Misverstanden pesten | Kenniscentrum Pesten | Stop Pesten NU

084-0035994

Foutmelding

You may not view this site from your current location.

Misverstanden pesten | Kenniscentrum Pesten

We weten steeds meer over pestgedrag en toch gaat de aanpak ervan nog vaak mis. Socioloog Beau Oldenburg, die veel onderzoek deed naar pesten, zet een aantal misvattingen recht. ‘De dader streng straffen werkt averechts.’

 

1. ‘Mijn kind vertelt het mij zéker, als het gepest wordt’

‘Kinderen schamen zich er vaak voor als ze gepest worden,’ vertelt Beau Oldenburg, socioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Er rust nog steeds een stigma op: alsof het iets over hén zegt dat ze steeds het doelwit zijn. Dat ze wel kneuzen zullen zijn. De media werken dat alleen maar verder in de hand, met koppen als: “Op de basisschool werd hij gepest, maar nu is hij een wereldster!” ’

Mede daarom vertelt 35 procent van de kinderen aan niemand dat ze worden gepest, zelfs niet aan hun ouders, blijkt uit een kleinschalig onderzoek van Oldenburg. Wat ook meespeelt, is dat kinderen bang zijn dat er iets in werking wordt gesteld dat ze niet meer kunnen stoppen.

Dat er represailles volgen van de pesters, als ze er thuis over hebben verteld en de ouders naar school zijn gestapt. Bovendien hebben kinderen vaak het idee dat het probleem toch niet opgelost kan worden, bijvoorbeeld omdat ze zagen dat de leerkracht wel actie ondernam, maar dat dit niet meteen effect had. Daarom houden ze het maar liever voor zich.

Wat helpt, stelt Oldenburg, is als kinderen merken dat er thuis openlijk over pesten gepraat kan worden. ‘Krijgen ze steevast te horen: “Ach joh, pesten hoort er een beetje bij,” dan houden ze hun mond zéker dicht. Veel beter werkt het om een veilig gevoel te creëren door te zeggen dat je altijd samen naar manieren zou willen zoeken waarop iedereen zich prettig kan voelen in de klas.’

Ook op school moet duidelijk zijn dat pesten serieus genomen wordt. Dat de verantwoordelijkheid wordt weggenomen bij het kind en de leerkracht zegt: ‘Wij gaan hier als groep iets tegen doen. Met z’n allen.’

"She is not actually bullied!" Why bullying is a subjective phenomenon | Beau Oldenburg | TEDxBreda 

Ik doe al zo’n zes jaar onderzoek naar pesten op school. Als ik hierover vertel, delen mensen regelmatig hun persoonlijke ervaringen met mij. Ze denken terug aan die ene jongen in de klas die zo erg gepest werd, maar die ze niet durfden te helpen. Of aan dat meisje wat ze wel een beetje plaagden, maar “die vroeg er ook wel om”. Pesten is een onderwerp waar iedereen wel wat over te zeggen heeft.

Hoewel we door wetenschappelijk onderzoek steeds meer over pesten weten, merk ik tijdens zulke gesprekken dat er tegelijkertijd ook nog steeds veel misverstanden over pesten bestaan. Sommige van deze misverstanden zijn onschuldig, maar andere kunnen ervoor zorgen dat pesten niet op de juiste manier wordt aangepakt of dat de situatie zelfs erger wordt. In dit artikel ontkracht ik de vijf misverstanden over pesten die ik in de afgelopen jaren het meest ben tegengekomen.

Bullying happens in almost every group. At your school, workplace and sports club. Given that the consequences of bullying can be quite severe, it is important to stop it as soon as possible. However, Beau's research shows a lot of time and effort is wasted on discussing whether someone is actually bullied or not. Beau argues it would help if we would start treating bullying more as a subjective rather than as an objective phenomenon. Beau Oldenburg works as a postdoctoral researcher at the Sociology Department of the University of Groningen. During her research Beau noticed that there often is a lot of discussion on whether certain people are actually bullied or not. She found that many students who felt bullied were not seen as victims of bullying by their classmates and teachers. In other words: perceptions on bullying differ a lot. Beau argues we should focus more on the perceived than on the actual bullying. Beau was born in Breda and is a proud Brabander; however, she is also passionate about improving the world and that is the reason why she moved all the way to Groningen to develop her academic career researching bullying. 

