De belangrijke rol van groepsdynamiek bij het stoppen van pesten
Pesten is geen geïsoleerd incident tussen een leerling die pest en een leerling die wordt gepest. Pesten ontstaat en blijft bestaan binnen de sociale dynamiek van een klas, team of andere groep. Leerlingen die meelachen, aanmoedigen, doorsturen, zwijgen, wegkijken of steun bieden, beïnvloeden allemaal wat er in de groep gebeurt. Wanneer pestgedrag status, aandacht of stilzwijgende goedkeuring oplevert, kan het gedrag doorgaan en steeds verder normaliseren. Daarom kan pesten niet duurzaam worden aangepakt door alleen met de pester en het slachtoffer te praten.
Een groepsgerichte aanpak betekent niet dat individuele leerlingen niet meer worden aangesproken of ondersteund. De leerling die wordt gepest heeft bescherming, steun en herstel van veiligheid nodig. De leerling die pest moet duidelijk worden begrensd en verantwoordelijkheid leren nemen voor het eigen gedrag. Tegelijkertijd moet worden onderzocht welke groepsreacties het pestgedrag mogelijk maken, versterken of juist kunnen stoppen. Pas wanneer ook de groepsnorm verandert, ontstaat er ruimte voor een structureel veilige klas of groep.
Pesten aanpakken als groepsproces vraagt daarom om meer dan een gesprek, sanctie of losse les. Het vraagt om professionals die pestgedrag herkennen, de sociale dynamiek kunnen onderzoeken en consequent reageren op wat zij waarnemen. Ook moeten leerlingen weten welke rol zij zelf spelen en welke veilige mogelijkheden zij hebben om te handelen. De leerkracht, docent, mentor en anti-pestcoördinator hebben hierin een belangrijke voorbeeldfunctie. Hun reacties laten iedere dag opnieuw zien welk gedrag binnen de groep wel en niet wordt geaccepteerd.
Video Pesten als groepsproces, de sleutel tot de oplossing (wetenschappelijke inzichten)
Wetenschappelijke achtergrond van pesten als groepsproces
Onderzoek van onder anderen René Veenstra, Gijs Huitsing en Ashwin Rambaran aan de Rijksuniversiteit Groningen laat zien dat pesten sterk samenhangt met sociale relaties, groepsnormen en posities binnen de klas. Pesters kunnen elkaar beïnvloeden en vriendschappen vormen met leerlingen die vergelijkbaar gedrag vertonen. Verdedigers kunnen een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van de situatie van leerlingen die worden gepest. Of leerlingen verdedigen, hangt echter niet alleen af van hun persoonlijke kenmerken. Ook hun sociale relatie met het slachtoffer en de norm binnen de klas beïnvloeden of zij in actie komen.
Wanneer pesten binnen een klas veel voorkomt, kan het gedrag onderdeel worden van de waargenomen groepsnorm. Leerlingen kunnen dan terughoudend worden om een slachtoffer te verdedigen, omdat zij bang zijn voor afwijzing of voor hun eigen positie. Positieve relaties tussen leerlingen kunnen de kans vergroten dat een leerling steun krijgt. Dit biedt scholen aanknopingspunten om naast het begrenzen van pestgedrag doelgericht te werken aan veilige relaties en samenwerking. Een groepsgerichte aanpak betekent daarom dat zowel individuele leerlingen als sociale verbindingen en groepsnormen aandacht krijgen.
Wetenschappelijke kennis geeft richting, maar iedere pestsituatie vraagt om zorgvuldig onderzoek naar de specifieke context. Er bestaat geen enkele interventie die in iedere klas, bij iedere leeftijd en bij iedere vorm van pesten hetzelfde kan worden toegepast. De duur, ernst, machtsverhoudingen, sociale posities en online component moeten steeds worden meegewogen. Professionals moeten daarom beschikken over kennis én praktische vaardigheden om passende keuzes te maken. Een duurzame aanpak verbindt wetenschappelijke inzichten met consequent dagelijks handelen.
