Gouden Weken | Stop Pesten NU

084-0035994

Foutmelding

You may not view this site from your current location.

Gouden Weken (start schooljaar)

Een goed begin is het halve werk. Dit geldt zeker voor de groepsvorming aan het begin van het schooljaar. Het proces van groepsvorming begint na een vakantie weer helemaal opnieuw: de leerlingen verkennen elkaar, de leraar en de regels. Daarom is dit een belangrijke tijd om een goed pedagogisch klimaat in de klas te creëren. Daar heb je de rest van het jaar plezier van. 

De beginweken van het schooljaar zijn goud waard om een basis te leggen voor een fijne sfeer in de klas. Als leraar speel je een essentiële rol bij de groepsvorming in deze eerste, belangrijke weken. DVijf fasen van goede groepsvorming

Groepsvorming bestaat uit vijf fasen die een groep in ongeveer zes weken doorloopt. Na deze weken zijn de rollen, normen en waarden grotendeels bepaald voor de rest van het jaar. Boaz Bijleveld beschrijft in zijn boek ‘De Gouden Weken 2.0’ hoe dat werkt en waarom. Na elke zomervakantie, bij elke nieuwe leraar, vindt er weer een nieuwe groepsvorming plaats. Ook gaandeweg het schooljaar kan er een nieuw groepsvormingsproces ontstaan, als er bijvoorbeeld nieuwe leerling komen. De fasen zijn:

  • Forming: oriënteren
    Leerlingen leren elkaar kennen, de groep zoekt naar veiligheid en structuur.
  • Storming: presenteren 
    De verhouding tussen leerlingen wordt duidelijker, wie is er een leider, wie een volger?
  • Norming: normeren
    De regels, waarden en normen van de groep worden bepaald. Iedereen krijgt een eigen taak in de samenwerking.
  • Performing: presteren
    De groep wordt een team en is klaar voor samenwerking. Er zijn ongeschreven regels waar iedereen zich aan houdt. 
  • Reforming: evalueren
    Het einde van het jaar of periode is in zicht. Dit afscheid geeft weer een nieuwe groepsdynamiek, denk bijvoorbeeld aan het afscheid in groep 8.

Tien tips voor de Gouden Weken

Juist in de eerste zes weken van het schooljaar is de invloed van de leraar op de groep van groot belang. Besteed daarom veel aandacht aan een positieve relatie met leerlingen. Deze tien tips uit het boek ‘De Gouden Weken 2.0’ helpen je daarmee op weg. 

  1. Geef meer complimenten dan negatieve kritiek
  2. Gebruik coöperatieve werkvormen
  3. Ken je leerlingen: naam, gezinssituatie, hobby’s, talenten, etc.
  4. Laat de leerlingen jou kennen
  5. Doe iedere dag een groepsvormende activiteit
  6. Maak samen groepsregels: hoe willen we dit jaar dat we in de groep met elkaar omgaan?
  7. Geef complimenten klassikaal en bestraf een-op-een
  8. Maak aan het begin van het jaar persoonlijk contact met alle ouders
  9. Bespreek regelmatig het doel van schoolregels en klassenregels 
  10. Geef je collega een goede overdracht voor de eerste dag van het nieuwe schooljaar

Bron Leraar 24

Bekijk ook:

 

Tips – per fase – voor de periode van de Gouden Weken - Kwink

Forming

Als een kind zich niet voldoende bij de groep voelt horen:

  • Let op non-verbale signalen om te ontdekken wat het kind wél wil, waar het belangstelling voor heeft enz.
  • Handel onderzoekend en kijk dus bij alles wat je doet wat de reactie van het kind is.
  • Maak (oog)contact waardoor het zich gezien voelt.
  • Heb aandacht.
  • Betrek het kind (non-)verbaal zodat het zich niet genegeerd voelt.
  • Accepteer de ruimte die het kind nodig heeft. Bejegen het kind positief.
  • Daag uit in kleine stapjes.
  • Zoek een maatje voor het kind.

