Rollen bij pesten | Pesten | Stop Pesten Nu

084-0035994

Foutmelding

You may not view this site from your current location.

Rollen bij pesten | Pesten

Bij het pesten zijn
meerdere partijen betrokken. Van der Meer (199
2
) stelt dat er vijf partijen
betrokken zijn, namelijk
de dader, het slachtoffer
,
de omstanders,
de ouders en de leerkrachten.
Goossens et al.
(2012)
deelt de eerste drie partijen verder in
in
zes
verschillende
pestrollen.
De eerste rol is de dader, degene die het pesten start.
Maar wie is er
dader en waarom pest een
dader?
Olweus (z
oals geciteerd in Emmerechts, 1999)
probeert hier antwoord op te geven door een
profiel op te stellen
van
de
dader
. De dader:
-
is impulsi
ef, e
xtr
avert, wil
graag populair gevonden
worden
en
denkt
dit alleen
te bereiken
door te pesten.
De dader denkt
dat pes
ten hem
populair maakt, maar vaak worden daders
niet aardig gevon
den (Goossens et al.,
2000),
-
wil graag
de
macht hebben over anderen en ziet pesten als een manier om zijn eigen
frustraties en problemen af te reageren
,
-
heeft weinig empathie en vindt geweld
gebruiken positief
, daders hebben niet door dat
pesten schade veroorzaakt bij het slachtoffer.
Vrijwel alle daders heb
ben moeite met grenzen
en
regels
. Van der Meer (
1992)
onderschrijft
deze
karakterbeschrijving van
Olweus en b
enoemt dat dit profiel geldt
voor zowel kinderen als
volwassenen.
Volgens Hasselaar &
De Mynck
(1999)
geven daders vaak slachtoffers de schuld van het
pesten
. De slachtoffers zouden het pesten
uitlokken.
Bij het pesten zijn
meerdere partijen betrokken. Van der Meer (199
2
) stelt dat er vijf partijen
betrokken zijn, namelijk
de dader, het slachtoffer
,
de omstanders,
de ouders en de leerkrachten.
Goossens et al.
(2012)
deelt de eerste drie partijen verder in
in
zes
verschillende
pestrolle
n.
De eerste rol is de dader, degene die het pesten start.
Maar wie is er
dader en waarom pest een
dader?
Olweus (z
oals geciteerd in Emmerechts, 1999)
probeert hier antwoord op te geven door een
profiel op te stellen
van
de
dader
. De dader:
-
is impulsi
ef, e
xtr
avert, wil
graag populair gevonden
worden
en
denkt
dit alleen
te bereiken
door te pesten.
De dader denkt
dat pes
ten hem
populair maakt, maar vaak worden daders
niet aardig gevon
den (Goossens et al.,
2000),
-
wil graag
de
macht hebben over anderen en ziet pesten als een manier om zijn eigen
frustraties en problemen af te reageren
,
-
heeft weinig empathie en vindt geweld
gebruiken positief
, daders hebben niet door dat
pesten schade veroorzaakt bij het slachtoffer.
Vrijwel alle daders heb
ben moeite met grenzen
en
regels
. Van der Meer (
1992)
onderschrijft
deze
karakterbeschrijving van
Olweus en b
enoemt dat dit profiel geldt
voor zowel kinderen als
volwassenen.
Volgens Hasselaar &
De Mynck
(1999)
geven daders vaak slachtoffers de schuld van het
pesten
. De slachtoffers zouden het pesten
uitlokken.

Bij het pesten zijn meerdere partijen betrokken. Van der Meer (1992) stelt dat er vijf partijen betrokken zijn, namelijk de dader, het slachtoffer, de omstanders, de ouders en de leerkrachten. Goossens et al. (2012) deelt de eerste drie partijen verder in in zes verschillende pestrollen. 

  1. De eerste rol is de dader, degene die het pesten start.
  2. De tweede rol is de meeloper, degene die meedoet met pesten.
  3. De derde rol is de aanmoediger, degene die eromheen staat en het pesten aanmoedigt door bijvoorbeeld te gaan lachen. 
  4. De vierde rol is het slachtoffer, degene die gepest wordt. 
  5. De vijfde rol is de verdediger, degene die het pesten niet goedkeurt en probeert op te komen voor het slachtoffer.
  6. De laatste, zesde rol, is de omstander of buitenstaander, die het pesten negeert en zich erbuiten houdt. Deze rol wordt vaak door de grootste groep op zich genomen. 

Maar wie is er pesterr / dader en waarom pest een dader? Olweus (zoals geciteerd in Emmerechts, 1999) probeert hier antwoord op te geven door een profiel op te stellen van de dader.