Wetenschappelijke bronnen en verder lezen
Download de Wetenschappelijke onderzoeken
- Pesten als groepsproces proefschrift RUG Gijs Huitsing
- Groepsprocessen bij pesten factoren die groepsproces positief en negatief beïnvloeden Evelien Hoekstra RUG
- Pesten is een groepsproces PDF
- The classroom as context for bullying (Nederlandse samenvatting)

Help ons pesten duurzaam aan te pakken
Stichting Stop Pesten Nu ontvangt geen subsidies en geen structurele financiële ondersteuning. Wij zijn volledig afhankelijk van donaties en de inzet van vrijwilligers om onze informatie, gratis lesmaterialen, posters en praktische hulpmiddelen beschikbaar te houden. Met uw bijdrage helpt u scholen, organisaties, sportverenigingen en woonzorgcentra om pesten eerder te herkennen en effectiever aan te pakken. Iedere donatie draagt bij aan bewustwording, preventie en praktische ondersteuning voor professionals en groepen. Samen zorgen we ervoor dat betrouwbare kennis over pesten en online pesten voor iedereen toegankelijk blijft.
Waarom pesten geen conflict tussen twee leerlingen is
Pesten wordt nog regelmatig benaderd als een probleem tussen een pester en een slachtoffer. Vanuit die gedachte wordt de leerling die pest aangesproken en krijgt de leerling die wordt gepest ondersteuning. Beide acties kunnen noodzakelijk zijn, maar zijn onvoldoende wanneer de sociale omgeving buiten beeld blijft. Pesten vindt meestal plaats in aanwezigheid van anderen of wordt binnen de groep besproken, gedeeld en bevestigd. Ook wanneer klasgenoten niets zeggen, heeft hun reactie invloed op het verloop van het pestgedrag.
Een gewoon conflict en pesten vragen niet om dezelfde aanpak. Bij een conflict zijn de betrokkenen doorgaans ongeveer gelijkwaardig en kunnen zij allebei invloed uitoefenen op de situatie. Bij pesten is sprake van herhaald gedrag en een machtsongelijkheid, waardoor de leerling die wordt gepest zich moeilijk kan verdedigen. Een gezamenlijk gesprek waarin beide leerlingen het probleem moeten oplossen, kan deze machtsongelijkheid negeren of zelfs vergroten. Daarom moet eerst zorgvuldig worden vastgesteld wat er gebeurt, hoe lang het speelt en welke leerlingen binnen de groep een rol innemen.
De sociale positie van leerlingen is daarbij belangrijk. Een leerling kan pesten om status te verkrijgen, status te behouden of de eigen positie binnen de groep te beschermen. Andere leerlingen kunnen het gedrag versterken door mee te lachen, opmerkingen te herhalen, berichten door te sturen of de leerling die wordt gepest buiten te sluiten. Leerlingen die het gedrag afkeuren, durven niet altijd zichtbaar tegen de groep in te gaan. Hierdoor kan een situatie ontstaan waarin veel leerlingen het pesten niet goed vinden, maar vrijwel niemand handelt.
Pesten herkennen als groepsproces
Pesten als groepsproces herkennen begint met breder kijken dan alleen naar het zichtbare incident. Een duw, belediging of kwetsend bericht kan afzonderlijk klein lijken, terwijl het onderdeel is van een terugkerend patroon. Dat patroon kan bestaan uit negeren, buitensluiten, fluisteren, uitlachen, spullen verstoppen, opdrachten saboteren of iemand steeds als laatste kiezen. Online kan het gaan om verwijderen uit groepsapps, ongewenst delen van beelden, vernederende reacties, gemanipuleerde afbeeldingen of bewust niet reageren. De betekenis van het gedrag wordt pas duidelijk wanneer de gebeurtenissen, verhoudingen en reacties van de groep in samenhang worden onderzocht.
Subtiel pesten is voor volwassenen vaak moeilijker waarneembaar dan openlijk fysiek of verbaal geweld. Leerlingen kunnen stoppen zodra een leerkracht kijkt en het gedrag hervatten wanneer het toezicht afneemt. Ook kunnen zij kwetsende opmerkingen presenteren als een grap of beweren dat het slachtoffer overgevoelig reageert. De leerling die wordt gepest kan meedoen met lachen om niet verder buiten de groep te vallen. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar woorden te luisteren, maar ook naar terugkerende patronen, lichaamstaal, groepsreacties en veranderingen in gedrag.
