aan bestuurders en trainers. Zij hebben een machtspositie en zeker als zij de credits voor de prestaties krijgen, kunnen zij naast hun schoenen gaan lopen. Gevolg is dat er nog meer ongelijkwaardigheid ontstaat. En dat de afhankelijkheid van mensen met een lagere positie toeneemt. Mensen zijn geneigd om binnen zo’n afhankelijkheidsrelatie loyaal te blijven aan de persoon in een wel, omdat er sprake is van een verschil in machtspositie en daarmee ongelijkwaardigheid. Asante: ‘Naast het prestatiegerichte van sport, heeft sport ook een eigen cultuur en regels. Fysiek contact is bijvoorbeeld meer toegestaan dan in de rest van de samenleving. Denk aan elkaar fysiek hard aanpakken met duwen, trekken en laten struikelen. Maar ook elkaar verbaal aanmoedigen of juist ontmoedigen. Vanwege de sportiviteit gelden ruimere grenzen en gelden per sport afspraken en regels over wat wel en niet mag. Scheidsrechters houden daar toezicht op. 

Maar als het gedrag zich buiten het veld afspeelt, wordt het lastig. Het kan ervoor zorgen dat andere grenzen makkelijker worden overschreden en minder zichtbaar zijn. Het is dus belangrijk om duidelijke grenzen te trekken tussen regels over wat zich op het veld en daarbuiten afspeelt. Grensoverschrijdend gedrag moet worden herkend en er moet ruimte zijn om het bespreekbaar te maken. Ook speelt saamhorigheid een rol, met name in teamsport. Je plaatst jezelf als individu niet snel buiten een groep. Dat kan ervoor zorgen dat grensoverschrijdend gedrag, als het al wordt herkend, niet wordt besproken.’

Waar hebben we het over? 

Ik moest me uitkleden en kreeg een mooi karatepak

In veel sporten is sprake van lichamelijk contact. Dit kan een risicofactor zijn. Wentzel: ‘Ik heb op zelfverdediging gezeten en kon ontzettend fel vechten met een vriendje tijdens de lessen. Blijkbaar wond dit de leraar op, hij isoleerde mij en nodigde mij en een vriendin uit om eerder naar de training te komen. Ik moest mij uitkleden en kreeg een mooi karatepak. Deze man deed vaderlijk tegen mij, waardoor het voor mij vanzelfsprekend leek. Gelukkig is hij niet verdergegaan, maar het klopte natuurlijk van geen kant.’ 

Ook het soms geringe leeftijdsverschil tussen trainers en pupillen maakt dat de grenzen kunnen vervagen. Vrijwillig een relatie aangaan met wederzijdse toestemming lijkt dan geen probleem. Maar dat is het wel, omdat er sprake is van een verschil in machtspositie en daarmee ongelijkwaardigheid. Asante: ‘Een voorbeeld van licht grensoverschrijdend gedrag in de sport is het overdreven belonen van kinderen die goed presteren en het negeren van andere kinderen die minder goed presteren. Dit wordt vaak gemeld door ouders en kinderen. Ook kun je denken aan een coach die seksueel getinte appjes stuurt naar vrouwelijke leden uit het team, dat is niet oké! Of de vrijwilliger achter de bar in de kantine die om elf uur begint met zijn eerste biertje en vervolgens met zijn dronken hoofd na een wedstrijd kinderen naar huis rijdt. Dit zien we allemaal gebeuren in de amateursport.’ 

Normstellend kader 

Normen stellen, signalen herkennen, weten wat wel en niet normaal gedrag is en daar beleid op ontwikkelen, is dus belangrijk. Maar hoe doe je dat? Hierbij kan het normstellend kader helpen. Wentzel: ‘Dit betekent dat we kijken naar het gedrag met behulp van criteria. De criteria zijn: is het gedrag met wederzijdse toestemming, is het vrijwillig, is het gelijkwaardig, past het binnen de context, past het bij de leeftijd, is er sprake van respect voor jezelf en respect voor de ander. Door aan de hand van deze zogenaamde parameters naar gedrag te kijken, kun je gedrag duiden: klopt het wel of klopt het niet? Als je mensen hiermee laat oefenen, door ze bijvoorbeeld casussen voor te leggen, dan zul je zien dat het in hun systeem komt en kunnen ze praktijksituaties beter beoordelen.’ 

