Les materiaal 382 MBO Omgaan met negatief online effect

084-0035994

Foutmelding

You may not view this site from your current location.

Les materiaal 382 MBO Omgaan met negatief online effect

De studenten hebben de termen sexting, cyberpesten en identiteitsfraude mogelijk weleens gehoord, maar hebben hier nog niet of weinig les over gehad.

Lesdoelen

  • De student kan de term sexting, cyberpesten, identiteitsfraude uitleggen aan de hand van voorbeelden;
  • De student kan beschrijven wat de gevolgen zijn van sexting, cyberpesten, identiteitsfraude;
  • De student weet wat je kunt doen tegen sexting, cyberpesten, identiteitsfraude.
 
Tijdsduur:  90 min.
Mbo-niveau: 1 | 2
Benodigdheden: Laptop | Beamer | Pen & papier
In te zetten bij:  Burgerschap | ICT | Mediawijsheid | Nederlands | SLB
 

Thema

  • Omgaan met (sociale) media.
  • Privacy.

Vooruitkijken - 20 min

Door het internet hebben jongeren gemakkelijk contact met elkaar, vaak is dit leuk en handig maar helaas niet altijd. Cyberpesten, identiteitsfraude en sexting (zie video, of via link sexting) zijn mogelijke gevolgen. Twee op de tien kinderen is in aanraking gekomen met digitaal pesten.  Doordat je elkaar tijdens online contact niet werkelijk ziet zal het gemakkelijker zijn om iets te doen wat je normaliter niet doet.

Hieronder zie je 6 situaties. Lees de situaties samen door. Welk begrip kun je hieraan koppelen? Kies uit:

  • Cyberpesten
  • Sexting
  • Identiteitsfraude
  • Mieke loopt op straat en haar rijbewijs wordt uit haar zak gestolen. Mieke heeft geen auto en gebruikt haar rijbewijs eigenlijk nooit. Een week later ontvangt Mieke een bericht dat zij een boete heeft van 250 euro vanwege te hard rijden. Mieke begrijpt er nies van, totdat zij erachter komt dat zij haar rijbewijs kwijt is.
  • Als Linda (14) geen naaktfoto van zichzelf verstuurt zou haar vriendje het uitmaken. Inmiddels staat de foto op social media en is het bericht al 500 keer gedeeld. De hele school heeft het erover en Linda wordt erg gepest. Inmiddels weigert Linda om naar school te gaan, de kans is groot dat ze dit jaar niet gaat halen.
  • Carolien (16)kreeg op een gegeven moment allerlei mails met hele nare teksten. Bijvoorbeeld “jij bent helemaal niets, een nul en al jouw vriendinnen haten je achter je rug om. Hoe hard Carolien het ook wilde negeren, het deed pijn en zij vertrouwde niemand meer.
  • Kian (24) wordt toegevoegd door zijn collega Bart, zij werken samen bij een bakkerij. Kian dacht eigenlijk dat zij al vrienden waren, maarja hij zal het wel vergeten zijn. Vlak nadat Kian het vriendschapsverzoek accepteert krijgt hij een berichtje van Bart: “Hey Kian, wat gek he ik dacht dat wel allang vrienden waren op facebook. Ik heb een vraagje aan je, mijn loon is nog steeds niet gestort en ik zit een beetje krap deze maand. Zou jij misschien 100 euro naar mij over kunnen maken, je krijgt het natuurlijk zo snel mogelijk terug”. Kian wil Bart graag helpen, de volgende dag hoort hij van Bart dat hij hier niets vanaf weet.
  • Diana (15) is verhuisd en komt in een nieuwe klas. Een klasgenoot voegt haar toe in de groepsapp op Whatsapp. Diana besluit zich voor te stellen aan haar klasgenoten en stuurt een berichtje waarin zij vertelt wie zij is, waar zij vandaan komt, haar leeftijd en hobby’s. Diana hoopt dat zij snel vrienden maakt in haar nieuwe klas. Op Diana haar berichtje werd snel gereageerd: “Ik zou maar uitkijken als ik jou was anders krijg je klappen tut”. Diana heeft een print screen gemaakt van het bericht en aan haar mentor laten zien. Nu noemt de hele klas haar een leugenaar en krijgt zij steeds vervelende berichtjes.
  • Chris (14) is erg handig met computers. Op een dag komt hij thuis na school en vraagt een vriend of hij een nieuwe facebookpagina wil aanmaken voor één van hun andere vrienden: Dennis. Chris wil graag helpen en maakt een nieuw account aan voor Dennis. De volgende dag blijkt dat de nieuwe facebookpagina is bewerkt met een gekke foto en vreemde teksten. Iedereen op school maakt Dennis nu belachelijk.