Een zorgvuldig beeld ontstaat niet op basis van één gesprek of één waarneming. Observeer de groep op verschillende momenten en op verschillende plaatsen, zoals tijdens lessen, pauzes, groepsopdrachten, gym, verplaatsingen en online contact. Bespreek signalen met collega’s die de groep vanuit een andere omgeving meemaken. Luister afzonderlijk naar leerlingen en stel open vragen over wat zij zien, horen en doen. Door verschillende informatiebronnen te combineren, wordt beter zichtbaar hoe het groepsproces werkelijk functioneert.
Leestips!
- Groepsvorming: Wat is groepsvorming en waarom is het essentieel tegen pesten?
- Gouden Weken: Gouden Weken, start van het schooljaar en Sterk starten met de Gouden Weken
- Pesten herkennen: 10 signalen van pesten PO en Subtiele vormen van pesten herkennen
- Online pesten: Cyberpesten. (online pesten) herkennen, Voorbeelden en wat je kunt doen
- Omstanders: Rol van omstanders bij pesten: van zwijgen naar helpen
- Buitensluiten: Online buitensluiten en Online buitensluiten via WhatsApp en sociale media
- Groepsdruk: Sociaal kompas in de klas
- Mentorlessen: Rol van mentoren en teamleiders
- Burgerschap: Presten aanpakken als groepsproces voor leerkrachten
De verschillende rollen bij pesten
Binnen een pestproces kunnen leerlingen verschillende rollen innemen. Naast de leerling die pest en de leerling die wordt gepest, zijn er leerlingen die actief helpen, aanmoedigen, meelachen, zwijgen, wegkijken of verdedigen. Deze rollen zijn niet altijd vast en kunnen per situatie veranderen. Een leerling kan in de ene groep meelopen en in een andere situatie juist steun bieden. Het doel van een groepsgerichte aanpak is daarom niet om leerlingen permanent van een etiket te voorzien, maar om hun gedrag en invloed bespreekbaar te maken.
Leerlingen die meelachen of aanmoedigen, leveren sociale beloning aan de leerling die pest. Leerlingen die niets doen, kunnen onbedoeld de indruk wekken dat het gedrag door de groep wordt geaccepteerd. Verdedigers kunnen de situatie beïnvloeden door het gedrag te begrenzen, steun te geven of hulp in te schakelen. Ook kleine reacties kunnen betekenisvol zijn, bijvoorbeeld naast iemand gaan zitten, een kwetsende opmerking niet bevestigen of na afloop vertellen wat er is gebeurd. De kracht van de groep ontstaat wanneer meerdere leerlingen laten merken dat pesten geen status, aandacht of voordeel oplevert.
Niet iedere leerling kan of moet een pester rechtstreeks aanspreken. Rechtstreeks ingrijpen kan onveilig voelen en kan in sommige situaties risico’s opleveren voor de leerling die wil helpen. Daarom moeten leerlingen verschillende handelingsmogelijkheden leren die passen bij hun leeftijd, positie en veiligheid. Zij kunnen steun bieden aan de leerling die wordt gepest, andere klasgenoten meenemen, afleiding creëren, bewijs bewaren of een volwassene inschakelen. Melden is binnen deze aanpak geen klikken, maar verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid van de groep.
Pesten aanpakken is een complex probleem | Wat doe jij eraan?
Pesten is een complex, hardnekkig en veelvoorkomend probleem. In onderzoek wordt pesten meestal omschreven als: 'doelbewust agressief gedrag dat zich herhaaldelijk voordoet en waarbij slachtoffers zich moeilijk kunnen verdedigen'. Deze omschrijving werd in de jaren 90 geïntroduceerd door de Noorse onderzoeker Dan Olweus en wordt tot op de dag van vandaag gebruikt in wetenschappelijk onderzoek.
Er zijin ook veel misvattingen rondom pesten. Het is belangrijk om die eerst weg te nemen om te kunnen bepalen hoe pesten wél aangepakt kan worden. Zo zou elke leraar, leidinggevende, coach zich er van bewust moeten zijn, dat in iedere klas/team wordt gepest. "Iemand die zegt dat in zijn of haar klassen/team niet wordt gepest" hebben vaak ongelijk, zo blijkt uit onderzoeken.