Norming

  • Om waarden en normen (regels/afspraken) over te dragen en te bevorderen:
  • Teach as you preach: de leerkracht is hét model voor eerlijkheid, respect, humor en plezier. Dit laat zij zien in haar dagelijks werk, want goed voorbeeld doet goed volgen. Benoem waarden expliciet met kinderen. Dat kan alleen als de leerkracht die waarden zelf ook kent en dit gedeelde waarden van de hele school zijn.
  • Geef opdrachten die de groepsgeest bevorderen, zoals spel- en discussievormen waarbij je naar elkaar moet luisteren, samenwerken en samen beslissingen moet nemen.
  • Geef geen opdrachten die concurrentie bevorderen tussen individuele kinderen of tussen subgroepjes.
  • Evalueer veel over vragen als: welk gedrag werkte remmend of bevorderend, vat goed samen en leg (visueel) vast en maak kinderen medeverantwoordelijk.

Storming

  • Als kinderen teveel of te weinig invloed willen hebben:
  • Maak oogcontact, want soms is dit al voldoende correctie.
  • Noem de naam van het kind.
  • Bejegen het positief, zodat jij zijn inzet erkent. Benoem het gewenste gedrag.
  • Geef een compliment als het gewenst gedrag laat zien.
  • Betrek het kind en benut zijn kracht.
  • Corrigeer het kind niet ten overstaan van de hele groep (werkt statusverlagend).
  • Geef het kind een time-out als het gedrag voortkomt uit overprikkeling.
  • Bij een conflict: maak het kind medeverantwoordelijk en stimuleer om het kind het conflict zelf te laten oplossen
  • Als je straft: straf snel na de verkeerde actie, houd de straf kort, benoem het ‘foute’ gedrag, bied hiervoor een alternatief en stem de straf af op het gedrag.
  • Gebruik altijd de ‘ik-boodschap’.

Veiligheid in de groep

Veiligheid en geborgenheid zijn voor de ontwikkeling van een kind van groot belang. Immers: het verwerven van een eigen identiteit gebeurt in de nabijheid van anderen. Het kind identificeert zich met de omgeving en moet zich daarin thuis voelen (Hooijmaaijers et al., 2012). De mate van functioneren en leren van een kind is dus sterk afhankelijk van de door hem ervaren veiligheid.

Die veiligheid kent drie basisbehoeften: erbij horen (inclusie), invloed hebben (controle) en persoonlijk contact (affectie).

Hiërarchie in de groep

Kennis over de hiërarchische positie in de groep is belangrijk om snel actie te kunnen ondernemen als kinderen last hebben van hun positie in de groep. Inzicht in die hiërarchie verkrijg je door het regelmatig afnemen van een sociogram.

Vanuit de literatuur kennen we grofweg vijf groepen leerlingen (zie ook ‘Groepsplan Gedrag’,

herziene en vermeerderde druk, van Kees van Overveld; hoofdstuk 3.3):

  1. De populaire groep: circa 15%, meestal meisjes, sociaal, behulpzaam, communicatief, assertief, hebben agressie niet nodig.

  2. Gemiddelde groep: circa 55%, vallen niet erg op, kunnen goed mee op sociaal gebied, trekken zich aan elkaar op, zorgen voor rust en gezelligheid in de groep.

  3. Controversiële groep: circa 5%, bijzonder gedrag (agressief of brutaal, of ‘anders’), worden niet afgewezen door rest van groep.

  4. Genegeerde groep: circa 10%, ‘onzichtbaar’, worden geaccepteerd, kunnen hun positie vaak zelf niet wijzigen, hebben controle over hun status quo, zeggen weinig, soms net het verkeerde, lopen risico op ontwikkeling van angst/depressie.

  5. Afgewezen groep: 15%, meestal jongens, niet geliefd, vijandig benaderd, minder sociaal of cognitief vaardig, reageren agressief of juist teruggetrokken, kans op gepest worden is relatief groot.