Hoe behoed je je kind voor sexting en cyberpesten? | Stop Pesten NU

Hoe behoed je je kind voor sexting en cyberpesten?

Ouders maken zich zorgen over de enorme druk die sociale media op kinderen leggen. „Het is geen goed idee om basisschoolleerlingen zomaar een smartphone te geven.” Het was ook op het Jeugdjournaal. De 14-jarige Savannah Dekker kende haar moordenaar waarschijnlijk alleen van sociale media. „Daar is mijn dochter heel erg van geschrokken”, zegt Patricia van der Linden (44), moeder van een meisje van 11 en een jongen van 8.

Bente (16, komt niet in dit verhaal voor) kreeg op haar negende een smartphone.Foto David Galjaard 

 

Jongeren besteden enorm veel tijd aan ‘berichten sturen’. Volgens het jongste onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (2015) zijn 13- tot 19-jarigen er per dag gemiddeld 3 uur en 21 minuten mee bezig, drie keer zo lang als de leeftijdsgroep 20-34. Dat staat nog los van ‘sociale media gebruiken’, waar ze 1 uur en 47 minuten voor nodig hebben.

„De enorme druk die sociale media op kinderen leggen, daar zitten ouders het meest mee”, zegt Justine Pardoen, hoofdredacteur van Ouders Online en medeoprichter van Mediaopvoeding.nl. „De enige concurrentie is dat ze naar bed moeten. Dat is ook het verdienmodel van die apps: er zo lang mogelijk mee bezig zijn. Daar zijn puberhersens niet tegen opgewassen.”

Hoe ga je als ouder om met kinderen die constant online willen zijn? En hoe behoed je ze voor gevaren van sociale media, zoals cyberpesten, sexting en het ontmoeten van vreemde mannen? Moeten we dat onze jongste generatie wel aandoen?

De enorme aantrekkingskracht van sociale media past bij de ontwikkelingsfase waarin jongeren zich bevinden, schrijft hoogleraar Media, Jeugd en Samenleving Patti Valkenburg in haar boek Schermgaande Jeugd (2014). Tieners zijn bezig hun eigen identiteit te ontwikkelen, hun seksualiteit te ontdekken en vriendengroepen te vormen.

„We weten dat kinderen van een jaar of 10 oog krijgen voor een vriendengroep”, zegt Peter Nikken, bijzonder hoogleraar Mediaopvoeding aan de Erasmus Universiteit. „De sociale interesse verschuift van zusjes en broertjes naar vriendjes in de klas. Ze zijn heel hard bezig hun plek in de groep te veroveren en zijn erg vatbaar voor de daar geldende norm.”

Dat betekent niet dat ze ook weten hoe ze die media moeten gebruiken, zegt Nikken. „Het duurt echt tot de middelbare school om te weten wat de consequenties zijn.” Dat ruzies beter niet op WhatsApp uitgevochten worden, bijvoorbeeld, is bij jonge kinderen lang niet vanzelfsprekend.

Zeker in de beginperiode is het zaak om goed in de gaten te houden wat je kind online doet. Het is geen goed idee basisschoolkinderen zomaar een smartphone te geven, zegt Pardoen. „Dan haal je wel heel veel tegelijk van de buitenwereld naar binnen.” Maar hoever kun je gaan in het controleren van je kind?

Ouders hebben daar uiteenlopende meningen over. Noor Waardijk (42), vier kinderen, leest regelmatig mee in de groepsapps van haar oudste (13). Haar kinderen kunnen niet zelf apps downloaden, omdat hun telefoons zijn gelinkt aan de Apple-ID’s van haar en haar man. Ook gebruikt ze de app Screen Time, waarmee zij kan zien hoe lang haar oudste dochter op haar telefoon zit. De grens ligt op 1,5 uur per dag. „Ze willen altijd langer, maar ik vind het belangrijk dat ze buitenspelen.”

„Wat ze op sociale media doen, vind ik privé, gek genoeg”, zegt Niels Baas (44) uit Hilversum, vader van drie (7, 11 en 13). „Het enige wat je kunt doen is een goed gesprek hebben. Misschien is dat naïef, maar wie vertrouwen geeft, die vertrouwen ontvangt, denk ik.”

„Privacyrecht heb je vanaf jonge leeftijd”, zegt ook Elske Hedeman Joosten, moeder van vier tieners uit Voorschoten.

Meelezen met appjes is prima, zegt Pardoen. Sinds de smartphone de basisschool is binnengeslopen, zijn ouders meer toezicht gaan houden, zegt ze. Maar halverwege de brugklas moet je dat strakke toezicht ook weer loslaten. „Vanaf hun 11de, 12de hebben ze hun privacy nodig om ongezien zichzelf te kunnen zijn en hun identiteit te ontwikkelen.” Ervan uitgaande dat een kind zich gezond ontwikkelt en geen trauma’s heeft, waardoor ze minder goed grenzen kunnen bewaken, voegt ze daaraan toe.