Deze onderstaande video laat de complexiteit van het aanpakken van pesten zien in de omgeving van school (dit kan je ook eenvoudig doorvertalen naar een: werkomgeving, sportvereniging of bejaardentehuis).
► of zie video hier van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geeft een goede weergave 'waarom' het pesten aanpakken zo complex is.
Waarom leerlingen vaak niet ingrijpen
Veel leerlingen keuren pesten af, maar komen niet vanzelf in actie. Zij kunnen bang zijn om zelf te worden uitgelachen, buitengesloten of het volgende doelwit te worden. Ook kunnen zij twijfelen of de situatie ernstig genoeg is of denken dat iemand anders wel zal ingrijpen. Wanneer volwassenen eerdere signalen hebben gemist of niet zichtbaar hebben opgevolgd, kunnen leerlingen bovendien het vertrouwen verliezen dat melden helpt. Zwijgen betekent daarom niet automatisch dat een leerling het pestgedrag goedkeurt.
De groepsnorm bepaalt sterk welk gedrag veilig en sociaal aantrekkelijk voelt. Wanneer dominante of populaire leerlingen pestgedrag vertonen en daarvoor aandacht krijgen, kan de indruk ontstaan dat dit gedrag bij de groep hoort. Leerlingen die niet meedoen, kunnen vrezen dat zij hun eigen positie verliezen. Wanneer klasgenoten juist zichtbaar steun geven, pestgedrag afwijzen en samenwerken met verschillende leerlingen, ontstaat een andere norm. Het veranderen van die norm is een verantwoordelijkheid van de volwassenen die de groep begeleiden.
Alleen tegen leerlingen zeggen dat zij moeten ingrijpen is onvoldoende. Zij moeten eerst leren wat pesten is, hoe het verschilt van plagen en conflict en welke rollen binnen het groepsproces voorkomen. Daarna moeten zij kunnen oefenen met concrete, veilige en haalbare reacties. De professional moet tegelijkertijd duidelijk maken dat de eindverantwoordelijkheid nooit bij de leerlingen wordt neergelegd. Volwassenen blijven verantwoordelijk voor het onderzoeken, stoppen en opvolgen van pestgedrag.
De cruciale rol van de leerkracht, docent en mentor
Leerkrachten, docenten en mentoren beïnvloeden voortdurend de sociale norm binnen een groep. Leerlingen letten niet alleen op wat een professional zegt, maar vooral op wat deze ziet, accepteert en doet. Wanneer kleine vernederingen, kwetsende grapjes of buitensluiting niet worden begrensd, kan de groep dit interpreteren als toestemming. Een snelle, rustige en duidelijke reactie laat zien dat de veiligheid van iedere leerling serieus wordt genomen. Consequent handelen voorkomt dat leerlingen telkens opnieuw moeten testen waar de grens ligt.
Een effectieve reactie begint met het stoppen en benoemen van het concrete gedrag. Zeg bijvoorbeeld: “Ik zie dat zij niet mee mag doen, terwijl er wel ruimte is. Dat is buitensluiten en dat stoppen we.” Vermijd op dat moment een lang klassikaal onderzoek of een discussie over de bedoelingen van leerlingen. Zorg eerst dat het gedrag stopt en dat de leerling die wordt geraakt weer veilig kan deelnemen. Onderzoek daarna afzonderlijk wat er is gebeurd, wie betrokken waren en welk patroon mogelijk achter het incident zit.
De relatie tussen de professional en de leerlingen is eveneens van groot belang. Leerlingen delen signalen eerder wanneer zij ervaren dat er naar hen wordt geluisterd en zorgvuldig met informatie wordt omgegaan. Zij moeten weten bij wie zij terechtkunnen, wat er na een melding gebeurt en waarom bepaalde stappen worden genomen. Beloftes die niet kunnen worden nagekomen, zoals absolute geheimhouding, moeten worden vermeden. Betrouwbaarheid ontstaat door duidelijkheid, terugkoppeling en zichtbare opvolging.
