Les idee 125: Tips voor leerkrachten over pesten in de klas | Stop Pesten NU

084-0035994

Foutmelding

You may not view this site from your current location.

Les idee 125: Tips voor leerkrachten over pesten in de klas van Beau Oldenburg

Promovenda Beau Oldenburg onderzoekt welke rol leerkrachten spelen bij het tegengaan van pesten. Uit haar bevindingen blijkt dat de groep onderzochte leerkrachten niet altijd voldoende toegerust is om pesten aan te pakken. ‘Het is voor leerkrachten bijvoorbeeld heel moeilijk om vast te stellen of iemand echt gepest wordt, omdat pesten vaak buiten hun gezichtsveld plaatsvindt. Maar het is van groot belang dat elk signaal over pesten serieus genomen wordt,’ zegt Oldenburg. ‘Daarbij moeten leraren realistische doelen stellen. Het is onmogelijk om pesten helemaal uit te bannen, maar leraren kunnen wel een verschil maken en de situatie voor pestslachtoffers echt verbeteren.’ Tijdens de landelijke ‘Week tegen Pesten’ geeft Oldenburg in online video’s dagelijks tips over het versterken van de persoonlijk stijl van de leraar en het stimuleren van een sociaal veilige klas.

Vijf misverstanden over pesten op school

Ik doe al zo’n zes jaar onderzoek naar pesten op school. Als ik hierover vertel, delen mensen regelmatig hun persoonlijke ervaringen met mij. Ze denken terug aan die ene jongen in de klas die zo erg gepest werd, maar die ze niet durfden te helpen. Of aan dat meisje wat ze wel een beetje plaagden, maar “die vroeg er ook wel om”. Pesten is een onderwerp waar iedereen wel wat over te zeggen heeft.

Hoewel we door wetenschappelijk onderzoek steeds meer over pesten weten, merk ik tijdens zulke gesprekken dat er tegelijkertijd ook nog steeds veel misverstanden over pesten bestaan. Sommige van deze misverstanden zijn onschuldig, maar andere kunnen ervoor zorgen dat pesten niet op de juiste manier wordt aangepakt of dat de situatie zelfs erger wordt. In dit artikel ontkracht ik de vijf misverstanden over pesten die ik in de afgelopen jaren het meest ben tegengekomen.

1. “Pesters zijn heel impulsief en onzeker”

Hoewel sommige pesters – met name pesters die ook zelf gepest worden – misschien wel impulsief en onzeker zijn, laat onderzoek zien dat veel pesters juist heel bewust te werk gaan. Een van de belangrijkste redenen om te pesten is dat kinderen een hogere sociale status willen. Door te pesten, laten zij aan de rest van de groep zien hoe ‘cool’ en ‘stoer’ ze zijn. Daarbij kiezen pesters heel strategisch een slachtoffer uit: iemand die zich moeilijk kan verdedigen en die ook niet veel vrienden heeft. Zo kunnen zij zonder al te veel tegenstribbeling hun gang gaan. En gek genoeg werkt deze strategie: pesters worden meestal niet aardig of leuk gevonden, maar zijn wel populair. 

2. “De pester moet gewoon flink gestraft worden!”

Dit wordt meestal gezegd door ouders van slachtoffers. Het is heel logisch dat ouders van kinderen die gepest worden, willen dat de pester streng gestraft wordt, maar het is de vraag of het pesten hierdoor ook daadwerkelijk afneemt. Sterker nog, soms wordt het pesten er juist erger door. Pesters die ondanks allerlei straffen toch nog doorgaan met pesten worden mogelijk nóg cooler gevonden.

In plaats van streng straffen, kunnen leerkrachten beter proberen de reactie van de omstanders – de kinderen die het pesten zien gebeuren – te veranderen. Deze omstanders bepalen namelijk of pesten daadwerkelijk leidt tot een hogere sociale status. Als de omstanders lachen of de pester aanmoedigen, voelt de pester zich gesterkt, maar wanneer zij het pesten afkeuren, bijvoorbeeld door het slachtoffer te verdedigen, dan krijgt de pester het signaal dat het pesten niet getolereerd wordt. 

De meeste kinderen die zien dat er gepest wordt, willen hier graag iets aan doen, maar weten niet precies hoe. Vaak zijn zij bang om zelf gepest te worden als ze tegen de pester ingaan. Om pesten op te lossen, is het belangrijk dat deze omstanders leren hoe ze op een effectieve en veilige manier kinderen die gepest worden, kunnen helpen.

3. “Je moet de pester gewoon een klap verkopen, dan stopt het pesten wel!”

Ook dit goedbedoelde advies zet meestal geen zoden aan de dijk. Volgens de Zweedse onderzoeker Olweus is een belangrijk kenmerk van pesten dat er een machtsverschil tussen de pester en het slachtoffer is. Dit betekent dat de pester fysiek sterker is of bijvoorbeeld meer vrienden heeft dan het slachtoffer. Dit maakt het voor slachtoffers bijzonder lastig en soms zelfs ronduit onveilig om terug te slaan.