Want het gaat natuurlijk wel eens mis. Een 53-jarige vader uit Utrecht had eens de schooldirecteur aan de telefoon. Zijn dochter was betrokken bij pesten. Niet op het schoolplein, maar op „een spelletje op social media waarin je ook kunt chatten. Daar zijn lessen van geleerd.”

Ook een 44-jarige moeder uit Haarlem schrok toen ze screenshots van een vader toegestuurd kreeg van een groepsapp waarin haar zoon zich schuldig maakte aan pesten. Wat is dit, vroeg ze haar zoon. „Een grapje, zei hij. Nou, daar had hij dus duidelijk niet over nagedacht.” Ze heeft hem ervoor gestraft.

‘Of ze zijn verliefd, of ze worden gepest’

Dat cijfer is vergelijkbaar met offline pesten. „Het mechanisme is ook niet anders”, zegt Pardoen. „Het blijft een groepsproces, structureel gericht op bepaalde mensen.” Cyberpesten is wel „indringender”, zegt ze. „Je neemt het pestgedrag mee naar huis.”

Hoe herken je dat op de telefoon van je kind pestberichten binnenkomen? „Als kinderen ineens heel veel online zijn, kan dat twee dingen betekenen”, zegt Pardoen. „Of ze zijn verliefd, of ze worden gepest.” Ook bij kinderen die ineens helemaal niet online zijn, helpt het te vragen wat er is. „Ik hoorde eens van een ouder dat haar kind zijn telefoon kwijt was, maar geen nieuwe hoefde. Dan kan een belletje gaan rinkelen.”

Dan dat andere zorgenkindje: sexting. Ofschoon het percentage jongeren dat naaktfoto’s of -filmpjes verstuurt blijft steken op 3 procent, kunnen de gevolgen ervan zeer ernstig zijn. Enkele keren per jaar is te lezen dat iemand zelfmoord heeft gepleegd nadat zijn of haar naaktbeelden zijn verspreid. Maar sexting willen voorkomen is absoluut niet de oplossing, zegt Pardoen. „We moeten ons met z’n allen realiseren: als er geen doorstuurders zijn, zijn er ook geen slachtoffers.”

Zij vindt het „dom” om als volwassene te zeggen: ‘Doe niet aan sexting of zet je hoofd er niet op.’ Volgens haar kun je het dan wel vergeten dat je kinderen je nog als vertrouwenspersoon zien als er toch iets misgaat. „Je ontkent een deel van hun identiteit.”

„Sexting is een volkomen normaal onderdeel van de seksuele ontwikkeling”, zegt ook hoogleraar Peter Nikken. „Het is misschien wel veiliger dan wat vroeger achter het fietsenhok gebeurde.”

Kinderen sociale media verbieden is haast onmogelijk, zeggen ouders. Een moeder uit Zwolle, een van de bijna zeshonderd respondenten van de NRC-enquête over mediaopvoeding: „Dan plaats je je kind in een uitzonderingspositie.” Sociale media hangen nauw samen met het bezit van een smartphone, en de meeste kinderen hebben die al vanaf hun tiende, volgens recent onderzoek van Kennisnet. Als ‘alle’ klasgenootjes een smartphone hebben, wil je niet dat je kind achterblijft.

Verbieden is ook helemaal niet nodig, zegt Valkenburg. „Media zélf zijn niet boosaardig.” Het ligt eraan hoe jongeren sociale media gebruiken. „Is dat om contacten te onderhouden, dan zijn de effecten positief. Jongeren oefenen er hun sociale competenties, krijgen meer zelfvertrouwen en worden zelfbewuster.” Ontmoeten ze echter vooral vreemden online, dan zijn de effecten op het zelfbeeld vaak negatief.

En te veel, te vaak, te lang is nooit goed. Het compulsief gebruik – niet kunnen stoppen – van sociale media onder jongeren groeit. Uit onderzoek van het Rotterdamse Center for Behavioral Internet Science kon in 2012 6,5 procent van de jongeren niet stoppen met sociale media. In 2015 lag dit volgens hoogleraar Valkenburg op bijna 10 procent. Obesitas, bijziendheid, slaapproblemen en concentratieproblemen hangen allemaal samen met overmatig schermgebruik.

Alleen met duidelijke regels is dat gedrag in te perken, zegt Valkenburg. Maar ouders moeten ook het goede voorbeeld tonen. „Regels moet je samen opstellen en ook samen nakomen.”

 

Bron: NRC