De rol van de anti-pestcoördinator
De anti-pestcoördinator ondersteunt de school bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van het anti-pestbeleid. Deze rol beperkt zich niet tot het voeren van gesprekken nadat een incident is gemeld. De anti-pestcoördinator helpt collega’s om pesten te herkennen, groepsprocessen te analyseren en passende interventies te kiezen. Ook kan de coördinator bewaken dat meldingen, observaties, afspraken en vervolgstappen zorgvuldig worden vastgelegd. Hierdoor wordt voorkomen dat iedere professional afzonderlijk handelt zonder samenhang of continuïteit.
De anti-pestcoördinator kan patronen zichtbaar maken die binnen losse lessen of afzonderlijke gesprekken verborgen blijven. Wanneer meerdere collega’s vergelijkbare signalen waarnemen, kan sprake zijn van structurele uitsluiting of een onveilige groepsnorm. De coördinator kan dan helpen bepalen welke interventies op individueel, groeps- en schoolniveau nodig zijn. Daarbij moet steeds worden gekeken naar de bescherming van de leerling die wordt gepest, de begrenzing van het pestgedrag en de verandering van de groepsdynamiek. Nazorg en monitoring zijn noodzakelijk om vast te stellen of de veiligheid daadwerkelijk is hersteld.
Een pestprotocol is hierbij een hulpmiddel en geen doel op zichzelf. Een protocol heeft alleen waarde wanneer medewerkers weten wat erin staat en in de praktijk volgens dezelfde uitgangspunten handelen. Het moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is, welke stappen worden genomen en hoe ouders en leerlingen worden geïnformeerd. Ook moet het protocol rekening houden met online pestgedrag en gebeurtenissen die buiten schooltijd plaatsvinden maar invloed hebben op de veiligheid op school. De dagelijkse uitvoering bepaalt uiteindelijk of het beleid voor leerlingen voelbaar en geloofwaardig is.
► Bekijk het voorbeeld pestprotocol
Pesten aanpakken in drie samenhangende stappen
Een duurzame aanpak begint met herkennen. Iedereen binnen de school moet weten wat pesten is, welke vormen het kan aannemen en hoe het verschilt van plagen of een gelijkwaardig conflict. Ook moeten medewerkers en leerlingen de rollen binnen het groepsproces kunnen herkennen. Zonder deze gezamenlijke basis worden signalen verschillend geïnterpreteerd en kan schadelijk gedrag te lang als grap, ruzie of incident worden gezien. Herkennen vraagt daarom om terugkerende voorlichting, oefening en gesprekken binnen de hele school.
De tweede stap is erkennen dat pesten ook binnen de eigen school, klas of groep kan voorkomen. Een sociaal veilige school is niet een school waar nooit iets gebeurt, maar een school waar signalen serieus worden genomen en zorgvuldig worden opgevolgd. Ontkenning, bagatellisering of een te snelle conclusie dat er geen bewijs is, kan het gevoel van onveiligheid vergroten. Erkennen betekent niet dat iedere melding automatisch wordt bevestigd, maar wel dat ieder signaal zorgvuldig wordt onderzocht. Daarbij wordt niet alleen gevraagd wat er is gebeurd, maar ook hoe vaak, met wie, waar en welke reacties vanuit de groep zichtbaar waren.
De derde stap is het pestgedrag duurzaam aanpakken. Dat betekent dat de directe veiligheid wordt hersteld, het gedrag wordt begrensd en de groepsnorm wordt veranderd. Afspraken, maatregelen en ondersteuning moeten aansluiten bij de ernst, duur en context van het gedrag. De school blijft volgen of het pesten werkelijk is gestopt en of het slachtoffer weer veilig kan deelnemen. Een aanpak is pas geslaagd wanneer de verandering ook na verloop van tijd zichtbaar blijft.
Van straffen naar begrenzen, herstellen en veranderen
Duidelijke grenzen en passende consequenties zijn noodzakelijk wanneer leerlingen anderen herhaaldelijk schade toebrengen. De school moet laten zien dat pestgedrag niet wordt geaccepteerd en dat afspraken voor iedereen gelden. Alleen straffen leidt echter niet automatisch tot inzicht, gedragsverandering of herstel van de groepsveiligheid. Een leerling kan tijdelijk stoppen uit angst voor straf, terwijl het gedrag later subtieler of buiten het zicht wordt voortgezet. Daarom moeten consequenties onderdeel zijn van een bredere pedagogische en groepsgerichte aanpak.