Wetenschappelijk onderzoek doet op geen enkele wijze vermoeden dat pesten stopt als het slachtoffer terugslaat. Sterker nog, het zou de situatie juist kunnen verergeren. Daarnaast wordt door het geven van dit advies de verantwoordelijkheid van het stoppen van pesten bij het slachtoffer gelegd (“als je maar genoeg van je afbijt dan stopt het wel”) en dat is wat mij betreft onwenselijk. Pesten is een probleem van de groep en moet ook in de groep worden opgelost.

4. “Pesten is vervelend, maar uiteindelijk word je er wel weerbaarder door”

Veel mensen geloven dat kinderen die gepest worden hier weerbaarder door worden. De achterliggende gedachte is dat kinderen die gepest worden het wel moeilijk hebben, maar hier uiteindelijk mee leren omgaan en daar de rest van hun leven profijt van hebben. 

Hoewel het belangrijk is dat kinderen leren omgaan met tegenslagen en moeilijke situaties – die horen immers bij het leven – is het onwaarschijnlijk dat pesten hen weerbaarder maakt. Het eerder genoemde machtsverschil maakt het voor het slachtoffer heel lastig om zichzelf te verdedigen. Daarnaast is een ander kenmerk van pesten dat het keer op keer tegen dezelfde persoon gericht is. Het is de vraag of het daadwerkelijk goed is voor kinderen als ze telkens weer lastig gevallen worden en zich hier maar moeilijk tegen kunnen verdedigen.

Dit blijkt ook uit onderzoek: kinderen die gepest worden, voelen zich eenzaam, angstig en verdrietig. Deze negatieve gevolgen van pesten kunnen lang aanhouden. Zo hebben kinderen die gepest worden in hun latere leven vaker last van depressies dan kinderen die niet gepest worden.

5. “Oh, maar hij wordt niet ‘echt’ gepest!”

Het is erg lastig om te bepalen of kinderen ‘echt’ gepest worden. Pesters gedragen zich strategisch en pesten alleen als volwassenen, zoals ouders, er niet bij zijn. Vooral subtiele vormen van pesten zijn voor buitenstaanders moeilijk te detecteren. Daarnaast houden kinderen die gepest worden dit vaak voor zichzelf omdat ze zich schamen of bang zijn voor represailles van de pesters. Het kan daardoor heel lastig zijn om te bepalen of iemand echt gepest wordt, en al helemaal als de betrokkenen (pester, slachtoffer, leerkracht en klasgenoten) allemaal wat anders zeggen. 

Uit onderzoek blijkt dat het ook niet uitmaakt of kinderen ‘echt’ gepest worden of niet: kinderen die het gevoel hebben gepest te worden, ervaren de negatieve gevolgen van het pesten, zoals angst en depressie. Dit laat zien dat pesten in sterke mate een subjectief verschijnsel is en dat de vraag of het wel ‘echt’ pesten is niet relevant is.

Conclusie

De meeste kinderen pesten omdat ze een hogere sociale status willen. De reactie van omstanders bepaalt of dat ook daadwerkelijk lukt en daarom moet pesten als een groepsprobleem beschouwd worden. Streng straffen of terugslaan werkt meestal niet, en heeft mogelijk zelfs een averechts effect, maar omstanders stimuleren om het pesten af te keuren en het slachtoffer te helpen werkt wél. Slachtoffers van pesten worden hier niet weerbaarder door, maar hebben hier juist vaak zelfs op latere leeftijd nog last van. Het maakt niet uit of kinderen ‘echt’ gepest worden of niet; als zij het gevoel hebben dat ze gepest worden dan ondervinden ze hier negatieve gevolgen van.

Een

Bullying happens in almost every group. At your school, workplace, and sports club. Given that the consequences of bullying can be quite severe it is important to stop it as soon as possible. However, Beau's research shows a lot of time and effort is wasted on discussing whether someone is actually bullied or not. Beau argues it would help if we would start treating bullying more as a subjective rather than as an objective phenomenon. Beau Oldenburg works as a postdoctoral researcher at the Sociology Department of the University of Groningen. During her research Beau noticed that there often is a lot of discussion on whether certain people are actually bullied or not. She found that many students who felt bullied were not seen as victims of bullying by their classmates and teachers. In other words: perceptions on bullying differ a lot. Beau argues we should focus more on the perceived than on the actual bullying. Beau was born in Breda and is a proud Brabander, however, she is also passionate about improving the world and that is the reason why she moved all the way to Groningen to develop her academic career researching bullying. Beau works as a postdoctoral researcher at the Sociology Department of the University of Groningen. Beau was born in Breda and is a proud Brabander. But being passionate about contributing to a better world, she moved all the way to Groningen to develop her academic career researching bullying. During her research Beau noticed that there often is a lot of discussion on whether certain people are actually bullied or not. She found that many students who felt bullied were not seen as victims of bullying by their classmates and teachers. In other words: perceptions on bullying differ a lot. Beau argues we should focus more on the perceived than on the actual bullying. This talk was given at a TEDx event using the TED conference format but independently organized by a local community. Learn more at 