► Klik op bovenstaande afbeelding voor de video of klik hier  TedTalk Beau Oldenburg 

 

2. ‘Een kind dat gepest wordt, zal er ook wel een beetje om vragen’

In de gesprekken die Oldenburg met leerkrachten voert, hoort ze het regelmatig vallen: ‘Het is heel vervelend, maar hij kan zich wel héél irritant gedragen.’ Of: ‘Ze is sociaal ook wel erg onhandig.’ Ze schrikt er steeds weer van.

‘Want ja, er zijn altijd kinderen die steeds met hun pen op de tafel van anderen lopen te tikken. Of die altijd willen bepalen welk spel er gespeeld wordt, en weinig ruimte voor anderen laten. En daar moet je zéker iets mee doen in de klas. Maar het is nooit een reden om gepest te worden, laat staan pesten te rechtvaardigen. “Die vindt al dat ze gepest wordt als ze een duwtje krijgt,” zeggen leerkrachten vaak.’

Blijkt uit onderzoek dat er zoiets is als een typische slachtoffer-persoonlijkheid? Nee, zegt Oldenburg. ‘Alles wat afwijkt, kan een reden zijn om te pesten: te lang, te kort, te dik, te dun. Maar wat je ziet, is dat het in bepaalde klassen wél gebeurt, en in andere niet. Dat hangt dus sterk van de groep af: wordt pestgedrag geaccepteerd of zelfs aangemoedigd, of komt de groep ertegen in opstand?

3. ‘O, maar zij wordt niet écht gepest’

In het promotieonderzoek van Beau Oldenburg gaven 71 kinderen aan minstens twee keer per maand gepest te worden. Leerkrachten, die apart ondervraagd werden, bleken slechts 18 van de 71 gevallen te ‘erkennen’ als slachtoffer.

Het is een kleinschalig onderzoek dat nog herhaald moet worden, maar ook uit gesprekken blijkt steeds opnieuw: leerkrachten zien het niet. Of ze stellen: ‘Ja díé. Maar die vindt al dat ze gepest wordt als ze een duwtje krijgt.’ ‘Pesters mogen dan niet speciaal leuk of aardig gevonden worden; ze zijn wél populair’

‘Zorgwekkend,’ vindt Oldenburg. ‘De enige die kan zeggen of gedrag van een ander al dan niet pesten is, is het slachtoffer zelf. Ik snap dat volwassenen vinden dat een kind tegen een stootje moet kunnen. En dat kinderen iets moeten leren over het verschil tussen plagen en pesten.

Maar de discussie over de vraag of het “waar” is dat het in een gegeven situatie om pesten draait, is onzinnig. Onderzoek toont aan dat kinderen die zich gepest voelen, beschadigd raken. Een groot deel krijgt depressieve klachten en ontwikkelt angstproblemen. Wie zijn wij dan om te zeggen dat het wel meevalt?’

4. ‘Zo’n pester moet je streng straffen’

‘Ik doe nu al zeven jaar onderzoek naar pesten, en als één ding duidelijk wordt, is het dat streng straffen nauwelijks helpt,’ zegt Oldenburg.

‘Sterker nog, dat verergert het probleem vaak alleen maar. Waar pesters namelijk vooral op uit zijn, is status. Ze willen laten zien hoe stoer ze zijn – en als je ondanks sancties gewoon durft door te pesten, dan moet je wel een taaie zijn. Vervelend genoeg werkt het ook nog: pesters mogen dan niet speciaal leuk of aardig gevonden worden; ze zijn wél populair.’

Een veel zinvollere manier om pest­gedrag aan te pakken, is het inzetten van een ‘steungroep’: een door de leerkracht aangewezen groep positieve en neutrale kinderen uit de klas, met daarin óók de pester, die manieren bedenken om het kind te helpen dat zich niet prettig voelt in de klas.

‘Bewijs uit onderzoek hebben we nog niet, maar dat dit helpt is zeer aan­nemelijk. Want wat we keer op keer zien, is dat pesten een groepsproces is,’ licht Oldenburg toe. ‘Pesten levert alleen iets op als andere kinderen daarin meegaan of dat gedrag stoer vinden. Draai je het om, en laat je de groep verantwoordelijkheid nemen voor een prettige sfeer in de klas, dan is het pesten al gauw niet meer interessant.’