Een passende aanpak combineert begrenzing met onderzoek naar de functie van het gedrag. Er wordt gekeken welke status, aandacht, invloed of bescherming het pestgedrag binnen de groep oplevert. Vervolgens wordt bepaald wat nodig is om die sociale beloning weg te nemen en ander gedrag te versterken. De leerling die pest moet leren welke schade is veroorzaakt, welke verantwoordelijkheid daarbij hoort en welk gedrag voortaan wordt verwacht. De groep moet tegelijkertijd ervaren dat meelachen, doorsturen en buitensluiten niet zonder reactie blijven.
Herstel kan pas plaatsvinden wanneer de leerling die wordt gepest voldoende veiligheid en regie ervaart. Een gesprek tussen de betrokken leerlingen mag daarom nooit automatisch of te vroeg worden ingezet. Eerst moet worden beoordeeld of sprake is van voldoende veiligheid en of de machtsongelijkheid daadwerkelijk is verminderd. De leerling die wordt gepest mag niet verantwoordelijk worden gemaakt voor vergeving, verzoening of een snelle gezamenlijke oplossing. De bescherming en het welzijn van deze leerling blijven leidend.
Werken aan een groepsnorm waarin pesten niet loont
Een positieve groepsnorm ontstaat niet door één poster, projectweek of klassengesprek. De norm wordt gevormd door dagelijkse ervaringen en door de reacties op kleine en grote gebeurtenissen. Leerlingen moeten merken dat respectvol gedrag wordt gezien en dat vernedering, buitensluiting en online beschadiging worden begrensd. Ook moeten zij ervaren dat samenwerken met verschillende klasgenoten normaal en veilig is. De leerkracht of docent geeft hierin richting door gedrag concreet te benoemen en verwachtingen zichtbaar voor te leven.
Groepsvorming moet vanaf het begin van het schooljaar bewust worden begeleid. Tijdens de eerste weken ontstaan relaties, posities, verwachtingen en informele regels die later moeilijker te veranderen zijn. Daarom is het belangrijk om niet alleen kennismakingsactiviteiten te organiseren, maar ook doelgericht te werken aan veiligheid, samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid. Leerlingen moeten leren hoe zij reageren wanneer iemand wordt buitengesloten of vernederd. Deze aandacht moet gedurende het hele schooljaar worden herhaald en verdiept.
Positieve groepsvorming betekent niet dat conflicten, irritaties of verschillen verdwijnen. Leerlingen hoeven geen vrienden te zijn met iedereen en mogen grenzen aangeven. De norm is wel dat niemand structureel wordt beschadigd, vernederd of buitengesloten. Verschillen van mening moeten kunnen worden besproken zonder dat de sociale positie of veiligheid van een leerling wordt aangetast. Zo ontstaat een groep waarin leerlingen weten dat zij erbij horen en hulp kunnen vragen wanneer dat nodig is.
De verbinding tussen offline en online pesten
Online pesten staat zelden volledig los van de verhoudingen binnen de fysieke klas of groep. Een conflict of machtsverschil op school kan doorgaan via groepsapps, sociale media, games en gedeelde documenten. Online gedrag kan vervolgens de volgende schooldag opnieuw invloed hebben op de sfeer, veiligheid en positie van leerlingen. Daarom kan een school online pesten niet uitsluitend beschouwen als iets dat thuis of buiten schooltijd gebeurt. Zodra het gedrag gevolgen heeft voor de sociale veiligheid op school, moet de school die gevolgen serieus onderzoeken en aanpakken.
Online groepsprocessen kunnen snel groter worden doordat berichten, beelden en reacties eenvoudig worden gedeeld. Leerlingen die een kwetsend bericht liken, doorsturen of bewaren om later opnieuw te verspreiden, dragen bij aan de impact. Ook het bewust verwijderen van één leerling uit een groepsapp of het collectief negeren van berichten kan onderdeel zijn van structurele uitsluiting. De afwezigheid van fysiek contact maakt het gedrag niet minder schadelijk. Juist de voortdurende bereikbaarheid en mogelijke verspreiding kunnen ervoor zorgen dat een leerling nergens rust ervaart.