Bespreek klassikaal welk begrip bij welke vraag hoort. Je kunt dit ook doen door te laten stemmen via Mentimeter.

 

Uitvoering - 30 min

Opdracht 1

Schrijf in je eigen woorden op wat de volgende begrippen betekenen volgens jou. De antwoorden kunnen opgeschreven worden in een word-document of op een los papier.

  • Cyberpesten
  • Sexting
  • Identiteitsfraude

Bespreek in groepjes van 4 (of groter of kleiner, kijk wat uitkomt)

  • Wat zou jij doen als je slachtoffer wordt van cyberpesten/sexting/identiteitsfraude?
  • Wat doe je als je weet dat iemand anders slachtoffer is van cyberpesten/sexting/identiteitsfraude?

Vermeld dat Meldknop een site is waar je heel veel informatie kunt vinden over deze onderwerpen en dat dit een plek is waar studenten altijd op kunnen kijken als zij meer willen weten over het onderwerp of slachtoffer zijn.

 

Opdracht 2

In deze laatste opdracht maken de studenten een informatiefolder over één van de volgende onderwerpen:

  • Cyberpesten
  • Identiteitsfraude
  • Sexting

Dit doen zij om hun kennis om te zetten naar een brochure.

  1. Open Word en klik op nieuw. Je ziet nu een zoekbalk, typ in de zoekbalk het woord Brochure.
  2. Kies Brochure
  3. Verwijder de voorbeeld tekst en foto’s
  4. Ga op zoek naar foto’s die te maken hebben met jouw onderwerp.
  5. Verwerk de volgende vragen in jouw brochure:
  6. Wat is het?
  7. Wat zijn de gevolgen?
  8. Wat kun je er tegen doen?

Zorg ervoor dat iedereen zijn brochure met elkaar deelt, via het online platform van de school bijvoorbeeld.

 


Verdiepingsopdracht

Stel je voor dat je weet of het vermoeden hebt dat er een student in de klas is die slachtoffer is geworden van cyberpesten/sexting/identiteitsfraude. Vertel dan in een eerdere les dat je mogelijk een les wilt geven over deze thema’s, zeg dat studenten de vragenlijst (via bijvoorbeeld Mentimeter) anoniem kunnen invullen om te peilen of het geven van de les een goed idee is. Vragen voor deze vragenlijst kunnen zijn:

  • Zou je graag meer informatie willen krijgen over de thema’s cyberpesten, sexting en identiteitsfraude?
  • Zou je dit willen doen in een les met jouw klas, waarbij er niet wordt ingegaan op persoonlijke verhalen?
  • Wil je met een leraar of ander vertrouwenspersoon praten over cyberpesten/ sexting/ identiteitsfraude?

Maak op basis van de vragenlijst je keuze om deze les te geven of niet.

Terugkijken - 40 min

Sluit de les af met de werkvorm post it: Stel studenten een vraag over wat ze opvallend, verrassend, interessant vonden in deze les. Dit schrijven ze op een post-it en posten deze.

Eventueel kun je een paar studenten vragen om toelichting.

Online kun je dit doen met een Padlet of in de chat.

 

Bron MBO Mediawijs Dit is een product van het Practoraat Mediawijsheid. Deze lessen vallen onder de Creative commons licentie