Dat ouders vinden dat de pester er zo wel erg makkelijk mee wegkomt, begrijpt Oldenburg wel. ‘Die willen natuurlijk liever dat zo’n pester óók even op de blaren moet zitten. En als er strafbare feiten worden gepleegd, staan daar natuurlijk sancties op. Maar pestgedrag is vaak veel subtieler. Aangezien straffen niet werkt, zoek ik het liever in een oplossing die wél effectief is.’

Dat schoolprogramma’s die gebruikmaken van zo’n steungroep ook echt werken, blijkt uit recent onderzoek van het Trimbos-instituut en vijf universiteiten.

5. ‘Wie gepest wordt, moet de pester ­gewoon een klap verkopen. Dan stopt het wel’

‘Gewoon terugslaan,’ zeggen ouders soms tegen hun gepeste kind. Maar volgens de Noorse psycholoog Dan Olweus, al veertig jaar een autoriteit in het onderzoek naar pesten en ontwerper van het Olweus Bullying Prevention Program, is juist het machtsverschil tussen pester en slachtoffer een belangrijk kenmerk van pesten.

Dat betekent dat de pester fysiek sterker is of bijvoorbeeld meer vrienden heeft dan het slachtoffer, wat het bijzonder lastig en soms zelfs ronduit onveilig maakt om terug te slaan.

Oldenburg: ‘Wetenschappelijk onderzoek doet op geen enkele wijze vermoeden dat pesten stopt als het slachtoffer terugslaat. Daarnaast wordt door het geven van dit advies de verantwoordelijkheid van het stoppen van pesten bij het slachtoffer gelegd – “Als je maar genoeg van je afbijt dan stopt het wel” – en dat is wat mij betreft onwenselijk. Pesten is een probleem van de groep en moet ook in de groep worden opgelost.’

 

 

Misverstanden | Pesten op het werk 

Pesten op het werk? Tussen volwassenen? Inderdaad en het komt vaker voor dan je denkt. Ruim 500.000 medewerkers worden jaarlijks gepest. In mijn werk heb ik te maken met teams die niet goed met elkaar door een deur kunnen. Er wordt gepest of vermoedt dat het gebeurt. En regelmatig wordt gekozen voor fatale strategieën die er juist aan bijdragen dat de cultuur van pesten zich verder nestelt in het team. Het gevolg is dat het pesten zich steeds weer herhaalt met telkens nieuwe slachtoffers.

Er zijn 3 vaak voorkomende fatale strategieën bij terugkerend pestgedrag: 1. niets doen, pestgedrag bagatelliseren 2. de aanpak beperken tot de pester en gepeste 3. het slachtoffer op non-actief zetten of overplaatsen. Deze aanpakken zijn gestoeld op misverstanden over wat pesten is en de betekenis ervan binnen een groep. Dit zijn de belangrijkste misverstanden.  

Misverstand 1: Je moet wel tegen een grap kunnen!

Grappen horen erbij op het werk. En pesten is dan ook iets anders dan een grap. Bij pesten gaat het -in tegenstelling tot een (verkeerde) grap- om systematisch, terugkerend, negatief gedrag over een lange periode. Het is bij voortduring gericht op dezelfde persoon of groep. Pesten is intentioneel bedoeld om iemand schade te berokkenen. En er is sprake van een machtsverschil. Het kan gaan om een formeel maar ook een informeel machtsverschil. Dit laatste speelt bijvoorbeeld als een groepje oudgedienden of informele leiders bepaalt wie wordt meegevraagd als er uitjes zijn, wie tot de groep behoort en wat de omgangsvormen zijn. Ondanks de scherpte van de definitie zal er altijd een grijs gebied zijn waarbij mensen ervaren dat ze worden gepest terwijl de ander zich niet bewust is van de effecten van zijn of haar gedrag.

Misverstand 2: De effecten van pesten moeten niet worden overdreven

De effecten van pesten zijn juist groot. Van de medewerkers die worden gepest heeft 37% te maken met burn-out verschijnselen. Mensen die worden gepest melden zich drie keer vaker ziek dan hun collega’s. De inschatting is dat pestgedrag leidt tot ruim vier miljoen extra verzuimdagen per jaar. Het levert daarmee een kostenpost op van €900 miljoen aan loondoorbetaling (Factsheet Wat is pesten op het werk, SZW,TNO/CBS). Maar ook collega’s die zelf niet worden gepest, hebben veel last van het pestgedrag. Van de medewerkers is 44% toeschouwer van pestgedrag. Als pesten voortduurt omdat de leidinggevende niet ingrijpt, leidt dit niet alleen tot een slechte onderlinge sfeer. Ook het aantal foutmeldingen neemt toe. En het creëert stress binnen het team omdat collega’s bevreesd zijn dat zij ook slachtoffer kunnen worden van pestgedrag.