Leerlingen moeten leren dat online omstandergedrag eveneens invloed heeft. Zij kunnen besluiten kwetsende inhoud niet door te sturen, bewijs veilig te bewaren, steun te geven en een volwassene in te schakelen. Scholen moeten hierover duidelijke afspraken maken die aansluiten bij hun bredere aanpak van sociale veiligheid. Ouders moeten weten welke signalen belangrijk zijn en bij wie zij terechtkunnen wanneer online gedrag doorwerkt op school. Een gezamenlijke aanpak voorkomt dat verantwoordelijkheid tussen school, ouders en online platforms blijft liggen.
Samenwerken met ouders zonder het groepsproces uit het oog te verliezen
Ouders hebben duidelijke informatie nodig over wat de school onder pesten verstaat en hoe signalen worden onderzocht. Wanneer hun kind wordt gepest, willen zij weten welke bescherming direct wordt geboden en welke vervolgstappen worden genomen. Wanneer hun kind pestgedrag vertoont of eraan meedoet, moeten zij worden geïnformeerd over het concrete gedrag en de verwachtingen van de school. Algemene beschuldigingen of etiketten helpen niet bij het veranderen van gedrag. Concrete voorbeelden, heldere afspraken en regelmatige terugkoppeling bieden meer houvast.
De privacy van andere leerlingen betekent dat een school niet alle details over genomen maatregelen kan delen. Dat ontslaat de school echter niet van de verantwoordelijkheid om ouders te informeren over de aanpak en de veiligheid van hun eigen kind. Leg uit welke stappen worden gevolgd, wanneer wordt geëvalueerd en wie het vaste aanspreekpunt is. Geef ook aan hoe ouders thuis kunnen ondersteunen zonder zelf andere leerlingen of ouders te benaderen. Zo wordt escalatie voorkomen en blijft de school verantwoordelijk voor het proces binnen de groep.
Ouders kunnen hun kind helpen om gebeurtenissen zo concreet mogelijk te beschrijven. Zij kunnen vragen wat er gebeurde, wie aanwezig waren, hoe anderen reageerden en of het eerder is voorgekomen. Bij online pesten kunnen berichten, afbeeldingen, data en gebruikersnamen als bewijs worden bewaard. Tegelijkertijd is het belangrijk dat het kind niet voortdurend opnieuw het volledige verhaal hoeft te vertellen. Goede samenwerking betekent dat volwassenen informatie zorgvuldig delen en de belasting voor het kind zoveel mogelijk beperken.
Controleren of het pesten werkelijk is gestopt
Na een eerste interventie kan pestgedrag tijdelijk minder zichtbaar worden zonder dat de groepsdynamiek werkelijk is veranderd. Leerlingen kunnen doorgaan via subtielere opmerkingen, non-verbale signalen, nieuwe groepsapps of situaties buiten het directe toezicht. Daarom is één evaluatiegesprek onvoldoende om vast te stellen dat het probleem is opgelost. De school moet gedurende een langere periode blijven observeren en afzonderlijk contact houden met de betrokken leerlingen. Ook moet worden gekeken of de leerling die werd gepest weer vrij en zonder angst kan deelnemen aan de groep.
Monitoring richt zich niet alleen op de afwezigheid van nieuwe incidenten. Er moet ook worden gekeken naar herstel van relaties, deelname, welbevinden en sociale veiligheid. Een leerling kan bijvoorbeeld niet meer openlijk worden uitgescholden, maar nog steeds alleen zitten of systematisch worden genegeerd. Vraag daarom niet uitsluitend: “Word je nog gepest?”, maar stel concrete vragen over lessen, pauzes, groepsopdrachten en online contact. Hierdoor wordt de kans groter dat subtiele voortzetting tijdig wordt herkend.
Ook de groepsnorm moet worden geëvalueerd. Weten leerlingen wat zij kunnen doen wanneer zij pestgedrag zien en vertrouwen zij erop dat volwassenen handelen? Reageren medewerkers op vergelijkbare situaties op een vergelijkbare en herkenbare manier? Worden nieuwe leerlingen actief opgenomen en zijn er signalen dat één leerling structureel buiten de groep valt? Door deze vragen periodiek te bespreken, wordt sociale veiligheid een doorlopend proces in plaats van een tijdelijke reactie op een incident.
