Les idee 236: Doelstellingen ‘Trek je bek open’ Vlaamse week tegen pesten 2020 Bron: KiesKleurTegenPesten | Stop Pesten NU

084-0035994

Les idee 236: Doelstellingen ‘Trek je bek open’ Vlaamse week tegen pesten 2020 Bron: KiesKleurTegenPesten

Fijn dat je met het pakketje ‘Trek je bek open’ aan de slag wil gaan om het onderwerp ‘pesten’ bespreekbaar te maken in je klas.

Voor je van start gaat, wijzen we er graag uitdrukkelijk op dat het belangrijk is dat je klas klaar is voor zo’n gesprek. Veiligheid, vertrouwen en een positieve klassfeer zijn daarin cruciaal.

We rekenen op jullie professionele oordeel als leerkracht om aan te voelen of het klasklimaat voldoende veilig is om met ‘Trek je bek open’ aan de slag te gaan. Denk je zelf dat het beter is om eerst nog wat meer in te zetten op dat veilige klasklimaat.

Deze verwerkingslessen zijn voorzien op 2 lesuren van 50 minuten. Hieronder staat een suggestie voor een mogelijke lesopbouw. Daarna worden de verschillende deelmethodieken apart besproken. Je zal merken dat dat er ook nog heel wat suggesties gedaan worden om de lessen nog verder uit te breiden. In dat geval voorzie je best meer dan 2 lesuren de tijd.

Lesuur 1: Verkenning van het gedicht en reflectie bij de rollen in een pestsituatie

Lesuur 2: verdere verdieping van het gedicht en reflectie over omgaan met pesten\

 

Hieronder zie je een kleine weergave van de lessenopbouw maar het is het makkelijkst om deze PDF te downloaden

 

Bron KiesKleurTegenPesten.be Vlaamse Week tegen Pesten 2020

Lesuur 1
AKKOORD OF NIET AKKOORD

Timing 15 minuten

Doelstellingen ‘Trek je bek open’

 

Methode

Groepsgesprek (gebaseerd op de principes van Deep Democracy)

Hang de affiche op in de klas. Plaats je leerlingen in een cirkel. Elk van hen zit op een stoel en heeft een pen bij de hand. Geef elke leerling een postkaart met het gedicht / de tekening van de affiche en vraag hen om deze aandachtig te lezen en te bekijken. Vraag je leerlingen om recht te gaan staan voor hun stoel. Vertel dat je hen enkele vragen zult voorleggen.

Wie als eerste de hand opsteekt, mag de vraag beantwoorden. Deze leerling zet voor hij of zij de vraag beantwoordt een stap naar voren. Wie akkoord gaat met het antwoord of hetzelfde zou hebben geantwoord, wordt gevraagd om ook een stap naar voor te zetten.

Bij elke nieuwe antwoord start men terug vanuit de beginpositie. De leerkracht-gespreksleider mag naar wens inzoomen op bepaalde reacties en vervolgvragen stellen. De principes van ‘een stap naar voren’ blijven dan gelden.

Inhoud

Het is de bedoeling meningen op te halen en goed te luisteren naar elkaars antwoorden. Discussiëren is nog niet de bedoeling in deze fase van de les.

Mogelijke vragen:

  1. Probeer met maximum twee woorden te zeggen wat je aanspreekt

    op/in deze affiche.

    Laat meerdere leerlingen aan bod komen. Vraag de anderen een stap

    naar voor te zetten als ze zich herkennen in de gegeven antwoorden.

  2. Vind je de tekeningen op de affiche geslaagd?

    Bij deze vraag wordt iedereen die de vraag met ‘ja’ wil beantwoorden,

    verzocht om een stap voorwaarts te zetten.

  3. De wolf op de affiche ziet er nogal vervaarlijk uit. Klopt dat beeld met wat de tekst over de wolf vertelt?
    Laat meerdere leerlingen aan bod komen. Vraag na elk antwoord of de anderen instemmen met het gegeven antwoord. De gespreksleider vraagt ook leerlingen die bleven staan bij het vorige antwoord om te antwoorden. Ook bij hun antwoord geldt: wie zich in het antwoord herkent, zet een stap naar voor.

 
  1. De affiche spreekt zich ook uit over al wie zich ‘schaapachtig’ gedraagt. Wat wordt volgens jou bedoeld met ‘schaapachtig gedrag’?
    Ook hier geldt dat de vraag best door enkele leerlingen wordt beantwoord.

  2. Heb je een suggestie voor de makers van de affiche (om ze nog beter te maken)?

  3. Denk je dat dit soort van materiaal een verschil kan maken? Om pesten te voorkomen? Om ‘schapen’ sterker te maken?

Materiaal • De poster met gedicht ‘Trek je bek open’
• Voor elke leerling een postkaart of afgedrukte versie van het gedicht

ROLLEN IN EEN PESTSITUATIE

Timing 15 minuten

Methode

Individuele reflectieoefening met klassikale bespreking

Bezorg elke leerling een set kaartjes met de verschillende rollen binnen een pestsituatie (zie bijlage 4: materiaal). Vraag elke leerling om de rollen uit te knippen waarin hij of zij al wel eens heeft gezeten tijdens zijn of haar schooltijd. Laat elke leerling de door hem of haar uitgeknipte rollen op een naamloos A4-blad kleven. Vraag vervolgens om bij elk van de uitgeknipte rollen een gevoel te schrijven dat volgens hem of haar past bij de rol die hij of zij toen opnam.