Van leerkrachten wordt veel verwacht: naast het scheppen van een stimulerend academisch klimaat moeten ze er ook voor zorgen dat er niet gepest wordt in de klas. Ze zijn echter niet voldoende opgeleid om pesten effectief te kunnen aanpakken. Bovendien ontbreekt er nog veel wetenschappelijke kennis over de rol van leerkrachten bij pesten, waardoor we leerkrachten niet goed kunnen ondersteunen.

Protocol 

Pesten komt in vrijwel iedere klas voor. Diverse onderzoeken laten zien dat pesten ernstige gevolgen voor de slachtoffers kan hebben. Het is daarom goed dat er in de afgelopen jaren meer aandacht voor dit probleem is gekomen. Zo zijn scholen sinds de invoering van de Wet Veiligheid op School (2015) verplicht om een zogenaamd anti-pestprotocol te hebben. In dit protocol moet worden beschreven wat de school allemaal doet om pesten tegen te gaan. Daarnaast gebruiken steeds meer scholen een anti-pestprogramma en heeft het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) deze programma’s een aantal jaar geleden beoordeeld op hun effectiviteit.

Averechts 

In deze anti-pestprotocollen en anti-pestprogramma’s is een speciale rol weggelegd voor leerkrachten. Aangezien zij de meeste tijd doorbrengen met hun leerlingen wordt van hen verwacht dat ze pesten voorkomen, signaleren en dat ze actie ondernemen als er in de klas gepest wordt. Ze lijken hier echter vaak niet erg succesvol in. Zo laat onderzoek zien dat leerkrachten het pesten niet herkennen, dat ze het niet serieus nemen of dat hun aanpak volgens hun leerlingen juist een averechts effect heeft.

Weinig aandacht 

Een belangrijke verklaring hiervoor is dat de meeste leerkrachten niet voldoende zijn opgeleid om met pesten om te gaan. Tijdens de opleiding van leerkrachten ligt de nadruk vaak op vakken zoals taal en rekenen en is er maar weinig structurele aandacht voor sociale veiligheid in het algemeen en pesten in het bijzonder, zo blijkt uit een rapport van Stichting School en Veiligheid en het Ministerie van OCW.

Opleidingen verschillen ook in de manier waarop ze aandacht aan het onderwerp besteden: in sommige opleidingen worden een of twee lessen aan het onderwerp besteed, in andere opleidingen wordt ervan uitgegaan dat toekomstige leerkrachten tijdens hun stage wel leren hoe ze pesten moeten aanpakken.

Ontbrekende kennis 

Dat er geen structurele aandacht voor pesten is tijdens de opleiding van leerkrachten is niet gek aangezien er nog veel kennis ontbreekt over de rol die leerkrachten bij pesten spelen. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen maakten onlangs een inventarisatie een zogenaamde systematische review van alle onderzoeken die naar de rol van leerkrachten bij pesten gedaan zijn en concludeerden dat we van veel factoren een beetje weten, maar dat er nog teveel structurele kennis mist om leerkrachten echt goed te kunnen ondersteunen bij het aanpakken van pesten. Met andere woorden: we weten helemaal nog niet goed hoe leerkrachten zich nu het beste kunnen gedragen.

Zoek het maar uit 

Samenvattend: we trainen leerkrachten niet voldoende en kunnen ze ook (nog) niet vertellen hoe ze pesten het beste kunnen aanpakken, maar verwachten tegelijkertijd wél dat ze het pesten oplossen. Eigenlijk zeggen we: zoek het maar uit, het is jouw probleem. Terwijl pesten een probleem van ons allemaal is. Het is daarom belangrijk dat we onze verwachtingen bijstellen. Ja, leerkrachten moeten signalen die wijzen op pesten serieus nemen ze mogen hun kop niet in het zand steken maar tegelijkertijd moeten we ook niet verwachten dat het ze lukt het pesten volledig uit te bannen. Daarvoor is het een te complex probleem en is er nog te weinig kennis.

De handen ineen 

Het is belangrijk om in ons achterhoofd te houden dat er geen pasklare oplossing voor pesten is. Laten we scholen, leerkrachten, ouders, onderzoekers en beleidsmakers in plaats van de verantwoordelijkheid zo sterk bij de leerkracht neer te leggen de handen ineenslaan om pesten te verminderen. Pesten is namelijk een probleem van ons allemaal.