Onderbuikgevoel

Het herkennen van signalen is niet altijd makkelijk, het begint met het erkennen van een niet-pluisgevoel. Wentzel: ‘Een trainer die de kleedkamer inloopt terwijl pupillen aan het douchen zijn, een uitje na het sporten waar alcohol in het spel is en mensen die in een afhankelijkheidsrelatie zitten en intiem met elkaar worden. Het zijn zaken waar je een onderbuikgevoel van kunt krijgen. In dat geval is het belangrijk om op te letten of het vaker gebeurt. Dus van een onderbuikgevoel naar oren en ogen open.’ 

En wat kan je er dan vervolgens mee? Wentzel: ‘Als het gaat om kinderen, dan spelen ouders een belangrijke rol bij het herkennen van signalen die hun kinderen afgeven. Bijvoorbeeld als het gedrag van je kind verandert. Maar kinderen moeten er ook zelf over durven praten. Ze hebben daar volwassenen bij nodig, zoals een vertrouwenspersoon. Het is de taak van de vereniging om ouders daarover te informeren. Bijvoorbeeld door sessies of bijeenkomsten te organiseren waar het ontwikkelde beleid op grensoverschrijdend gedrag besproken wordt. Iedereen moet een rol krijgen, de bestuurder, de vertrouwenspersoon, degene die in de kantine staat, de trainer. Ze moeten weten wat hun rol en positie zijn.’

Omstander 

Ook als het om volwassenen gaat, is de positie van omstanders belangrijk. Asante: ‘In Nederland is nog weinig bekend over hoe we omstanders het beste kunnen uitrusten om in actie te komen bij grensoverschrijdend gedrag. Uit literatuurstudie uit het buitenland weten we dat inzet op de houding van de omstander naar het slachtoffer en de situatie van belang is. Wanneer een omstander zich kan verplaatsen in het slachtoffer, is de kans groter dat hij of zij in actie komt.

En hetzelfde geldt voor de situatie. Als de omstander zich kan verhouden tot de situatie en deze begrijpt, is de kans groter dat hij of zij in actie komt. Daarnaast spelen in het hoofd van een omstander bij grensoverschrijdend gedrag een aantal dilemma’s die te maken hebben met kennis van wat wel en niet mag volgens de wet, veiligheid en bijvoorbeeld het nut van ingrijpen. Met name bij teamsporten is het juist van belang om een sfeer van saamhorigheid te creëren. Het positieve te stimuleren. Hier zijn alle partijen verantwoordelijk voor: omstanders, mensen die een club besturen, mensen die beleid ontwikkelen, maar ook ouders en mede-pupillen.’ 

Veilige omgeving 

Zorg dat je kennis hebt van de groepsdynamiek binnen een team

Wentzel: ‘Een gemeenschappelijke taal ontwikkelen met behulp van de criteria draagt ook bij aan een veilige omgeving. Als je weet wat we verstaan onder gelijkwaardigheid, vrijwilligheid et cetera, dan ga je anders naar situaties kijken, signalen oppikken en creëer je dus met elkaar een gemeenschappelijke taal. Het criterium is geen lege huls, er zitten vragen achter die helpen om naar de praktijk te kijken. Bijvoorbeeld: is dit gedrag passend bij de leeftijd van iemand, past het gedrag binnen de context van de situatie? Zorg dat je kennis hebt van de groepsdynamiek binnen een team. Vrouwen gaan bijvoorbeeld anders met elkaar om dan mannen in teamverband. Als coach is het belangrijk hiervan op de hoogte te zijn. 

Of bij respect voor jezelf en toestemming: heb je een keer toestemming gegeven om aan de zijlijn te zitten bij een wedstrijd, maar gebeurt dit vervolgens elke week? Dan mag je aangeven dat je dat niet leuk vindt en terugkomen op je toestemming. Conflicten mag je aangaan, geef er tijd en ruimte aan. Als er geen ruimte voor is, dan is er een schijncultuur van saamhorigheid.’

Tools, training en begeleiding

In 2021 organiseerde Movisie rondetafelgesprekken met verte-genwoordigers van sportverenigingen (bestuurders, trainers/coaches), sportconsulenten en beleidsmedewerkers van gemeenten over grensoverschrijdend gedrag bij sportverenigingen. Doel: erachter komen welke vragen deze verenigingen hebben en waar ze tegenaan lopen bij de aanpak van grensoverschrijdend gedrag. 

Wat nodig lijkt zijn tools, training en begeleiding om gespreksvaardigheden te ontwikkelen, gedeelde verantwoordelijkheid te creëren en blijvend het gesprek met elkaar te voeren. Movisie ontwikkelde daarom een wegwijzer voor sportverenigingen: Normen stellen bij grensoverschrijdend gedrag in de sport. Meer weten? Ga naar movisie.nl/sport

Bron Movisie