Voorbeelden:

  • Passieve supporter: angst (om uit de groep te vallen of zelf gepest te worden) – lafheid – plezier

  • Slachtoffer: bang – eenzaam – boosheid – verdriet

  • Echte verdediger: boosheid – trots – angst

    Variant: Om het de leerlingen makkelijker te maken kan je een reeks gevoelens op A3-bladen of het bord schrijven. Zorg voor voldoende variatie. Spreid deze bladen op de grond uit in de ruimte waarin er gewerkt wordt. Laat de leerlingen hun kaartjes met de diverse rollen die ze hebben ingenomen op de verschillende gevoelens plaatsen. Verzamel nadien de verschillende A3-bladen met de oogst aan kaartjes. Bekijk met de klasgroep welke rollen er opduiken bij welke gevoelens. Ga hierover met de leerlingen in gesprek.

Inhoud 
Pestsituaties zijn vaak ingewikkeld. Pesten gebeurt immers meestal in groep.

Wordt er in een groep gepest, dan zal iedereen in een bepaalde rol kruipen. Onderstaande afbeelding toont om welke rollen het gaat (deze afbeelding kan je eventueel – al naargelang de nood van de klasgroep) eerst even collectief toelichten.

Pester(s)

Mede- pester(s) of

Actieve supporte rs

Passieve supporter s

Toelichting bij de verschillende rollen:

  • Pester of pestkop: de persoon die het (cyber)pesten in gang zet; hij of zij kiest het slachtoffer en bepaalt wat wanneer zal gebeuren.

  • Medepester(s) of assistenten: diegene die actief mee doen met de (cyber)pester; voert bevelen uit of doet er nog een schepje bovenop.

  • Actieve supporters: pesten niet zelf mee maar laten heel duidelijk blijken dat ze aan de kant van de pester(s) staan.

  • Passieve supporters: pesten niet zelf mee maar keuren het pesten ook niet af; ze vinden het oké dat het slachtoffer aanhoudend wordt lastig gevallen of gekwetst.

Doelstellingen ‘Trek je bek open’

Onverschillige buitenstaanders: het laat hen koud wat er gebeurt; ze staan onverschillig tegenover het slachtoffer. Ze doen niets en houden op die manier het pesten in stand.

De bijna-verdedigers: ze vinden pesten niet oké; ze weten dat ze zouden moeten reageren maar doen dit niet. Dit gebeurt uit angst of uit onwetendheid.

De echte verdedigers: zij nemen het op voor het slachtoffer en keren zich tegen de pester(s) en hun kliek.

Het slachtoffer: degene die aanhoudend wordt gepest en uiteindelijk niet meer weet wat hij/zij er kan aan doen om het pesten te doen ophouden.

Mogelijke vragen bij de bespreking:

-  Zijn er rollen die je meer aan ‘schaap’ zijn zou koppelen?

-  Zijn er rollen die je maar aan ‘wolf’ zijn zou koppelen?

-  Welke gevoelens kregen de meeste kaartjes?

-  Hoeveel rollen kwamen er terug bij elk van de gevoelens?

-  Hoe zou het komen dat elke rol aan meer dan één gevoel werd gekoppeld?

-  Voel je jezelf over het algemeen meer een schaap of een wolf?

-  Wanneer ben je zelf al eens een schaap geweest? Wat viel er daarbij te winnen? Hoe voelde dat?

-  Wanneer was je al eens een wolf? Wat viel er te verdedigen?

-  Wat bepaalt dat jij op een bepaald moment voor die bepaalde rol hebt gekozen? Waarom nam je die rol op en niet de rol van bvb. verdediger?

-  Wil je wat meer van het een of het ander zijn? Welke dan? Waarom?

Hoe kun je daarbij bewust proberen te kiezen welke rol je aanneemt?

We doen vaak veel dingen automatisch, we staan niet stil bij onze reacties of onze daden. Door zich bewust te worden van de rol die ze aannemen, kunnen leerlingen ook gerichter op zoek gaan naar strategieën om met een bepaalde pestsituatie om te gaan.

KORTE REFLECTIEOEFENING

Timing 10 minuten

Doelstellingen ‘Trek je bek open’

Methode

Woordweb met ‘Mentimeter’-app (mentimeter.com)

Maak gebruik van de ‘Mentimeter’-app en nodig de leerlingen uit om via de code die je hen aanreikt antwoord te geven op de vraag: op welke manieren kan iemand gepest worden?

De leerlingen denken eerst per twee na over deze vraag en tikken dan hun antwoorden in. Ze krijgen 3 minuten antwoordtijd. Verwijs hierbij opnieuw naar het gedicht en naar eventuele manieren van pesten die in het gedicht worden aangehaald. Het aantal antwoorden is onbeperkt. Zo ontstaat een woordweb waarin alle antwoorden worden samengebracht.

Vraag de leerlingen om opnieuw per twee binnen dat woordweb op zoek te gaan naar hun antwoord op de vraag: wat beschouw jij als de ergste vormen van gepest worden? Ook voor deze vraag wordt met ‘Mentimeter’ gewerkt. Per duo mogen maximaal twee antwoorden worden ingevoerd.

Het resultaat projecteert zich als alle duo’s de opdracht hebben vervuld.

Inhoud

Pesten kan op vele manieren gebeuren. De ene pestvorm is al pijnlijker dan de andere. Pesten kan heel gewiekst gebeuren. Ook de minder zichtbare vormen van pesten missen hun doel niet. Uitgesloten worden of doodgezwegen worden (‘de stilte van de afwijzing’) is minstens even pijnlijk als fysiek of verbaal gepest worden (‘het lawaai van de spot’).

Conclusie: pesten is geraakt worden en eigenlijk doet het er niet toe op welke manier dat dan is.

Materiaal

Smartphone per leerlingenduo

Laptop en beamer • ‘Mentimeter’-app