Voorbeelden van pesten

  • Negeren
  • Bespotten
  • Roddelen
  • (Dreigen met) geweld
  • Machtsmisbruik
  • Werken onmogelijk maken
  • Uitschelden
  • Practical jokes

Misverstand 3: Leidinggevenden pesten niet

Regelmatig zijn leidinggevenden de pesters of gedogen zij het pestgedrag van medewerkers in hun team. Uit Amerikaans onderzoek (Workplace Bullying Institute, 2017) blijkt dat in 56% van de gevallen leidinggevenden voorop gaan in het pesten. Of deze cijfers voor Nederland ook zo dramatisch zijn, is niet bekend. Als de leidinggevende pest, is het voor medewerkers lastiger om dit aan te kaarten. Interne vertrouwenspersonen staan vaak in een hiërarchische relatie tot de leidinggevende. Bovendien bestaat bij veel bedrijven terughoudendheid om het wangedrag van leidinggevenden aan te pakken.

Het gedogen van pesten door leidinggevenden is een sluipender proces. Gedogen is niets doen, weglopen of zelfs meelachen als iemand voortdurend op de hak wordt genomen.

Misverstand 4: Pesten is individueel gedrag: mensen liggen elkaar niet

Terugkerend pesten is juist groepsgedrag en gaat over invloed en macht binnen een groep. De meest voorkomende reden van pesten is dat de pester de gepeste ziet als concurrent in het werk of  in populariteit. Pesten heeft dan ook een functie binnen de groep: de pester wil er iets mee bereiken. Naast het uitschakelen van een concurrent kan pesten ook worden ingezet om mensen met afwijkende meningen of oplossingen in het gareel te krijgen en monddood te maken Hiermee wordt de status quo in de groep gehandhaafd, behouden informele leiders hun machtspositie en blijven eventuele geheimen toegedekt. Ook is pesten een signaal naar anderen: als zij protesteren kan hen hetzelfde overkomen. Dit leidt tot het zogenaamde omstandereffect: mensen zien dat er wordt gepest maar durven niet in te grijpen. Hierover is veel geschreven maar de oorzaak van dit gedrag is angst voor repercussies. Het gevolg is dat gepesten slechts zelden openlijke steun ervaren van omstanders. Mensen die worden gepest voelen zich daardoor verder geïsoleerd.

Misverstand 5: De vertrouwenspersoon is verantwoordelijk

Vertrouwenspersonen kunnen een belangrijke rol hebben in de aanpak van pesten. Vooral als laagdrempelig aanspreekpunt  waar mensen die worden gepest anoniem hun verhaal kwijt kunnen en advies kunnen vragen. Ook hebben zij een adviesrol naar leidinggevenden. Maar het signaleren, tegengaan van pesten en het ombuigen van een cultuur van pesten, liggen op het bord van de leidinggevende. Uit onderzoek blijkt dat de helft van de leidinggevenden die weet dat er wordt gepest, geen actie onderneemt. Als leidinggevenden niets doen, is de consequentie hiervan dat de machtspositie van de persoon of groep die pest, wordt versterkt. Ook het hogere management heeft een belangrijke rol in het tegengaan van pesten. Leidinggevenden die pesten hebben zelf ook een leidinggevende die dit aan de orde dient te stellen. Zeker voor interne vertrouwenspersonen die vaak in een hiërarchische positie staan ten opzichte van leidinggevenden, is het lastig om pesten aan de orde te stellen als de leidinggevende zelf betrokken is.

Misverstand 6: Je kunt pas iets doen als er een officiële klacht ligt

Mensen die worden gepest melden dit vaak niet. Ze schamen zich ervoor dat zij worden gepest en zijn bang dat een officiële melding het pesten erger maakt. Amerikaans onderzoek laat zien dat 29% van de gevallen het slachtoffer het pestgedrag met niemand bespreekt op het werk. En in 53% wordt het alleen informeel gedeeld. Dit betekent dat in ruim 80% van de gevallen het nooit komt tot een officiële melding. (Workplace Bullying Institute, 2017) Daarom is het belangrijk dat leidinggevenden de signalen van pesten vroegtijdig kunnen herkennen en dat ze weten wat nodig is om pesten tegen te gaan.

