Hoe kunnen ouders/verzorgers cyberpesten voorkomen? | Stop Pesten NU

084-8340086

Foutmelding

You may not view this site from your current location.

Hoe kunnen ouders/verzorgers cyberpesten voorkomen?

In gesprek gaan met je kind over cyberpesten (online pesten) 

Als je ook maar één teken ziet van cyberpesten, is het belangrijk om direct met je kind te praten.

Cyberpesten is een gevoelig onderwerp en het kan moeilijk zijn daarover in gesprek te gaan. De volgende tips kunnen je helpen om het gesprek en de discussie voor zowel jou als je kind gemakkelijker maken.

MAAK HET PROBLEEM BESPREEKBAAR

Het belangrijkste voor je kind om te weten is dat jij er voor hem of haar bent als het wordt gepest. Door te benadrukken dat alles wat er tussen jullie wordt besproken ook tussen jullie blijft, neem je de angst bij je kind weg dat het zou kunnen gebeuren.

Als je met je kind praat, bedenk dan dat directe vragen zoals “Word je gepest?” een averechts effect kunnen hebben. Stel in plaats daarvan luchtige vragen over hun dagelijks leven zoals “Ben je vandaag nog online geweest?” Probeer daarnaast te refereren aan persoonlijke verhalen (zoals verhalen die onlangs in het nieuws zijn geweest) als je het onderwerp aansnijdt, in plaats van specifieke incidenten rechtstreeks te betrekken op je kind of zijn/haar vrienden.

LEER JE KIND DE ONLINE ETIQUETTE

Een andere manier om je kind te beschermen tegen cyberpesten is het een aantal richtlijnen en regels te geven over hoe ze om moeten gaan met technologie, ofwel de online etiquette. Deze richtlijnen kunnen bijvoorbeeld aangeven hoe lang je kind online is, welke websites het bezoekt, of welke taal er tijdens het chatten wordt gebruikt.

Het op de hoogte te zijn van online etiquettes is cruciaal voor elke tiener.

Het is daarnaast vanzelfsprekend dat ze zich online op dezelfde manier gedragen als in het dagelijkse leven.

ETIQUETTEVOORBEELDEN

  • Gebruik nooit andermans mobieltje of computer zonder zijn of haartoestemming.
  • Ga niet in gesprek met anonieme of niet-herkenbare afzenders.
  • Ga nooit in discussie met mensen op het net, tenzij het in het echte leven ook je vrienden zijn.
  • Houd je profiel op sociale media altijd privé.
  • Geef nooit je persoonlijke informatie aan iemand anders.
  • Houd je wachtwoorden voor jezelf, gebruik veilige wachtwoorden en gebruik ze nooit voor een tweede keer.
  • Denk na over welke informatie je over jezelf en anderen plaatst.

LEG UIT WAAROM DIT BELANGRIJK IS

Het is belangrijk om je kind te behandelen als een volwassene als je de internetetiquette uitlegt. Zorg ervoor dat de consequenties van het overtreden van de regels (zowel voor jullie gezien als in de wereld daarbuiten) duidelijk zijn en benadruk dat deze maatregelen voor hun eigen veiligheid zijn. Laat je kinderen bovendien zien hoe ze personen die hen vervelend benaderen kunnen blokkeren, zodat ze niet in de verleiding komen de etiquetteregels te overtreden om hun pester te confronteren.

LAAT TIJDENS HET GESPREK ZIEN DAT JE MET HEN MEEVOELT

Verzeker je kind er tijdens het gesprek van dat alles wat je zegt tussen jullie blijft en dat je alleen in zult grijpen als dat absoluut noodzakelijk is. Als ze zeggen dat ze iemand kennen die wordt gepest, moedig ze dan aan om het slachtoffer te vertellen dit te melden bij de schoolleiding. Vergeet niet te benadrukken dat slachtoffer zijn van cyberpesten niets is om je voor te schamen. Dreig niet met het innemen van hun mobieltje of computer of het blokkeren van de internetverbinding. Als je kind hulp nodig heeft, vertel het dan dat jij, de leerkrachten en andere volwassenen er altijd voor hem/haar zullen zijn.