Veelgemaakte fouten bij het aanpakken van pesten
Een veelgemaakte fout is dat volwassenen te snel kiezen voor een gezamenlijk gesprek tussen de leerling die pest en de leerling die wordt gepest. Door de bestaande machtsongelijkheid kan de leerling die wordt gepest zich tijdens zo’n gesprek gedwongen voelen om gebeurtenissen af te zwakken. Ook kan de nadruk komen te liggen op wederzijds begrip, terwijl het schadelijke gedrag eerst moet stoppen. Een gezamenlijk gesprek is daarom geen automatische eerste stap. Veiligheid, vrijwilligheid en een zorgvuldige voorbereiding zijn noodzakelijke voorwaarden.
Een tweede fout is uitsluitend vragen waarom de leerling die wordt gepest niet eerder iets heeft gezegd. Veel leerlingen zwijgen uit angst voor vergelding, schaamte, onzekerheid of eerdere ervaringen waarbij melden niet hielp. De nadruk moet daarom niet liggen op de vraag waarom het kind zweeg, maar op wat nodig is om veilig te kunnen vertellen. Reageer rustig, geloofwaardig en zonder direct grote beloftes te doen. Laat vervolgens door concrete acties zien dat melden verschil maakt.
Een derde fout is aannemen dat de situatie is opgelost zodra de zichtbare pester is gestraft. De rollen en verhoudingen binnen de groep kunnen ongewijzigd blijven of andere leerlingen kunnen het gedrag overnemen. Ook kan het slachtoffer nog steeds worden vermeden of verantwoordelijk worden gehouden voor de gevolgen van de melding. Daarom moet na een sanctie altijd worden gewerkt aan de groep, de sociale norm en het herstel van veiligheid. Zonder die vervolgstappen blijft de kans op herhaling aanwezig.
Praktische hulpmiddelen voor een groepsgerichte aanpak
Stop Pesten Nu ontwikkelt informatie, werkvormen, lesmaterialen, posters en praktische hulpmiddelen waarmee scholen pesten als groepsproces kunnen herkennen en aanpakken. Deze materialen helpen professionals om de rollen bij pesten bespreekbaar te maken en leerlingen veilige handelingsmogelijkheden te leren. Ze kunnen worden ingezet tijdens de Gouden Weken, Zilveren Weken, de Week tegen Pesten, mentorlessen, burgerschapslessen en andere momenten gedurende het schooljaar. De materialen zijn niet bedoeld als losse oplossing voor een complexe pestsituatie. Zij ondersteunen een bredere aanpak waarin beleid, professioneel handelen, groepsvorming, monitoring en nazorg met elkaar verbonden zijn.
Tip! Onze creatieve en interatieve gratis lesmaterialen zijn gericht op groepsvorming en een veilige klas. Bekijk hier de ruim 900 gratis lessuggesties voor PO, VO en MBO
► Download alle posters tegen pesten (gratis)
Pesten duurzaam aanpakken begint bij de hele groep
Pesten stoppen vraagt om bescherming van de leerling die wordt gepest en duidelijke begrenzing van de leerling die pest. Daarnaast moet worden onderzocht welke leerlingen het gedrag versterken, wie zwijgen, wie steun willen bieden en welke groepsnorm het gedrag mogelijk maakt. De groep hoeft het probleem niet zelf op te lossen, maar moet wel leren welke invloed iedere reactie heeft. De professional blijft verantwoordelijk voor de veiligheid, het onderzoek, de interventies en de opvolging. Zo ontstaat een aanpak die verder gaat dan het bestrijden van losse incidenten.
Een veilige groep ontstaat wanneer leerlingen ervaren dat volwassenen opletten, luisteren en consequent handelen. Zij moeten weten dat kleine signalen serieus worden genomen en dat melden geen klikken is. Ook moeten zij concrete mogelijkheden krijgen om steun te bieden zonder zichzelf in gevaar te brengen. Door dagelijks te werken aan relaties, normen en gedeelde verantwoordelijkheid wordt pestgedrag minder aantrekkelijk en minder sociaal lonend. Kleine moed maakt het verschil, maar alleen wanneer de hele school die moed ondersteunt.