Signalen die kunnen wijzen op pestgedrag:

  • Slechte onderlinge sfeer: verwijten, spanningen, mensen die niet met elkaar willen samenwerken
  • Veel informele groepjes
  • Veel geroddel
  • Hoog ziekteverzuim
  • Nieuwe collega’s hebben moeite om aansluiting te vinden met collega’s
  • Nieuwe collega’s houden het niet lang vol en verdwijnen naar andere organisaties

Misverstand 7: Mediation is dé oplossing

Mediation tussen de pester(s) en gepeste(n) kan een rol spelen in de oplossing maar is te smal als het pesten onderdeel is van de teamcultuur. Dan is er meer nodig. Internationaal vergelijkend onderzoek van MacCurtain en Mannix-McNamara (2017) naar interventies bij pesten, geeft als reden voor de beperkte effectiviteit van pestaanpakken dat er nauwelijks wordt geïntervenieerd op de onderliggende cultuur. De leidinggevende zal dan ook niet alleen het pesten moeten aanpakken maar ook de cultuur ombuigen. Dit betekent een doorbreking van de informele machtspositie van de pesters in de groep die ervoor zorgt dat zij bepalend zijn voor de onderlinge omgangsvormen. Er zal een duidelijke ondergrens moeten worden gesteld aan gedrag dat wordt getolereerd.  De leidinggevende zal mensen moeten aanspreken op ongewenst gedrag en er zijn sancties nodig als blijkt dat het gedrag niet verandert. Deze sancties kunnen eruit bestaan dat de groep die pest uit elkaar wordt gehaald. Een ingrijpender interventie is als mensen die pesten, worden overgeplaatst naar een ander team. Daarnaast is het nodig dat er met het team wordt gewerkt aan een gezondere werkcultuur. Dit houdt in dat op teamniveau en in individuele gesprekken met medewerkers regelmatig wordt besproken wat gewenste en ongewenste omgangsvormen zijn en wat hierin verbeterd moet worden.

Misverstand 8: De gepeste op non-actief zetten is goed voor alle betrokkenen

Als degene die wordt gepest (tijdelijk) op non-actief wordt gezet, wordt overgeplaatst naar een ander bedrijfsponderdeel of zelf de organisatie verlaat, betekent dit een versterking van de machtspositie van de pester(s). De aanpak heeft namelijk ‘succes’. Het leidt juist tot een versterking van de pestcultuur. De aanpak moet er juist op zijn gericht om het concrete pestgedrag een halt toe te roepen, de machtspositie van de informele leiders te doorbreken en te werken aan een gezondere werkcultuur. De leidinggevende zal juist duidelijk moeten zijn dat pesten niet wordt geaccepteerd en dat degene die wordt gepest in het team blijft. Bij pesten is het belangrijk om ongewenst gedrag in de kiem te smoren. Pesten begint ergens: met roddelen, iemand niet meevragen met de lunch etc. Als dit gedrag al in het begin bespreekbaar wordt gemaakt door de leidinggevende en als er duidelijke grenzen worden gesteld, blijft het bij incidenteel gedrag en wordt het dus ook geen onderdeel van de cultuur.

Rita van Dijk  is onderzoeker, adviseur, auteur gespecialiseerd in cultuur- en gedragsverandering. Ze heeft een eigen bedrijf: Wending

Bron  Management Impact

 

Conclusie

De meeste kinderen pesten omdat ze een hogere sociale status willen. De reactie van omstanders bepaalt of dat ook daadwerkelijk lukt en daarom moet pesten als een groepsprobleem beschouwd worden. Streng straffen of terugslaan werkt meestal niet, en heeft mogelijk zelfs een averechts effect, maar omstanders stimuleren om het pesten af te keuren en het slachtoffer te helpen werkt wél. Slachtoffers van pesten worden hier niet weerbaarder door, maar hebben hier juist vaak zelfs op latere leeftijd nog last van. Het maakt niet uit of kinderen ‘echt’ gepest worden of niet; als zij het gevoel hebben dat ze gepest worden dan ondervinden ze hier negatieve gevolgen van.

Bron Beau Oldenburg (onderzoek pesten en scholen) RUG