Als naar het werk gaan een hel wordt | Stop Pesten NU

Als naar het werk gaan een hel wordt

Een op de zeven werknemers in ons land rekent wekelijks af met pesterijen door collega’s of leidinggevenden. Schrikwekkend veel, en dus hoog tijd om ook op de werkvloer een vuist te maken tegen pesten. Met een degelijk preventiebeleid moet dat lukken.

Vier stippen op de hand, zowat alle schoolgaande kinderen lopen er dezer dagen mee rond. Besmet met het antipestvirus, klinkt het. Met de actie trekt Ketnet de Vlaamse Week tegen Pesten op gang, die loopt van 2 tot en met 9 februari. Op de werkvloer zagen we voorlopig nog niet veel collega’s met stippen verschijnen. Ze zouden daar nochtans ook welkom zijn.

Uit onderzoek van de externe preventiedienst IDEWE weten we immers dat 14,8 procent van werknemers in ons land wekelijks met pesterijen te maken krijgt. In de industrie en bij de overheid klimmen die cijfers zelfs tot respectievelijk 21,3 en 19,7 procent. Dat is veel, maar de statistiek verdient gelukkig ook nuance.

“Het betekent immers niet dat één op de zeven werknemers in ons land letterlijk slachtoffer is van pesten”, legt Elfi Baillien, professor aan de KU Leuven uit. “Wat IDEWE gedaan heeft, is kijken naar welke negatieve gedragingen werknemers ervaren. Hoe vaak worden ze beledigd? Wordt er soms informatie voor ze verzwegen? Hebben ze de indruk dat ze worden uitgesloten? Dat is iets anders dan het aantal effectieve slachtoffers van pesten in kaart brengen. We spreken van slachtoffers als werknemers gedurende lange tijd met meerdere van die negatieve gedragingen afrekenen en er ook mentaal en/of fysiek onder lijden. Ze slapen slecht, hebben angst om te gaan werken, zijn gedemotiveerd. Wanneer we die definitie hanteren, dan komen we uit op 3,6 procent.” Vertaald naar de totale werkende bevolking (4,5 miljoen Belgen) zou dat willen zeggen dat 162.000 mensen in ons land op korte tijd risico lopen om uit te vallen als gevolg van pestgedrag.

Stress als trigger

Baillien is zelf al veertien jaar bezig met onderzoek naar pesten op het werk. Als haar in die tijd een ding duidelijk is geworden, dan wel dat de oorzaak eerder moet gezocht worden bij werkomstandigheden dan bij persoonlijkheidskenmerken. En verrassend, het is vooral stress die eruit springt als verklaring. Hoger werkritme, nakende herstructureringen, weinig autonomie, de komst van een nieuw baas, onduidelijkheid over het takenpakket, te weinig uitdaging. Al die factoren zetten werknemers onder druk en dat blijkt de ideale voedingsbodem voor pesterijen.

“Hetzelfde kan je zeggen over conflicten tussen medewerkers”, zegt Baillien. “Er moet zelfs geen concrete aanleiding zijn. Een slechte verstandhouding alleen kan al tot pesterijen leiden, zeker wanneer die collega’s intensief moeten samenwerken. Doorgaans is het degene met de minste machtskenmerken – weinig vrienden op de werkvloer, beperkte anciënniteit, minder goede relatie met de leidinggevende – die aan het kortste eind trekt. Dus ook hier speelt de werkcontext een cruciale rol.”

Of pestgedrag de kans krijgt om te escaleren, hangt verder ook af van de manier waarop collega’s en managers reageren. Welke gedragsregels hanteren zij? Durven ze iets te zeggen wanneer ze vinden dat iemand over de schreef gaat? Of laten ze zomaar alles passeren? In dat laatste scenario worden werknemers makkelijker doelwit van pesterijen.

Precies om die reden breekt arbeidsgeneeskundige Lode Godderis (IDEWE-KU Leuven) een lans voor preventiebeleid. “Wil je vermijden dat er klachten komen, communiceer dan over de waarden die je als organisatie belangrijk vindt. Maak pesten op het werk bespreekbaar en stel een beleid op voor zowel de melding van problemen als de aanpak. Voelt een collega zich gepest, dan blijft hij daar beter niet alleen mee zitten.”

Hoewel ook de overheid meer en meer op preventie hamert, staan nog niet alle bedrijven even ver. Dat stelt ACV-secretaris Paul Schoeters regelmatig vast: “Sommige organisaties zie ik heel kordaat reageren. Ze confronteren pesters met hun gedrag, maken duidelijk dat er een grens is overschreden en gaan indien nodig over tot sancties. Andere houden zich op de vlakte of verplaatsen de dader of het slachtoffer naar een andere dienst. Maar daarmee is helemaal niets opgelost. De kans is zelfs groot dat het pesten gewoon herbegint. Want door amper te reageren geef je werknemers het signaal dat pesten oké is, dat ze het zich kunnen permitteren.”

Weinig klachten

Dat werkgevers zo verschillend op pesterijen reageren, is opmerkelijk, te meer omdat ons land sinds 2014 een Koninklijk  Besluit heeft dat haarfijn voorschrijft welke procedures mogelijk zijn in geval van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag. De eerste halte voor de meeste slachtoffers is de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociaal welzijn. Aan hem of haar kan de werknemer vragen om een informele oplossing te zoeken; hetzij door een interventie te vragen bij een leidinggevende, hetzij door een verzoeningsprocedure op te starten met de ‘aangeklaagde’.

“In veel organisaties werkt dit prima”, zegt Schoeters. “In andere organisaties stel ik vast dat de vertrouwenspersoon slachtoffers probeert af te remmen om verdere stappen te zetten. Of dat ze de vertrouwelijkheid van hun rol niet zo heel nauw nemen.”

Daarnaast kunnen slachtoffers ervoor kiezen om een formele klacht in te dienen. Dat kan eveneens bij de preventiedienst of indien er geen gehoor wordt gevonden bij de inspectiedienst Toezicht over het Welzijn op het Werk. Die brengt de werkgever op de hoogte en stelt na onderzoek maatregelen voor om de situatie te ontmijnen. Brengt dat geen zoden aan de dijk, dan is er nog de mogelijkheid om naar de rechtbank te stappen. Zover komt het weliswaar slechts in zéér uitzonderlijke gevallen. In 2014 bijvoorbeeld waren er slechts 45 uitspraken (waarvan het merendeel zonder vervolging). De externe diensten voor preventie en bescherming op het werk registreren jaarlijks gemiddeld 4.000 informele en 700 informele verzoeken en de inspectiedienst nog eens 300 à 400. Belangrijk om weten: in die cijfers zitten niet alleen klachten rond pesterijen vervat, maar ook rond geweld en seksueel ongewenst gedrag. Met andere woorden: in verhouding tot het aantal slachtoffers van pesten (3,6 procent van de werkende Belgen) blijft het aantal geregistreerde klachten (ongeveer 5.000 per jaar) gering. “Of ze verschuilen zich achter andere cijfers”, meent Paul Schoeters. “Waarom tellen we in ons land zoveel langdurig zieken? Waar komen al die burn-outs ineens vandaan? Het zou me niet verbazen als daar ook slachtoffers van pesterijen tussenzitten. Pesten blijft een thema dat in organisaties moeilijk op tafel komt.”

Bron

 

Interessante informatie:

Doelgroep: 
Pesten op het werk