Profiel Pester / De dader: 

  • Is impulsief, extravert, wil graag populair gevonden worden en denkt dit alleen te bereiken door te pesten. De dader denkt dat pesten hem populair maakt, maar vaak worden daders niet aardig gevonden (Goossens et al., 2000),
  • Wil graag de macht hebben over anderen en ziet pesten als een manier om zijn eigen frustraties en problemen af te reageren,
  • Heeft weinig empathie en vindt geweld gebruiken positief, daders hebben niet door dat pesten schade veroorzaakt bij het slachtoffer.

Vrijwel alle daders hebben moeite met grenzen en regels. Van der Meer (1992) onderschrijft deze karakterbeschrijving van Olweus en benoemt dat dit profiel geldt voor zowel kinderen als volwassenen. Volgens Hasselaar & De Mynck (1999) geven daders vaak slachtoffers de schuld van het pesten. De slachtoffers zouden het pesten uitlokken.  

Naast het profiel van Olweus dat inzicht geeft in de dader, stellen Smokowski & Holland Kopasz (2005) dat er vier types of soorten daders zijn.

  1. Het eerste type, de fysieke dader, gebruikt direct geweld zoals schoppen en slaan en is het type dat het meeste opvalt.
  2. Het tweede type, de verbale dader, gebruikt scheldwoorden om het slachtoffer te kleineren. Dit type is lastiger te ontdekken.
  3. Het derde type, de relationele dader, krijgt anderen zover dat ze het slachtoffer buitensluiten. Dit type komt veel voor bij meisjes.
  4. Het vierde type is de reactionele dader, die anderen aanzet om te vechten, vervolgens terugvecht en dan zegt dat het zelfverdediging was.  

Er is niet een bepaald type kind dat gepest wordt. Elk kind heeft de kans om gepest te worden. Een kind loopt risico op pesten als het afwijkt van de norm van de groep. Dat kan al zijn als een kind andere kleding draagt dan de leden van de groep (Emmerechts,1999). Ondanks dat elk kind gepest kan worden, zijn er wel een aantal kenmerken te noemen die ervoor zorgen dat een slachtoffer sneller gekozen wordt. Olweus (zoals geciteerd in Emmerechts, 1999) probeert voor het slachtoffer ook een profiel op te stellen.

Profiel Het slachtoffer: 

  • heeft weinig zelfvertrouwen, relatief weinig vrienden en is fysiek zwak,
  • keurt geweld af en kan niet goed met agressie omgaan,
  • laat afwijkingen zien van de groepsnorm,
  • reageert onhandig op pesten,
  • kan zich isoleren van de groep vanwege een eventueel pestverleden.
 
Emmerechts (1999) zet vraagtekens bij dit profiel. Aan de ene kant beweert Olweus dat iedereen gepest kan worden, aan de andere kant zou iemand die onzeker is sneller worden gepest. Ook Leymann (zoals geciteerd in Emmerechts, 1999) is kritisch op Olweus en vindt dat dit profiel niet te veel aandacht moet krijgen, omdat het volgens hem gaat om de groepsfenomenen eromheen. 

Het slachtoffer kan verder passief of provocerend zijn. Het passieve slachtoffer negeert de dader en het provocerende slachtoffer wordt boos en slaat terug  (Van der Meer, 1993; Olweus, zoals geciteerd in De Meyer et al., 1994). 
Goossens et al. (2000) noemen beide manieren van reageren ook, zij gebruiken de termen  submissief en reactief-agressief. Welke reacties de gepesten ook geven, vaak is het een poging om zichzelf te beschermen, maar niet effectief om pesten te verminderen.  

De vijfde rol is de verdediger, degene die het pesten niet goedkeurt en probeert op te komen voor het slachtoffer. Kinderen die ertegenin gaan zijn er wel, maar komen weinig voor. Vaak gaan ze er sneller tegenin als hun school het opkomen stimuleert en als ze weten en geleerd hebben dat pesten niet goed is (Rigby, 2008). 

De laatste, zesde rol, is de omstander of buitenstaander, die het pesten negeert en zich erbuiten houdt. Deze rol wordt vaak door de grootste groep op zich genomen. Zij negeren het pesten uit angst zelf slachtoffer te worden of er niet bij te horen. Zonder die aandacht zou het pesten min of meer stoppen of in ieder geval verminderen (Rigby, 2008; Hasselaar & De Muycnk, 1999).  

“Kinderen maken in een klas onderscheid tussen kinderen die er wel toe doen en kinderen die er niet toe doen. De kinderen die er zogenaamd niet toe doen, zijn vaak het slachtoffer van pesten. De pester wil graag een hoge sociale status en geliefd zijn. Omdat de pester vaak een bovengemiddeld begrip heeft van wat mensen denken en voelen, weet hij ook wat de zwakke plekken zijn van anderen. Door zijn macht te gebruiken, krijgt de pester waardering van anderen en bereikt hij de sociale status die hij wil bereiken”,  aldus hoogleraar sociologie Rene Veenstra.