Cyberpesten is een steeds groter wordend probleem dat elk kind kan overkomen. Veel kinderen die ermee te maken krijgen, willen geholpen worden maar het kan zijn dat ze niet weten waar ze die hulp kunnen krijgen.

De beste manier van reageren op cyberpesten is door de discussie aan te gaan. Je kunt je kind helpen door je te informeren over de tekenen van cyberpesten en door te leren hoe je in gesprek blijft met je kind.

Zelfs als je geen enkel teken herkent, is het een goed idee om eens met je kind te praten. Deze gesprekken helpen je een band te creëren en een vertrouwd gevoel te geven tussen jou en je kind. Als je deze gesprekken voert voordat het probleem zich voordoet, zal je kind zich veilig genoeg voelen om in de toekomst met elk probleem naar jou toe te komen.

Lees meer in deze mooie handleiding van Norton, Download gesprekshandleiding voor ouders & kinderen van Norton. Alle illustraties zijn gemaakt door slachtoffers van cyberpesten in de leeftijd van 11 tot 18 jaar.

Ouders/verzorgers leven gebruikelijk het langst met hun kind. Zij kunnen daarom het beste het (veranderende) gedrag van hun kinderen analyseren. In een eerdere deelvraag zijn de gevolgen van het cyberpesten al aan bod gekomen. Dit waren onder andere: tekenen van depressie, laag zelfbeeld, minder concentratie op school en minder sociaal contact. Daarnaast kan het uiterlijk van het slachtoffer van cyberpesten er wat minder verzorgd gaan uitzien en kan de desbetreffende persoon wat gebogener gaan lopen door de daling van zelfverzekerdheid. In deelvraag 2 is ook aan bod gekomen wat ‘het profiel’ is van daders van cyberpesten: ze zitten vaak veel op het internet.

Als een ouder/verzorger een of meerdere van deze kenmerken waarneemt bij uw kind, kan het zo zijn dat uw kind te maken heeft met cyberpesten. U kunt hierna met uw kind in gesprek gaan om te vragen of uw kind hiermee te maken heeft. 

 

Ouders hebben een voorbeeldfunctie, ook online

Je ziet misschien niet wie er door de digitale voordeur nu al in je huis komt maar het is echt belangrijk hier wat aan te doen.

Het is wel belangrijk dat ouders/verzorgers sociale media snappen om vervolgens met hun kind cyberpesten bespreekbaar te maken. Wij vinden dit zelf ook een goede manier, zolang het kind ervan afweet. Kinderen kunnen zich tegenwoordig misschien niet genoeg begrepen voelen door hun ouders/verzorgers. Sociale media zijn namelijk een belangrijk deel van het leven van kinderen. Zodra ouders/verzorgers hun kinderen beter begrijpen, kan het zo zijn dat kinderen sneller hun ouders/verzorgers om hulp zullen vragen omdat de ouders/verzorgers begrijpen waar je het als kind over hebt. Het is hierdoor ook mogelijk dat ouders/verzorgers sneller doorhebben wanneer hun kind te maken heeft met cyberpesten, als dader of als slachtoffer. 

Het is echter niet altijd belangrijk dat ouders/verzorgers weten wat sociale media precies inhoudt. Als het bijvoorbeeld gaat over een ruzie in de groepsapp of een vreemd persoon die iets van je wil weten, dan kan de ouder/verzorger gewoon advies geven alsof het een offline situatie is. 

Als ouder/verzorger is het ook interessant om te bespreken met het kind wat hij/zij vindt van bepaalde maatschappelijke kwesties. Ouders/verzorgers kunnen vragen stellen om te weten hoe de onlinewereld van het kind eruit zit. 

Hoe gaan jullie om met WhatsApp? Is iedereen vriendelijk tegen elkaar? Wat is jouw reactie als iemand niet vriendelijk is tegen een ander? 

Het blijkt ook dat kinderen het slechte gedrag van hun ouders/verzorgers kunnen koppelen. Als de ouders/verzorgers denigrerend, kleinerend of agressief gedrag vertonen, kan het ervoor zorgen dat de kinderen dit zelf online gaan overnemen. De ouders/verzorgers kunnen met deze spiegelende werking het cyberpesten voorkomen. Door zelf respectvol te handelen, zullen de kinderen ook respectvol zijn en minder snel gaan cyberpesten. [6]

Deze voorbeeldfunctie- theorie bleek ook waar te zijn toen als aan kinderen gevraagd wordt hoe zij denken dat het pestprobleem in hun klas opgelost kan worden.

Het is bovendien belangrijk dat ouders/verzorgers niet oordelen over bijvoorbeeld naaktfoto’s. Ze zullen snel zeggen dat het dom is van het kind en dat hij/zij die foto niet had moeten maken. Hierdoor kunnen kinderen deze gedachte overnemen en dit tegen iemand anders zeggen. Het slachtoffer van de doorgestuurde naaktfoto zal zich nog meer gepest voelen. Als de ouders/verzorgers zeggen dat ze het vervelend vinden voor het kind waarvan de foto is doorgestuurd, kunnen de kinderen hetzelfde gaan denken. De kinderen zouden dan juist het slachtoffer kunnen helpen in plaats van te zeggen dat het hun eigen schuld is.

 

Welke soorten begeleiding kunnen de ouders/verzorgers toepassen?

Tegenwoordig is het makkelijk om online een grappige foto van iemand anders door te sturen, een video een dislike geven of een appje te negeren. Kinderen zijn zich soms niet bewust dat ze iets verkeerd doen en dat ze bezig zijn met online pesten.

Als ouder/verzorger is het slim om rond de tafel te gaan zitten met uw kind als u dat hij/zij cyberpest en te vragen wat er precies aan de hand is. Waarom is dit gesprek nodig en wat gaan we doen om de situatie te verbeteren? Als ouder/verzorger moet je proberen je eigen mening niet nadrukkelijk naar voren te laten komen, maar eerst goed te luisteren naar de reden dat het kind cyberpest. 
Na de uitleg van het kind, kan de ouder/verzorger uitleggen waarom het pesten niet mag gebeuren en dat het zelfs in sommige gevallen strafbaar is. Nu heeft de ouder/verzorger de kans om duidelijk te maken dat pesten een heftig effect kan hebben op het slachtoffer. Zowel op korte termijn, als op lange termijn. Als ouder/verzorger moet u echter niet de persoon de grond in boren, maar alleen hameren op het feit dat de daden niet goed zijn van de pester. 

  • Kom samen met uw kind tot een oplossing om het cyberpesten te eindigen en hoe uw kind de verhouding met de gepeste weer kan verbeteren.
  • Vergeet als ouder/verzorger niet dat u positief moet blijven over de online-wereld. Kinderen moeten het gevoel hebben dat ze hun problemen van het internet kunnen vertellen aan hun ouders/verzorgers. Het kind moet niet het gevoel krijgen: ‘’Mijn ouders/verzorgers vinden het toch al niks dat ik op die sites zit… als er iets gebeurt hou ik het liever voor mezelf… dan wil ik ze er niet mee lastig vallen.’’ 
  • Als ouder/verzorger kunt u bij het gesprek ook gaan kijken naar de thuissituatie. Vaak is het contact tussen het kind en de ouder/verzorger niet helemaal goed waardoor het kind zijn/haar frustratie gaat uiten door een ander kind te gaan pesten. Het kind wil indirect misschien wel aandacht van de ouders/verzorgers.

Het blijft lastig voor de ouders/verzorgers om een gesprek aan te gaan omdat zij niet de complete grip over de situatie kunnen uitoefenen. De ouders/verzorgers zijn er simpelweg niet genoeg bij betrokken. Het blijft daarom belangrijk om als ouder/verzorger te blijven praten met je kind om te weten wat er allemaal gebeurt op het internet en daarbij duidelijke afspraken te maken. 

 

Hoe kunnen ouders/verzorgers het kind helpen om cyberpesten te voorkomen?

Constructieve hulp: Bij deze hulp stellen de ouders/verzorgers vooral regels op. Het kind zou bijvoorbeeld bepaalde sociale media niet mogen gebruiken of mogen maar een schermtijd van twee uur hebben. Hierdoor kan het voorkomen worden dat het kind anderen gaat pesten. De ouders/verzorgers moeten blijven opletten. Als ouder/verzorger is het van belang om niet door te slaan bij het verbieden van sociale media. Te veel sociale media verbieden, kan ervoor zorgen dat het kind juist meer online gepest wordt. Dit komt doordat het kind een minder groot sociaal leven heeft en daardoor misschien minder goed in de groep ligt. Daarnaast is het natuurlijk extra eenvoudig als pester om iemand te cyberpesten die het niet kan zien omdat hij die sociale media niet heeft.

Actieve hulp: Dit houdt in dat je als ouder/verzorger uitlegt aan je kind waarom hij/zij iets wel of niet mag. Ook bespreek je onderwerpen die op dat moment veel in de media besproken worden. Niet alleen over moeilijke onderwerpen maar ook over leuke onderwerpen. Hierdoor bied je als ouder/verzorger veiligheid voor een kind door alles bespreekbaar te maken.

Een andere tip is gezamenlijke mediabeleving. Hiermee bedoelt ze dat u als ouder/verzorger samen met je kind op internet gaat zodat je samen kan beleven wat de onlinewereld inhoudt. 

De laatste tip is zicht houden. Hiermee wordt bedoeld dat de ouder/verzorger beschikbaar moet zijn wanneer het kind hulp nodig heeft met sociale media. Ze geeft aan dat de manier waarop u zicht houdt, moet verschillen per leeftijd en karakter. Deze begeleiding zal dus voor elk kind anders moeten zijn. 

 

Conclusie

Ouders/verzorgers kunnen cyberpesten bij slachtoffers en daders van cyberpesten herkennen aan onder andere tekenen van depressie, een laag zelfbeeld, minder concentratie op school en het vele gebruik van het internet. Als ze één van deze kenmerken waarnemen, kunnen ze het best in gesprek gaan met het kind om te vragen of hij/zij iets met cyberpesten te maken heeft. Als blijkt dat uw kind inderdaad dader is van cyberpesten, kunt u als ouder/verzorger het best meegeven dat de gevolgen van cyberpesten voor een slachtoffer erg groot kunnen zijn. Ook kunt u tijdens het gesprek kijken naar de redenen van het cyberpesten. Komt het bijvoorbeeld door de slechte thuissituatie?

Ouders/verzorgers kunnen het cyberpesten al bij voorbaat proberen te voorkomen. Dit kunnen ze doen door één van de vier soorten media-hulp te geven aan hun kind: de constructieve hulp, actieve hulp, gezamenlijke mediabeleving en zicht houden. 

Daarnaast kan de ouder/verzorger het kind ook voorlichten over het verspreiden van data op internet, overmatige verveling proberen te vermijden en het kind simpelweg in te lichten over de gevolgen op slachtoffers en daders van cyberpesten. 

Bij al deze acties om cyberpesten te voorkomen, is het belangrijk dat de ouder/verzorger sociale media zelf goed snapt. Dit kun je als ouder/verzorger eventueel leren door bijvoorbeeld met uw kind een keer mee te kijken op sociale media. Tenslotte is het goede voorbeeld geven, een makkelijke en goede manier voor ouders/verzorgers om cyberpesten bij hun kind te voorkomen. Zodra de ouder/verzorger zich aardig gedraagt op sociale media, zal het kind dit ook sneller doen.